400 jaar vriendschap
Dit jaar worden ‘400 jaar geschiedenis, gedeelde waarden en vriendschap’ gevierd tussen de Verenigde Staten en Nederland. Zoals met veel oude vriendschappen waren er hoogtepunten – zoals de Amerikaanse hulp aan Nederland tijdens en na de Tweede Wereldoorlog – maar was het niet altijd rozengeur en maneschijn.
Principiële meningsverschillen – over bijvoorbeeld de onafhankelijkheid van Indonesië, de kruisraketten en Guantanamo Bay – leidden tot momenten van bekoeling. Toch waren dit slechts rimpelingen in de eeuwenoude vriendschapsband. Zo is het opvallend hoe snel het recente anti-Amerikanisme in Nederland is omgeslagen in ‘Obamania’. Enkele hoogtepunten uit 4 eeuwen vriendschap:
In 2009 is het precies 400 jaar gelden dat Henry Hudson – op 12 september 1609 – voet aan wal zette op het eiland ‘Manna Hatta’. Henry Hudson was de (Engelse) kapitein van de ‘Halve Maen’, een kleine tweemaster van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Het was een toevallige landing. Het doel van Hudsons missie was het vinden van een kortere route naar het toenmalige Oost-Indië. Hij ontdekte een brede rivier aan de oostkust van de Verenigde Staten en hoopte dat deze een passage naar Azië kon bieden. Na 90 mijl stroomopwaarts te hebben gevaren, werd de rivier echter steeds smaller. Teleurgesteld ging de bemanning aan wal. Het was het begin van de ontstaansgeschiedenis van New York.
De vriendschap tussen beide landen begon echter al één jaar eerder. Een groep protestantse puriteinen, de ‘Pilgrim Fathers’, ontvluchtte Engeland in 1608 om in het tolerantere Nederland te ontkomen aan de religieuze vervolging door King James I. Zij vestigden zich in eerste instantie in Amsterdam en ging ter kerke in de Begijnhofkerk. Een jaar later verhuisden zij naar Leiden. Daar leefden en werkten zij gedurende 11 jaar en hielden hun kerkdiensten in de Pieterskerk. In 1620 besloten de Pilgrim Fathers Nederland te verlaten. De toekomst van de ‘Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden’ was onzeker en bovendien vreesde men in het liberale Nederland hun eigen identiteit te verliezen. Op 22 juli 1620 woonden de pelgrims hun laatste ‘Nederlandse’ kerkdienst bij in de naar hen vernoemde ‘Pelgrimvaderskerk’ in Delfshaven, Rotterdam. Via Engeland zeilden zij naar het latere Massachusetts, alwaar zij in november 1620 de tweede succesvolle Engelse nederzetting stichtten.
Intussen had de Nederlandse republiek een gebied zo groot als vijf (huidige) Amerikaanse staten geclaimd en hier in 1624 de provincie Nieuw Nederland gesticht. De belangrijkste nederzetting was Fort Oranje (het huidige Albany). Amsterdamse kooplui ruilden met de indianen textiel, kralen, alcohol en vuurwapens voor met name beverhuiden. De pioniers van Nieuw Nederland hadden een zwaar bestaan. In 1626 besloot gouverneur Pieter Minuit om de kolonisten samen te brengen op het eiland Manhattan, waarvoor hij goederen ter waarde van 60 gulden had geschonken aan de indianen. Hoewel laatstgenoemden geen concept van eigendom kenden, meende Minuit hiermee het eiland te hebben gekocht, getuige een brief van Pieter Schaghen aan de Nederlandse regering. Op het eiland bouwde Pieter Minuit Fort Amsterdam, hetgeen zou uitgroeien tot het huidige New York.
De volgende mijlpaal in de Nederlands-Amerikaanse geschiedenis vond plaats op 16 november 1776. Een kleine tweemaster, varend onder de vlag van de vier maanden daarvoor onafhankelijke verklaarde Verenigde Staten van Amerika, loste een saluutschot voor de haven van St. Eustatius. Gouverneur Johannes de Graaff gaf opdracht het saluutschot te beantwoorden. Dit vormde de eerste officiële erkenning van de Amerikaanse vlag door een buitenlandse mogendheid. Ook in de jaren erna is de geschiedenis van de Verenigde Staten nauw verbonden met die van Nederland. De latere president John Adams reisde in 1780 als gezant van de Verenigde Staten naar Nederland om steun te verwerven voor haar strijd tegen Groot-Brittanië. Op 19 april 1782 erkende Nederland als tweede land – na Frankrijk – de Verenigde Staten als onafhankelijke natie. Amerika’s eerste buitenlandse lening (van 5 miljoen gulden) werd in juli van dat jaar verstrekt door drie Nederlandse banken.
Door de eeuwen heen hebben beide landen elkaar over en weer geïnspireerd. Naast de zichtbare beïnvloeding door architectuur en naamgeving – zoals Wall Street (oude stadswal van Fort Amsterdam), dollar (daalder) en Brooklyn (Breukelen) – is er ook de onzichtbare. Zo is de Amerikaanse basisstructuur van vrijhandel en kapitalisme gebaseerd op de Nederlandse handelsstructuur uit de 17de eeuw en vindt de cosmopolitische uitstraling van New York haar oorsprong in het 17de eeuwse tolerante en multi-etnische Nieuw Amsterdam. En de Nederlandse ‘schout’ stond model voor de Amerikaanse ‘public prosecutor’ (vóór die tijd – in het Engelse model – moest een slachtoffer zèlf zijn recht zoeken).
Nog steeds is de Verenigde Staten een van de belangrijkste partners van Nederland. Ook op het gebied van politie en justitie. Al decennialang volgen Nederlandse politieambtenaren cursussen aan de FBI-Academy, wordt over onderwerpen als misdaadanalyse, infiltratie en counterterrorisme kennis en ervaring gedeeld en wordt in tal van operationele onderzoeken intensief samengewerkt. Tóch een mooie gedachte dat deze samenwerking is gefundeerd in ‘400 jaar geschiedenis, gedeelde waarden en vriendschap!’
Voor meer informatie zie www.NY400.nl


Reageer op dit artikel