Caransa

Door Frank Bovenkerk, emeritus hoogleraar criminologie in Utrecht, 23 oktober 2009 16:11 uur0 Waardering:

Caransa Op donderdag 6 augustus is op 93-jarige leeftijd de joods-Amsterdamse zakenman Maurits Caransa overleden. In herdenkingsprofielen in de media werd naast zijn opmerkelijke carrière - deze zoon van een kolenhandelaar bracht het tot eigenaar van vrijwel het gehele Rembrandtsplein - uitvoerig stilgestaan bij de spectaculaire ontvoering die hem in oktober 1977 overkwam. Die ontvoering kan gerust het begin van de moderne georganiseerde misdaad in Nederland worden genoemd. Caransa is echter als jongeman ook betrokken geweest bij een geheel heel andere historische gebeurtenis: het gewelddadige verzet tegen de NSB in de Amsterdamse jodenhoek. Die episode uit zijn leven is veel minder bekend, maar verdient het ook om te worden verteld.

Eerst die georganiseerde misdaad. De ontvoering, veertig jaar geleden nu, was de eerste keer dat een bekende Nederlandse zakenman werd gekidnapt om hem losgeld te laten betalen. De daders eisten 40 miljoen gulden, maar Caransa wist dat bedrag naar eigen zeggen naar beneden te pingelen tot 10 miljoen en werd in vrijheid gesteld. Er was geen spoor van de ontvoerders, maar een maand later doken de eerste (gemerkte) duizend-gulden-biljetten op in het buitenland. De Amsterdamse commissaris Toorenaar spoedde zich met zijn CRI-collega Harm de Boer naar de Verenigde Staten waar iemand bij de bank een bedrag van driekwart miljoen van die duizendjes had aangeboden. Het werd al gauw duidelijk dat het geld in het toen ontluikende drugsmilieu terecht was gekomen, waar je met ‘besmet’ geld goedkope transacties kon uitvoeren. Het onderzoek leidde daarna naar Italië en Duitsland, maar dat leverde geen spoor op naar de daders.
 

Er kwam pas schot in de zaak toen anderhalf jaar later een Nederlandse drugshandelaar Robbie K. werd aangehouden tijdens het overladen van hasj en hasjolie in een bestelbusje. Robbie liet tijdens het verhoor merken dat hij wel iets wist te vertellen over het Caransa-mysterie…mits daar gepaste strafvermindering voor zijn eigen delict tegenover zou staan. Dit moet wel een van de eerste malen geweest zijn dat de Nederlandse politie en justitie hebben moeten overwegen een deal met criminelen te sluiten. Caransa zelf werd er door de verhalen die van deze verklikker loskwamen ook in toenemende mate van overtuigd dat hij de daders niet bij de internationale maffia moest zoeken maar bij de Mokumse penose.
 

Hoe het verhaal afliep laat zich eveneens lezen als een aankondiging van de nieuwe tijd waarin het lastig werd om grote zaken van de georganiseerde misdaad op te lossen. De vermoedelijke daders zijn nooit gepakt en dat zou ook niet meer gebeuren nadat er een machtsstrijd binnen het rechercheteam was ontstaan en nadat de onderzoeksleiders met al hun kennis van de zaak naar elders waren overgeplaatst. Twee verdachten kwamen op mysterieuze wijze aan hun eind. Eén pleegde zelfmoord en Robbie K. werd doodgeschoten. De eerste moord van een lange reeks in de Amsterdamse onderwereld?

 

Maar weinigen weten dat Maup Caransa in zijn jonge jaren ook een heldhaftige rol heeft gespeeld.1 Het was februari 1941 en de gebeurtenissen speelden zich af in de Amsterdamse jodenhoek. Provocateurs uit kringen van de NSB kwamen bij voortduring langs om joden lastig te vallen en mensen te mishandelen. Let wel: de Amsterdamse politie liet die NSB-ers begaan. Een aantal joodse jongemannen besloot zich teweer te stellen en vormde knokploegen. In die tijd bekende joodse bokskampioenen (Bennie Bluhm was toen de bekendste; Ben Bril werd dat later) sloegen nazi-provocateurs in elkaar en werkten die de gracht in. Op 11 februari werd de WA-man Koot zo door de joodse knokploeg mishandeld dat hij een paar dagen later aan zijn verwondingen overleed. Dit gebeurde op het Waterlooplein vlak voor de deur van het politiebureau! Ook toen liet de politie ze begaan. De Duitse bezetter gebruikte dit incident als aanleiding om een razzia te houden en meer dan 400 Joodse jongemannen op te pakken. Die werden naar het concentratiekamp Mauthausen gezonden en kwamen voor het overgrote deel niet meer terug. Deze gebeurtenissen gingen de Nederlandse geschiedenis in als de directe aanleiding voor de wereldberoemde Februaristaking (protest van Amsterdamse arbeiders en ambtenaren tegen de razzia’s op joden) die ieder jaar op het Jonas Daniël Meijerplein wordt herdacht. Caransa was één van die knokkers.
 

 

Het historische oordeel over de zin van dit nogal spontane joodse verzet is controversieel geworden binnen kringen van wat ik het bewuste jodendom noem. Onder sommigen vatte de mening post dat dit ongeleide verzet roekeloos en zonder zin was geweest en dat het repressieve maatregelen door de Duitsers had uitgelokt. Voor anderen vormde het optreden van de joodse knokkers het levende bewijs van zelfbewuste joodse veerkracht. Het bewees dat lang niet alle joden hadden zich als makke schapen laten deporteren of waren ondergedoken!

 

Joden waren trouwens aanvankelijk ook oververtegenwoordigd in het algemene verzet. Achter dit verschil in waardering ging een klassenstrijd schuil in het joodse volksdeel. Het verzet was voortgekomen uit het zogenoemde joodse proletariaat dat voor een belangrijk deel overigens niet uit arbeiders bestond maar uit marktkooplieden, venters en andere kleine zelfstandigen. Voor de welgestelde joden uit de Beethovenstraat in Amsterdam-Zuid waren de joden in de jodenhoek overwegend paupers en schlemielen.
   

Zo iemand was Maurits Caransa. Helaas was hij zelf op latere leeftijd niet zo mededeelzaam over deze episode. Toen ik een aantal jaren geleden aan hem vroeg of hij mij over zijn verzetsdaden wilde vertellen, was het antwoord afwijzend. Hij schreef me naar aanleiding van mijn verzoek: ‘Mijn ouders, mijn drie broers en al die andere namen van mensen die vermoord zijn kwamen weer bij me boven. Dit is iets wat ik al die jaren heb geprobeerd weg te drukken uit mijn gedachten. U zult begrijpen….’

[1] In een uitzending van het radioprogramma van zondagochtend OVT op 9 augustus (één dag nadat het overlijden van Caransa bekend was gemaakt) vertelde historicus Dennis Bos het verhaal van deze gebeurtenis op het Waterlooplein zonder dat de naam van Caransa zelfs maar werd genoemd.

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel