Blauwe eer
In het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG) houd ik mij bezig met wetenschappelijk onderzoek naar vormen van (dreigend) geweld, waarbij het motief gezocht wordt in gekrenkte eergevoelens. Wie zich uitsluitend in de relatie tussen eer en geweld verdiept op basis van populaire media, kan zich wellicht niet aan de indruk ontrekken dat eerkwesties zich vooral voordoen in allochtone kring en rond de bewaking van kuisheid van vrouwen. Dat is jammer, want eer manifesteert zich ook op andere maatschappelijke terreinen. Bijvoorbeeld bij de politie en dan heb ik het uiteraard niet over maagdelijkheid van collega’s.
Om de blauwe eer te kunnen belichten, permitteer ik mij een uitstapje naar het gedachtegoed van de goedgebekte maar pessimistische Duitse filosoof Schopenhauer (1788-1860). Onder eer verstaat hij het oordeel dat anderen over ons hebben. Eer is met andere woorden de representant van onze waarde in de gedachten van anderen. Het gaat om beeldvorming. Uit de antropologische literatuur over eer bij onder andere Turken kunnen we leren dat sociale controle in de vorm van achterklap een belangrijke rol speelt. Frequent heb ik meegemaakt dat na het vertellen van een verhaal over een bekende aan een mannelijke collega, mij vermaand werd vooral niet te roddelen!
Als ik later hetzelfde verhaal hoorde ontsnappen aan besnorde lippen, was de roddel opeens gepromoveerd tot intelligence. Hoe je het ook noemt, het principe is hetzelfde. Schopenhauer gaat nog een stapje verder in zijn denken over beeldvorming. Hij stelt dat de eer die anderen aan ons toekennen niet gebaseerd is op onze ware maar op onze schijnbare aard. De gedachte dat het niet zo belangrijk is, wat je daadwerkelijk uitvoert, maar dat het gaat om wat anderen denken dat je doet, is niet alleen toepasbaar op individuele politieambtenaren, maar ook op de politieorganisatie in zijn geheel. Elke diender die een verjaardag in de familiekring bezoekt, kan hierover mee praten. Onder de borrel wordt het beeld van de organisatie in hoge mate bepaald door persoonlijke en uitvergrote ervaringen van de feestvierders. Waarschijnlijk hoef ik hier verder niet uit te leggen dat dat lang niet altijd gunstig uitpakt voor de beoordeling van de politie.
De sombere Schopenhauer doet nog meer intrigerende waarnemingen. Hij stelt namelijk dat eer in essentie een negatief karakter heeft. Het gaat immers om het oordeel over eigenschappen en gedrag, zoals dat volgens sociale conventies wordt verwacht. Het mag dan eervol zijn dat een politieambtenaar te werk gaat volgens het adagium ‘ik doe wat ik zeg en ik zeg wat ik doe’, maar in feite wordt van hem of haar niet anders verwacht. Er wordt niet geëxcelleerd of iets extra’s gedaan, wat het geval is bij het vergaren van roem. Dan moeten er eigenschappen aan de dag worden gelegd, waarmee individuen of organisaties zich in positieve zin van hun gelijken onderscheiden.
Voor het gezag en de legitimiteit van het politieoptreden is roem niet essentieel, maar het beschikken over eer daarentegen wel. Want wie geen eer heeft, doet niet mee. Het verliezen van eer is een verklaring van de sociale dood. Het serieus genomen worden als organisatie kan mijns inziens echter nooit op zijn Schopenhauers bereikt worden door op korte termijn in de meest cynische vorm van ‘verwachtingenmanagement’ burgers te bestoken met glossy reclameverhalen over hoe goed de politie het wel niet doet. Wie zijn eer wil behouden, of dat nu een mens of een organisatie is, doet er beter aan om – het woord zegt het al – eerlijk te berichten over behaalde successen en eigen falen. Dan lijk je namelijk niet alleen eervol, dan ben je dat ook echt.

Reageer op dit artikel