Van multidisciplinaire samenwerking naar multifunctionele organisatie: Ontwikkelingen in Noord- en Midden-Limburg
Zoals in het rapport 'Krachten bundelen voor veiligheid' van de commissie-Brouwer beschreven staat, zou de huidige rampenbestrijdingsorganisatie zich moeten ontwikkelen tot een regionale organisatie voor veiligheid, hulpverlening en rampenbestrijding. In dat kader wordt in deze bijdrage de positie van de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR) binnen de veiligheidsregio en meer specifiek die binnen de regio Noord- en Midden-Limburg beschreven.
De rampenbestrijding is van oorsprong nogal eenzijdig brandweer-georiënteerd geweest. De laatste jaren heeft de geneeskundige kolom op dit gebied een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Een stimulans daarbij was met name het landelijke project Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (PvGHOR).
Uit onderzoeken door de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Binnenlandse Zaken (BZK) zijn in het recente verleden diverse knelpunten geconstateerd met betrekking tot de keten van reguliere spoedeisende medische hulpverlening (SMH). Waar de samenwerking tussen de verschillende disciplines in de reguliere SMH aan kritiek onderhevig is, geldt dit zeker bij grootschalige ongevallen en rampen.
Ten aanzien van de inhoudelijke kwaliteit van de geneeskundige hulpverlening is elke betrokkene (bijv. een arts) of organisatie zelf verantwoordelijk. De verantwoordelijkheid voor de inhoudelijke ketenkwaliteit van de spoedeisende geneeskundige hulpverlening, ook bij grotere incidenten of rampen is neergelegd bij de tien traumacentra (grote – veelal – academische ziekenhuizen) in Nederland. Zij dienen te zorgen voor de ontwikkeling van een adequaat traumazorgnetwerk.
De regionaal geneeskundig functionaris (RGF) is in het kader van de GHOR procesverantwoordelijk voor de coördinatie van de voorbereiding op de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen zowel binnen de reguliere SMH als bij opgeschaalde hulpverlening (GHR). Tevens is de RGF procesverantwoordelijk tijdens de daadwerkelijke inzet ten tijde van een calamiteit en bij de nazorg. Daarmee bevindt de GHOR zich op het snijvlak van de spoedeisende medische hulpverlening (inclusief psychosociale hulpverlening), publieke veiligheid en openbare gezondheidszorg. Dit betekent niet alleen samenwerken en afstemmen binnen de geneeskundige kolom maar ook met de OOV-partners (politie, brandweer, gemeenten). De eisen waaraan de geneeskundige hulpverlening moet voldoen, zijn nu eenmaal anders dan die voor politie of brandweer Gezondheidsinstellingen moet immers voldoen aan wet- en regelgeving binnen de zorg. Er moet dus aandacht besteed worden aan een goede afstemming tussen 'Zorg & Veiligheid', tussen 'de medische wereld' en die van 'het openbaar bestuur'.
Sinds januari 2000 bestaan er 26 GHOR-regio's in Nederland. De verantwoordelijkheid voor rampenbestrijding, inclusief de GHOR, ligt primair bij de gemeentebesturen. Maar de veiligheidsproblemen waar gemeenten zich in dit kader voor geplaatst zien, overstijgen dikwijls het gebied van de afzonderlijke gemeenten. De voorbereiding op de (geneeskundige) rampenbestrijding wordt derhalve in een groter verband, regionaal, aangepakt. Hiertoe zijn gemeenschappelijke regelingen getroffen. De GHOR valt onder een dergelijke gemeenschappelijke regeling. De GHOR-taken worden uitgevoerd onder leiding van de RGF.
Bij de oprichting van de GHOR-regio's in 2000 gaf het ministerie van BZK geen blauwdruk mee voor de bestuurlijke structuur van deze nieuwe organisatie. Elk van de 26 GHOR-regio's kon deze zelf bepalen. Nederland is wat dat betreft een lappendeken geworden waarbinnen nog gezocht wordt naar de 'best practice'.
Sector Veiligheid Noord- en Midden-Limburg
In 1999 besloten het bestuur van de gewesten Noord-Limburg en Midden-Limburg tot meer bestuurlijke samenwerking en verantwoordelijkheid voor de GHOR. Hiertoe wilden zij een gezamenlijke bestuursstructuur GHOR opzetten. Gelijktijdig speelden fusietrajecten tussen de regionale brandweren, de gewesten zelf, de GGD'en en de meldkamers RAC/CPA van Noord-Limburg en Midden-Limburg. De bestuurlijke inbedding van de GHOR werd dan ook in samenhang met die ontwikkelingen gezien.
In verband met de wenselijkheid om te komen tot een integraal veiligheidsbeleid in de regio zijn alle taken en diensten op het terrein van de fysieke veiligheid in deze regio, voor zover zij vallen onder verantwoordelijkheid van het openbaar bestuur, met ingang van 2002 officieel bij de sector Veiligheid ondergebracht. De Sector Veiligheid bestaat uit de regionale brandweer en de GHOR. De meldkamer Centrale Post Ambulancevervoer/Regionale Alarmcentrale (CPA/RAC) valt eveneens onder verantwoordelijkheid van de sector Veiligheid. Samen met het in gebruik nemen van de gezamenlijke meldkamer (20 december 2001), waarin brandweer en ambulancevervoer geïntegreerd zijn en gecolokeerd met de politie, zijn belangrijke stappen naar de veiligheidsregio Noord- en Midden-Limburg gezet.
Bestuurlijke vormgeving
Gelet op de specifieke taken en verantwoordelijkheden van het openbaar bestuur voor publieke veiligheid moeten slagvaardigheid en slagkracht van het bestuur in dit kader gewaarborgd zijn. Om dit te bereiken zijn diverse stappen genomen.
Voor de politie Limburg-Noord bestaat er een bestuurlijke structuur waarbij alle burgemeesters in het Regionaal College zitting hebben onder voorzitterschap van de burgemeester van Venlo, de korpsbeheerder. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de korpsbeheerder, de korpschef van politie en de Hoofdofficier van Justitie.
Voor de brandweer en GHOR is er een bestuurlijke structuur waarbij vanuit iedere gemeente veelal de burgemeester zitting heeft in een Regioraad onder voorzitterschap van de burgemeester van Venlo. Daaruit is een dagelijks bestuur geformeerd die de verantwoordelijkheid voor veiligheid heeft neergelegd in een bestuurscommissie Veiligheid (GHOR/brandweer/CPA/RAC) waarin negen burgemeesters zitting hebben. De commandant van de regionale brandweer en RGF zijn als adviseur opgenomen. Deze commissie wordt voorgezeten door de burgemeester van Beesel die tevens in het DB zit.
Een soortgelijke constructie bestaat voor de GGD, namelijk de bestuurscommissie GGD. Hierin participeren ook wethouders.
De regionale ambulancevoorziening (RAV) i.o., het orgaan dat de ambulancehulpverlening in de regio organiseert, is een publiek-private stichting. In de Raad van Toezicht (RvT) zijn zowel de huidige ambulancevervoerders als het openbaar bestuur vertegenwoordigd. Twee burgemeesters uit de bestuurscommissie Veiligheid maken deel uit van de RvT.
Voor de GHOR betekent dit dat er duidelijk gekozen is voor een eenduidige bestuurlijke verantwoordelijkheid waarbij de GHOR gepositioneerd is binnen de brede multidisciplinaire organisatie van de hulpverlening bij rampen en zware ongevallen, vallend onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester. Tevens is er een duidelijke scheiding tussen de verantwoordelijkheden voor inhoud en proces van de SMH en tussen GGD en GHOR.
Voor het bestuur is er voor elk van de drie pijlers (rood, wit en blauw) een ambtelijk aanspreekpunt voor de kwaliteit van de voorbereiding en uitvoering van de rampenbestrijding. De RGF is nevengeschikt aan de commandant van de regionale brandweer en de korpschef.
De RGF vertegenwoordigt vanuit een onafhankelijke positie binnen deze geneeskundige keten, de betrokken organisaties uit het geneeskundig veld (RAV, GGD, ziekenhuizen, huisartsen, geestelijke gezondheidszorg etc.).
Territoriale congruentie
De regio van de RAV Limburg Noord, de sector Veiligheid en de GGD is nagenoeg gevormd op de schaal van de politieregio Limburg Noord. Er is op een klein stukje Noord-Limburg na (Mook en Middelaar) sprake van territoriale congruentie. Dat vereenvoudigt de eenduidigheid en bestuurlijke aansturing, vermindert de coördinatielast en bevordert daarmee de veiligheid in brede zin.
Van multidisciplinaire samenwerking naar multifunctionele organisatie
Het doel van de sector Veiligheid is primair de continue versterking van de kwaliteit van de rampenbeheersing en -bestrijding. De samenwerking van GHOR en brandweer heeft in dit kader grote voordelen: de afstemmingslijnen onderling zijn kort en brandweer en GHOR trekken vaak gezamenlijk op. GHOR en regionale brandweer zijn gelijkwaardige partners. De commandant van de regionale brandweer en de RGF vormen samen de directie, met ieder een eigen verantwoordelijkheid naar het bestuur. Er zijn voorlopig nog twee separate beleidsafdelingen 'regionale brandweer' en 'GHOR' met ieder een specifieke deskundigheid, nauw met elkaar samenwerkend. Een voorbeeld is de advisering aan gemeenten met betrekking tot vergunningenbeleid bij evenementen en infrastructurele aangelegenheden. Verder worden o.a. risico-inventarisaties (Leidraad Maatramp en Leidraad Operationele Prestaties), rampen- en rampbestrijdingsplannen, GRIP-procedures, opleiden en oefenen, grensoverschrijdende hulpverlening, GMS/C2000 en (crisis)communicatie multidisciplinair aangepakt. Bij een aantal activiteiten vindt reeds samenwerking met de politie plaats. Er is inmiddels overeenstemming bereikt om een politiefunctionaris parttime te detacheren bij de sector Veiligheid zodat vorm gegeven kan worden aan verdere integratie naar een multidisciplinair veiligheidsbureau (rood-wit-blauw).
Het onderbrengen van GHOR en brandweer in één organisatie biedt natuurlijk ook voordelen op het gebied van beheer en bedrijfsvoering wat hier dan ook integraal wordt uitgevoerd.
Naast de efficiency in de interne organisatie zitten beide partners op diverse niveaus gezamenlijk aan tafel bij gemeenten (bestuurders, gemeenteraden, ambtenaren openbare veiligheid lokale brandweer) en politie. Verdere profilering van de RGF/GHOR binnen de gemeentelijke en politieorganisatie is noodzakelijk, de 'bekendheidsfactor GHOR' is nog ver verwijderd van die van de politie of brandweer.
En … onbekend maakt onbemind. Hetzelfde geldt binnen de geneeskundige kolom voor de bekendheid van de brandweer, politie en overheid in het kader van de rampenbestrijding. Te vaak worden nog de 'bemoeienissen' vermeden en bestreden.
De geschiedenis leert echter dat de verschillen tussen de soort bedreigingen vervagen en dat ze steeds meer dezelfde integrale voorbereiding en aanpak (rampenbestrijding door brandweer, crisis- en conflictbeheersing door politie, gezondheidsrisico's fysiek en psychisch door de GHOR) vragen. De stap van multidisciplinair naar meer multifunctioneel zal dan ook ongetwijfeld gezet gaan worden. Wanneer is afhankelijk van de vorderingen van het multidisciplinair samenwerken.

Reageer op dit artikel