Mexico verdient onze steun!
‘Ricardo, ik heb een afspraak met Ricardo.’ Ik sta met een tweetal Nederlandse rechercheurs op de stoep van SIEDO, de Mexicaanse federale opsporingsdienst die de strijd heeft aangebonden met de gewelddadige drugskartels, en vraag naar het nieuwe hoofd Verdovende Middelenbestrijding. ‘O, die werkt hier niet meer’, is het trage antwoord. Ik schrik.
Maar hoewel ik Ricardo enkele dagen geleden nog heb gesproken, ben ik niet echt verbaasd. Het is al de tweede keer dat dit me overkomt. Een jaar geleden stond ik op dezelfde stoep en vroeg naar Mario, met wie ik regelmatig samenwerkte. Toen kreeg ik een vergelijkbaar antwoord: ‘Mario, nee die werkt hier niet meer.’ Na Mario kwam een opvolger en toen kwam Ricardo. Inmiddels werkt er een nieuwe opvolger. Bij ons kennismakingsgesprek vraag ik voorzichtig hoe lang hij deze functie zal bekleden. Hij begint hard te lachen, enerzijds vanwege mijn Hollandse, botte directheid en anderzijds uit onzekerheid. ‘Dat weet niemand’, zegt hij geheimzinnig. Het is duidelijk dat ik hierover geen vragen meer hoef te stellen.
De snelle personele wisselingen hebben te maken met het offensief tegen de drugskartels, dat de regering Calderón drie jaar geleden is gestart. Soms worden mensen verplaatst omdat zij niet snel genoeg, zichtbare resultaten boeken. Maar in andere gevallen is dit het gevolg van een nieuw integriteitsprogramma, dat ten doel heeft om de diepgewortelde corruptie binnen politie en justitie uit te bannen.
Tijdens zijn derde ‘troonrede’ in september 2009 benadrukte president Calderón zijn vastberadenheid om de strijd tegen de drugskartels voort te zetten. Deze strijd heeft sinds zijn aantreden in december 2006 zo’n 14.000 mensen het leven gekost. In 2008 vielen méér doden in Mexico dan in Irak. De ‘Office on Drugs and Crime’ van de Verenigde Naties beschouwt de Mexicaanse verdovende middelenkartels als dé drugsgrootmachten in Latijns Amerika. Zij hebben hun werkgebied uitgebreid naar diverse omringende landen en zijn zelfs actief in landen als Bolivia en Brazilië. Maar ook in de Verenigde Staten worden de Mexicaanse drugskartels beschouwd als de grootste bedreiging voor de binnenlandse veiligheid. Deze twee buurlanden hebben op criminaliteitsgebied een ongemakkelijke relatie: 90% van de cocaïne die in de Verenigde Staten wordt aangetroffen is gesmokkeld uit Mexico. Tegelijkertijd is 90% van de in Mexico in beslaggenomen vuurwapens afkomstig uit de Verenigde Staten.
In Mexico opereert een groot aantal drugskartels. De belangrijkste zijn het Sinaloa-, het Golf-, het Beltran Leyva-, het Juarez-, het Tijuana- en het La Familiakartel. Vanaf het moment dat de Mexicaanse overheid de bestrijding van de verdovende middelenhandel tot topprioriteit verhief, zijn deze kartels in een bloedige, onderlinge strijd verwikkeld. En dat geeft het dilemma aan voor de regering Calderón: bij elke succesvolle uitschakeling van (een deel van) een kartel, ontstaat een strijd over de overname van het vrijgekomen marktaandeel. En deze strijd gaat met veel geweld gepaard. De talloze voorbeelden van moorden en martelingen illustreren hoe zeer de kartels proberen om niet alleen de overheid, maar ook elkaar te intimideren. Het meeste geweld vindt plaats bínnen de criminele milieus, maar dat geldt niet voor de explosief gestegen ontvoeringen. Voor steeds geringere bedragen worden ‘gewone’ burgers ontvoerd. Na betaling worden zij soms – maar niet altijd – vrijgelaten. Met name Mexicanen die familie hebben in de Verenigde Staten lopen het risico om te worden ontvoerd. Bij hen schatten de ontvoerders de kans het grootst in dat er voor hun geliefden wordt betaald.
Ondanks al dit geweld geeft de regering Calderón geen krimp en zet de strijd onverminderd voort. In 16 van de 31 Mexicaanse staten is het leger ingezet. Zo’n 80.000 verdachten zijn inmiddels aangehouden, waaronder 1.400 kidnappers en 200 corrupte overheidsfunctionarissen. Deze laatste categorie vormt Mexico’s grootste probleem. Van oudsher spelen informele relaties en loyaliteiten een grote rol in de Mexicaanse samenleving. Het motto ‘voor mijn vrienden alles, voor mijn vijanden de wet’ geeft aan dat loyaliteit vaak hoger staat aangeschreven dan de wet. Bovendien zijn de overheidssalarissen laag. Menig ambtenaar is ooit voor de keus gesteld: ‘plata o plomo?’, dat wil zeggen: geld of een kogel? De keuze is dan vaak snel gemaakt.
In antwoord hierop is Mexico gestart met een grootscheeps anti-corruptieprogramma. Alle zittende en nieuwe medewerkers van politie- en justitieonderdelen moeten een integriteitstest doorlopen, bestaande uit onder andere een omgevings- en antecedentenonderzoek, een urinetest en een test met de leugendetector. Inmiddels zijn enkele honderden functionarissen hiervoor gezakt en uit hun functie ontheven. Ter uitbreiding van de politiesterkte, maar ook om de opengevallen plaatsen in te vullen zijn onlangs 9.000 nieuwe rechercheurs gerekruteerd. In enkele maanden tijd worden zij klaargestoomd om de strijd met de kartels aan te gaan. Mexico vraagt hierbij internationale hulp en is op zoek naar Spaanssprekende politieambtenaren die enkele weken willen assisteren bij het opleiden van deze groep rechercheurs. Na mijn oproep hiertoe heb ik tot nu toe één aanmelding. Wie volgt?


Reageer op dit artikel