Verbaal geweld tussen politie en publiek: Aanspreken als krachtmeting
In 1998 introduceerde de Amsterdamse politie het Streetwise-beleid. De grote toename van onvrijwillige contacten tussen politie en burgers die dit met zich meebracht, leidde ook tot meer potentiƫle probleem- en conflictsituaties. Bas van Stokkom deed onderzoek naar de problemen naar aanleiding van de bejegening tussen politiemensen en burgers in het publieke domein. Het eerste deel van een tweeluik hierover belicht de 'publieke krachtmeting' tussen politiemensen en burgers.
Sinds 1998 heeft de Amsterdamse politie de bestrijding van normoverschrijdend handelen hoog op de agenda gezet om het leefklimaat van de stad te verbeteren. Het Streetwise-beleid ging van start: het onverwijld bekeuren van kleine ingesleten overtredingen zoals rijden door rood licht en fietsen op voetgangerzones. Daarnaast werden voortaan asociale en hinderlijke gedragingen aangepakt die het leefklimaat van de stad verzieken, zoals wildplassen en rommel op de grond gooien. Ook voor kleine overtredingen als honden los laten lopen en nuttigen van drank in een park wordt voortaan een bekeuring uitgeschreven.
Politie Amsterdam wil zo een ordelijk straatbeeld afdwingen en fatsoenlijke omgangsvormen in het publieke domein bevorderen. Daarnaast probeert ze haar gezag te versterken. Een politie die te weinig of halfhartig op overtredingen reageert, dreigt immers haar gezag te verliezen. Speciale aandacht krijgt het verbale geweld tegen de politie. Burgers die politieambtenaren in het publiek domein openlijk beledigen, worden dan ook consequent aangehouden. Doelstelling is echter dat staande houden en bekeuren niet mogen resulteren in een verstoorde verhouding met het publiek. Een respectvolle bejegening met de burger staat voorop.
In het kader van Streetwise werden de laatste jaren ruim 400.000 extra processen-verbaal per jaar opgemaakt. In 2003 werd hierbij in 58 procent van de gevallen de overtreder staande gehouden. Dat wil zeggen dat op jaarbasis meer dan 250.000 gesprekken worden gevoerd met mensen die kleine overtredingen begaan. De achterliggende gedachte is dat overtreders direct aanspreken op hun gedrag meer kans geeft op gedragsverandering dan een acceptgiro na enkele maanden.
Onvrijwillige contacten
Streetwise brengt dus een grote toename van onvrijwillige contacten tussen politie en burgers met zich mee, en daarmee van potentiële probleem- en conflictsituaties, die enerzijds tot aanhouding van burgers kunnen leiden en anderzijds tot klachten tegen de politie.1
Tijdens het afronden van mijn studie heb ik dit vraagstuk nader onderzocht. De eerste vraag van het onderzoek luidde: welke problemen doen zich voor in de bejegening tussen politiemensen en burgers in het publieke domein? En de tweede: hoe kunnen politiemensen professioneler met die problemen omgaan? Voor het beantwoorden van de eerste vraag heb ik drie databronnen geraadpleegd: processen-verbaal belediging, dossiers klachtregistratie en interviews met politiemensen. Voor het laatste onderdeel zijn respondenten geselecteerd uit de volgende drie groepen: politiemensen die op grond van hun succesvolle prestaties binnen Streetwise (groot aantal bekeuringen) zijn genomineerd voor de jaarlijkse Amsterdamse korps-award, politiemensen tegen wie meer dan eens bejegeningsklachten zijn geuit, en politiemensen die burgers hebben aangehouden voor belediging.
Het onderzoek beoogt meer zicht te krijgen op de aanleiding, motieven en redenen voor verbaal geweld tussen politie en publiek op straat, en de manier waarop politiemensen met verbaal geweld omgaan. Het gaat om een kwalitatief onderzoek, dat de aard van bejegeningsproblemen nader in kaart wil brengen. Het richt zich op de interacties die niet routinematig verlopen en politieagenten regelmatig op de proef stellen.
In deze eerste aflevering wordt de 'publieke krachtmeting' tussen politiemensen en burgers nader toegelicht en uitgediept. Eerst zal ik ingaan op enkele motieven van burgers om weerstand te bieden en politiemensen te beledigen. Vervolgens worden twee weinig professionele manieren van aanspreken behandeld, namelijk 'spiegelen' en 'forceren'. Die manieren van aanspreken leiden er vaak toe dat bekeuringssituaties uit de hand lopen en dat een ingrijpend optreden niet kan uitblijven, zoals aanhouden en geboeid afvoeren. Hiertegen wordt veelvuldig geprotesteerd door burgers, die hierover klachten op schrift hebben gesteld ('klachtbrieven').
In een tweede aflevering worden deze bevindingen geplaatst tegen een maatschappelijke achtergrond waarin het uitoefenen en verwerven van gezag veel moeilijker is geworden. In dat deel wordt ook nader ingegaan op de vraag hoe de professionele omgang met burgers kan worden verbeterd.
Lastigvallen
Uit de studie van processen-verbaal belediging blijkt dat burgers moeite hebben het gezag van de politie te erkennen. Ten eerste blijkt dat ze staande houden of controleren opvatten als ongevraagde bemoeienis en 'lastig vallen'. Dat druist tegen het gevoel van eigenwaarde in of wordt gezien als een ongeoorloofde inbreuk op het privéleven. Ten tweede geloven ze dat met schelden een mening kenbaar wordt gemaakt; zij menen het recht te hebben te schelden en hun irritatie duidelijk te laten blijken. Ten derde: de verdachte personen beschouwen zich als 'gelijke' van politiemensen en keren zich tegen de rollen van boven- en onderschikking.
Ik geef enkele voorbeelden. Politiemensen wordt dikwijls kwalijk genomen dat zij burgers hinderen of 'lastigvallen'.
Een barkeeper nuttigt alcohol op de openbare weg, voor het café waar hij werkt. Hij wordt daarop door twee passerende politievrouwen aangesproken. De man zegt: 'Ik pik dit niet! Ik woon hier! Rotten jullie gewoon op!' De zaak escaleert en een van de vrouwen wordt uiteindelijk in het gezicht gespuugd. Tijdens het verhoor zei de aangehouden man: 'Ik probeerde in discussie te gaan met de agenten. Maar dat lukte mij niet. Het feit dat die agent naar mij toekwam, vond ik heel erg. Want ik vond dat ik niemand lastig viel. Ik flipte daardoor.'
Veel verdachten menen dat zij niet schelden maar 'gewoon' hun mening kenbaar maken, oftewel 'schelden doet geen pijn'.
Een verdachte zegt tijdens het verhoor: 'Die agent zei dat ik me er niet mee moest bemoeien. Ik zei dat ik hem een eikel vond. Hij zei toen dat ik was aangehouden voor belediging. Ik zei dat dat mijn mening was en dat ik dat gerust mocht vinden'. Een andere verdachte zegt, in bijna identieke bewoordingen: 'Ik heb gezegd dat ik die agent een klootzak vind. Dat is volgens mij gewoon mijn mening uiten en ik vind dat niet beledigend'.
Hoe kunnen we deze reacties nu interpreteren? De aangehouden personen menen dat zij het recht hebben te schelden en hun irritatie te laten blijken. Als je discussieert, hoort het er gewoon bij dat je elkaar verwensingen naar het hoofd slingert. Bovendien: ongevraagde bemoeienis of 'lastigvallen' door politiemensen wordt gezien als een ongeoorloofde inbreuk op het privéleven. De aangehouden personen lijken alleen naar zichzelf te kijken: het recht te handelen zoals ze zelf goed achten, kan en mag niet betwist worden. Ze lijken alleen waarde te hechten aan onbelemmerd handelen en spreken.
Privédomein is opgerekt
Nu blijkt ook uit de klachtbrieven dat veel 'gewone wetsgetrouwe' burgers zich vaak storen aan de manier waarop politiemensen burgers 'lastigvallen'. Velen verzetten zich tegen het feit dat de politie 'zomaar' vermaningen, reprimandes en bevelen kan geven. Ze stellen zich teweer, gaan in de tegenaanval, negeren de opmerkingen van de politieman of -vrouw of weigeren medewerking. Dergelijke reacties zijn wel begrijpelijk als burgers gezichtsverlies wensen tegen te gaan. Maar uit de klachtbrieven blijkt dat ook gedragingen en uitingen van politiemensen waaruit geen kleinerende intenties spreken, zoals het weerleggen van een argument, als bedreigend worden ervaren. Tegelijk blijkt dat ongedwongen vormen van communicatie zoals verzoeken of vragen om uitleg, anders dan bijvoorbeeld bevelen of beschuldigen, toch als opdringerig worden ervaren.
Ook veel gewone burgers neigen er dus toe om aanspreken in het publieke domein als hinderlijk of bemoeizuchtig te zien. Er lijkt een vanzelfsprekende neiging te zijn ontstaan om de interventie van politiemensen – en van andere professionals of medeburgers – te weerstaan. Dat is opmerkelijk en bizar. Het lijkt er op dat de private moraal, het domein waarin je niet lastig gevallen mag worden en waarin je jezelf niet hoeft te verantwoorden, flink is opgerekt. Dat bevestigt wat Gabriël van den Brink (2001) al eerder had gesignaleerd: burgers zijn in vele opzichten overgevoelig, schermen zich af, en reageren bot en agressief op situaties die zij als tegenwerking interpreteren.
Beter te begrijpen is dat burgers verontwaardigd zijn wanneer ze worden geverbaliseerd voor zeer lichte overtredingen, met name temidden van het publiek. Zij hebben dan niet de indruk dat zij een wetsovertreding hebben begaan (zie ook Engel 2003).2 Het verbaliseren voor kleine vergrijpen lijkt dan ook in zichzelf escalerend te werken, met name wanneer burgers zonder respect worden aangesproken. In de klachtbrieven zijn daarvan vele voorbeelden te vinden.3
Spiegelen en forceren
Dan nu de andere kant: het tekort aan professioneel handelen van politiemensen. Op basis van studie van de klachtbrieven konden vele vormen van onbehoorlijk gedrag worden gereconstrueerd. Twee onprofessionele bejegeningsvormen springen er uit: spiegelen en forceren. Forceren duidt op een dominante en weinig coöperatieve bejegening van de burger, en kan doorslaan in een starre en vijandige houding, waardoor de politieman of -vrouw niet benaderbaar of aanspreekbaar is. In het geval van spiegelen laten politiemensen zich meeslepen door de emoties van burgers. Ze nemen het onfatsoenlijke gedrag over en gaan met hen bekvechten. Voor veel politiemensen is het moeilijk irritatie voor zich te houden en 'boven' een zuigende of sarrende burger te staan. Beide attitudes zijn in veel opzichten elkaars tegendeel: spiegelen duidt op 'emotionele besmetting', forceren op een te grote afstandelijkheid.
Een voorbeeld van spiegelen. Een van de geïnterviewde agenten vertelde:
'Iemand spuugt voor je voeten. Wat doe je? Ik spuug terug. Want ik weet, als ik die vent meeneem naar het bureau, dan gebeurt er helemaal niks. Want die zegt, "bewijs maar dat die daar op mij was gericht". Ja ja. Dat is minachting. Allochtonen doen dat. Die lopen langs en spugen. Dan draai ik me om en spuug terug. Zegt ie: "Wat doe je?" En ik antwoord: "Nou, ik doe wat jij ook doet. We groeten elkaar kennelijk op deze manier".'
Een voorbeeld van forceren. Een motoragent trof een lege touringcarbus aan, half op de weg geparkeerd in hartje Amsterdam. Het verkeer achter de bus werd geblokkeerd. De politieman claxonneerde tweemaal, en omdat er niets gebeurde, klopte hij vervolgens op het raam naast de bestuurder om zijn aandacht te trekken. De politieman zegt in zijn rapport:
'Er werd iets geroepen in de trant van: "Waarom sla je zo hard op het raam. Wat moet je?" Ik heb toen direct gezegd: "Doorrijden, rijden met die bus!" Hierna stapte ik op de motor en ging aan de achterzijde staan om het verkeer even tegen te houden. Toen ik daar stond, zag ik dat de chauffeur niet wegreed maar in tegenstelling tot mijn aanwijzing passagiers aan het inladen was. Ik ging naar de chauffeur en beval hem onmiddellijk de bus weg te rijden. Een van de mannen die met de chauffeur aan het praten was viel mij in de rede en belemmerde mij in het werk. Ik vond dit bijzonder irritant. Ik hem heb gezegd: "Jij moet je bek houden, jij moet je er niet mee bemoeien." Inmiddels zag ik het verkeer helemaal vastlopen. Ik zei de chauffeur dat hij nog vijf tellen had om weg te rijden, daar ik hem anders zou aanhouden voor het niet opvolgen van mijn bevelen. Ik telde inderdaad af van vijf naar nul, maar de chauffeur weigerde weg te rijden. Ik heb de chauffeur aangehouden en laten overbrengen naar het politiebureau Prinsengracht.'
Samenhang
Forceren is, zoals gezegd, in zekere zin het tegendeel van spiegelen: er wordt op steriele en starre wijze aangegeven dat de politiebeambte 'boven' is en de burger 'beneden'. Er wordt snel toegewerkt naar afronding. Dat blijkt een van de belangrijkste oorzaken te zijn van irritatie en agressie bij burgers, omdat zij de indruk krijgen dat ze miskend worden.
Spiegelen daarentegen gaat vaak gepaard met het etaleren van straatwijsheid of met kinderachtig gedrag. Dat wil zeggen: alert en vinnig reageren op wat de ander zegt, hem aftroeven, overbluffen of terugpakken. Je 'wint' dan niet omdat je gezag uitstraalt maar omdat je jongemannen in hun eigen spel verslaat.
De forcerende houding lijkt voor een relatief kleine groep politiemensen een structureel probleem te zijn, dat moeilijk te doorbreken is. Daarentegen lijkt de spiegelende houding bij alle politiemensen (wel eens) voor te komen. Spiegelen kan ook makkelijker te boven worden gekomen omdat het een gevolg is van incidenteel controleverlies. Het is dan ook moeilijk uit de praktijk van politiewerk weg te denken. Zo erkennen alle geïnterviewde politiemensen dat zij tijdens bekeuringsituaties burgers wel eens langer laten wachten dan nodig is.
Uit de klachtbrieven en het interviewmateriaal blijkt dat er een grote samenhang bestaat tussen politiestijl en weerstand van burgers: politiemensen die probleemoplossende en coöperatieve benaderingen prefereren, stuiten op minder weerstand. Politiemensen die dwingend en forcerend optreden, stuiten op meer weerstand. Dat betekent dat niet productiviteit als zodanig (veel bonnen schrijven) tot weerstand en klachten van burgers leidt, maar eerder de manier waarop politiemensen met burgers omgaan (zie ook Terrill en McCluskey 2002). Politiemensen die op klachten worden 'getrakteerd', doen doorgaans weinig pogingen burgers te overtuigen en laten hen vaak gefrustreerd achter. Ook om die reden is het van belang dat politieagenten betere vaardigheden ontwikkelen, met name uitleg geven en geruststellen. Overigens zijn politiemensen erg gevoelig voor klachten; zij ervaren een klacht doorgaans als een gênant signaal dat hun competentie in twijfel wordt getrokken.
Lik op stuk
Het Streetwise-beleid – meer bekeuren, strikter handhaven – leidt er vermoedelijk niet toe dat politiemensen een sterker forcerende houding aannemen. Ook de geïnterviewde 'veelschrijvers' (die jaarlijks meer dan duizend bekeuringen uitschrijven) lijken netjes uitleg te geven aan de burger en hun beslissingen indien nodig te herzien. Anderzijds forceren ze wel in die zin dat ze niet schromen één en dezelfde burger te bekeuren voor alle waargenomen overtredingen. Hoe dat ook zij, sommige 'veelschrijvers' krijgen veel klachten, worden door hun chefs 'teruggefloten' en nadrukkelijk verzocht rustiger te werk te gaan. Andere veelschrijvers oogsten geen klachten of slechts een enkele klacht, en slagen er kennelijk in hun hoge productie met professioneel aanspreken te combineren.
Uit de interviews blijkt dat veel politiemensen – in geval van asociaal gedrag of verbaal geweld – ertoe neigen zonder pardon macht te doen gelden, ook in 'triviale' zaken. Veel Amsterdamse dienders stralen een 'lik op stuk'-mentaliteit uit, waaruit veel onbegrip voor het gedrag en de mentaliteit van burgers en speciaal jongeren, naar voren komt. Burgers vragen erom met harde hand te worden bejegend. De vraag is dan ook in hoeverre politiemensen – door te snauwen of de confrontatie op te zoeken – beledigingen over zichzelf afroepen. Velen laten zich verleiden tot een kat-en-muisspel met Marokkaanse jongens. En terwijl deze jongens het beschouwen als een spel en niet nadenken over de gevolgen, nemen politiemensen het uiterst serieus.
Een ander probleem heeft betrekking op aanhouding en gebruik van handboeien. Veel klagers keren zich in hun brieven tegen die praktijk. In de 77 zaken van onbehoorlijke bejegening die ik heb onderzocht, werden 28 personen aangehouden. De grote meerderheid van deze zaken ging gepaard met verbaal geweld, verzet en weerspannigheid. Het geboeid afvoeren naar het politiebureau wekt veel onvrede en verontrusting bij burgers, met name bij vrouwen. Het wordt ervaren als een degradatieceremonie. Een complicerende factor is dat erg snel om assistentie wordt gevraagd. Is die versterking eenmaal gearriveerd dan volgt in veel gevallen escalatie en is er geen weg meer terug. Ook personen die toevallig als passant langs zo'n 'opstootje' komen, worden zonder pardon hard bejegend.
Slot
Wederspannig gedrag brengt de politie meer dan eens in een lastig parket. De kunst is – en dat wordt in vele reacties van de Commissie voor politieklachten en de rapportage van klachtbemiddelaars verwoord – proportioneel te reageren en de zaak niet op de spits te drijven. Relevante vragen daarbij zijn: welke ruimte om verbaal af te reageren moet burgers worden gegund wanneer ze worden bekeurd of aangehouden? Moet je een bekeuring aanzeggen als je bij voorbaat weet dat je jezelf, je collega's en burgers in gevaar kunt brengen (bijvoorbeeld temidden van veel beschonken omstanders)? Onder welke omstandigheden kun je verwachten dat het boeien van een verdachte escalatie van geweld voorbrengt?
In de volgende aflevering wordt nader ingegaan op de vraag waarom het uitoefenen van gezag in de huidige samenleving zo moeilijk is geworden. In een democratische samenleving spreekt gezag niet meer vanzelf en moet het steeds opnieuw worden 'gewonnen'.
Hoe kan het professionele optreden van politiemensen in die lastige omstandigheden worden bevorderd?
Literatuur
Brink, Gabriël van den 2001, Geweld als uitdaging. De betekenis van agressief gedrag bij jongeren, Utrecht: NIZW.
Engel, Robin Shepard 2003, Explaining suspects' resistance and disrespect toward police, Journal of Criminal Justice, 31, 475-492.
Sherman, Lawrence W. 1993, Defiance, Deterrence and Irrelevance: A Study of the Criminal Sanction, Journal of Research in crime and Delinquency, 30, 445-473.
Stokkom, Bas van 2005, Beledigd in Amsterdam. Verbaal geweld tussen politie en publiek, Alphen a/d Rijn: Kluwer
Terrill, William, en John McCluskey 2002, Citizen complaints and problem officers. Examining officer behavior, Journal of Criminal Justice, 30, 143-155.
Vries, M.S. de, en C.D. van der Vijver 2002, Beelden van gezag bij de bevolking en bij de politie, Dordrecht: SMVP
1 Het aantal klachten van burgers in een periode van tien jaar ongeveer verdubbeld. Vooral het aantal bejegeningsklachten is sterk toegenomen.
2 Zo geeft 57 procent van de Nederlandse burgers aan geen begrip te hebben voor bekeuring van geringe snelheidsovertredingen (De Vries en Van der Vijver 2002).
3 De criminoloog Sherman (1993) wijst erop dat persoonlijke ervaring met oneerlijke behandeling de belangrijkste factor is om weerspannigheid te ontlokken. Burgers verzetten zich tegen sanctionering wanneer zij ten eerste weinig respectabel worden bejegend, ongeacht het feit dat de sanctie op zichzelf terecht is, en ten tweede wanneer de sanctie als willekeurig, excessief, onverdiend of anderszins onterecht wordt beoordeeld.

Reageer op dit artikel