Gevangen in Honduras

Door Peter Slort, 01 juni 2009 19:56 uur0 Waardering:

Gevangen in Honduras Nú nog, als ik de toenmalige hit 'An Englishman in New York' hoor, moet ik denken aan de avond waarop ik met een groepje gedetineerden in de Haarlemse Koepelgevangenis naar Toppop keek. Tijdens mijn eerste jaar op de Nederlandse Politieacademie, liep ik hier mijn 'sociale stage'. Het was een ervaring die diepe indruk op mij maakte.

Ik herinner mij de middag waarop ik achter een Singer-naaimachine PTT-postzakken naaide met zo’n twintig gedetineerden. Dat ik dat deed vonden de bewaarders maar niets, maar de gedetineerden vonden het prachtig. Ik herinner me de gladjanus die mij trots zijn 'peep-show' toonde: het plafond en alle wanden van zijn cel had hij volledig bedekt met pornofoto’s. In de Koepel ontdekte ik tot mijn verrassing dat ik sommige gedetineerden eigenlijk veel leuker vond dan de bewaarders. De diepste indruk maakte de stage echter door de ervaring om opgesloten te zijn. Hoewel ik zelf over een grote sleutelbos beschikte, haalde ik elke dag opgelucht adem als ik weer buiten stond.

Deze herinnering komt bij me boven, als ik met de Nederlandse consul-generaal Floris Kluck de gevangenis van San Pedro Sula in Honduras binnenloop. Langs de kale, betonnen buitenmuur staat een lange rij vrouwen – met kinderen of baby’s op de arm – geduldig te wachten tot zij worden binnengelaten. Het is woensdag, één van de drie wekelijkse bezoekdagen. We worden ontvangen door Silvano Posadas, de plaatsvervangend directeur. In de gevangenis is recent een nieuwe directeur benoemd. 'Leeft de vorige nog?' vraagt de consul. Ik denk dat hij een cynische grap maakt, maar hij is serieus. Diens voorganger is namelijk in de gevangenis vermoord. Posadas vertelt dat de situatie eigenlijk onhoudbaar is. De gevangenis is gebouwd voor 1000 gedetineerden, maar er verblijft minimaal het dubbele aantal. Er werken 120 bewaarders. 'Veel te weinig,' zegt Posadas. Maar zijn grootste probleem is het gebrek aan middelen. Toen een gedetineerde onlangs ernstig ziek werd, moesten de bewaarders een auto lenen van een gedetineerde om de patiënt naar het ziekenhuis te brengen. De inrichting heeft geen metaaldetectoren en bezoekers mogen niet ín het lichaam worden gefouilleerd. Hierdoor worden regelmatig verdovende middelen, mobiele telefoons en zelfs vuurwapens naar binnen gesmokkeld. Het bezit van mobiele telefoons is zó groot, dat de overheid geprobeerd heeft het telefoonverkeer te blokkeren. 'Men heeft het alleen niet goed gedaan,' lacht de plaatsvervangend directeur besmuikt. 'Het gebied waar wij werken is geblokkeerd, maar die criminelen kunnen vrijuit bellen!'

Een roestige, metalen deur leidt tot de eigenlijke gevangenis. Ik verwacht een lange gang met tralies en kale groepscellen. Groot is mijn verbazing als we achter de deur een soort markt aantreffen, zoals ik die tijdens diverse vakantiereizen in Afrika en Azië heb bezocht. De gevangenis is een wereld in een wereld. Honderden mensen – gedetineerden èn bezoekers – lopen door smalle, drukke straatjes waar verkopers hun handelswaar aan de man proberen te brengen. Op de markt kun je van alles kopen, zoals groente, frisdrank, T-shirts, dvd’s en sandalen. Ik word aangeklampt door schoenpoetsers en verkopers van allerhande toeristische prullaria. Het 'Hé Mister!' is niet van de lucht. Ik spreek een oudere man die als kruidenier een standplaats op de markt huurt. Hij zit vast voor het doden van de belager van zijn zoon. Tijdens het wekelijkse bezoek van zijn vrouw, wordt zijn winkeltje bevoorraad. We lopen verder. Ik tel vier kerken, drie kapsalons, twee timmerwerkplaatsen, een schoonheidssalon en zelfs een juwelier. Er is een hotel waar kamers per uur worden verhuurd. We brengen een bezoek aan een bakkerij, waar een tiental gedetineerden vers brood bakt. De bakker vertelt enthousiast dat hij een bestelling van de Kamer van Koophandel heeft gekregen voor het bakken van vierhonderd broodjes. 'Dit is een resocialisatieproject, georganiseerd door de rooms-katholieke kerk,' gaat hij verder. 'Wat gebeurt er met hen zodra zij dit project hebben afgerond', wil ik weten. 'Niets,' zegt de bakker. 'De overheid doet niet aan resocialisatie.'

Van deze wereld strikt gescheiden leven de bendeleden van de beruchte Maras. 'Als je hen tot de anderen zou toelaten, maken ze elkaar af,' vertelt Posadas. Omdat het te gevaarlijk is om hun domein zo maar binnen te lopen, wordt een list verzonnen: de consul en ik komen beoordelen of de binnenplaats kan worden voorzien van een afdak tegen de hete zon. De sfeer bij deze in Los Angeles ontstane straatbende is volstrekt anders. Terwijl ik met een schuin oog hun tatoeages bekijk, voel ik tientallen koude blikken op mij gericht. Met een ernstig gezicht inspecteer ik de kale muren. Achter deze muren is de 'Zona Muerta'. Wie zich daar begeeft, kan zonder waarschuwing worden doodgeschoten. Bij het weggaan schud ik twee Maras de hand. Later hoor ik dat zij respectievelijk 12 en 7 mensen hebben vermoord. Het is een onwerkelijke ervaring. Ik voel mij opnieuw een 'Englishman in New York.'

 

 

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2009, nr. 5

0 reacties

Reageer op dit artikel