De politie als hoeder van democratische rechtsorde

Door Afshin Ellian, hoogleraar verbonden aan de rechtenfaculteit van Universiteit Leiden., 01 februari 2009 11:50 uur0 Waardering:

De politie als hoeder van democratische rechtsorde Politie staat ten dienste van een politieke orde. Niet elke politieke orde is een rechtsorde die op de principes van de rechtsstatelijkheid is gebaseerd. De politie in het islamitische Iran of het communistische Noord-Korea heeft tot taak om de belangen van een onrechtvaardige en onderdrukkende orde te bewaken. Dit is niet het geval in een democratische rechtsorde. Hier bewaakt de politie niet de particuliere belangen van de politici. In de democratie is de politie de hoeder van een grondwettelijke orde. Wat is dit?

De vastgestelde rechten en plichten van de burger in onze grondwet vormen de basis van onze rechtsorde die onder alle omstandigheden moet worden bewaakt. Daarvoor is een aantal wetten in het leven geroepen zoals het Wetboek van Strafrecht en de Politiewet. Het gaat uiteindelijk om het functioneren van een rechtsorde waarin de vrijheid en gelijkheid voor de wet centraal staan. Daarom dient onze politiemacht niet een particulier belang maar het algemeen belang. Zodoende moet de politie materieel (inhoudelijk) en formeel (haar uiterlijke verschijning) de neutraliteit van onze rechtsstaat uitstralen. Dat is niet gemakkelijk. Waarom niet?
 
De politiek, in dit verband de minister van Binnenlandse Zaken, is verantwoordelijk voor de politie. In een democratisch systeem worden niet de ambtenaren maar de politici ter verantwoording geroepen. Het parlement is het daartoe aangewezen orgaan. De politici willen scoren. En dat is niet onbegrijpelijk. Anders zouden ze niet worden herkozen door de burgers. In het mediatijdperk waar geduld een vergeten begrip is, willen de politici sneller dan ooit de positieve resultaten kunnen presenteren. De minister van Binnenlandse Zaken moet kunnen aantonen dat de politie onder haar verantwoordelijkheid beter presteert dan in het verleden. Dit legitieme politieke belang kan botsen met de politiebelangen. Het politiewerk kan immers niet zomaar in getallen worden uitgedrukt.
 
In dit kader vormen de prestatiecontracten een probleem. Dat de politiek de prioriteiten aangeeft, is niet een probleem. Ze moeten het goed doen. Daarvoor zijn ze door de burgers gekozen. Ook dat de politie optimaal desnoods met enige bestuurlijke dreiging, moet functioneren, is evenmin het probleem. De bureaucratisering van de veiligheidsvraagstukken is een probleem. En dit leidt tot een ongewenste situatie. Er worden dan modellen ontwikkeld voor het vastleggen van die prestatie. Een deel van de politie is hierdoor het hele jaar door bezig met het invullen van formulieren om tot een aanvaardbare verantwoording te kunnen komen. Dat is zonde van de tijd. De politie moet niet worden verward met een bouwbedrijf of een chocoladefabriek. We moeten niet van haar verwachten dat ze misdrijven of overtredingen kan produceren! Nu wordt een korps bestraft vanwege een tekort van een paar puntjes. Dit is echt verkeerd.
 
De prestatie moet wel centraal staan, maar niet collectief zijn. De prestatie moet worden geïndividualiseerd. Wanneer een minister niet goed presteert, wordt ook niet het hele ministerie gestraft. De minister wordt in dit geval gestraft. Nu kampen vele korpsen in Nederland met een chronisch tekort aan geld. Dit kan niet langer. Zonder een goed functionerende politie hebben we weinig aan onze vrijheden.
 
Ik blijf het verbazingwekkend vinden welke hoge verwachtingen de politici van politie hebben. Terwijl ze zelf zelden met een oplossing komen voor een tweetal financiële problemen waarmee de politie kampt: het algehele tekort aan budget en de slechte individuele waardering voor politieagenten. We willen met z’n allen dat de politie onder alle omstandigheden moet functioneren. Maar wij zijn met z’n allen kennelijk niet bereid om dat werk op een fatsoenlijke manier te willen waarderen.
 
Al met al komen nu drie elementen uit de landelijke prioriteiten voor de politie naar voren: het bestrijden van geweld, jeugdcriminaliteit en veilige wijken. Dit zijn uiteraard belangrijke bronnen van de maatschappelijke onvrede. Deze problemen kunnen effectief worden bestreden wanneer ook de politiekorpsen op basis van hun eigen specifieke regionale toestand maatregelen durven te nemen. Dit kan soms afwijken van de maatregelen in een ander korps. De politiekorpsen moeten dus soms durven experimenteren en durven afwijken van de prestatiemodellen. Ze moeten daarbij laten zien dat sommige vraagstukken anders en effectiever kunnen worden aangepakt dan de modellen van de landelijke beleidsmakers laten zien.
 
Ik spreek vaak politieagenten die ik in het kader van mijn werk in de beveiliging tegenkom. Daarbij spreek ik ook jonge politieagenten in opleiding. Ze zijn intelligent en gemotiveerd voor het politiewerk. Laatst sprak ik met een jonge agente in opleiding en ik vroeg haar waarom zij bij de politie wil werken. Haar antwoord is ongelofelijk ontroerend: ‘Al sinds mijn derde wil ik een politieagent zijn. Het is een roeping.’ Dit realiseren we ons onvoldoende. De roep om een hoeder te zijn van een democratische rechtsorde moeten we luidruchtig gaan uitdragen. Dit is het wezen van de politie.
 
 
Bron: Het Tijdschrift voor de Politie nr 1, 2009

0 reacties

Reageer op dit artikel