‘We missen 191 doden’: Interview met Frank Paauw, directeur Handhaving en plv. korpschef Haaglanden over voetbalgeweld

‘We missen 191 doden’: Interview met Frank Paauw, directeur Handhaving en plv. korpschef Haaglanden over voetbalgeweld ‘De vraag blijft: wat vinden we als maatschappij nog acceptabel als het gaat om voetbalgeweld. Wil je veilige stadions, dan hangt daar een prijskaartje aan, het gaat erom of je bereid bent die prijs te betalen.’ Frank Paauw is directeur Handhaving en plaatsvervangend korpschef Haaglanden. Hij voetbalt graag, naar eigen zeggen op zondagochtend op het laagste niveau in de polder. Aan de muur in zijn kantoor hangt een ingelijst Feijenoordshirt vol handtekeningen met zijn naam en nummer 9 erop; een afscheidscadeautje van district 9 in Rotterdam-Rijnmond. Professioneel deed hij daar als districtschef van Feijenoord-Ridderster niet alleen ervaring op met internationale wedstrijden van Feijenoord, maar ook met nationale elftallen bij Euro 2000 en de UEFA-cupfinale. Hij heeft veel contacten met buitenlandse politiekorpsen als security officer van de UEFA, de unie van Europese voetbalbonden. Daarom wil ik van hem graag weten wat we kunnen leren van buitenlandse veiligheidsconcepten.

Leuke neventaak die UEFA-wedstrijden
‘Het is inderdaad ontzettend leuk, helaas moet ik door tijdsgebrek vaker ‘nee’ dan ‘ja’ zeggen, want mijn baan gaat altijd voor, mijn taak als security officer is meer vrijwilligerswerk. In die rol maak ik deel uit van een team internationale politiecommandanten die advies geven bij de voorbereiding en uitvoering van risicowedstrijden en -festiviteiten. Ik zie dan trouwens weinig van zo’n wedstrijd maar meer van de fouillering en dergelijke. Ik geef advies vooraf, zit vergaderingen voor, monitor de feitelijke uitvoering van de veiligheidsmaatregelen en ben betrokken bij de rapportering daarover. Natuurlijk doe ik dat niet bij wedstrijden waar Nederland bij betrokken is. De ervaring die ik zo opdoe kan ik goed gebruiken om onze manier van werken te vergelijken met die in het buitenland.’
 

En kunnen we iets leren van het buitenland? Is bijvoorbeeld Engeland ons rolmodel in de bestrijding van voetbalgeweld?
‘We kunnen inderdaad vooral veel leren van Engeland en Schotland en daarna van Duitsland. Eigenlijk staan wij op nummer drie in het rijtje van Europese landen die het goed hebben geregeld als het gaat om voorzieningen in stadions, strategieën en scenario’s. Veel landen bestrijden voetbalgeweld vooral door alles ‘blauw te verven’, dus door zeer veel politiemensen in te zetten. In onze ogen is dat een lapmiddel voor een armzalige strategie.’
 

We doen het dus helemaal niet zo slecht?
‘We doen het zeker niet slecht, maar we streven naar een situatie waar voetbal weer een feest wordt voor iedereen, een uitje waar je veilig met het hele gezin naartoe kunt. Dan wil je niet terecht komen in een vies, slecht onderhouden stadion waar de slechteriken het voor het zeggen hebben en je amper je mond durft open te doen, waar je grof taalgebruik hoort en waar drugs worden gebruikt. We willen voetbal weer leuk en aantrekkelijk maken. Er zijn al stadions waar je netjes wordt ontvangen, waar goede voorzieningen zijn, waar de politie uit het stadion is en waar het gastheerschap goed wordt neergezet door de club en het stadion. Die stadions zitten dan ook vol. Heerenveen is daar een mooi voorbeeld van en ook de Euroborg in Groningen en het DSB-stadion van AZ doen het goed. Om dat overal zo te krijgen, moeten we de volgende stap zetten. Natuurlijk heeft dat zijn prijs. Het is de vraag of we dat er voor over hebben.’
 

Wat is de prijs die ze er in Engeland voor over hebben en waarom zijn ze daar bereid die te betalen?
‘Het grote verschil met Engeland is dat zij drie grote incidenten hebben gehad, waarbij in totaal 191 doden zijn gevallen; Bradford en het Heysel Stadion in 1985 en Hillsborough in 1989. De omvang van het probleem was daar dus vele malen groter dan bij ons. Dat leidde ertoe dat voetbalgeweld hoog op de agenda kwam te staan. Dat er zoveel doden vielen, kwam niet alleen door acties van voetbalvandalen, maar ook doordat in de stadions zelf van alles niet goed was geregeld. Dat maakte dat iedereen bereid was mee te werken aan de oplossing, waardoor verstrekkende maatregelen konden worden genomen. Er kwam een totaalconcept waarin verschillende partijen een belangrijke rol spelen: de centrale overheid, de nationale voetbalfederatie, de belangenvereniging van supporters, de lokale overheid, politie, wetgevers, stadionmanagement en de betaaldvoetbalorganisaties. Een belangrijke eerste stap is dus het probleem integraal aan te pakken. En uiteindelijk is bepalend hoeveel tijd en energie je ergens in wilt steken. Het komt er dus steeds op neer hoeveel het je waard is. En het is de Engelsen veel waard, dat zie je overal in terug, in de kwaliteit van de stewards en de stadions, in de wetgeving, de sanctioneringen, in de voorzieningen en in het geld dat wordt vrijgemaakt om een goede informatiepositie op te bouwen en er gevolg aan te geven. Gelukkig zijn wij nooit in een situatie geweest als in Engeland, jammer is wel dat het daardoor bij ons ook moeizamer gaat en we nog geen voetbalwet hebben. Cynisch gezegd, missen wij dus 191 doden.’
 

Toch, als de Engelse wetgeving beter werkt, waarom voeren we die hier dan niet ook in?
‘Voor de duidelijkheid: er is geen Engelse voetbalwet, als we het daar over hebben bedoelen we een stelsel van wetten die goed op elkaar aansluiten en daardoor samen effectief zijn in de bestrijding van voetbalgeweld, voor het gemak noemen we het voetbalwet. In Nederland vraagt de KNVB ook om zo’n voetbalwet en wordt momenteel gekeken naar de mogelijkheden die we daarvoor hebben. Een belangrijk verschil is dat de Engelse wetgeving veel meer inperking van rechten en sanctionering toelaat op mensen die dat verdienen. Zo mogen paspoorten worden ingenomen als Engeland uitspeelt. Het past ook meer bij de volksaard, ze hebben als uitgangspunt dat je om een omelet te bakken een eitje moet breken. Als iemand over de schreef gaat in relatie tot de voetbalwet levert dat een strafbaar feit op. Gebeurt dat vaker dan wordt het een veelpleger en kunnen stevige maatregelen tegen die persoon worden genomen. In Nederland is de impact die een maatregel heeft op iemands privacy belangrijker. Een rechter zal er bij ons dus moeite mee hebben dezelfde sancties op te leggen als in Engeland als het om voetbalgeweld gaat.’
 

Gaat een Nederlandse voetbalwet dan wel helpen?
‘Ik denk dat een voetbalwet wel degelijk kan helpen. Verwacht alleen niet dat het bij ons net zo zal worden als in Engeland, ons juridische stelsel zit heel anders in elkaar en we missen toch echt dat gevoel van urgentie dat ze in Engeland indertijd hadden. Zij zijn strenger en hebben geaccepteerd dat maatregelen harder mogen ingrijpen in de persoonlijke leefomstandigheden van mensen. Wij blijven daar verder vandaan, daardoor zal het effect bij ons minder zijn. Toch zal het zeker een verbetering zijn ten opzichte van de huidige situatie. We kunnen er sneller omgevingsverboden mee opleggen en stadionverboden met een meldplicht. Die wet moet er dus zeker komen.’
 

Is er nog meer dat we van Engeland kunnen leren?
‘In Engeland hebben ze een Football Licensing Authority, een onafhankelijk centraal orgaan dat beoordeelt of het totale safety and security concept in orde is. Van alles wordt gecontroleerd; de inrichting, het veiligheidsconcept, de contacten met de politie en het lokale gezag en ga zo maar door. Dat werkt veel beter dan wanneer partijen dat zelf moeten beoordelen, want dan spelen ook andere belangen. Een voetbalclub wil misschien liever een nieuwe spits kopen dan investeren in de kwaliteit van stewards. En de burgemeester wil misschien graag dat zijn stad een mooie voetbalclub heeft en houdt en hij wil niet degene zijn die als het niet gaat de stekker eruit moet halen. Ook de nationale voetbalbond heeft zijn eigen belangen. Daarom hebben ze in Engeland een onafhankelijke instelling, die kijkt ook naar andere zaken zoals: voldoet het sanitair, is het beveiligingspersoneel voldoende gekwalificeerd, is het videosysteem in orde, zijn de verantwoordelijkheden duidelijk en wordt er voldoende geoefend. De licensing authority beslist of een voetballicentie wordt afgegeven. Heel objectief worden zo alle tegengestelde belangen en gevoelens uitgeschakeld. Ik vraag me af of onze agendasetting voldoende is om het op deze manier aan te pakken en of dat zou lukken met ons juridische systeem. Ik zie ons ministerie van Binnenlandse Zaken nog niet in de directe bevoegdheid van burgemeesters treden, maar als je verder naar voren wilt bewegen, zou een onafhankelijk orgaan wel helpen.’
 

Als het lukt voetbalgeweld op te lossen, verplaatst het geweld zich dan niet?
‘Niet in die omvang, dat is echt een fabeltje. De ervaring in met name Engeland leert dat als je mensen stadionverboden geeft en ze zo isoleert van hun podium dat er dan een verdunning optreedt waardoor het effect vermindert. Misschien laten ze zich nog wel in kleinere groepjes ergens zien, maar dat heeft nooit dezelfde impact. Er zal een groep zijn die bijvoorbeeld op een dancefestival voor problemen gaat zorgen, maar niet in dezelfde omvang. Het zal altijd een surrogaat blijven zonder hun vaste voetbaltegenstanders.’
 

Is het niet veel eenvoudiger om te stoppen met uitsupporters? Dus bijvoorbeeld alleen Ajaxsupporters in de Arena en geen supporters van de andere partij erbij.
‘Daar zitten voor- en nadelen aan. Het werkt alleen als je een waterdicht toelatings- en ticketsysteem hebt voor de thuisbezoekers. Lukt dat niet dan zijn de rapen pas echt gaar, want dan komen de supporters van de strijdende clubs bij elkaar in het vak te zitten of erger nog: bij goedwillende supporters. Er zijn clubs die het wel zouden willen, zeker omdat een stadion vol eigen supporters meer geld oplevert, maar het gaat uiteindelijk om een spel en om sportiviteit en daar hoort natuurlijk ook uitpubliek bij. Als sanctie kan het wel dat uitpubliek niet mee mag, maar structureel lijkt het me geen goed idee. We kunnen er beter op inzetten dat uitpubliek zich gedraagt en dat het voldoende gescreend is. Ook positieve maatregelen kunnen helpen, zoals het moeten verdienen van je aanwezigheid bij uitwedstrijden door het gedrag dat je vertoont als supporter.’
 

Wat is en wordt hierbij de rol van het CIV, het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme?
‘Het CIV speelt nu een zeer wenselijke rol. Eigenlijk is het een politie-instelling gericht op het uitwisselen van informatie over incidenten en hooligans, het is ook ons aanspreekpunt voor internationale aangelegenheden. Het is prettig dat er één loket is, ook naar het buitenland. In Engeland is het de Football Policing Unit. Deze Unit heeft meer bevoegdheden en is meer met inhoudelijk politiewerk bezig. Als we hier onze werkwijze met betrekking tot voetbalgeweld doorontwikkelen, zal het CIV mee moeten ontwikkelen. We willen steeds meer weten: wie zitten in welk vak, wie zijn meelopers of wie juist de aanstichters en hoe zetten we doorzettingsmacht op de aanpak? Het CIV zal dan naar een hoger niveau moeten. Als ze dat lukt, lijkt me dat ze straks zelfs een leidende rol kunnen spelen.’
 

Ooit was het adagium geen politie in de stadions, is dat inmiddels achterhaald?
‘Dat is zeker niet achterhaald. We hebben een nieuwe competitieopzet, waarin – net als in een discotheek – de uitbater verantwoordelijk is voor een goed toelatingsbeleid en in eerste instantie ook voor het oplossen van problemen met bezoekers. Wij willen de politie niet alleen uit het stadion hebben omdat dat capaciteit scheelt, maar ook omdat betaaldvoetbalorganisaties en de KNVB zo worden gedwongen hun zaakjes goed te regelen. Door de verantwoording in eerste instantie bij de stadions te leggen, zie je dat ze met nieuwe initiatieven komen, zoals nu met de biometrieprojecten. Misschien niet allemaal even succesvol, maar er gebeurt wel wat. Voetbal is een commercieel feestje, dus er is veel geld om zelf van alles te regelen. Natuurlijk zal er altijd een stadioncommandant van de politie zijn, maar het principe blijft: uw stadion is uw business. In Engeland zie je ook dat clubs moeten betalen voor politie in het stadion. En aangezien politie duurder is dan stewards en beveiliging, is het dan onaantrekkelijk politie binnen te halen. In Nederland hebben we als uitgangspunt dat de politie een niet te kopen product is, dus dat werkt anders. Toch is de afgelopen seizoenen de inzet van politie gedaald, terwijl er meer risicowedstrijden waren, en dat was de opzet.’
 

Waar gaan we naartoe?
‘We zijn landelijk onder andere bezig met het project ‘Hooligans in beeld’. Wil je je raddraaiers effectief isoleren van hun groep en hun podium, dan zul je een paar stappen harder moeten lopen en daar heb je meer informatie voor nodig. Daarom brengen we in dit project het dagelijks leven van de aanjagers van de rellen gedurende de hele week in beeld en niet alleen op de dag van de wedstrijd. Zo krijgen we in beeld of voetbalhooligans ook betrokken zijn bij andere criminaliteit en overlast. Op basis van die dossiers bepalen we een strategie hoe we hen gaan aanpakken. We willen naar een informatiegestuurd veiligheidsconcept en gaan daarbij steeds meer naar een gezamenlijke aanpak. Het probleem wordt niet langer doorgeschoven naar een van de andere partijen. Men is zich er steeds meer van bewust dat je om voetbalgeweld verder terug te dringen moet samenwerken. Daar heeft iedereen baat bij, ook de uitbaters, want een stadion zonder rellen betekent een stadion waar mensen met kinderen komen, waar een leukere ambiance is en waar je meer eten, drinken en merchandising verkoopt. Kortom, de kost gaat ook hier voor de baat uit.’

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2008, jrg. 70, nr. 1-2, p. 27-29

1 reacties

als je partij kiest voor de smeerlapen van de maatschapij
zo als alle vormen van overheersing in deze maatschappij
heb je als hooligans niets te zeggen
schiet er maar op los zo als paauw zegt
kost wel wat geld maar dan heb je wat zo als paauw zegt
hij lult naar het geld wat hij krijgt zo als alle smeerlapen
als wij het op wille lossen dan zulle we onze mentaalietijd
met zennalle moeten veranderen
sori voor mijn schrift ik ben woortblind
groeten bram
Ik heb een klacht over deze reactiea van Zwol rotterdam op 19 september 2011 10:28 uur

Reageer op dit artikel