Zuid-Limburg kiest voor voortvarende ontwikkeling van veiligheidsregio
Zuid-Limburg loopt bij de ontwikkeling van één veiligheidsregio landelijk gezien in de voorhoede. Dat de regio veiligheid hoog op de agenda heeft staan is niet voor niets. Door de aanwezigheid van enkele grote risico-objecten kent het na de Randstad dichtstbevolkte gebied van Nederland een hoog risico-profiel. Denk daarbij aan chemieconcern DSM, vliegveld Maastricht Aachen Airport, snelwegen, spoorlijnen en net over de grens een Awacsbasis en een kerncentrale. Daarnaast is dit deel van Nederland voor meer dan negentig procent omgeven door buitenland waardoor grensoverschrijdende samenwerking noodzakelijk is om een veilige leefomgeving voor de burgers te creëren. Want dat is uiteindelijk het doel van alle inspanningen.
Nederland is onveiliger geworden. Niet alleen wat betreft de sociale veiligheid, maar ook de fysieke veiligheid. Neem alleen al de rampen in Enschede en Volendam. Veiligheid staat daarom terecht hoog op de politieke agenda, vindt burgemeester Gerd Leers van Maastricht, tevens korpsbeheerder en voorzitter van het bestuur GHOR/Regionale Brandweer in Zuid-Limburg. Maar een veiligere leefomgeving zal niet bereikt worden door er enkel meer geld in te pompen, voorziet Leers. 'Maatschappelijke organisaties en burgers hebben op dit gebied ook een verantwoordelijkheid. Het is niet alleen een taak van hulpdiensten en gemeenten. Wat dat betreft zal er een gedragsverandering bij burgers moeten plaatsvinden. Van het gemeentebestuur mag de burger verwachten dat het naar oplossingen zoekt.' Zo is in Zuid-Limburg gezocht naar een bestuurlijke samenwerkingsvorm waarbij alle partners zijn betrokken. Deze nieuwe bestuurlijke inrichting van de veiligheidsregio Zuid-Limburg is in 2001 ontwikkeld door de commissie-Sakkers II, onder voorzitterschap van burgemeester Sakkers van Heerlen (zie kader).
Drie speerpunten
Opmerkelijk in dit schema is de keuze van een gemeentelijke voorzitter van de Veiligheidsdirectie. 'Er is hiervoor gekozen om voeling te houden met de wensen en verwachtingen van de burgers ten aanzien van veiligheid. Van de vijf samenwerkingspartners, politie, brandweer, GHOR, GGD en gemeenten staat laatstgenoemde immers het dichtst bij de burger', zegt Marcel Meijs, voorzittter van de Veiligheidsdirectie. 'Op basis van wettelijke afspraken en termijnen willen we een nieuwe ambitieslag maken binnen de veiligheidsregio Zuid-Limburg. Om dit te realiseren, richten we ons de komende tijd op drie speerpunten: meer afstemming in het Veiligheidsbestuur, het opstellen van een bestuurlijke agenda en het uitbreiden van het aantal multidisciplinaire veiligheidsprojecten en -instrumenten.'
Hoewel er al veel samenhang en samenwerking is tussen de samenwerkingspartners kan dit nog verder worden geïntensiveerd. Naar de mening van Meijs is er nog te veel afstemming binnen de vijf 'kolommen'. Hij zou graag een verschuiving zien naar het Veiligheidsbestuur en het Veiligheidscollege. 'Elk van de vijf partners bespreekt nog veel zaken met de betreffende portefeuillehouder. Dit geldt met name voor de politie, die bijvoorbeeld veel overleg heeft met justitie. Begrijpelijk dat de politie deze zaken niet inbrengt in het Veiligheidsbestuur, maar we moeten wel er wel voor zorgen dat niet alle zaken het Veiligheidsbestuur passeren. Zonder totaal overzicht kun je nu eenmaal geen prioriteiten stellen en weloverwogen keuzes maken.' Al zullen er altijd deelgebiedjes blijven die elk van de vijf kolommen afzonderlijk van elkaar zullen behandelen vanwege hun specifieke karakter.
Ander speerpunt is de bestuurlijke agenda integrale veiligheid. Tijdens een conferentie in oktober 2002 heeft het Veiligheidsbestuur een begin gemaakt met het opstellen van een dergelijke agenda voor de periode 2003-2006. In dit visiedocument worden prioriteiten aangegeven naar thema's en gebieden. Aan de hand van de bestuurlijke agenda zal de Veiligheidsdirectie nieuwe, gemeenschappelijke instrumenten ontwikkelen.
Volgens Leers is het in deze fase belangrijk om draagvlak te creëren bij de burgemeesters in Zuid-Limburg. 'Daarnaast moeten bestuurders zich realiseren dat de afspraken die het Veiligheidsbestuur maakt niet vrijblijvend zijn. Dat zou nog wel eens moeilijk kunnen worden. Ook kan het door prioriteitsstelling worden voorkomen dat er bijvoorbeeld extra politie nodig is in de ene gemeente en dat dat ten koste gaat van andere gemeenten. De gemeenschappelijke afspraken mogen echter geen afbreuk doen aan de lokale belangen. Die afweging zal geregeld heel lastig zijn', voorspelt Leers. Hij heeft er echter alle vertrouwen in dat het bestuurlijke model een goed middel is om het uiteindelijke doel te bereiken: meer veiligheid. 'Vergeet niet dat het een groeimodel is en dat Zuid-Limburg een voortrekkersrol vervult.'
Behalve draagvlak creëren is het waarborgen van betrokkenheid een aandachtspunt van Leers. 'Het Veiligheidscollege heeft het vertrouwen van het Veiligheidsbestuur nodig. Daartoe moeten we hen optimaal informeren, terwijl we toch efficiënt blijven werken.'
Leers vindt die informatievoorziening ook essentieel richting politiek. Die moet betrokken worden bij de bestuurlijke beslissingen om hen een duidelijke stem te geven en om te laten zien dat er afwegingen gemaakt moeten worden. Daarom wijdden de gemeenten Eijsden, Maastricht, Margraten, Meersen en Valkenburg a/d Geul onlangs een gezamenlijke commissievergadering Algemene Zaken aan de rol van de gemeenteraden in het integrale veiligheidsbeleid in het algemeen en de relatie met de politie in het bijzonder.
Samenwerking en samenhang
Het integrale veiligheidsdenken in deze regio dateert al van begin jaren negentig. Lang voordat het begrip veiligheidsregio werd geïntroduceerd, was in Zuid-Limburg al het besef ontstaan dat de rampenbestrijding, openbare orde en veiligheid en sociale veiligheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dus ook integraal moeten worden aangepakt. Sindsdien is er in Zuid-Limburg een scala aan projecten en instrumenten uitgewerkt om de veiligheid van de inwoners te verbeteren. Zo beschikt Zuid-Limburg al sinds 1999 over een gecolokeerde meldkamer en is dit de eerste regio, na de pilotregio Amsterdam, waar C2000 wordt geïmplementeerd.
Gemeenten en hulpdiensten gaan bij de aanpak van de veiligheidsproblematiek plangericht te werk. In het politiedistrict Maastricht bijvoorbeeld schrijven politie, openbaar ministerie en de vijf betreffende gemeenten samen projectplannen voor gezamenlijk gekozen beleidsthema's. De projectplannen vermelden onder meer de doelstellingen en de bijdragen van elke partner. Om de vier maanden wordt de voortgang bekeken. Op deze manier wordt de gezamenlijke verantwoordelijkheid vormgegeven en wordt inzichtelijk gemaakt wat van ieder verwacht mag worden.
Daarnaast wordt er op regionaal niveau samengewerkt, bijvoorbeeld in de criminaliteitsbestrijding, de invulling van de provinciale risico-inventarisatie (de 'AVIV-rapportage') en de voorlichting bij rampen. 'Om regionale afspraken te kunnen nakomen, moeten we in de gemeentelijke begroting een aantal maatregelen opnemen. Daardoor ligt een aantal uitgaven vast en heb je minder speelruimte over op je begroting. Regionale samenwerking heeft dus heel zichtbare gevolgen voor gemeenten', aldus Leers.
Dat regionale samenwerking en samenhang echt noodzakelijk zijn, blijkt onder meer uit 'Operatie Hartslag', een project waarin de gemeente Heerlen samen met politie en hulpverleningsinstanties als de GGD en het CAD alle aspecten van de drugsproblematiek aanpakt. Deze werkwijze is in het district Parkstad zeer succesvol.
Hierna volgen enkele andere voorbeelden van projecten/instrumenten van de veiligheidsregio Zuid-Limburg.
Veiligheidsnet
Een digitale informatie- en communicatievoorziening voor en door de partners in de openbare orde en veiligheid in Zuid-Limburg. Dat is in een paar woorden de essentie van het project Veiligheidsnet dat de Zuid-Limburgse veiligheidspartners momenteel ontwikkelen. Veiligheidsnet biedt het openbaar bestuur en de veiligheidsdiensten een uitgebreid aanbod van informatie over onder meer vergunningen, rampenplannen, risico-objecten, operationele plannen, landelijke regelingen, handleidingen, standaardformulieren, telefoonlijsten, rampenbestrijdingsplannen en links naar relevante sites.
Het idee voor een dergelijke informatie- en communicatievoorziening ontstond bij de Regionale Brandweer die zocht naar een digitaal systeem gericht op rampenbestrijding waar gebruikers gegevens konden uitwisselen. Paul Schmedding, commandant van de Regionale Brandweer Zuid-Limburg: 'In overleg met de veiligheidspartners kwamen we tot de conclusie dat het zeer zinvol was om een dergelijke voorziening uit te breiden naar alle aspecten van veiligheid, zodat ook andere diensten en instanties dan de brandweer er gebruik van zouden kunnen maken. Veiligheidsnet zal nu ook informatie over reguliere zaken gaan bevatten zoals vergunningen, criminaliteit en epidemiologische gegevens.'
Daarnaast blijft de informatie gericht op calamiteiten een belangrijk onderdeel van het informatiesysteem. Zo worden extra technische voorzieningen getroffen om dit deel van het net te beveiligen en in de lucht te houden tijdens rampen en zware ongevallen. Via Veiligheidsnet kunnen leidinggevenden op het rampterrein actuele informatie opvragen en doorsturen.
Niet alle informatie op Veiligheidsnet is uitsluitend toegankelijk voor de veiligheidspartners. Via het onderdeel Veiligheidsloket kunnen inwoners van de regio informatie vinden over bijvoorbeeld openbare plannen, risico-objecten en de veiligheidsdiensten. Tevens kunnen ze bij het Veiligheidsloket melding maken van onveilige situaties in hun buurt. Dit in Nederland unieke project wordt vanwege de noodzakelijke grensoverschrijdende samenwerking in deze regio op termijn uitgebreid naar het Belgische en Duitse deel van de euregio Maas-Rijn (zie kaartje). Het Rijk subsidieert het Zuid-Limburgse initiatief.
De euregio Maas-Rijn
Emergo Trainoefencentrum
In Zuid-Limburg wordt momenteel een (pilot)oefencentrum opgezet met het voor Nederland nieuwe oefensysteem Emergo Train. Hoewel de pilot gericht is op de witte kolom is het zeer zeker de bedoeling het systeem in de nabije toekomst te gebruiken voor multidisciplinaire rampenoefeningen. Daarnaast is het oefensysteem geschikt voor (multidisciplinaire) grensoverschrijdende oefeningen. Al met al redenen genoeg voor de GHOR Zuid-Limburg om voortvarend aan de slag te gaan met het verzoek van het ministerie van BZK om een Emergo Trainoefencentrum op te zetten. Te meer daar een dergelijk oefencentrum prima past binnen de doelstellingen van een euregionaal Veiligheidscentrum. Een werkgroep verkent de mogelijkheden voor dit internationale, multidisciplinaire instituut, dat alle partners in de euregio Maas-Rijn die betrokken zijn bij openbare orde en veiligheid de gelegenheid zal bieden om opleidingen te volgen en gezamenlijk te oefenen. Ook wordt het euregionaal Veiligheidscentrum een plek om kennis en ervaring uit te wisselen en waar mogelijk samen te werken. Déze plannen bevinden zich nog in de oriëntatiefase, maar die voor het Emergo Trainoefencentrum zijn al vergevorderd. Naar verwachting opent dit oefencentrum begin 2003 haar deuren.
Frank Klaassen, Regionaal Geneeskundig Functionaris in Zuid-Limburg, benadrukt het belang van het nieuwe oefensysteem. 'De GHOR opereert op het scharnierpunt van openbare orde en veiligheid en gezondheidszorg. Juist door deze bijzondere positie is het belangrijk een brug te slaan tussen beide terreinen. Dat kan door onder meer de partners in de gezondheidszorg te trainen voor mogelijke verstoringen van de veiligheid, zoals een ramp.'
Aan de gangbare manier van oefenen zitten volgens Klaassen met name voor de witte kolom enkele haken en ogen. 'Bij een ramp is het eerste doel zo veel mogelijk levens redden. Bij de huidige oefeningen is het echter niet mogelijk om te meten welke effecten bepaalde handelingen en beslissingen hebben op het aantal gewonden en de aard van de verwondingen. Die effecten maakt het Emergo Trainoefensysteem wel zichtbaar.'
Daarnaast voorziet de financiering van ziekenhuis- en ambulancepersoneel door de ziektekostenverzekeraars niet in deelname aan grootschalige oefeningen. Oefenen volgens het nieuwe systeem betekent een kostenbesparing, omdat hulpverleners niet daadwerkelijk uitrukken, maar een fictieve ramp naspelen in een kantoorsituatie. Dat lijkt niet erg realistisch, maar de deelnemers aan een eerder gehouden pilotoefening zijn juist zeer te spreken over het hoge realiteitsgehalte ervan. Ook wordt door de opzet van oefeningen volgens het Emergo Trainsysteem slechts een beperkt beroep gedaan op het drukbezette medische personeel, terwijl er toch zeer efficiënt en gericht geoefend wordt.
Grensoverschrijdende informatie-uitwisseling
Sinds het wegvallen van de Europese binnengrenzen (Verdrag van Schengen, 1995) kent Zuid-Limburg een (nog) intensievere uitwisseling van mensen en goederen. De politie in de regio die is omgeven door 220 kilometer buitenland heeft hierdoor veelvuldig te maken met burgers van andere nationaliteiten. Dat betekent een toename van het aantal verzoeken om informatie-uitwisseling tussen Nederland, België en Duitsland. Het gaat bijvoorbeeld om informatie over personen, voertuigen en delictgegevens. Om deze uitwisseling in goede banen te leiden heeft de politie Limburg Zuid in 1997 het Informatie- en CoördinatieCentrum (ICC) opgezet voor vragen en informatie op het terrein van politie en justitie. In de euregio Maas-Rijn zijn er behalve in Maastricht ook in Aken, Eupen en Genk dergelijke centra. Inmiddels zijn er naar Limburgs voorbeeld ook in andere Nederlandse grensregio's ICC's opgericht.
Plaatsvervangend korpschef Walter van Haaren: 'Deze grensoverschrijdende samenwerking in het ICC is hard nodig. Op basis van de bestaande wet- en regelgeving mag de politie niet zomaar informatie verstrekken aan buitenlandse collega's. Normaal gesproken moet de officier van justitie daar toestemming voor geven. In deze omgeving is dat natuurlijk een grote belemmering. Zeker als je bedenkt dat we jaarlijks zo'n 35.000 vragen ontvangen. Daarom heeft het ICC in Maastricht voor relatief eenvoudige informatieverzoeken wél deze bevoegdheid.'
De huidige wet- en regelgeving zit de plaatsvervangend korpschef vaker in de weg. Een voorbeeld uit 2001. Bij een demonstratie van extreemrechts in de grensplaats Kerkrade stonden er aan Nederlandse zijde van de grens 700 politiemensen en aan Duitse zijde zo'n 1500 om mogelijke ordeverstoringen in de hand te houden. Nederlandse en Duitse politiemensen mogen namelijk niet zomaar op elkaars grondgebied opereren. Van Haaren heeft deze en andere knelpunten in de grensoverschrijdende samenwerking aangekaart bij het ministerie van BZK en gepleit voor ruimere bevoegdheden. Dat zou ook de samenwerking in Nebedeagpol, de vereniging van politiechefs in de euregio Maas-Rijn, ten goede komen. In dit verband wordt al ruim dertig jaar samengewerkt op recherchegebied. 'Je wilt weten wat er in je omgeving gebeurt, ook als dat niet in Nederlandse, maar in buitenlandse buurregio's is. Vooral als het gaat om zwaardere delicten zoals ontvoering of inbraken met geweld', aldus Van Haaren.

Reageer op dit artikel