Daders worden niet vrijgesproken

Door Joseph Molenaar, Juridisch docent, faculteit Algemene Politiekunde, Amsterdam, 17 juli 2009 13:53 uur0 Waardering:

Daders worden niet vrijgesproken Beter 10 schuldigen vrijgesproken dan 1 onschuldige veroordeeld, zo luidt de belangrijkste regel uit het strafrecht. Deze regel werd in de westerse wereld als eerste in de 9e eeuw in Engeland ingevoerd door koning Alfred en heeft mij altijd verwonderd. Niet zozeer vanwege de inhoud van de gedachte, maar door het raadselachtige getal. Waarom precies 10 op 1 en niet bijvoorbeeld 5 op 1 of juist 20 op 1? Het cijfer is weliswaar symbolisch, maar toch.

Vraag beginnende politieagenten waarom ze bij de politie zijn gegaan en het antwoord zal niets met getallen te maken hebben: ‘actie’, ‘mensen helpen’ en ‘buiten werken’ worden genoemd. Wat iedere agent als eigenschap heeft, maar wat je zelden hoort als reden, is een groot rechtvaardigheidsgevoel. Een misdadiger hoort achter slot en grendel en dit is de taak van de opsporingsambtenaar. Soms, echter, staan daaraan regels in de weg.
 
Dezelfde koning Alfred, de enige Engelse koning die zich ‘de Grote’ mocht noemen, liet in één jaar 44 rechters als moordenaars ophangen; dit omdat zij in strijd met de wet hadden gehandeld bij het uitspreken van doodvonnissen. Onder hen bevond zich rechter Freberne die een verdachte alvast liet executeren terwijl de jury nog in beraad was. De rechter deed wat hij rechtvaardig achtte, maar de regels lieten het niet toe. Bij twijfel volgt immers vrijspraak, want iedereen wordt vermoed onschuldig te zijn, in ieder geval totdat het tegendeel voor een rechter is bewezen.
 
Hoeveel moeilijker is in dit opzicht het werk van politieagenten! Zij mogen vaak pas in actie komen als ze vermoeden dat iemand schuldig is en dienen daarbij uit te gaan van zijn onschuld. Als ik voor het oog van meerdere dienders een moord bega, ben ik vooralsnog onschuldig. Het bewijs tegen mij laat misschien maar één conclusie toe, maar het is slechts aan de rechter om hierover te oordelen.
 
Dit dilemma kwam laatst voorbij toen een politieagent mij uitlegde waarom hij zijn bevoegdheden zo nauwgezet moet kennen. Hij was bang dat wanneer hij zijn werk niet goed zou doen, een verdachte zou worden vrijgesproken. Die angst kennen veel agenten. Hij gaat vooral over het type verdachte waartegen ruimschoots voldoende bewijs is, maar die door een ‘vormfout’ alsnog vrijuit gaat. U zult het in mijn moordzaak hierboven, met uw collega’s als ooggetuigen, alsnog weten te ‘verprutsen’!
 
Deze angst is volstrekt begrijpelijk, maar hij is ook volslagen onterecht. Vanaf mijn moord waarvoor zoveel bewijs is, tot aan mijn vrijspraak vanwege uw fout, ben ik onschuldig gebleven. Een rechter kon mij schuldig verklaren en veroordelen, maar deed dit niet. Ik word als onschuldige vrijgesproken; daar kan toch niemand op tegen zijn?
 
Zo komt het dat daders niet worden vrijgesproken en onschuldigen niet worden veroordeeld.
Als u het anders had willen zien, had u maar rechter moeten worden!
 
 

0 reacties

Reageer op dit artikel