Witwassen: dienstverlener lastig aan te pakken

Het witwassen van geld is een schimmige wereld, waar moeilijk vat op is te krijgen. Een groot deel van de vele miljoenen die met de georganiseerde criminaliteit wordt verdiend, verdwijnt in de bovenwereld. Dit is mogelijk door een combinatie van het gebruik van (buitenlandse) rechtspersonen, onvoldoende gespecialiseerd toezicht op de vastgoedmarkt, en een relatief lage prioriteit en gebrek aan expertise bij de opsporingsdiensten.

Criminele winsten worden primair gebruikt voor − vaak buitensporige − consumptie en voor het doen van investeringen in het criminele bedrijf. Bij dat laatste kan worden gedacht aan opslagloodsen, vrachtauto’s en bedrijven die kunnen worden gebruikt als witwasmachine omdat daar relatief veel contant geld omgaat. Financiële dienstverleners komen in beeld wanneer crimineel geld wit moet worden gewassen. In het kader van het Nationaal Dreigingsbeeld 2008 (NDB 2008) is onderzoek gedaan naar witwassen, en meer specifiek naar crimineel investeren in onroerend goed en het crimineel gebruik van financiële dienstverleners.

 

Voor het maskeren van de herkomst van crimineel verkregen geld en het verhullen van het daadwerkelijke eigendom worden meestal juridische constructies gebruikt die op zichzelf legaal zijn, maar voor criminele doeleinden worden aangewend. Daarbij kan worden gedacht aan ingewikkelde samenstellingen van buitenlandse rechtspersonen. De meeste criminelen hebben onvoldoende kennis en (juridische) mogelijkheden om dergelijke constructies te bedenken en uit te voeren, en daarom maken zij graag gebruik van dienstverleners. Wanneer ze bijvoorbeeld onroerend goed rechtsgeldig willen overdragen is de tussenkomst van een notaris noodzakelijk. Daarnaast kan inschakeling van dienstverleners voorkomen dat criminelen de aandacht op zichzelf vestigen. Vrije beroepsbeoefenaren en financiële dienstverleners zijn daardoor onmisbaar bij het invlechten van witgewassen geld in de samenleving. Zij vormen zodoende een schakel tussen onderwereld en bovenwereld. Onder dienstverleners rekenen wij personen die niet behoren tot de kernleden van een crimineel samenwerkingsverband.

Over de omvang van het aantal dienstverleners dat betrokken is bij het wegzetten van crimineel geld is weinig bekend. Schattingen blijven meestal beperkt tot een gering aantal per beroepsgroep, waarbij opvalt dat vaak dezelfde namen bij verschillende criminele samenwerkingsverbanden opduiken. Een probleem bij het schatten van de omvang is dat de mate van verwijtbaarheid moeilijk is vast te stellen: was de persoon in kwestie onwetend, niet zorgvuldig genoeg om misbruik te voorkomen of is bewust medewerking verleend?

Deze twee kanttekeningen, het waarschijnlijk geringe aantal en het moeilijk kunnen vaststellen van de vorm van betrokkenheid van ‘foute’ dienstverleners, nemen niet weg dat een hele beroepsgroep publieke schade kan leiden wanneer strafbare handelingen van enkele vertegenwoordigers boven water komen. Om het onderzoek naar financiële dienstverleners beter te kunnen richten, is binnen het kader van het NDB 2008 gezocht naar een typologie van dienstverleners. Het idee hierachter is dat het aanvullende waarde kan hebben voor de opsporing, opdat opsporingsactiviteiten beter kunnen worden afgestemd op het type dienstverlener. Dienstverleners opereren in de periferie van een criminele organisatie. Ze werken vaak voor verschillende samenwerkingsverbanden en zijn door hun specialistische kennis moeilijk vervangbaar. Criminele samenwerkingsverbanden zijn vaak omringd door een aantal dienstverleners, die ieder een eigen specialistische taak hebben. Door het ontmantelen van een dergelijke cruciale schakel kunnen meerdere samenwerkingsverbanden in de problemen worden gebracht.
Wat is al bekend over deze materie?
In het rapport ‘Beroepsgroepen en fraude’ van de onderzoeksgroep Fijnaut van de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden is in 1996 al ingegaan op de faciliterende rol van enkele groepen vrije beroepsbeoefenaars (advocaten, notarissen, accountants) bij georganiseerde criminaliteit. Leden van deze beroepsgroepen zijn altijd, onvermijdelijk betrokken bij georganiseerde criminaliteit.

De Financial Action Task Force (FATF), welke zich richt op de internationale bestrijding van witwassen, beweert al jarenlang dat als gevolg van anti-witwasmaatregelen een verplaatsingseffect optreedt. Zij stellen dat criminelen, door de strengere controle van de overheid en financiële instellingen op het transactieverkeer, veelvuldig een beroep zouden doen op financiële en juridische experts. Daarmee onttrekken ze hun criminele opbrengsten aan het zicht van de autoriteiten en kunnen zij deze (her)investeren in de reguliere economie. Omdat een feitelijke onderbouwing van deze beweringen ontbrak, publiceerden Lankhorst en Nelen in 2004 de resultaten van een onderzoek naar professionele dienstverlening en georganiseerde criminaliteit. Dit was een eerste poging in Nederland om de betrokkenheid van dienstverleners te kwantificeren. Zij constateerden dat slechts een beperkt aantal advocaten en notarissen verwijtbaar betrokken is bij de criminaliteit, en jaarlijks een nog geringer aantal strafrechtelijk wordt vervolgd.


Overigens zijn allerlei dienstverleners, zoals advocaten en notarissen, sinds 2003 wettelijk verplicht om ongebruikelijke (voorgenomen) financiële transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU) van het Korps landelijke politiediensten (KLPD).

In datzelfde jaar 2004 wordt in het eerste Nationaal Dreigingsbeeld geconstateerd dat criminele samenwerkingsverbanden gebruikmaken van financiële dienstverleners, onbekend is op welke schaal. Dát het gebeurt, is uit de opsporingspraktijk gebleken: hun rol wordt onderkend, naast de constatering dat ze internationaal werken, maar ze vormen een blinde vlek voor de opsporing.

In de Vervolgstudie van het NDB (2006) wordt geconcludeerd dat vrije beroepsbeoefenaren door hun functie risico lopen crimineel misbruikt te worden. Het aantal strafrechtelijke vervolgingen is echter gering, en de mate van corruptie onduidelijk. Deze conclusies sluiten aan bij de resultaten van het NDB 2008, die onlangs bekend zijn geworden.

Ook in drie achtereenvolgende Monitoren Georganiseerde Criminaliteit van het Wetenschappelijk onderzoeks- en documentatiecentrum (WODC) is aandacht besteed aan het gebruik van dienstverleners. In de eerste Monitor (1998) onderscheiden de auteurs dienstverleners die twee soorten functies kunnen vervullen: ten eerste kunnen ze ingeschakeld worden voor specifieke werkzaamheden die het samenwerkingsverband niet zelf wil uitvoeren. Ten tweede kunnen ze specialistische hulp en steun verlenen bij het plegen van misdrijven en voor het wegsluizen van door misdrijf verkregen opbrengsten.

In de tweede Monitor (2002) wordt de rol van dienstverleners uitvoerig beschreven, maar het type dienstverlener waarvan criminelen gebruikmaken blijft buiten beeld. Dienstverleners worden gezien als belangrijke knooppunten binnen het criminele netwerk. Ze nemen een veel centralere rol in dan anderen omdat velen, en vooral verschillende samenwerkingsverbanden, afhankelijk zijn van hun hulpbronnen.

In de derde Monitor (2007) wordt nog eens benadrukt dat door het ontmantelen van de werkzaamheden van een dienstverlener een cruciale en nauwelijks te vervangen functie wegvalt, waardoor verschillende criminele samenwerkingsverbanden (tijdelijk) lamgelegd kunnen worden.

Alle genoemde onderzoeken bevestigen de geringe bekendheid met de omvang en met de verschillende soorten dienstverleners die gebruikt worden bij het witwassen en vermengen van crimineel geld in de legale wereld. Ze bevestigen ook dat de dienstverlener een centrale rol kan hebben bij verschillende criminele samenwerkingsverbanden.


Een typologie van dienstverleners
Door het onderzoek voor het NDB 2008 is meer helderheid verkregen over de verschillende typen dienstverleners. Om tot dit inzicht te komen is gebruikgemaakt van literatuuronderzoek, data-analyse en interviews. Voor de data-analyse zijn drie bronnen gebruikt: ten eerste zijn de data van de landelijke inventarisatie van criminele samenwerkingsverbanden geanalyseerd. Deze gegevens, die afkomstig zijn van de regionale politiekorpsen, worden jaarlijks door de Dienst IPOL van het KLPD verzameld. Ten tweede is de verzameling verdachte transacties gebruikt die de FIU heeft aangelegd. Ten derde is een aantal afgesloten opsporingsonderzoeken van verschillende politiekorpsen geanalyseerd. Tot slot zijn allerlei deskundigen uit het veld geïnterviewd, onder andere van de politieregio’s, het Openbaar Ministerie en universiteiten.

In de typologie die is ontwikkeld worden verschillende rollen onderscheiden welke de dienstverleners kunnen spelen ten behoeve van criminele samenwerkingsverbanden. Daarbij is voorbijgegaan aan kleine, vaak los-vast ingeschakelde loopjongens, katvangers of personen die af en toe op commissiebasis geld wisselen (‘smurfen’). We onderscheiden vijf verschillende typen: de ‘boekhouder’, de ‘constructeur’, de advocaat, de notaris en de ‘bankier’. Nadrukkelijk moet worden gesteld dat de typologie betrekking heeft op rollen en niet op functies, al vallen bij advocaten en notarissen de rol en de functie vaak samen. Ook zijn dubbele rollen mogelijk, zoals hierna wordt beschreven.

Boekhouders
‘Boekhouders’ verlenen eenvoudige financieel-administratieve diensten. Soms doen zij dat door een boekhouding te voeren, maar soms gaat de dienstverlening niet veel verder dan het uitvoeren van administratieve taken, het fungeren als stroman of het uitvoeren van money transfers. Zij hoeven niet te beschikken over veel specialistische kennis op financieel gebied. ‘Boekhouders’ werken vaak jaren voor één en hetzelfde criminele samenwerkingsverband.

Constructeurs
‘Constructeurs’ zijn deskundig in het bedenken van fiscale of juridische constructies die eigendomsverhoudingen verhullen. Daarbij worden vaak buitenlandse bankrekeningen gebruikt of dito rechtspersonen opgericht. De dienstverlening kan betrekking hebben op het louter ontwerpen van een constructie (op papier), maar ook op het daadwerkelijk invullen van het ontwerp. Bij het laatste kan gedacht worden aan het oprichten van rechtspersonen of het storten van geld op buitenlandse bankrekeningen. Een inmiddels geliquideerde advocaat was binnen de criminele wereld bekend als constructeur, maar voerde soms ook financiële transacties uit voor criminele relaties. Daarbij maakte hij gebruik van het vertrouwen dat financiële instellingen in hem hadden omdat hij advocaat was.

Advocaten
Advocaten zijn deskundig in de vermogensrechtelijke of fiscale wetgeving en zij kunnen op basis van die kennis advies geven over wettelijk toegelaten manieren om opsporing en belastingheffing te ontlopen. Zij onderscheiden zich van ‘constructeurs’, doordat zij knelpunten in een witwasproces kunnen oplossen, terwijl ‘constructeurs’ zich bezighouden met het ontwerpen van een heel witwasproces. Bovendien beschikken zij over specifieke mogelijkheden tot geheimhouding, zoals een derdengeldenrekening, waarop tijdelijk bedragen (van derden) geparkeerd kunnen worden en waarop nauwelijks beslag gelegd kan worden.

Notarissen
Notarissen zijn, net als advocaten, deskundig op het terrein van de vermogensrechtelijke of fiscale wetgeving. Zij kunnen op basis van die kennis advies geven over wettelijk toegelaten manieren om opsporing en belastingheffing te ontlopen. Net als advocaten beschikken zij over mogelijkheden tot geheimhouding. Zij onderscheiden zich echter duidelijk van de rol die de advocaat heeft, doordat zij in staat zijn officiële handelingen te verrichten die rechtsgevolgen hebben, zoals het passeren van koop- en hypotheekaktes.

Bankier
De financiële dienstverlener van het type ‘bankier’ kenmerkt zich doordat deze beschikt over een aanmerkelijk eigen vermogen en/of een flinke vastgoedportefeuille. Omdat zij vaak grote financiële transacties plegen dan wel vastgoed kopen of verkopen (al dan niet via een eigen trust- of investeringsmaatschappij), kan de dienstverlening er uit bestaan dat zij crimineel geld of vastgoed in bewaring nemen en dit als het ware verschuilen tussen (transacties met) hun eigen vermogen of vastgoed. Dit eigen vermogen hoeft niet altijd volledig legaal verkregen te zijn. Omdat de bewaring mondeling is afgesproken en meestal slechts bekend is bij de crimineel en de ‘bankier’, is het bijzonder moeilijk crimineel vermogen bij de ‘bankier’ aan te wijzen. Een inmiddels geliquideerde vastgoedondernemer fungeerde niet alleen als ‘bankier van de onderwereld’, maar incidenteel ook als constructeur.

Relaties tussen criminelen en financiële dienstverleners ontstaan vaak bij toeval, bijvoorbeeld in het uitgaanscircuit. Ook kunnen van oorsprong bonafide boekhoudkantoortjes die de ‘witte’ administratie doen van een bordeel, een coffeeshop of een growshop langzaam afglijden in de richting van steeds meer criminele dienstverlening. Wanneer iemand een bruikbare rol als financieel dienstverlener blijkt te kunnen spelen, gaat zijn naam vrij snel rond in het criminele circuit. Het zijn vooral de criminele veelverdieners, groot geworden door drugs, mensenhandel en fraude, die gebruikmaken van financiële dienstverleners. Zij maken meestal gebruik van gespecialiseerde dienstverleners zoals het type ‘constructeur’, notaris of ‘bankier’.


Betekenis van een typologie voor de opsporingspraktijk
Financiële dienstverleners vervullen een sleutelrol als het gaat om het witwassen van geld. De meeste zijn zodanig gespecialiseerd dat zij ‘werken’ voor meerdere criminele samenwerkingsverbanden. Dat biedt ook de mogelijkheid om met uitschakeling van één persoon meerdere criminele organisaties in het nauw te drijven en eventueel achter de verblijfplaats van het criminele geld te komen. Vooral ‘constructeurs’ weten precies waar het geld is gebleven.

De aanpak van vrije beroepsbeoefenaren als advocaten en notarissen, die diensten verlenen aan criminele samenwerkingsverbanden, kent een aantal specifieke problemen. Hoewel een beweging op gang komt om het verschoningsrecht in te perken, beschikken advocaten en notarissen op dit moment over vérgaande rechten ter bescherming van hun cliënten. Deze bescherming van bonafide cliënten is effectief tegen de inspanningen van opsporingsdiensten en toezichthouders, maar kan ook misbruikt worden door criminelen. Daarnaast is de drempel om een opsporingsonderzoek te beginnen tegen een notaris of een advocaat soms hoog. Zoals geschetst verlenen (sommige) advocaten en notarissen hun criminele diensten niet vanuit hun vrije beroep, maar vanuit een bepaalde rol in het criminele proces. Als dit bekend raakt, wordt een hele beroepsgroep daarop aangekeken, terwijl de feitelijke dienstverlening (de rol) los kan staan van de uitoefening van het beroep waarop de bescherming van toepassing is. Een heldere typering van de rol die een bepaalde persoon speelt in een witwasproces kan het maken van keuzes in een opsporingsonderzoek daarom vereenvoudigen en de negatieve beeldvorming over een hele beroepsgroep beperken.

Het hanteren van een typologie kan ook behulpzaam zijn bij het maken van keuzes wanneer verschillende strategieën worden nagestreefd bij de criminaliteitsbestrijding. Hierbij kan gedacht worden aan opsporing van bepaalde criminelen, maar ook aan ‘tegenhouden’ of aan het bestrijden van verweving van onder- en bovenwereld. De aanpak van een ‘boekhouder’ levert informatie op over de kernactiviteiten van het criminele samenwerkingsverband waarvoor hij werkt, maar vaak heeft alleen een ‘constructeur’ zicht op de weg die criminele winsten volgen in het witwasproces. Dienstverleners van het type ‘constructeur’ kunnen dus aanwijzingen geven wanneer follow the money het adagium is. Het richten van de opsporing op de aanpak van criminele dienstverlening door advocaten en notarissen kan effectief zijn bij het ‘tegenhouden’ van criminaliteit. Het type ‘bankier’ verblijft in de bovenwereld en hij effent daar de weg voor zicht op verweving tussen onder- en bovenwereld.
 

Conclusie
Het mag duidelijk zijn dat het noodzakelijk is dat de financieel-economische opsporing wordt geïntensiveerd. Het is dan een kwestie van (korte) tijd alvorens gestuit wordt op de rol van financiële dienstverleners bij het criminele proces. In de dagelijkse recherchepraktijk is dat ook al het geval. Tot nu toe is de aanpak van dit soort dienstverleners echter weinig succesvol verlopen, en dat is jammer omdat daarmee de kans onbenut blijft om criminelen te treffen in het hart van hun streven naar een zo groot mogelijk vermogen.

Criminele veelverdieners die hun winsten willen witwassen maken vrijwel altijd gebruik van criminele financiële dienstverleners. Door inbreng van specifieke deskundigheid en soms door het misbruiken van voorrechten die aan hun beroep zijn verbonden, spelen deze dienstverleners een cruciale rol bij het invlechten van misdaadgeld in de bovenwereld. Deze invlechting heeft niet alleen een eroderende werking op de samenleving, bijvoorbeeld door concurrentievervalsing, maar succesvol witgewassen geld fungeert ook als een criminaliteit bevorderende factor. De aankoop of het hebben van bijvoorbeeld horecapanden, gokhallen of bordelen schept de mogelijkheid om contant geld te gebruiken voor het ‘bijmengen’ van crimineel geld. Op die manier is het geld witgewassen en krijgt het een legale status. Bij de opsporing en vervolging van criminele financiële dienstverleners is het belangrijk om een duidelijk onderscheid te maken naar de rol die een bepaalde dienstverlener speelt in het criminele bedrijfsproces. Een typologie van dienstverleners kan daarbij behulpzaam zijn, want elk type vereist een eigen aanpak.

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, jrg 71, nr. 3, 2009

0 reacties

Reageer op dit artikel