‘Hoe we de veiligheid in Nederland organiseren is bijzonder complex!’ Interview met Harry Borghouts

Door Peter Holla en Lex Cachet, 01 oktober 2009 10:29 uur0 Waardering:

‘Hoe we de veiligheid in Nederland organiseren is bijzonder complex!’ Interview met Harry Borghouts Mr. H.C.J.L. (Harry) Borghouts (1943) is sinds juni 2002 commissaris van de Koningin (CvdK) in Noord-Holland. Daar voor was hij onder meer officier bij de Koninklijke Marine, directeur politie, projectmanager reorganisatie politie en directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Van 1996 tot 2002 was hij secretaris-generaal bij het ministerie van Justitie. Harry Borghouts is lid van GroenLinks.

U was als projectleider en als DG betrokken bij de grote politiereorganisatie van 1992. Is het geworden zoals u gehoopt had?
Ja, absoluut. Het heeft wel 4 jaar na de reorganisatie geduurd voordat de politiezorg echt beter werd. Er zijn nu nog maar 2 soorten politie: Koninklijke Marechaussee en de politieregio’s. In die tijd spraken we overigens van 23 regio’s. Zaanstreek/Waterland en Gooi- en Vechtstreek zouden geen eigenstandige regio worden. Een discussie die nog steeds actueel is.

Ik had ook voorspeld dat het verstandig is om alle buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) onder regie van de politie te laten vallen, omdat er anders een wildgroei zonder duidelijke coördinatie zou ontstaan. Helaas is dat niet gebeurd en je ziet de explosie van BOA’s. Zeker de toename van bevoegdheden (bestuurlijke boetes) baart me zorgen, omdat de rechtsbescherming van de burgers in het bestuursrecht duidelijk minder is dan bij het strafrecht.

Wat een duidelijke verwachting van de reorganisatie was, was de grote zelfstandigheid van de regio’s met al haar voor- en nadelen. Deze grote zelfstandigheid was een nadrukkelijke wens van de toenmalige minister Ien Dales. Het duidelijke nadeel werd wel zichtbaar: onvoldoende afstemming onderling, iedereen ging het wiel opnieuw uitvinden en opsporingszaken werden te regionaal bekeken.

Deze doorgeschoten zelfstandigheid is de achilleshiel van de politie. Door mijn ervaring bij Justitie ben ik ook van mening veranderd wat betreft centrale aansturing. Ik ben voorstander geworden van nationale politie.

Door de wijze van tot stand komen van de nationale recherche, de tegenwerking van de korpsen en het gebrek aan de wil om samen te werken ben ik ervan overtuigd geraakt dat samenwerking alleen tot stand komt als er meer centrale sturing is.

 

Bent u niet bang dat de politiek zich te veel met incidenten rondom de politie gaat bemoeien?
Dat gebeurt nu ook. In mijn model is er een raad van bestuur die de buffer is tussen politiek en politie. Het is een echt bestuur waar ook (maximaal) twee politiechefs in mogen zitten. Een beetje het model van de Raad van de Rechtspraak. Deze raad van bestuur moet zich beperken tot de hoofdlijnen en afspraken maken met de ministers over de te behalen resultaten. Ook zijn ze verantwoordelijk voor het beheer. Het lokale gezag, lees de burgemeesters, moeten in positie blijven. Zij weten wat er gebeurt in de wijken en wat de rol van de politie daarbij moet zijn.

 

Is dit model niet iets te optimistisch?
Ik ben een optimist. Dat komt waarschijnlijk omdat ik Brabander en katholiek ben. Je moet in principe de ‘wat- en hoe-vraag’ uit elkaar houden. Ook nu bemoeit de Kamer zich met incidenten en ontstaat daar ad-hocbeleid door. Soms mag dat, maar in principe moeten ze weg van het incidentalisme. Ik geloof echt dat het kan.

 

Waarom pleit u niet voor provinciale politie?
Dat is altijd een tussenmodel. Ik weet dat we in Nederland niet goed zijn in radicaal reorganiseren. Bovendien is de rol van de provincie of de CvdK, ten aanzien van de politie, nooit sterk geweest. Bij bestuurlijke conflicten ligt er een rol maar dat is bijna nooit nodig. De partijen laten het nooit zover komen. Daarnaast is er de toezichtsfunctie. Die is echter alleen goed toepasbaar als er ook een doeltreffend toezicht mogelijk is, compleet met een instrumentarium.
In een nieuw bestel zou de CvdK overigens wel veel beter als rijksorgaan gebruikt kunnen worden. Als verlengstuk van de minister kan de commissaris een duidelijke vooruitgeschoven rol vervullen.

 

De sterkte van de politie staat voortdurend onder druk. Moet er een gegarandeerde minimumsterkte zijn?
Er werken momenteel ruim 50.000 politiemensen in Nederland. Dat mag nog best wel groeien naar 60.000. Daarentegen moeten we ons ook realiseren dat er begin jaren negentig nog geen 40.000 waren. Ik ben geen voorstander van een minimumsterkte per gemeente. Voor een district kun je dat wel afspreken, zodat er altijd een garantie is voor de uitvoering van de basispolitietaken. Daarnaast zou je meer moeten werken met flexibele capaciteit die ingezet wordt daar waar het probleem het grootst is.

 

Wat is het juiste profiel voor de huidige korpschef?
Een korpschef moet goed kunnen omgaan met het krachtenveld tussen de korpsbeheerder en de hoofdofficier. Hij/zij moet kunnen verbinden en in staat zijn in tijden van crisis er te staan. Wat de woonplaats betreft, vind ik het van de gekke dat er korpschefs zijn die anderhalf tot twee uur rijden van hun regio wonen. Ze hoeven niet per se in hun regio te wonen maar moeten wel binnen acceptabele tijd aanwezig kunnen zijn.

 

Hoe kijkt u aan tegen de relatie tussen de minister van BZK en de korpschefs?
In de tijd dat enkele korpschefs de Machiavelli-prijs wonnen, konden ze alles roepen. Dat was niet goed. Nu is er sprake van het tegenovergestelde. Ze lijken timide en worden door de minister niet gezien als serieuze gesprekspartner. Dat is ook geen goede weg. De politie wordt te weinig gehoord, je mist het professionele geluid! Er zijn te veel en te vaak korpsbeheerders aan het woord. Een gezaghebbende stem vanuit het vakgebied ontbreekt, zoals bij de brandweercommandanten. Het zou verstandig zijn als de korpschefs een eigen belangenvereniging zouden oprichten. Ze zijn deskundig op hun vakgebied en kunnen hele goede adviezen geven en tegelijk zich loyaal tonen aan een minister. Overigens hoeft een goed advies niet altijd overgenomen te worden. Daarmee wordt het nog geen slecht advies. De korpschefs uitsluiten als gesprekspartner maakt jezelf armer.

 

Wat zijn de belangrijkste aandachtsgebieden voor de politie?
Op de eerste plaats het bewaren van de sociale cohesie. Orde en rust in de wijken. De politie kan daar een hele grote rol spelen: leefbaarheid behouden!
Dat geeft ook de complexiteit aan. De wijkagent kent de wijk en de mensen, maar moet er ook handhaven.

In de tweede plaats het zijn van animator, de spelers bij elkaar brengen en houden. Door de goede informatiepositie van de politie moet ze de operationele regie op zich nemen. Het moet dan niet te veel blijven hangen in praten. Er moeten wel beslissingen genomen worden. En ten slotte mag de burger verwachten dat de politie opspoort.

 

Staat die wijkgerichtheid niet in schril contrast met de aanstormende centrale sturing?
Los van welke sturing dan ook moet de politie gedeconcentreerd blijven werken. De wijken zijn de focus en het lokale bestuur blijft verantwoordelijk voor het gezag. Korpsen moeten aandacht hebben voor de inhoud en een centraal bestuur moet besluiten op hoofdlijnen en de beheerszaken regelen.

Wat vindt u van de huidige ontwikkelingen rondom de veiligheidsregio’s?
Analoog aan de politie is het ook voor de brandweer goed om regionaal georganiseerd te zijn. Belangrijk daarbij is het feit dat de vrijwilligers niet uit het oog verloren mogen worden. Zij vormen een heel belangrijk onderdeel van de brandweerorganisatie en mogen niet de dupe worden van regionalisering.

Het brandweervak is veel complexer geworden. De deskundigheid kun je niet meer per gemeente organiseren, maar moet regionaal. Regio’s zijn werkbare constructies. Persoonlijk vind ik het niet goed dat de schaal van politieregio’s altijd het uitgangspunt is. Veiligheidsregio’s kunnen ook op samenhangende problematiek georganiseerd worden. Bijvoorbeeld de problematiek rond het Noordzeekanaal en Schiphol. De drie regio’s aan het Noordzeekanaal zouden één veiligheidsregio kunnen vormen.


De minister heeft in een brief aan de regio Zaanstreek-Waterland laten weten dat ze moeten kiezen in de samenwerking. De voorwaarden waaronder dit moet gebeuren laat echter geen enkele oplossing toe.
Ja, hoe we de veiligheid in Nederland organiseren is bijzonder complex!

 

De politie staat nog een beetje buiten de veiligheidsregio. Is dat erg?
Nee, op operationeel niveau wordt er prima samengewerkt.
Op den duur zullen de diensten steeds meer integreren, net als de Raad voor de Veiligheid zullen er steeds meer taken door de veiligheidsregio uitgevoerd gaan worden. Het is ook niet onlogisch dat de politietaken er langzaam in opgaan. De huidige leidende rol van de brandweer bij rampen is prima. Zeker als het gaat om ‘klassieke rampen’. Bij nieuwe rampen en crisissen zal er steeds meer sprake zijn van wisselend leiderschap.

 

De PVV wil het provincieniveau eruit halen. Ter Horst lijkt bij het afscheid van Van Kemenade als voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur (ROB) gepleit te hebben voor het afschaffen van de provincies. Over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen bestuurslagen zei ze: ‘Daarbij lijken drie lagen in ieder geval een gegeven: de Europese, de nationale en de lokale.’ Wat is uw reactie?
Ze vergeet het middenbestuur. Er ligt een belangrijke rol voor de provincie: het verdelen van de fysieke ruimte. Wegen, water, recreatie, bedrijventerreinen en dergelijke. Daarnaast kan het middenbestuur als geen ander belangen verbinden. Thorbecke’s huis mag zichzelf overleefd hebben, maar middenbestuur blijft onmisbaar. Ik ken geen Europees land zonder.
Ik snap de kritiek op de provincie wel. We bemoeien ons te veel met zaken waar de gemeente beter over kan gaan. Waarom zou jeugdzorg bij de provincie moeten? Het is tijd voor bezinning. In 2005 heb ik al gepleit voor een minimum inwonersaantal van een gemeente van 30.000 en overigens ook een bovengrens van 75.000 inwoners. Als dit lukt, kun je ook de provincies herverdelen en het verminderen.

 

Wat betreft de rol van de burgemeesters, zijn we niet langzaam op weg naar een heel ander type: daadkrachtig, veiligheidsmanager, aanspreekbaar op eigen resultaten?
Klopt. Het wordt steeds meer een justitiële burgemeester. Een burgemeester met steeds meer bevoegdheden: bestuurlijk handhaven, straatverboden en huisverboden. Er kleven veel nadelen aan. Neem de bestuurlijke strafbeschikking. De burger die zo’n beschikking krijgt, moet hem eerst betalen om vervolgens achteraf te procederen om de beschikking weer ongedaan te krijgen. Dit gaat ten koste van de rechtsbescherming van de burger. Ik vind de weg van de strafrechtelijke burgemeester geen goede weg. Hou het strafrecht en het bestuursrecht gescheiden.
De discussie over de BOA’s heb ik al voorspeld bij de reorganisatie van de politie. Door de BOA’s niet onder te brengen bij de politie schep je onduidelijkheid. Toezicht en handhaving moeten geen gemeentelijke taak zijn. Door deze vorm van handhaven ontstaat er naast de regiopolitie weer een nieuwe gemeentepolitie.

 

Het is voor u en de provincie een moeilijke tijd geweest door de spaargeldkwestie. Was dit te voorkomen geweest?
Laat ik beginnen te zeggen dat de 78 miljoen nog niet verloren is. Slechts 20 procent zijn we zeker kwijt. De rest hangt af van de onderhandeling met IJsland. Wij hebben ook geen geld ondergebracht bij Icesave maar alleen bij Landsbanki. Een bank waar we allang een goede relatie mee hadden. We hebben nooit signalen gehad dat de bank problemen had. Niet van een ambtenaar, niet van een van de gedeputeerden, van niemand. We hebben ons altijd wel moreel afgevraagd of we geld bij een buitenlandse bank konden onderbrengen. Maar in deze tijd waar de financiële markt mondiaal georganiseerd is, moet dat kunnen. Overigens mag de politiek in Noord-Holland zich niet bemoeien met deposito’s korter dan een jaar. Daarnaast is op dit moment bij sommige Nederlandse banken beleggen net zo risicovol als je kijkt naar hun solvabiliteit.

Het is niet onlogisch dat de burger zich richt op de overheid. Binnen de organisatie wordt dan gekeken naar een schuldige. Het was niet te voorkomen, maar naar de toekomst toe heb je wel oplossingen om herhaling te voorkomen. Je kunt het geld bij de staat wegzetten, je kunt als provincies gezamenlijk aan treasury doen of het eigen treasury-beleid versterken.

 

Hebt u zelf overwogen af te treden?
In een zwak moment heb ik eraan gedacht. Gelukkig heb ik weinig zwakke momenten gekend.

 

 

  • Dit interview is gehouden voordat de heer Borghouts op 11 september heeft besloten alsnog zijn functie neer te leggen.

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, nr. 8, 2009

0 reacties

Reageer op dit artikel