Zuid-Afrikaanse politie herstelt vertrouwen
Eind vorig jaar bezocht een groep studenten van de Universiteit van Amsterdam Kaapstad in Zuid-Afrika. Doel van de reis was inzicht te krijgen in het veranderingsproces van de politie na het afschaffen van de apartheid. De centrale gedachte achter het herstel van Zuid-Afrika is Ubuntu, een filosofie die aansluit bij collectivistische gedachtegoed van Zuid-Afrika.
Bepaalde tot 1994 de tegenstelling tussen blank en zwart de politieke context in Zuid-Afrika, tegenwoordig presenteert het land zich als regenboognatie. Er is nog steeds een groot verschil tussen arm en rijk, maar dit verschil loopt niet langer langs de scheidslijn tussen zwart en blank. Er komen steeds meer rijke zwarten. Arm hoort echter nog zo nadrukkelijk bij zwart dat de vraag blijft of de inhaalslag snel genoeg is gegaan om revolutionaire toestanden te kunnen voorkomen. Een zes man sterke studiegroep bezocht van 6 tot en met 19 december Kaapstad. De studenten, die aan de Universiteit van Amsterdam de opleiding tot executive master in information management (EMIM) voor de veiligheidsdriehoek volgen, waren in gezelschap van prof. dr. ir. Rik Maes en assistente Patricia Lopez Catalan. Ze bezochten krottenwijken, die 'townships' en 'squatter camps' (illegale kampen) worden genoemd. In de townships wordt massaal illegaal elektriciteit afgetapt: in een squatter camp zijn elektriciteitsvoorziening of andere infrastructuur zelfs geheel afwezig. Maar zoals in elk ander stadsdeel is zelfs in een squatter camp sprake van een gemeenschap die zichzelf op straat- of op gebiedsniveau organiseert. De oudere bewoners nemen hiertoe het initiatief en stellen 'street courts' in. Er is dus eigenrichting op gemeenschapsniveau , die in strijd kan komen met de landelijke wetgeving en landelijk geaccepteerde waarden en normen. De wetgeving in Zuid-Afrika is echter gebaseerd op minder regels, die niet zijn gericht op controle maar op preventie. Lang niet alle geldende regels zijn bij wet vastgelegd.
Van politiemacht naar politiedienst
De Zuid-Afrikaanse politie genereert op nationaal niveau cijfers over criminaliteit. Informatie jonger dan zes maanden wordt beschouwd als ongevalideerd, de cijfers worden dan ook pas na zes maanden gepubliceerd. Naar onze begrippen geven de overzichten vrij hoge aantallen feiten weer, maar volgens Pieter van der Merwe, statisticus bij de politie, waren het 'doorsnee'-getallen. Omdat zo'n vijftig procent van de criminaliteit plaatsvindt in Johannesburg, Durban en Kaapstad, werden de cijfers gerelativeerd.
De meest voorkomende feiten zijn: huiselijk geweld, car jacking (zo'n 2000 gevallen per jaar) en overvallen van geldtransporten.
Deze laatste feiten pleiten voor een wapenverbod. Hiervoor worden afspraken met buurlanden voorbereid. Het verminderen van het aantal incidenten is momenteel de voornaamste doelstelling van de politie.
Zuid-Afrika kent ook syndicaten, sommige met een maffiastructuur, waartegen in internationaal verband wordt opgetreden. Binnen de drugswereld bestaat een clandestiene handel in abalone, een in Azië gewild, maar in Afrika beschermde delicatesse.
Na 1994 is de Zuid-Afrikaanse politie begonnen zich te transformeren van een politiemacht naar een politiedienst. De organisatie presenteert zich nu als South African Police Service (SAPS) ofwel Suid Afrikaanse Polisie Diens (SAPD). De situatie van vóór de afschaffing van de apartheid was een reden om te komen tot een dienstverlenende politie in plaats van een organisatie die zich gedraagt als een – militaristische – macht. De politiemensen hebben in het verleden persoonlijke ervaringen opgedaan; ze voerden immers uit wat de overheid hun opdroeg. Rond 1994 werd leidinggevenden gevraagd of ze wilden aanblijven nadat de waarheids- en verzoeningscommissie haar werk had gedaan. Zo'n twintig procent gaf aan te willen stoppen.
Ubuntu
De verandering binnen de politie loopt nog steeds. Wanneer we informeerden naar de achtergrond van het streven iedereen zoveel mogelijk bij de veranderingen te betrekken, kwam telkens de term 'Ubuntu' naar voren. Deze term betekent zoveel als: 'ik ben omdat wij zijn'. Lovemore Mbigi, een management-consultant in Zuid-Afrika, zet in een artikel het adagium 'ik ben omdat wij zijn' af tegen het noordelijke (Europese) 'ik ben omdat ik denk' ; het oosterse (Aziatische) 'ik ben omdat ik verbeter' en het westerse (Amerikaanse) 'ik ben, omdat ik, de individuele held, droom en handel'. De kernwaarden van Ubuntu zijn : respect voor de waardigheid van de ander; teamwerk; groepssolidariteit; dienstbaarheid aan de ander in de geest van harmonie en wederzijdse afhankelijkheid. Kortom het begrip Ubuntu beperkt in onze ogen de betekenis van het individu.
Ubuntu is synoniem aan 'Umuntu ngumuntu ngabantu', wat betekent: 'een persoon is een persoon vanwege andere mensen'. Die verbondenheid en die onderlinge afhankelijkheid karakteriseren de filosofie van Ubuntu. Het zijn de kenmerken van het traditionele Afrikaanse collectivisme.
John Bhengu, parlementslid voor de Inkatha-partij, gaf tijdens een lezing aan dat de Afrikaanse manier van leiderschap en management als model zou kunnen dienen voor andere samenlevingen. Naast de bekende paradigmata rond leiderschap onderscheidt hij het Ubuntu-paradigma. Dit stelt dat de mens een spiritueel wezen is en deel wil zijn van de missie van een collectieve gemeenschap. Afrikaans leiderschap is gebaseerd op vier pijlers: menselijkheid, waardigheid, vertrouwen en respect.
Positieve discriminatie
De reorganisatie van de Zuid-Afrikaanse politie is intussen ruim aangepakt. Net als in het bedrijfsleven wordt er positief gediscrimineerd. Dit is ingegeven door de noodzaak een weerspiegeling van de maatschappij te krijgen. De klassen van de politieacademie van Paarl worden dan ook voornamelijk bevolkt door zwarte vrouwen, die een opleiding van zeven weken krijgen. Dat de duur van de opleiding zo kort is, hangt samen met de enorme achterstand; de komende twee jaar moeten er 15.000 mensen worden klaargestoomd.
Onderdeel van de opleiding is een managementgame, waarin de aankomende politiële stasiebevelvoerder wordt geconfronteerd met de keuzen van middelen. De 'winst' wordt uitgedrukt in de hoeveelheid krediet die men in de gemeenschap kan opbouwen.
Peace officers
De koppeling van politiewerk aan het opbouwen van krediet bij de bevolking is een bewuste keuze. Werken voor en met de gemeenschap is heel normaal. De politieacademie in Paarl stelt haar aula en sportzaal ter beschikking aan de bevolking. Het delen van informatie gebeurt transparant en op basis van gelijkheid en gemeenschappelijkheid.
Activiteiten die in Nederland zijn gekoppeld aan een 'burgemeestersfunctie' worden door vrijwilligers uitgevoerd.
Het gaat hierbij om het herstellen van de eigenwaarde van de gemeenschap en het gezamenlijk oppakken van problemen: 'restore society'.
Het veranderingsproces bij de Zuid-Afrikaanse politie sluit hierbij aan, evenals het zogenaamde Community Police Forum .
Johan Kieswetter, voorzitter van een vrijwilligersforum in Parow, en Willy Joseph, stasiebevelvoerder in dat stadsdeel, vertelden hoe deze mensen elkaar stimuleren en bij de grote mate van zelforganisatie in de gemeenschap aansluiten. De rol en de taak van de politie worden als het ware 'ingebouwd' in de gemeenschap, zodat de scheidslijnen tussen beide gremia vervagen. Politiemensen worden 'peace officers' en in die hoedanigheid vooral ingezet bij de aanpak van ontspoorden.
In Parow waren 13 van de 100 medewerkers vrij gemaakt voor dit werk.
Samenwerking van het bedrijfsleven (inclusief de vele veiligheidsdiensten) met het politiewerk is gewoon. Community policing betekent ook: kinderen bezighouden met het maken van kaarsen en doosjes. De middelen hiervoor worden beschikbaar gesteld door het bedrijfsleven. Ook een huis-aan-huisblad van de politie wordt door het bedrijfsleven gesponsord. En zo zijn er nog meer voorbeelden: knuffels voor kinderen en verzorgingspakketten voor vrouwen én mannen die in de 'trooskamer' worden opgevangen, het zijn allemaal schenkingen van het bedrijfsleven. Het vraagstuk 'integriteit' speelt hier niet, want 'de wet geldt voor iedereen' en de sponsoring gebeurt voor iedereen zichtbaar, transparant.
Beide kanten slachtoffer
Het breed gedragen uitgangspunt dat zowel dader als slachtoffer in het verleden onderdeel waren van een verderfelijk systeem en daarmee beiden slachtoffer zijn, biedt ruimte voor de noodzakelijke maatschappelijke omslag, ook binnen de politie.
Patrick Matanjana zat twintig jaar in de gevangenis op Robbeneiland. Zeventien jaar lang zaten er maar twee cellen zaten tussen hem en Nelson Mandela. Zij deelden vrijwel alles en ontmoeten elkaar nog regelmatig. Toch krijgt Patrick geen voorkeursbehandeling. Hij werkt als gids op het eiland en levert zijn bijdrage aan een betere samenleving. Gevraagd naar de behoefte tot vergeving zei hij: 'De zwarte kan het niet helpen dat hij zwart geboren is, net zo min als de blanke er iets aan kan doen dat hij blank is.' Hij en z'n makkers streden tegen een denkbeeld. 'Dat denkbeeld (apartheid) bestaat niet meer, dus er is geen reden meer om te strijden. Als mensen over de schreef gingen, kwam dat door de omstandigheden. Het is nú tijd om daaraan te werken; dát kan alleen sámen.' Kurt April, lector en onderzoeker aan de Universiteit van Kaapstad, heeft het politieoptreden in zijn jeugd aan den lijve ondervonden. April signaleert dat dingen fout gelopen zijn; dat ingezien werd dat verandering gewenst was en dat er geen plaats is voor verwijten.9 ' Beide kanten zijn slachtoffer van de situatie' geldt als vertrekpunt voor de samenwerking aan het herstel van het land.
Verhouding tussen politie en gemeenschap
Zuid-Afrika telt elf officiële talen en vele verschillende culturen, die alle onder dezelfde wetgeving vallen. De onderwerpen die de Zuid-Afrikaanse gemeenschap aangaan, worden besproken in een community-forum. Het forum bepaalt mede wat politieprioriteiten zijn, de politie rapporteert hierover terug aan het forum. Dit vergroot de legitimiteit van het politieoptreden. En het feit dat alle vergaderingen van de politie, ook die van managementteams, openbaar zijn, bevordert de transparantie. Omdat burgers de prioriteiten van de politie mede bepalen, zijn de prestatieafspraken deels gebaseerd op landelijke normen, deels op de afspraken met de lokale gemeenschap. De doelstellingen worden dan ook niet ervaren als een abstracte en van bovenaf opgelegde norm. Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Zo zie je op het vliegveld al grote borden met het opschrift: 'It's not our airport, it’s yours'. Mensen worden dus direct aangesproken op hun bijdrage aan de veiligheid, een veiligheid die is gericht op preventie. Een andere vorm van burgerinzet is de neighbourhood watch. Een aantal buurtbewoners heeft enkele straten onder haar hoede. Wanneer zij onregelmatigheden signaleren, geven ze dit door aan de politie. Er is een focus op zo breed mogelijke samenwerking. Afwijkend gedrag – of het nu op straat is, op school, in een buurthuis of elders – blijft niet onopgemerkt. Het feit dat mensen direct worden aangesproken op hun gedrag werkt preventief. Zodra er sprake is van noodzakelijke repressie, heeft de gemeenschap eigenlijk al gefaald.
De Zuid-Afrikaanse gemeenschap ziet een gebied als een integrale eenheid. Problemen worden per gebied ook integraal gesignaleerd en aangepakt. Het gaat om het einddoel voor de gemeenschap. De politie werkt daartoe met vele instanties nauw samen en richt zich sterk op preventie. Ook bedrijven zijn nauw betrokken bij het bepalen van het politiebeleid. Zo is CSIR, een Zuid-Afrikaanse equivalent van TNO, niet alleen betrokken bij de ontwikkeling van technische snufjes, maar zij helpt ook mee met het opstellen van de criminaliteitstrategie.
Het politiewerk zelf
Politie als netwerker
In lijn met het herstelrecht en Ubuntu is in Zuid-Afrika de dader van een misdrijf tevens slachtoffer: de gemeenschap heeft onvoldoende gedaan om hem te behoeden voor deze daad. Niet de persoon dient te worden bestraft, maar de daad. Zodra iemand na een straf terugkeert in de gemeenschap is het de zorg en de verantwoordelijkheid van de gemeenschap (straat, buurt, wijk) om hem weer op te nemen en opnieuw 'op te bouwen'. Het optreden na een misdrijf wordt dus niet gezien als een pure politieaangelegenheid. De politie coördineert het netwerk rondom de gestrafte en treedt op als peace officer. Een dader kan aan het begin van zijn straf kiezen voor opname in de gemeenschap (schoolwise) ten overstaan van de gezamenlijke instanties of voor zijn eigen weg (streetwise). Er wordt geïnvesteerd in de personen die kiezen voor aanpassen. De mensen die voor streetwise hebben gekozen, worden zo snel mogelijk afgezonderd. Pogingen tot heropvoeding kosten de gemeenschap namelijk veel geld en leveren niets op. Door de aandacht voor preventie en de invulling van de rol van peace officer is de politie in Zuid-Afrika de netwerker tussen de gemeenschap en de vele instanties. Door de integrale benadering van problemen wordt de hele keten ingeschakeld. Er wordt geredeneerd vanuit de dader en er wordt gemikt op het einddoel voor die dader, dus niet vanuit de individuele reactieve organisatie zelf. Gebiedsgericht werken van de politie is gericht op deze integraliteit, daarnaast is het slechts een geografische afbakening.
Wat kan Nederland van Zuid-Afrika leren?
Door met andere ogen naar problemen te kijken, ziet men wellicht andere oplossingen voor vraagstukken. Door met een Ubuntu-bril te kijken naar politiebeleid, veelplegers, veiligheidszorg en gebiedsgericht werken, kan er een andere verhouding tussen politie en gemeenschap worden gedefinieerd. En wanneer men vanuit diezelfde instelling individualisme, etniciteit en strafdifferentiatie benadert, kan dit nieuwe gezichtspunten opleveren waar het gaat om het politiewerk zélf.
Anonimiteit
Campagnes als 'Nederland veilig' (januari 2004) en 'M' (meldt misdaad anoniem) gaan ervan uit dat burgers de politie helpen als de misdrijven al zijn gepleegd. Ze richten zich op repressieve reacties van de politie en de rest van de strafrechtketen. Hiermee wordt de scheiding van belangen van verschillende disciplines benadrukt. Elke discipline heeft haar eigen netwerk. Politie en justitie zijn ervoor om de misdaad te bestrijden, daarom is in Nederland óf de school, óf de politie, óf willekeurig welke andere instantie in het geding als er een misdrijf volgt. De reactie is zelden een collectieve. De reacties vanuit de maatschappij zijn geformaliseerde en geïnstitutionaliseerde reacties op basis van gefragmenteerde informatie.
Projecten als 'veelplegers' en 'huiselijk geweld' moeten al te solistisch optreden van instanties voorkomen. Maar ook hier reikt de keten niet tot in de gemeenschap. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer gaat boven het gezamenlijk belang. Men kan in Nederland eenvoudig aan de gezamenlijke aandacht ontsnappen; de dader in spe is een anonimus.
Specialistische afbakening
In Nederland is het 'gebiedsgericht werken' ingericht vanuit de politieorganisatie zelf. Er is niet alleen sprake van een geografisch kader, maar steeds meer ook van een specialistische afbakening. Bij het fenomeen 'veelplegers' heeft dit al geleid tot gebiedsgerichte aanpak aan de hand van top 500-lijsten. De opzet en organisatie van deze reactieve werkzaamheden beperken zich tot de aan het strafrecht gerelateerde instanties. Een integrale benadering, dat wil zeggen de benadering met alle andere disciplines, inclusief de eigen maatschappelijke context, is geen optie. Als we Ubuntu loslaten op veelplegers, is het een groep die heeft gekozen voor de optie streetwise. Het is dan legitiem om foto's van de veelplegers te plaatsen op de plekken van het misdrijf en binnen de gemeenschap waartoe de veelpleger behoort. Publicatie in het openbaar of op internet is zinloos.
Strafmaat
In Nederland discussiëren we over verschillen in behandeling en differentiatie van de strafmaat naar etniciteit. Zuid-Afrika kiest voor een en dezelfde aanpak voor alle etnische en culturele groeperingen. Een dader kan zich niet verschuilen achter de gewoonten van zijn eigen cultuur. Hoewel de aanpak verschillend kan zijn, wordt iedereen dus gelijk behandeld: het kernpunt is dat iedereen als deel van de gemeenschap wordt beschouwd.
Conclusie
In Zuid-Afrika ontdekte men na het afschaffen van de apartheid in 1994 dat er een gezamenlijk streven bestond op basis van Ubuntu. Deze filosofie vooronderstelt een ánder maatschappelijk bewustzijn van het individu dan in Nederland. In Zuid-Afrika beseft men dat men onderdeel is van de gemeenschap, en de gemeenschap – inclusief de politie – houdt zich bewust met élk individu bezig. Het betekent dat het individu sneller vanuit de gemeenschap tot de orde wordt geroepen. Dit hoeft niet geformaliseerd te zijn om effect te sorteren. Het gevolg van dit maatschappelijke bewustzijn is dat het individu minder in de anonimiteit kan opgaan. Belangen worden eerder vanuit het gezamenlijke dan vanuit het individuele perspectief bepaald. Als met dit besef bijvoorbeeld naar veelplegers wordt gekeken, dan worden die veelplegers door de Ubuntubril gezien als recidiverende individuen, die zich bewust buiten de gemeenschap hebben geplaatst. Als gevolg daarvan hebben zij hun burgerschapsrechten verspeeld.
In de Nederlandse situatie bestaat een meer individualistisch maatschappelijk bewustzijn. Toezicht en controle worden structureel overgelaten aan de formele instanties. De maatschappij als geheel trekt zich terug, als het gaat om corrigerende reacties; er ontstaat in die maatschappij een gebrek aan gezamenlijk perspectief. Schotten (van privacy) tússen de formele instanties zorgen intussen voor correcties op basis van partiële kennis. De politie is een formele instantie, die zich thans concentreert op het nakomen van prestatiecontracten. In die contracten staat de rechtstreekse relatie met de maatschappelijke context niet meer voorop. Die relatie wordt namelijk niet lokaal, maar op nationaal niveau bepaald. Dat de politie met haar partners in de strafrechtketen intensiever en gerichter samen gaat werken, levert desondanks onvoldoende resultaat op. Hiervoor genereren die samenwerking en de prestatiegerichtheid te weinig gelijkluidende, dus ondersteunende reacties vanuit het bredere maatschappelijke veld.
Abstract
After apartheid was abolished in 1994, a common pursuit based on Ubuntu was discovered in South Africa during the restoration phase. The philosophy behind the Ubuntu concept presupposes a different social awareness on the part of the individual than in the Netherlands. The role of the police in South Africa fits in with this different awareness. This awareness means that in South Africa the individual understands that he is part of the whole and that the whole, the community – the police included – is consciously working with each individual. It means that the individual person can be called to order more quickly by the community. This does not have to be formalised to have effect. Because of this social awareness, the individual has less chance of disappearing in anonymity. Interests are determined from a common point of view, rather than from an individual point of view. People who often commit criminal acts would be considered repeat offenders who have willingly put themselves outside the community. Consequently, they have forfeited their civil rights.
In the Dutch situation, there is a more individual social awareness. As a result, issues like surveillance and supervision are structurally left to the formal authorities. Society as an entity withdraws when it comes to corrective responses, so there is a lack of common perspective. Meanwhile, privacy bulkheads between the formal authorities result in corrections based on partial knowledge. The police force is a formal authority currently concentrating on fulfilling performance contracts. These contracts are no longer based on a direct relationship with society. As a matter of fact, the relationship is not determined on a local but a national level. Even though the police and the other authorities involved in criminal law have intensified their collaboration and focus more strongly on issues, the results are insufficient. After all, the collaboration and the focus on performance are not based on sufficient identical, and therefore supporting, responses emanating from society as a whole.
1 Het gezelschap bestond uit: Patty de Bruine (ISC), Govert Buizert (regio Utrecht), Anne de Haan (regio Flevoland), Henk Janssen (regio Limburg-Noord), Jules Knippenbergh (regio Limburg-Zuid) en Edwin Koedam (CIP).
2 Zie ook Eelco van der Linden in: 'Township Khayelitsha handhaaft eigen rechtspraak', Nederlands Dagblad, 17 oktober 2003.
3 D. Tutu, No future without forgiveness, London, Rider, 1999
4 'Spirit of African leaderschip', Lovemore Mbigi, in: Journal of Convergence, vol. 3, no 4, pp. 18 e.v.
5 Mbigi vertaalt 'Cogito ergo sum' op deze wijze.
6 Overgenomen uit: 'A time for vision: the role of leaderschip, organisational culture and diversity', Linda van der Colff, Journal of Convergence vol. 4, no 1, pp. 110 e.v.
7 Het Scientific Management paradigma; het Human Relations paradigma en het Human Resource paradigma.
8 Het wettelijke frame voor community policing bestaat uit: The Constitution of the Republic of South Africa Act No. 108 van 1996; the South African Police Service Act No. 68 van 1995; the SAPS Interim Regulations for Community Police Forums and Boards; the White Papers on Safety and Security en on the Transformation of the Public Servcie; the National Crime Prevention Strategy en the Justice Vision 2000 - Justice For All policy document..
9 Hij onderscheidde Transformational leadership, Ubuntu, systemic leadership, Chaordic leadership en Responsible leadership.
10 In 'Een natie van hulpsheriffs'(De Limburger, 24 januari 2004) schrijft Johan van de Beek dat de overheid, met het instellen van het M-nummer, het klikken aanmoedigt. Het beeld van klikken als burgerplicht kan alleen volgen als het elkaar direct aanspreken op gedrag verlaten is.

Reageer op dit artikel