‘Wat merkt de burger hiervan?’

Door Peter Slort, 01 september 2009 10:19 uur0 Waardering:

‘Wat merkt de burger hiervan?’ Sommige vragen blijven je bij. In 2007 maakte ik deel uit van de eerste School voor Politieleiderschap-studiegroep ‘parelvissers’, die zich wereldwijd oriënteerde op verrassende, toonaangevende ontwikkelingen op politiegebied. Nadat alle deelnemers hun reisplannen hadden ontvouwd, stelde Kees Sietsma, voormalige recherchechef en begeleider van de parelvissers, één vraag:

‘Wat merkt de burger hiervan?’ Het bleef even stil. Het leek alsof iedereen dacht: ‘O ja, de burger, die was er ook nog.’
 

Reeds in 1829 stelde Sir Robert Peel, grondlegger van de Londonse Metropolitan Police, dat ‘Police, at all times, should maintain a relationship with the public.’ Het belang van het investeren in de relatie met het publiek wordt wereldwijd door vrijwel alle politiekorpsen onderkend. De wijze waarop hieraan invulling wordt gegeven, verschilt echter aanzienlijk. In Nederland geldt als belangrijke succesfactor het fijnmazige netwerk van buurtregisseurs (of gebiedsgebonden agenten). In mijn functie als districtschef in Amsterdam-West heb ik aan den lijve mogen ervaren hoe waardevol deze ‘ogen en oren’ van het korps kunnen zijn. Aan de buurtregisseurs in Nederland worden hoge eisen gesteld. Zij zijn goed opgeleid en vormen hèt gezicht van de politie voor de burger.
In de Verenigde Staten en Canada kent de buurtregisseur geen equivalent. Het dichtst in de buurt komt de ‘community relations officer’. Maar deze functionaris lijkt meer op de wijkagent-oude-stijl en kan zowel qua niveau als verantwoordelijkheid niet tippen aan de Nederlandse buurtregisseur. In dit continent worden echter wel andere wegen bewandeld om het publiek te betrekken bij het politiewerk.
Onlangs werd ik door mijn buren gealarmeerd over een aantal recente auto-inbraken. Thuis zocht ik via internet de meest recente criminaliteitscijfers van mijn buurt op. Tot de vorige dag waren de aangiftecijfers bijgewerkt en voor het publiek toegankelijk gemaakt! De criminaliteit bleek overigens mee te vallen. Ik woon kennelijk in een veilige buurt. Toch liet ik de volgende nachten een paar extra buitenlampen branden. Het online informeren van het publiek over criminaliteitscijfers is in de Verenigde Staten en Canada heel gebruikelijk. Bij veel politiekorpsen kun je op de website je buurt en een periode aanklikken en vervolgens wordt de gevraagde informatie gepresenteerd. Ga bijvoorbeeld eens naar www.crimemap.dc.gov/presentation/intro.asp en klik halverwege de pagina op ‘enter now’. Het is vergelijkbaar met de inbrakensite www.stopdecriminaliteit.nl van de regiopolitie Utrecht. Maar dan voor àlle delicten. De filosofie is dezelfde als de Utrechtse: hoe beter je de burger informeert, hoe groter diens bereidheid om preventiemaatregelen te nemen en de politie te assisteren! Sterk aan de Utrechtse site is overigens dat bovendien de modi operandi worden genoemd!
In Noord-Amerika worden de burgers niet alleen sneller geïnformeerd, zij hebben ook meer inbreng in de prioriteitstelling van de politie. Reeds in 1997 ontdekte ik in Philadelphia de ‘burgeradviesraden’. De korpschef, de districtschefs en de wijkteamchefs hadden ieder een eigen burgeradviesraad, waarmee periodiek overleg werd gevoerd. De voorzitters van de wijkteamadviesraden waren tevens lid van de districtsadviesraad. En de voorzitters van de districtsadviesraden maakten deel uit van de adviesraad van de korpschef. Door deze linking pin-constructie waren de overleggen niet vrijblijvend.
Geïnspireerd door dat werkbezoek heb ik destijds in Amsterdam-West ook een burgeradviesraad opgericht. Het was een eerste experiment. Sterk punt was de rechtstreekse communicatie: ik kreeg signalen vanaf ‘de straat’ en de commissieleden kregen uitleg over het politiebeleid. Zwak punt was het gebrek aan structuur en de te eenzijdige samenstelling. Het selecteren van de juiste mensen voor een burgeradviesraad is van doorslaggevend belang. In Brooklyn Park, Minnesota dienen kandidaten voor de ‘Multicultural Advisory Committee’ daarom te solliciteren. Tijdens het sollicitatiegesprek wordt gevraagd wie men vertegenwoordigt, wat men wil bereiken en welke bijdrage men zelf denkt te kunnen leveren. Per vergadering ontvangen de commissieleden een onkostenvergoeding van $25.
De Toronto Police Service kent een scala aan burgeradviesraden. Alle zeventien politiedistricten hebben een eigen burgeradviesraad, die een zo goed mogelijke afspiegeling vormt van de bevolking in het district. Hiernaast zijn er burgeradviesraden per doelgroep, zoals de zwarte, de moslim- en de homoadviesraad. Korpschef Bill Blair overlegt periodiek met een tweetal overkoepelende burgeradviesraden: een jongerenadviesraad en een adviesraad waarin alle districten en doelgroepen zijn vertegenwoordigd. Twee keer per jaar komen alle voorzitters van de adviesraden bij elkaar. Naast het verstrekken van adviezen, assisteren de leden van de adviesraden de politie bij incidenten en bij spanningen in de buurt. Zij zijn bruggenbouwers tussen de Toronto Police Service en de bevolking. Zij leggen contacten, geven voorlichting over het functioneren van de politie, assisteren bij werving en selectie, bij opleiding en training en bij het beoordelen van procedures en handboeken.
Mijn parelvisser-reis ging naar India. Ook daar investeerde men in de relatie politie-publiek in het project ‘People Friendly Police’ ter verbetering van de aangiftebereidheid. Dat was ook wel nodig. Het was eind februari en ik vroeg aan een wijkteamchef hoeveel mensen dat jaar aangifte hadden gedaan. ‘Nog niet één’, zei hij.


 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2009, nr. 7

0 reacties

Reageer op dit artikel