We zijn er bijna… : Politiekundige masters aan de slag
Binnenkort studeren de eerste politiekundige masters (niveau 6) van het nieuwe politieonderwijs af. Inmiddels zijn de werkstudenten niveau 3 en 4 haast niet meer weg te denken uit de organisatie. Ook niveau 6-studenten zijn al bijna vier jaar in diverse politiekorpsen aan het werk. Toch blijkt dat hierover in de praktijk nog weinig bekend is. Wie zijn ze, wat doen ze en wat heb je eraan? Dit artikel dient als een introductie van de politiekundige master. Het is gebaseerd op mijn persoonlijke ervaringen als niveau 6 student.
Eerst maar even een misverstand uit de weg helpen: de opleiding tot politiekundige master is geen managementopleiding. De oude NPA-opleiding was dat wel, deze leverde na vier jaar (toekomstig) leidinggevenden af voor de politieorganisatie. In de nieuwe opzet is daarvan geen sprake. Managementvaardigheden maken geen deel uit van het curriculum. Dit leidt in de praktijk regelmatig tot verwarring; het lijkt erop dat veel korpsen nog zoekende zijn naar een plekje voor deze nieuwe functie binnen de organisatie. Ook voor studenten was het aanvankelijk erg wennen, want velen solliciteerden nog met de oude studie in gedachten. Bovendien selecteren sommige korpsen nog nadrukkelijk op leidinggevende capaciteiten.
Universitair niveau
Eind jaren negentig vond een fundamentele herbezinning plaats op de toekomst van het politieonderwijs. Onder de noemer PO2002 werd een ambitieus project in de steigers gezet. Dat leidde begin 2002 tot de start van vernieuwde opleidingen, waaronder de politiekundige master. Het doel van deze opleiding was beter te kunnen inspelen op de toenemende complexiteit van het politiewerk. De opleiding levert studenten af met een visie op universitair niveau. De politiekundig master is in staat om strategische analyses uit te voeren en onderzoek te doen naar maatschappelijke ontwikkelingen. Aan de hand hiervan stelt hij beleid op voor de politie en voor de samenwerking met netwerkpartners. Ook kan hij valide evaluaties uitvoeren en omzetten in adviezen voor verbetering. De politiekundig master is in staat een bijdrage te leveren aan de wetenschappelijke ontwikkeling van het vakgebied. Aldus enkele kreten uit de studiewijzer van de opleiding.
U vraag zich wellicht af wat de waarde is van het nieuwe diploma. Is de niveau 6-opleiding op universitair niveau pretentieus of worden studenten die de opleiding halen daadwerkelijk beloond met een wetenschappelijke titel? De vooruitzichten zijn op dit moment heel gunstig. Omdat de Politieacademie zelf niet de mogelijkheid heeft om titels uit te geven, is zij een samenwerkingsverband aangegaan met een Britse universiteit, de Canterbury Christ Church University. Inmiddels is een ingewikkelde procedure gaande die moet leiden tot de accreditatie van de studie. Concreet betekent dit dat, wanneer deze procedure is afgerond, afgestudeerde studenten een mastertitel zullen ontvangen van de universiteit van Canterbury. Een Master of Science (MSc) in Policing, om precies te zijn. Goed nieuws dus voor de studenten. Een extra ongemak is wel dat zij moeten afstuderen in de Engelse taal. Behalve de wenselijke accreditatie, sluit de samenwerking met Canterbury aan bij de toenemende internationalisering van de politieorganisatie, een trend die ook is doorgedrongen tot het politieonderwijs.
Duaal leersysteem
Net als de andere opleidingen binnen het PO2002 bestaat de opleiding voor niveau 6 uit een duaal leersysteem. Gedurende vier jaar worden telkens drie maanden onderwijs afgewisseld met drie maanden toegepast leren in de praktijk. Toetsing gebeurt aan de hand van de inmiddels bekende proeven van bekwaamheid. In het eerste studiejaar zijn daar nog enkele praktische proeven bij, zoals het optreden op een plaats delict of het uitvoeren van een complexe verkeerscontrole. Maar het overgrote deel van de proeven heeft een strategische inslag, waarbij wetenschappelijk onderzoek een belangrijke plaats inneemt. Voorbeelden van deze proeven zijn het schrijven van een visienota, het doen van een internationaal vergelijkend onderzoek en het adviseren bij de strategische aanpak van rampen en calamiteiten. Het laatste jaar van de studie, de masterfase, heeft veel weg van een reguliere wetenschappelijke studie. De student is dan bezig met het schrijven van zijn eindscriptie en diverse essays.
Naast het onderwijs en de proeven van bekwaamheid is tijdens de opleidingsperiode ruimte over, die de student vrij kan invullen. Dit doet hij in overleg met zijn korps. Veel studenten maken van de gelegenheid gebruik om operationele ervaring op te doen. Zij zijn tenslotte executieve politiemensen, met alles wat daarbij komt kijken. Het komt ook regelmatig voor dat studenten al op een hoger niveau in de organisatie actief zijn, bijvoorbeeld met een project, in een managementteam of door onderzoek te doen naar een bepaalde problematiek. Ik beschouw deze vrijheid als een groot voordeel van de opleiding, want hiermee hebben studenten veel betrokkenheid bij en invloed op hun eigen ontwikkelingsproces. Deze vrijheid vraagt om een assertieve en proactieve rol van de student. Een nadeel is dat niveau 6-studenten zich door hun uitzonderingspositie verloren kunnen voelen in de organisatie of niet voldoende toekomen aan het benutten van hun mogelijkheden. Ik denk daarom dat het heel belangrijk is dat hun begeleiders hier alert op zijn en nauw worden betrokken bij het uitstippelen van dit traject. Maar laat het vooral een persoonlijk traject zijn en geen pad dat er voor iedereen hetzelfde uitziet. Te veel uniformiteit betekent beslist vernietiging van motivatie en capaciteiten.
Meerwaarde
De proeven van bekwaamheid zijn zo ontworpen dat de student een examenopdracht – vaak een onderzoek – combineert met een klus in het korps. Helaas lukt het vaak nog niet voldoende om de meerwaarde hiervan voor de organisatie waar te maken. Het blijkt niet altijd eenvoudig om deze belangen te verenigen en vaak heeft het korps dan vooral een faciliterende rol. Dat is jammer, want zo plukt de organisatie niet de vruchten van de inspanningen van de student. Deze voelt zich op zijn beurt minder serieus genomen. Dit probleem heeft volgens mij twee oorzaken. Ten eerste sluit het ontwerp van de proeven niet altijd goed aan bij de werkelijkheid en de behoeften van de organisatie. De proeven zouden daarom inhoudelijk beter op de praktijk moeten worden afgestemd. Een andere oplossing is om meer flexibiliteit toe te laten bij de uitvoering van de proeven, mits de student daarmee de beoogde competenties kan verwerven. Ten tweede bedienen de korpsen zich nog onvoldoende van de mogelijkheden die hun niveau 6-studenten opleveren. Het zou goed zijn als zij actiever gingen nadenken over onderzoeksbehoeften binnen hun organisatie en de mogelijkheden om deze te combineren met een proeve. Ik heb menig proeve van bekwaamheid 'voor spek en bonen' gedaan en dat gaf weinig voldoening, integendeel. Mijn proeven die wel in een behoefte voorzagen, vond ik daarentegen erg boeiend. En dan snijdt het mes aan twee kanten, zoals het ook bedoeld is. Gelukkig zie ik om mij heen dat dit steeds beter gaat, maar helaas nog lang niet altijd en overal. Daarom hierbij mijn oproep om beter gebruik te maken van de studenten niveau 6. Wij hebben veel meer in huis.
Maatwerk
En nu is het bijna zover: de komende maanden druppelen de eerste politiekundig masters de organisatie binnen, vooral bij de randstedelijke korpsen. Hoe zal het hen vergaan? Hoe zal het mij vergaan? Vooralsnog lijkt het erop dat de korpsen bij de instroom weinig onderscheid maken tussen de nieuwe masters en de studenten die de oude NPA-opleiding hebben gedaan. Iedereen start met een meerjarig inwerk- en ontwikkelingstraject waarin ook leidinggeven aan bod komt. Traditioneel betekent dit een start op operationeel niveau, om bij goed functioneren door te stromen naar tactisch en uiteindelijk strategisch niveau. Of om het pad te kiezen van een specialisatie of beleidsmatige functie. Mijn eerdere pleidooi voor maatwerk wil ik hierbij nog eens aanhalen. De politie maakt een keuze voor diversiteit binnen de organisatie en dit blijkt ook uit de veelzijdige achtergronden van de niveau 6-studenten. Om deze diversiteit tot zijn recht te laten komen, moet de organisatie het ook aandurven om diversiteit te faciliteren. Dat vraagt om individuele loopbaantrajecten met oog voor verscheidenheid in leeftijd, studie, werkervaring, ambities en talent. Ik ben van mening dat een functie op operationeel niveau om andere kwaliteiten vraagt dan een functie op tactisch of strategisch niveau. Het traditionele doorstromingsmodel botst met deze visie. Hiervan afwijken vraagt om lef. Leiderschap met lef.
Misschien is dit wel een mooi moment daarvoor, want ik denk dat wij met deze nieuwe studie een nieuwe fase zijn ingegaan. Wij zijn een fase ingegaan waarin de Politieacademie wetenschappelijke studenten aflevert. Dat is geen overbodige luxe in een tijdperk waarin de maatschappij ons in toenemende mate voor complexe vraagstukken stelt, waarin burgers mondiger zijn geworden en de overheid steeds vaker ter verantwoording wordt geroepen. Een tijdperk waarin de organisaties waarmee wij samenwerken steeds verder professionaliseren en waarin wij om de tafel zitten met veelal academisch geschoolde personen. Ik denk dat de opleiding op diverse punten verder verbeterd kan worden, maar gelukkig gebeurt dit ook regelmatig. Daarom geloof ik beslist dat de opleiding potentie heeft. Voorwaarde is dat wij haar de kans geven om zich door te ontwikkelen en dat wij de politiekundige master een plek geven in de organisatie. Ik sta te popelen om in ieder geval in eigen persoon het antwoord te geven op mijn eerste vraag: wat heb je aan politiekundig masters? Wat mij betreft veel.
Uw reactie is zeer welkom op paula.grassart@webmail.politieacademie.nl

Groeten Kim