Van cold case naar hot case: De stand van zaken en opbrengsten van cold case onderzoek in Nederland

Op 10 augustus 1998 werd het levenloze en halfontklede lichaam van Nicky Verstappen aange-troffen op de Brunsummerheide in Limburg. Een dag eerder verdween hij van een jeugdkamp op een kampeerterrein. Zijn lichaam werd 1200 meter van het terrein teruggevonden, in een perceel met kerstbomen.

Tot op de dag van vandaag zijn de ouders van Nicky in spanning of de moord op hun zoontje ooit nog zal worden opgelost. In de loop der jaren heeft de politie meerdere verdachten in het vizier gehad maar die gingen allen vrijuit. Het nieuwe jaar lijkt een lichtpuntje in de zaak te bieden; op 9 januari 2007 wordt een 36-jarige man gearres-teerd op verdenking van betrokkenheid bij de moord op het jongetje. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of hij inderdaad de dader is. De zaak Nicky Verstappen is een cold case: een ernstig misdrijf dat ondanks alle inspanningen van politie en justitie (tot op dit moment) niet is opgehelderd.

 

Cold cases zijn van alle tijden
Het totale aantal onopgeloste kapitale delicten in Nederland is onbekend. Praktische barrières staan een gemakkelijke inventarisatie van cold cases in de weg. Zo worden de politieregistratiesystemen na een aantal jaren ‘geschoond’ waardoor misdrijven die langere tijd geleden zijn gepleegd uit de (actuele) registratie verdwijnen. Daarnaast wordt een inventarisatie bemoeilijkt doordat het archiveren van dossiers en relevant materiaal van oude zaken in het verleden niet altijd optimaal was; men ging er – des-tijds - min of meer van uit dat een afgesloten zaak ook echt ‘afgeschreven’ was. Dos-siers van oude, onopgeloste zaken raakten versnipperd over (decentrale) archieven en over personen. Het Landelijk Team Kindermoord dat een aantal jaren heeft gefunctio-neerd met als doel het opnieuw bekijken van ‘oude’ onopgeloste kindermoorden en vermissingen is meermalen tegen dit verschijnsel aangelopen; bijna de helft van de dossiers van de onopgeloste zaken bleek onvolledig of zoek te zijn.
Hoewel een landelijk beeld van het aantal cold cases in Nederland op dit moment dus ontbreekt, lijkt het wel om een aanzienlijk aantal zaken te gaan. Steeds meer politie-regio’s leggen zich toe op een inventarisatie van het aantal onopgeloste (ernstige) misdrijven. Een vorig jaar uitgevoerde telling vanaf 1988 door de politieregio Amster-dam-Amstelland leverde een aantal van 266 onopgeloste moord- en doodslagzaken op. Een inventarisatie door de politieregio Rotterdam-Rijnmond komt uit op een hon-derdtal cold cases.

 
Cold cases in onderzoek
Op basis van een landelijk onderzoek bij alle regiokorpsen dat wij in opdracht van het Programma Politie en Wetenschap hebben uitgevoerd, is onder andere inzicht verkre-gen in het aantal cold cases dat de laatste jaren door een rechercheteam opnieuw in onderzoek is genomen. De landelijke inventarisatie laat zien dat er tussen 2000 en medio 2005 78 cold cases opnieuw door een rechercheteam in onderzoek genomen. Dit komt neer op gemiddeld 17 cold cases per jaar. Het gaat dan veelal om moord- of doodslagzaken maar ook om ernstige zedenzaken en vermissingen. Met name vanaf 2002 wordt er door de meeste politieregio’s sterker geïnvesteerd in cold case onder-zoeken: het aantal cold case onderzoeken neemt vanaf dat moment een vaart met een piek in 2004, toen werden er in Nederland 28 cold cases opnieuw onder de loep geno-men. Tot medio 2005 – zo is te zien in figuur 1 - hebben alle regiokorpsen op vier na tenminste één cold case heropend.

[Figuur 1 – Aantal gedraaide cold case onderzoeken in Nederland in de periode van 2000 tot medio 2005]

Cold cases zijn niet vanzelfsprekend altijd old cases. Bijna een kwart van de heropen-de zaken heeft namelijk niet langer dan vijf jaar ‘op de plank gelegen’. Zoals te zien in figuur 2 is het merendeel van de onderzochte cold cases weliswaar ouder: de helft van de misdrijven is langer dan tien of zelfs vijftien jaar geleden gepleegd. Met name bij de echt ‘oude’ zaken wordt de verjaringstermijn een punt van zorg.

[Figuur 2 – periode tussen misdrijf en start cold case onderzoek (in absolute aantallen)]

Per 1 januari 2006 heeft een belangrijke wetswijziging ten aanzien van verjaring van misdrijven voor veel cold cases de druk van de ketel genomen. Met de nieuwe wetge-ving kunnen daders van onopgeloste ernstige misdrijven die na 1988 zijn gepleegd – en waarvoor levenslange gevangenisstraf geldt - nu levenslang worden vervolgd. Voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van tien jaar of langer staat, is de verjarings-termijn van vijftien naar twintig jaar verlengd.

 

Opsporing loont: 35% wordt alsnog opgelost
Dat het opnieuw investeren in onopgeloste ernstige misdrijven loont, blijkt uit het ge-geven dat een derde van alle afgeronde cold case onderzoeken – jaren na dato – alsnog tot een opheldering van het misdrijf heeft geleid. Nieuwe informatie over de zaak maar ook voortschrijdend inzicht op het gebied van opsporing en technisch-forensische ontwikkelingen hebben daaraan bijgedragen. De cold case onderzoeken die niet hebben geresulteerd in opheldering van het misdrijf, hebben vaak wel de kans op opheldering in de toekomst vergroot door bijvoorbeeld goede documentatie, het uit-sluiten van scenario’s en hernieuwd sporenonderzoek. Zo is de moord in 1986 op Art-hur Ghurahoo (mede) dankzij de ondernomen stappen in het cold case onderzoek eni-ge tijd na afronding ervan in 2005 alsnog opgehelderd.
Een ander belangrijk resultaat van cold case onderzoek dat van kwalitatieve aard is, is de ervaring en kennis die tijdens een dergelijk onderzoek wordt opgedaan. Cold case onderzoek kent namelijk op bepaalde aspecten een andere werkmethodiek en vergt andere vaardigheden van rechercheurs dan regulier opsporingsonderzoek. Zo start een cold case onderzoek in tegenstelling tot onderzoek naar actuele misdrijven niet bij de plaats delict maar bij platte informatie: het (oude) onderzoeksdossier van de zaak. Terwijl de eerste belangrijke stappen in een regulier rechercheonderzoek het bezoeken van de plaats delict en het verrichten van operationeel rechercheonderzoek betreffen, wordt de basis voor een cold case onderzoek gelegd bij het terughalen en completeren van alle informatie over de oude zaak. In de praktijk blijkt hier ook direct het grootste struikelblok bij cold case onderzoek te liggen. Informatie blijkt namelijk vaak versnip-perd over archieven, locaties en zelfs personen te liggen waardoor het tijdrovend is en het niet altijd lukt het dossier compleet te krijgen. Sporen(dragers) en ander relevant materiaal blijken daarnaast soms onbruikbaar door de tand des tijds of zelfs in het geheel verdwenen te zijn. Cold case onderzoek wordt door rechercheurs uit de praktijk niet voor niets getypeerd als ‘een stoffige bezigheid waar zitvlees voor nodig is’. Het terughalen van de informatie en het grondig en op gestructureerde wijze doorspitten van de dossiers vergt geduld en een frisse en kritische blik van rechercheurs.
In dit opzicht is het een aantrekkelijke gedachte om ervaren rechercheurs die de dienst mogen verlaten (TOR) – op vrijwillige basis - langer aan de politie in het alge-meen en de afdelingen recherche in het bijzonder te verbinden. Hiermee blijven niet alleen kennis en competenties bewaard, maar kan voor een deel ook het hoofd worden geboden aan de krapte die er de komende jaren binnen de rechercheafdelingen in het land zal ontstaan.

 

Leren van oude zaken
Het onderzoek naar cold cases dat door ons is gedaan, wijst uit dat analyse van de uitvoering van cold case onderzoeken leerervaringen oplevert die eveneens in regulier onderzoek naar ernstige misdrijven toepasbaar zijn. Randvoorwaarden voor een gede-gen uitvoering van een opsporingsonderzoek zijn ruimte, tijd en kwaliteit. Deze aspec-ten blijken soms onvoldoende aandacht te krijgen wanneer een ernstig misdrijf wordt gepleegd en er direct een onderzoek moet worden opgestart; de waan van de dag regeert. Met name ruimte en tijd zijn door de cold case teams ervaren als belangrijke voordelen die zij in vergelijking met het ‘oude’ rechercheteam hebben gehad om gron-dig te kunnen rechercheren op de zaak. Weliswaar is de factor tijd tegelijkertijd vaak ook een belangrijke vijand in cold case onderzoek omdat er na de soms vele verstre-ken jaren cruciale informatie verloren is gegaan. Kwaliteit heeft te maken met de per-sonele samenstelling van een rechercheteam maar ook met de werkwijze in het opspo-ringsonderzoek. De cold case teams kennen vaak een grote professionaliteit dankzij een zorgvuldige selectie van rechercheurs op niet alleen kwaliteit maar ook gedreven-heid. Het onderzoek wordt vaak gedegen en gestructureerd ter hand genomen. De synergie van technisch en tactisch rechercheren is als een specifieke succesfactor in onderzoek naar ernstige misdrijven aan te wijzen: bepaal tactisch wat er technisch onderzocht moet worden.
Goed om te vermelden is dat wij op basis van de kennis en expertise die er in het land aanwezig is een tweetal praktische modellen ontwikkeld hebben die door te teams te gebruiken zijn bij cold case en review onderzoeken. Deze modellen zijn als bijlagen in het onderzoeksrapport opgenomen.

 

Positionering van cold case onderzoek in de regio
Door de meeste politieregio’s wordt op creatieve wijze naar een model gezocht om cold cases incidenteel of structureel de aandacht te geven. Terwijl de meeste regio’s vooralsnog op ad hoc basis een onopgelost misdrijf opnieuw in onderzoek nemen, be-schikken enkele politieregio’s over een permanent cold case team dat geheel is vrij-gemaakt voor het uitvoeren van cold case onderzoek. In steeds meer regio’s is een tussenvariant zichtbaar waarbij een vaste kern van rechercheurs aangevuld met wisse-lende teamleden met enige regelmaat cold case onderzoeken onder de loep nemen. Dergelijke semi-permanente teams worden vaak samengesteld binnen de TGO-structuur.
Vanzelfsprekend is een permanent cold case team niet voor elk regiokorps een haalba-re kaart en dit geldt zeker voor de kleinere politieregio’s. Het recent opgerichte ‘Team Review en Cold Cases’ waarin naast de politieregio Amsterdam-Amstelland ook de kleinere regio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland participeren, maakt het mogelijk dat ook cold cases uit kleinere regio’s met enige regelmaat de aandacht krijgen. Zo biedt ook de Noordelijke Recherche Eenheid de mogelijkheid om een permanent cold case-team samen te stellen uit de politieregio’s Groningen, Friesland en Drenthe. Met der-gelijke structuren kan het hoofd worden geboden aan het capacitaire probleem om mensen vrij te maken voor cold case onderzoek. Bijkomend voordeel van (semi-) per-manente teams is een platform voor borging van ervaring en expertise, iets wat eerder verloren gaat bij ad hoc teams.

 

Cold cases niet voor niets in de belangstelling
Cold cases staan niet voor niets steeds meer in de belangstelling. Cold case teams kunnen profiteren van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van forensische methoden technieken en verruimde wetgevingen. Daarnaast heeft de recente aandacht voor kwalitatief hoogwaardig opsporingsonderzoek de aandacht voor de aanpak van cold cases en de professionalisering van de opsporing in een stroomversnelling gebracht. Hierbij kan gedacht worden aan ontwikkelingen als de intrede van de TGO-structuur in de korpsen, het werken met professioneel verhoorders, nieuwe methodieken als te-genspraak en review en de komst van de Landelijk Deskundigheids Makelaar. Een zeer actuele ontwikkeling is het verspreiden van opsporingsberichten door de politie via het internet (www.opsporingsonderzoeken.nl). Delen uit het dossier van een nooit opge-lost misdrijf worden op de website geplaatst. Dit om op een interactieve manier bur-gers bij een opsporingsonderzoek te betrekken met het doel zoveel mogelijk tips en andere relevante informatie over de zaak te verzamelen.
Hoewel nooit alle cold cases opgehelderd zullen worden, is het met de huidige positie-ve ontwikkelingen mogelijk dat er in de toekomst minder ernstige misdrijven als onop-gelost op de plank belanden: de cold case van morgen begint namelijk vandaag.

 

Onderzoeksrapport
Leiden, Ilse van en Henk Ferwerda. Cold cases - een hot issue: Toepassing en opbrengsten van hernieuwd onderzoek naar onopgeloste kapitale delicten. Programma Politie en Wetenschap, Politiekunde nr. 13. ISBN-10: 90 3524 049 9 | ISBN-13: 978 90 3524 049 0. Den Haag: Elsevier Overheid, 2006.

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2007, jrg. 69, nr. 1-2, p. 30-32

1 reacties

hallo ik denk niet dat gedetineerden gaan praten maar je weet het nooit je kan het natuurlijk altijd proberen
ik zou die kalenders ook sturen naar oud criminelen of kleine boefjes die nu op het eerlijke pad zijn getrouwd zijn kindertjes hebben enz enz die zullen eerder praten om zich zelf te bewijzen dat ze daadwerkelijk op het goede pad zijn
een gedetineerde die praat neemt het risico niet als de rest van de gedetineerden daar achter zal komen hebben ze in de gevangenis een probleem dus nogmaals ga naar de ouwe criminelen die al jaren op het goede pad zijn maak je meer kans
groetjes peng schonewille
Ik heb een klacht over deze reactieaw schonewille op 10 januari 2017 17:16 uur

Reageer op dit artikel