'Papa, heb je vandaag weer een boef gevangen?'

Door Peter Slort, 01 augustus 2009 10:06 uur0 Waardering:

'Papa, heb je vandaag weer een boef gevangen?' Mijn dochter Claire kijkt me verwachtingsvol aan. Snel schieten gedachten door mijn hoofd. Hoe leg ik aan een slimme 5-jarige uit dat ik nu als diplomaat werkzaam ben op een – weinig spectaculaire – ambassade? Ik voel dat mijn imago als papa-superheld op het spel staat.

In mijn vorige functie kon ik deze vraag gemakkelijk met ‘ja’ beantwoorden. Hoewel ik als districtschef de verdachte meestal niet zelf in de boeien sloeg, was ik er wel verantwoordelijk voor. En dat telde ook, meende ik.
Over de wereld verspreid zijn 35 liaisonofficieren – in het jargon l.o.’s genoemd – werkzaam ten behoeve van de 25 politieregio’s, het Korps Landelijke Politie Diensten, de Koninklijke Marechaussee, de Bijzondere Opsporingsdiensten en het Openbaar Ministerie. Hoewel een gedeelte van hen afkomstig is uit de Koninklijke Marechaussee, worden alle l.o.’s – dankzij een uniek samenwerkingsverband – aangestuurd door de Dienst IPOL van het KLPD. Om de internationale oriëntatie van deze dienst te benadrukken is gekozen voor een Engels klinkende naam: IPOL. Hierbij staat de I voor ‘International’ en ‘Information’. Het dient te worden uitgesproken als: ‘eye-pol’, daarmee tevens symboliserend dat de dienst met een ‘scherp oog’ naar de wereld kijkt.
De functie van liaisonofficier verschilt van land tot land. Zo houdt de l.o. in Madrid zich hoofdzakelijk bezig met verdovende middelenonderzoeken, terwijl de l.o. in Bangkok zich mede richt op de bestrijding van kindermisbruik. De rol die de l.o. in het buitenland speelt wordt bepaald door de behoefte in Nederland en de aard van de problematiek in het gastland. Maar er zijn natuurlijk veel overeenkomsten: èlke l.o. houdt zich bezig met internationale rechtshulp en faciliteert werkbezoeken.

Mijn assistent Els Marchesini en ik zijn verantwoordelijk voor Noord- en Centraal-Amerika vanaf Nicaragua. Het meeste werk ligt in de Verenigde Staten. De rechtshulpverzoeken variëren van het natrekken van een telefoonnummer tot het uitvoeren van parallelle onderzoeken. Daarvan is sprake als op dezelfde criminele organisatie zowel in Nederland als in het gastland een eigen onderzoek wordt gestart. Tijdens de operatie wordt informatie informeel uitgewisseld. Als het tot een vervolging komt, wordt deze via rechtshulpverzoeken officieel verstrekt.
Een van de belangrijkste werkzaamheden van Els Marchesini is het coördineren van videoverhoren. Het is vaak een heel geregel, maar het scheelt de schatkist enkele tonnen op jaarbasis. Voorheen stak voor elk verhoor door de rechter-commissaris een – soms aanzienlijke – delegatie de Atlantische oceaan over, ook als het slechts een eenvoudig getuigenverhoor betrof. Door de moderne techniek is dat niet langer noodzakelijk. Het leidt overigens soms tot verrassende reacties. Mijn collega in het Caraïbisch gebied organiseerde laatst ook een videoverhoor. Op één na zegden alle acht advocaten hiervoor af, terwijl ze zich wèl hadden aangemeld voor een reis naar Caracas!
De operationele samenwerking met de Verenigde Staten is goed. Beperkingen doen zich vooral voor op juridische gronden. Voor het toepassen van diverse dwangmiddelen, zoals telefoontap of huiszoeking, is in de Verenigde Staten (en ook in Canada) ‘probable cause’ vereist. Het doorzoeken van een woning is bijvoorbeeld pas mogelijk als een rechter kan worden overtuigd van de waarschijnlijkheid dat concreet benoemde goederen zich daadwerkelijk in de woning bevinden. Een belangrijke taak van de l.o. is het in beide landen uitleggen van elkaars rechtssysteem en het adviseren bij het opstellen van rechtshulpverzoeken.
Canada stelt zeer hoge eisen aan de onderbouwing van rechtshulpverzoeken. Zodra ze echter zijn goedgekeurd, verloopt de uitvoering goed. Hoe anders is dit in de landen ten zuiden van de Verenigde Staten! In het afgelopen jaar ben ik verschillende keren naar Centraal-Amerika gereisd in verband met enkele moordonderzoeken waarin Nederlanders het slachtoffer waren. Ik word steeds gastvrij ontvangen, maar zodra ik mijn hielen heb gelicht, liggen de onderzoeken stil. In Honduras heb ik enorme steun van de honorair-consul Floris Kluck. Hij voert zijn taak gepassioneerd uit en heeft via zijn netwerk diverse deuren voor mij geopend. Ik heb hem ‘benoemd’ tot hulpsheriff. Samen geven we -informeel- leiding aan enkele onderzoeken. Dat neemt niet weg dat de uitvoering ervan zeer traag verloopt.
Onder onze Spaanstalige landen is de samenwerking met Mexico het meest intensief. Ondanks de aldaar woedende karteloorlog, wordt regelmatig prioriteit gegeven aan Nederlandse rechtshulpverzoeken. Ook hier geldt dat het regelmatig aanwezig zijn èn het spreken van de taal – al is het maar gebrekkig – absolute randvoorwaarden zijn.
Net zo belangrijk als de operationele samenwerking is de niet-operationele. Met de Verenigde Staten vindt een tweejaarlijks overleg plaats over de justitiële en politiële samenwerking. Deze ‘agreed steps’-besprekingen hebben inmiddels (mede) geleid tot een tweetal – zeer succesvolle – expertmeetings tussen de FBI en de DEA enerzijds en de Diensten Nationale Recherche en IPOL anderzijds.

Intussen kijkt Claire me nog steeds verwachtingsvol aan. 'Ja lieverd,' zeg ik, 'samen met de Amerikaanse politie hebben we een hele grote boef gevangen!' Op school schrijft Claire een verhaaltje: 'My dad is a polisman. He catches criminals. Polisman are like Superhero’s!'
 


 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2009, nr. 6

0 reacties

Reageer op dit artikel