Voorkom mismatch tussen intelligence-proces en ‘criminele werkelijkheid’

03 oktober 2011 18:12 uur0 Waardering:

De laatste jaren lijkt het zogenaamde intelligence-gestuurde politiewerk steeds meer vorm te krijgen. Op diverse niveaus doen processen hun intrede die meer richting moeten geven aan het politiewerk. Op Europees niveau toont Europols Organised Crime Threat Assessment (OCTA) ons de belangrijkste dreigingen, op nationaal niveau doet het Nationaal Dreigingsbeeld (NDB) dat, en voor bepaalde delictsoorten zijn Criminaliteitsbeeldanalyses (CBA’s) daarin leidend. Daarnaast worden er als onderdeel van het Nationaal Intelligence Model (NIM) op verschillende niveaus intelligence-agenda’s vastgesteld waarin allerlei thema’s zijn geprioriteerd en die de werkzaamheden van informatieorganisaties bepalen. Informatie-inwinplannen en CSV-beschrijvingen leveren hiervoor onder meer de input. Vanuit de opsporings- en analysepraktijk zijn echter fundamentele kanttekeningen te plaatsen bij de huidige inrichting van dit intelligence-proces waarin het concept Crimineel Samenwerkingsverband (CSV) leidend is.

Deze knelpunten willen wij in dit artikel behandelen, en onder andere illustreren aan de hand van de wijze waarop CSV-beschrijvingen tot stand komen.
 

Het NIM is bij de politie het vastgestelde kader waarbinnen de politie stuurt op informatie en waarin de politie stuurt met informatie. Het NIM is vanaf 2007 tot nu door de korpsen uitgedacht, ingericht en uitgevoerd in de politiepraktijk (bron: NIM Kerndocument 2.0, januari 2011).
2 Campana, P., Varese, F. (2011), Listening to the wire:criteria an techniques for the quantitative analysis of Phone intercepts. Springer Science+Business Media, LCC 2011. Een methode als de SNA kent ook haar beperkingen: het is zeer afhankelijk van de beschikbare informatie die vanuit toegepaste BOB-middelen is verkregen. Als bijvoorbeeld bekend is dat een subject 15 GSM’s gebruikt, en een rechter-commissaris geeft alleen toestemming om drie daarvan te onderscheppen, dan is duidelijk dat veel context onbekend blijft. Om die reden is een kwalitatieve interpretatie van de gegevens essentieel.
3Zie bijvoorbeeld: Malm, A., Bichler, G., Nash, R. (2011) Co-offending between criminal enterprise groups. Global Crime Vol 12, No 2, May 2011, 112-128. Alach, Z.J. (2011) An incipient Taxonomy of organized crime. Trends in organized crime. Springer Science + Business Media, jan 2011. Gottschalk, P (2009) Value configurations in organized crime. Policing and Society Vol 19, No 1, March 2009, 47-57. Morselli, C. (2009) Inside criminal networks. Springer, New York. Robins, G. (2008). Understanding individual behaviors within covert networks: the interplay of individual qualities, psychological predisopitions, Springer Science + Business Media, nov 2008. Kleemans, E.R., De Poot, C. J. (2008) Criminal Careers in organized crime and social opportunity structure. European Journal of Criminology 5:69 2008. Coles, N. (2001) It’s not what you know- It’s who you know that counts. Analysing serious crime groups as social networks. Br J Criminol 41 (4): 580-594. Klerks P (2001) The network Paradigm applied to criminal organisations: theoretical nitpicking or a relevant doctrine for investigations? Recent developments in the Netherlands. Connections 24 (30): 53-65.
4 Zie: Thomas H. Davenport en Laurence Prusak, Working Knowledge: How Organizations Manage What They Know, Boston, Massachusetts: Harvard Business School Press, 1998; Ikujiro Nonaka, “The Knowledge-creating Company.” In: Harvard Business Review on Knowledge Management, Boston: Harvard Business School Press, 1998, p. , 21-45; Kimiz Dalkir, Knowledge Management in Theory and Practice, Oxford: Elsevier Butterworth-Heineman, 2005.

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel