Kredietcrisis: forse veiligheidseffecten

Door Edward van der Torre, COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement., 01 maart 2009 13:46 uur0 Waardering:

Kredietcrisis: forse veiligheidseffecten De kredietcrisis grijpt om zich heen. Er zijn harde effecten zichtbaar: bankiers die op het bankafschrift een ‘nul’ missen, ontslagen, tijdelijke contracten die niet verlengd worden, haperende kredietverstrekking en bezuinigingen. De psychologische effecten zijn hard: verstandige investeringen worden uitgesteld en er is stress over de (loop)baan.

 Er zullen zonder twijfel forse indirecte effecten zijn, waaronder een negatief effect op veiligheid. Wie vreest dat hij de zak krijgt, zal bijvoorbeeld nog heviger aanstoot nemen aan een hondsbrutale snotaap. Een opsomming:
 
1. Op zoek naar geld. Personen die eenvoudig werk hebben (of hadden) en die moeite krijgen om rond te komen, zullen op zoek gaan naar contant geld. De één vindt een (bij)baan, de ander weet zwart werk te ritselen en weer een ander zet met succes de tering naar de nering. Een andere categorie pleegt vermogensdelicten (of doet dit vaker). De helingmarkt lijdt onder de crisis, dus zoeken boeven gericht naar euro’s. De volgende stap is dat gevoelige e.o. ernstige delicten stijgen. Meer overvallen op middenstand en banken, inbraak in woningen (ook in aanwezigheid van bewoners), meer straatroof, meer overvallen op geldlopers en meer ‘interne diefstal’ (stelen van de baas of van teamgenoten in het voetbalelftal).
 
2. De kredietcrisis is een impuls voor (geweld op) de drugsmarkt. Drugshandelaren begeven zich in de luwte: geen aangiften en de prestatiecontracten worden (juist?) gehaald terwijl de drugsmarkt bloeit. Afbetalingen in het drugscircuit stagneren. Er is minder contant geld onder afnemers van drugs: kleinhandelaren en klanten op scholen, in het uitgaanscircuit en in prachtwijken. Het onderlinge drugsgeweld neemt toe vanwege broodnijd, marktbewaking en schulden. Menig moordonderzoek heeft al een drugsconnectie (al worden lang niet altijd tapverslagen gemaakt van tips over drugshandel, want straks moet je er wat mee).
 
3. 'Dan maar een creatieve belastingaangifte' (en andere fraude). Een categorie ondernemers (o.a. zzp’ers en mkb’ers) voelt zich onvoldoende gesteund door het kabinet: grote bedrijven en banken helpen, maar niet de hard werkende ondernemer; niet ingrijpen op de huizenmarkt en hardop denken over inbreuken op de hypotheekrenteaftrek; blijvende regellast; hoge werknemerskosten. Een categorie ondernemers vindt dat zij – bij zoveel misfortuin en wanbeleid – creatief en strafwaardig mogen boekhouden.
 
4. Intensivering radicalisering en polarisatie. De bestaansonzekerheden nemen toe en daardoor de neiging van groepen om zich af te keren van de rechtsstaat. Veel islamitische jongeren blijven of raken werkloos en absorberen Arabische zenders: een beduidende categorie wordt onverschillig en kweekt ressentiment of zelfs haat tegenover ‘Nederlandse instituties’. Het gaat macro om de staat, meso om de school of organisatie en micro om de agent, leerkracht en buschauffeur. Autochtone aso’s wijten financiële krapte aan het allochtone arbeidsaanbod, aan positief discriminerend selectiebeleid en aan andere kosten van het multiculturele overheidsbeleid. De polarisatie en neiging tot radicalisering nemen toe.
 
5. Toename van flitspunten. Het accepteren van 'micronarigheden' (lang wachten, een duw, een boze blik, een blauwtje, opvangvoorzieningen van overlastgevers in een woonwijk) zal nog verder afnemen. Wie grote zorgen heeft, pikt micro maar weinig. Het resulteert in hevig kleinschalig geweld: bijvoorbeeld huiselijk geweld en geweld tegen agenten en buschauffeurs. Bedreigingen en beledigingen van lokale bestuurders liggen op de loer. Ook uit de hoek van de ‘hard werkende burger’ die belasting betaalt en die vindt dat overlastgevers of criminelen de hand boven het hoofd wordt gehouden door lakse bestuurders, terwijl hij de klos is.
    
6. Meer overlast. Meer mensen (m.n. jongeren) weten – mede vanwege financiële krapte – hun weg niet te vinden in private instituten: de onderwijsinstelling, de arbeidsorganisatie, winkelcentra, sportclubs en recreatiegelegenheden. Het wordt daardoor – vooral in de toch al kwetsbare wijken en dorpen – drukker op straat en daardoor nemen overlast en vernielingen toe.
 
Overdreven? Ik hoop het, maar denk van niet. Het is hoe dan ook verstandig als politie en bestuur crisisscenario’s opstellen die helpen om te anticiperen op crisisgerelateerde aantastingen van veiligheid in de directe leefomgeving. Want juist dat zal niet gepikt worden door burgers.  
      
 
Bron: Het Tijdschrift voor de Politie nr. 2, 2009

0 reacties

Reageer op dit artikel