'Vigilat ut quiescant' niet meer van deze tijd
Politie: iedereen heeft er een mening over. Zo vindt Peter R. de Vries dat er bij politie, justitie en rechterlijke macht nog veel te verbeteren is, een opvatting die (mede) bepalend is voor het imago van de justitiƫle keten. Kunnen we iets leren van zijn succesformule?
Veiligheid is al enkele jaren een maatschappelijk thema, zo niet het topthema. Ook Peter R. de Vries pikte eind vorig jaar nog een graantje mee in zijn poging naar politieke invloed. Hij beweerde dat er bij politie, justitie en rechterlijke macht nog veel te verbeteren is. Ongetwijfeld is dit juist. Tegelijkertijd is deze invalshoek als oplossing van het probleem veiligheid en als kwalificatie van het werk van politie, justitie en rechterlijke macht uiterst beperkt. Desalniettemin is het mede bepalend voor het imago van de justitiële keten.
Er valt hier voor de politie dan ook het nodige van te leren als het gaat om imagoverbetering. Kijk eens goed wat het succes van de formule van De Vries is. Selecteer uit het enorme criminaliteitsaanbod met een grote maatschappelijke impact enkele kansrijke zaken. Richt daarop je inspanningen, rechercheer hierop met onorthodoxe (of misschien juist wel met zeer orthodoxe) methoden en draag je succes uit. In de eenvoud van de oplossing zit een kans het imago van politie en justitie te verbeteren. Samenvattend:
N beperk je in je programmadoelstelling (voor de politie is dit de kerntakendiscussie);
N focus in de beeldvorming op kansrijke zaken;
N goede communicatie hierover is de basis voor meer vertrouwen en imagoverbetering.
Vanzelfsprekend is dit een eenzijdig beeld van de mogelijkheden om het vertrouwen in politie en justitie te doen toenemen, maar het biedt veel aanknopingspunten.
Geen één-op-één-relatie
Zijn personen als De Vries en Heinsbroek maatgevend voor het imago van de politie? Het interessante van politiewerk is dat iedereen meent er verstand van te hebben. Dit, terwijl er boeken zijn volgeschreven over al of niet succesvolle methoden ter bestrijding van onveiligheid in het algemeen en criminaliteit en overlast in het bijzonder. In beschouwingen en jaaroverzichten werd telkens weer een bijna één-op-één-relatie gelegd tussen toe- of afname van het gevoel van onveiligheid en politieprestaties. Terwijl uit uitgebreide studies duidelijk blijkt dat de relatie tussen toe- of afname van criminaliteit en overlast (zeker politietaken) en onveiligheidsgevoel veel minder rechtlijnig is dan verondersteld. De aanpak van criminaliteit en overlast kent al veel beïnvloedingsfactoren en -actoren.
De aanbevelingen van de commissie-Roethof vormen mijns inziens nog steeds de beste basis voor een breed gedragen aanpak van criminaliteit en overlast. Pas sinds enkele jaren leiden deze aanbevelingen tot integrale veiligheidsplannen. Ook het rapport Criminaliteit laat zich tegenhouden van de commissie-Van Riessen biedt in dit opzicht perspectief.
Plannen zijn er genoeg. Er zijn veel voorbeelden van rapporten die in de driehoek of door het lokaal bestuur zijn vastgesteld. Maar dat is niet afdoende. Er is vooral behoefte aan integrale aanpak van onveiligheid op concreet niveau; op straat- en buurtniveau, op het niveau van uitvoering. Op dat niveau is resultaat ook meetbaar, controleerbaar en toerekenbaar.
Een goed voorbeeld uit mijn eigen werkgebied is de aanpak van criminaliteit en overlast in Hoog Catharijne, waarbij gemeente, politie, justitie, Hoog Catharijne, de Jaarbeurs en een zorgverzekeraar zowel preventief als repressief tot concrete samenwerking kwamen en goede resultaten boekten. Zelfs het verplaatsingseffect van criminaliteit naar de direct aanliggende woonwijken was beperkt. Typisch Nederlands is het dat de publieke discussie over deze aanpak vooral over het laatste aspect ging vanuit de stelling 'als je op microniveau een oplossing voor een probleem hebt dan is op macroniveau wel weer duidelijk te maken dat er mogelijk een ander probleem voor terugkomt.' Dit, terwijl iedereen weet dat hoe meer we problemen veralgemeniseren, hoe verder de oplossing weg komt te liggen. Kiezen is beter dan niets doen.
Verwachtingenmanagement
Als de politie haar imago wil verbeteren, zal duidelijk moeten zijn wat er van haar mag worden verwacht. Door de beperkte overheidsfinanciën en (dus) beperkte politiecapaciteit, hebben de afgelopen drie jaren in het teken gestaan van de discussie over de omvang van en prioritering binnen de kerntaken van de politie, te weten boeven vangen, nachtwaken en normstelling.
Deze discussie werd en wordt bemoeilijkt door de verwachting die de politie zelf bij burgers heeft gewekt, door te zeggen: 'gaat u rustig slapen, de politie waakt voor u'. Gevoegd bij het beeld dat de politie bij uitstek 24 uur per dag het vuilnisputje was voor zeer veel maatschappelijke problemen, leverde dit een verwachtingspatroon op dat ze nooit kon waarmaken. Het leidde de afgelopen jaren vooral tot een discussie over wat de samenleving niet meer van de politie mag verwachten. Hoogste tijd om al diegenen die juist wel voor hun (eigen) veiligheid willen opkomen, te melden wat de politie ze dan te bieden heeft. 'Vigilat ut quiescant' geldt niet meer. Het is zelfs naïef om te veronderstellen dat mensen die nadenken, niet voor hun eigen veiligheid zorgen. Wat men echter van de politie verwacht, is dat burgers voldoende informatie krijgen over criminaliteit en criminelen die hun buurt onveilig maken, zodat ze beter in staat zijn hun veiligheid te waarborgen. Wanneer er sprake is van een misdrijf of een verdachte situatie moeten burgers er wel van op aan kunnen dat de politie snel ter plaatse is. Met name dit laatste aspect speelt momenteel een grote rol bij het imagoverlies van de politie.
Wat heeft de politie te bieden?
Om de zelfredzame burger goed te kunnen ondersteunen, heeft de politie heel wat te bieden. Maar we hebben de komende jaren ook heel wat waar te maken. Daarbij zijn de volgende succesfactoren van belang:
N beschikbaarheid: van elk misdrijf wordt een aangifte opgenomen en als dit tot serieuze kansrijke opsporing kan leiden, vindt een onderzoek plaats delict plaats. Elke melding van een verdachte situatie gerelateerd aan een misdrijf wordt als prioriteit 1 aangemerkt;
N bereikbaarheid: de aangiftemogelijkheden worden verruimd en versneld;
N informatieverstrekking: burgers die het aangaat, worden geïnformeerd over criminaliteit en criminelen in hun buurt of wijk. Ieder slachtoffer van een misdrijf krijgt bericht over de voortgang van het opsporingsonderzoek van de politie;
N toezicht: 'blauw' toezicht concentreert zich op probleemgebieden;
N normstelling: de nadruk ligt op staandehoudingen bij overtredingen met het kenmerk 'brutaal, hufterig, verkeersonveilig';
N aanpak calamiteiten en kapitale delicten: bij delicten met een grote maatschappelijke impact, zoals moord, verkrachting en bij rampen, rellen en gijzelingen mag men van de politie een zeer professionele aanpak verwachten.
N veelplegers: aangifte moet leiden tot opsporing en Nederland moet onveilig worden voor veelplegers en zware criminelen. Informatieverstrekking, signalering, toezicht en controle, beperkingen van burgerrechten, moeten worden uitgewerkt.
De komende twee jaar zal de politie de handen vol hebben aan het verwezenlijken van deze doelstellingen, die uiteindelijk moeten leiden tot
verhoging van de pakkans, minder criminaliteit in urgentiegebieden en betere dienstverlening.
Maatschappelijke betrokkenheid
Maar is dit ook voldoende om de criminaliteit verder fors en structureel te doen afnemen? Nee. Daarvoor moet onveiligheidbestrijding eenzelfde maatschappelijke impact en betrokkenheid krijgen als milieu.
Zal het imago van de politie hierdoor verbeteren? Ja. Maar beperkt. Niet alleen de prestaties en de kwaliteit van werken beïnvloeden het imago van de politie, er zijn nog andere factoren die hierbij een rol spelen.
Het helpt wanneer er successen zijn te melden als een grotere pakkans, terugdringen van de criminaliteit en verbetering van de dienstverlening. Hiervoor geldt de oude wijsheid 'be good and tell it'. Maar communicatie met andere sleutelpersonen, betere informatie-uitwisseling en samenwerking met wetenschap, politiek, media en burgergroeperingen zijn minstens zo belangrijk. Ik kan me soms enorm ergeren aan de kortzichtigheid of het gebrek aan kennis van personen die over de politie schrijven of anderszins hun opvattingen over dit onderwerp ventileren. Tegelijkertijd besef ik dat we er blijkbaar onvoldoende in slagen te vertellen wat we doen of hoe we het doen.
Een goed voorbeeld is de discussie over de interpretatie van prestatiecijfers in de NRC van 3 januari jl. Een econoom van het CPB relativeerde de waarde van al dat 'politiesucces' en wees erop dat het toch vooral gaat om het verhaal achter de cijfers. Wij moesten een voorbeeld nemen aan Engeland en Australië, terwijl onze korpsen al jaren exact dezelfde ontwikkelingen doormaken. Maar blijkbaar is dit niet bekend(gemaakt)!
Justitie
Een bijzonder dilemma bij de imagoverbetering en/of het creëren van vertrouwen in het politiewerk is het verschil tussen het belang van het OM en dat van de politie. Het OM zal in verband met het mogelijk verstoren van de vervolging te allen tijde terughoudend zijn in haar informatieverstrekking, terwijl de politie juist behoefte heeft aan actuele berichtgeving over successen, om het vertrouwen van burgers te vergroten en/of maatschappelijke onrust te voorkomen.
De politie lift hier te vaak negatief mee op het beeld dat er niet actief informatie is verstrekt over opsporingszaken en methodieken. Hierdoor ontstaat het beeld, soms gepusht door advocaten, van een 'sneaky' politie, die er belang bij heeft om opsporingsmethodieken geheim te houden. Ook hier zou openheid in een zo vroeg mogelijk stadium het vertrekpunt van discussie moeten zijn.
De wereld zou een stuk oninteressanter zijn als er niets was om je druk om te maken. Politiek, politie, voetbal zijn in een land als het onze onderwerpen die velen (bij gebrek aan nog ernstiger zaken) bezighouden en waarover iedereen een mening heeft. Juist dat maakt politiewerk zo interessant, Als het daarnaast ook nog je vak is, kijk je via een vergrootglas naar al die zinnige en onzinnige opmerkingen en tegenstellingen. Eerst ontstaat er een hype over het feit dat de Duitse 'cijfers' op het gebied van criminaliteit veel beter zouden zijn dan de Nederlandse. De Nederlandse politie verdedigt zich door erop te wijzen dat het toch vooral om de kwaliteit van probleemoplossing gaat. Vervolgens presenteren Nederlandse korpsen vol trots betere cijfers en ontstaat er een discussie over de betrekkelijkheid van cijfers. Wat een mooi land. Wat een mooi vak. Never a dull moment.
Abstract
The police has a thing or two to learn when it comes to improving its image.
The funny thing about police work is that everyone thinks they are a bit of an expert on it. At the same time, there are shelves of books about more and less successful methods of combating danger in general and crime and nuisance in particular.
What is really needed is an integrated approach to the lack of safety at a concrete level; at the street and neighbourhood level, at the implementation level. Here, results can be measured, monitored and attributed.
If the police wants to improve its image, there will have to be some clarity about what can be expected of it.
Due to the limited state funds and (thus) limited police capacity, the past three years have been dominated by the discussion on the scale of and prioritisation within the key tasks of the police, namely catching villains, night-watching and setting standards.
The police has a lot to offer when it comes to providing the self-reliant citizen with adequate support. But we also have a lot to prove in the coming years. The police will have its hands full achieving the objectives, the ultimate purpose of which is to increase the chance of catching criminals, reduce crime in priority areas and produce a better service.
A particular dilemma in improving the image and/or creating confidence in police work is the difference between the interests of the CPS and those of the police. The CPS will always be reticent when it comes to providing information, as it could interfere with the case, while the police urgently needs up-to-date coverage of its successes to increase public confidence and/or prevent social unease.
Politics, the police and football are, in a country like ours, subjects which interest us (for want of anything more serious to concern us) and about which everyone has an opinion. It is that which makes police work so interesting.

Reageer op dit artikel