Alles wat je samen doet, kost tijd: Interview met Ad van Baal

Alles wat je samen doet, kost tijd: Interview met Ad van Baal Ad van Baal is al weer ruim een half jaar voorzitter van het College van Bestuur van de Politieacademie. Voor de redactie van het tijdschrift een mooi moment om de heer Van Baal op de concernlocatie in Apeldoorn op te zoeken en hem te interviewen over onder meer het huidige politiebestel, operationele aansturing, leiderschap en samenwerking tussen de Politieacademie en de korpsen.

Hoe kijkt u aan tegen het politiebestel en de naderende bestuurlijke discussie over het huidige bestel?
Op dit moment is de discussie over het bestel opnieuw actueel. Naar mijn mening past het huidige bestel bij de bestuurlijke inrichting van ons land en is het gezag een afgeleide van het landsbestuur.
Hierbij wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen lands- provinciaal en lokaal bestuur.
Ik ben van mening dat nationalisering van de politie niet in dit stelsel past. De geschiedenis leert ons dat ook. Alleen in de Tweede Wereldoorlog kende dit land nationale politie en daar wenst niemand aan herinnerd te worden.

De politie is een organisatie die haar kracht vindt in de professie. En vanuit het vak dient het gesprek met korpsbeheerders, departementen en de ministers te worden gevoerd. Wij moeten dit gesprek vooral niet via de media voeren maar aan de bestuurstafel en binnen de departementen. De bewindslieden zoeken dit ook. Vanuit de branche zouden wij onze krachten meer dan nu moeten bundelen. Onder regie van de Raad van Hoofdcommissarissen worden mooie producten binnen strategische groepen en expertgroepen ontwikkeld. Een centrale advisering ontbreekt echter. Voor het opstellen van onze brancheadviezen hebben wij een 'echte' politiestaf nodig die actief gebruikmaakt van de aanwezige denkkracht binnen de Raad van Hoofdcommissarissen en ook een overzicht heeft op het geheel. Onze stem wordt in Haagse kringen verbeterd als wij vanuit de branche adequaat en snel voldragen integrale adviezen weten te genereren. Door middel van het vormen van een dergelijke politiestaf maak je meer gebruik van de denkkracht in de Raad van Hoofdcommissarissen Als wij vervolgens de beste mensen uit de korpsen in een dergelijke staf plaatsen, weet ik zeker dat het vertrouwen toeneemt, de bestuurlijke drukte kan worden verminderd en men niet meer om de stem van de branche heen kan.
Laat het visiedocument Politie in ontwikkeling een basis zijn voor de adviezen van een dergelijke staf. Dit visiedocument is naar mijn mening een ondergewaardeerd beleidsdocument. Het geeft een strategische richting en focus in onze agenda 
 
 

De politie vindt haar kracht in de professie
 
In dat kader pleit ik er tevens voor mensen vanuit de beroepspraktijk op de ministeries te laten werken. Zorg dat de politiepraktijk doorklinkt in de departementen en bij de voorbereiding van ministeriele nota's wordt meegenomen. Mijn suggestie is dat ook op sleutelposities binnen de departementen high potentials vanuit de politie worden voorgedragen. Zorg dat zij binnen de departementen politiële kennis en ervaring brengen en daarmee de politiepraktijk direct verbinden aan de beleidspraktijk.

 

Concern
Neemt niet weg dat wij meer als een concern zouden kunnen functioneren. Dat de wil er is om dat te bewerkstelligen, blijkt uit de praktijk. Kijk naar de vorming van de Voorziening tot Samenwerking Politie Nederland waarmee ICT-ontwikkelingen en logistiek centraal worden geregisseerd. En kijk ook naar de ontwikkelingen die concreet leiden tot harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden, de centrale werving van personeel en de ontwikkeling van een gemeenschappelijk HRM-beleid.

Dit soort ontwikkelingen kost tijd en vraagt geduld van alle betrokken partijen. Mijn persoonlijke ervaring is dat alles wat je samen doet, tijd kost. Ik staaf dit aan mijn werkervaring bij het ministerie van Defensie. Zo heeft het binnen Defensie ruim 10 jaar geduurd voordat een gemeenschappelijk Commandocentrum naar wens functioneerde. Daarom pleit ik ervoor dat we binnen de politie de opgerichte voorziening tot samenwerking de kans geven zich te bewijzen. Dat vereist van alle betrokken partijen geduld, vertrouwen en ruimte. Wij moeten laten zien dat wij binnen de politie een duurzame concernbrede samenwerking vorm weten te geven.

 

Operationele aansturing
Wat betreft de operationele aansturing is het logisch aan de sluiten bij de ontwikkelingen binnen de veiligheidsregio en daarmee het regionale veiligheidsbestuur.
Ik ben van mening dat deze ontwikkeling langs de weg van de geleidelijkheid de meeste kans op slagen heeft. Ik zeg dit omdat wij in dit land voldoende voorbeelden kunnen aanreiken waaruit blijkt dat de snelle actie niet op het gewenste draagvlak heeft kunnen rekenen en daarmee een zachte dood stierf.. Bovendien constateer ik dat de schaal waarop een korps opereert van invloed is op de korpsidentiteit en de verbondenheid die medewerkers voelen met hun organisatie. Ook politiemensen hebben behoefte aan een herkenbare eenheid waar zij zich thuis kunnen voelen en waar zij bij willen horen. Ze willen zich identificeren met een eenheid. Het opereren vanuit een eenheid maakt collega's sterk en draagt bij aan het vertrouwen dat nodig is om succesvol te kunnen opereren. In dat opzicht verschillen medewerkers van de politie niet van defensiepersoneel.

 

De schaal waarop een korps opereert is van invloed op de identiteit van het korps

Bovendien vind ik de ontwikkeling van de veiligheidsregio een goede zaak omdat daarmee de brandweer en de geneeskundige organisatie de kans krijgen hun professionaliteit op regionaal niveau te bestendigen. Hiermee ontstaat een natuurlijke verbinding van de regionale korpsen.

Daarnaast biedt de veiligheidsregio een geboortegrond om - aansluitend op de ministeriële wensen rondom de geoefendheid in rampen- en crisisbestrijding – efficiënt en effectief vanuit een gemeenschappelijk referentiekader mensen te trainen en te oefenen Vanuit de academie spelen wij hierop in door in samenwerking met onder andere het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid (NIFV) een Centre of Excellence op te richten waarmee wij vanuit het onderwijs de veiligheidsregio's behulpzaam zijn om het oefenen en leren vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid vorm te geven.
  
Waar gaat het bij de politie volgens u echt om?
Hoewel de bestuurlijke inbedding van de politie en de concernvorming niet moet worden onderschat - en de aandacht die dit van het strategisch management vraagt - , zit de kracht van de politie in de uitoefening van haar vak De politie is professioneler dan je denkt! Kijkend door de ogen van politiemensen is hun taak en uitvoering van het werk de normaalste zaak van de wereld. De buitenstaander kijkt hier heel anders tegenaan.

 

Waardering
De reacties van burgers (en politici) tijdens de recente CAO-onderhandelingen en hun uitgesproken pleidooi voor erkenning en waardering voor de politiemensen zijn hier een mooi voorbeeld van. De uitoefening van het politievak is niet zo vanzelfsprekend. Het vraagt een innerlijke drive van mensen om iedere dag het werk van politiefunctionaris uit te oefenen. Kijkend naar de rol van de politie in de samenleving en de context waarbinnen onze operationele mensen moeten werken behoort er, zo vind ik ook, een reële beloning tegenover te staan
Daarnaast vind ik dat geweld tegen politiemensen, maar ook tegen andere hulpverleners, keihard moet worden aangepakt. Geweld tegen overheidsfunctionarissen valt niet te tolereren en dient door politiek, bestuur, management én burger actief en resoluut te worden veroordeeld.

 

Transparant en eenduidig
De politie is een frontlijnorganisatie en dat vraagt transparantie in wat zij doet en helderheid over wat men van de politie mag verwachten. Het is daarom van groot belang dat de politie in- en extern met één mond spreekt en onverklaarbare verschillen opheft.
Binnen de politie bestaan onverklaarbare verschillen die extern tot veel verwarring leiden. Ik pleit ervoor dat we deze onverklaarbare verschillen wegwerken. Het gaat hierbij onder meer over het hanteren van verschillende termen voor eenzelfde functie. Een voorbeeld hiervan is de wijkagent of is het de buurtregisseur of de gebiedsgebonden politiefunctionaris? Voorkom intern én extern deze nodeloze discussies over functienaam en wees helder over de verwachtingen die men van deze functionarissen mag hebben. Kies één functienaam die voor de burger aanspreekt en in het hele land wordt gehanteerd. Dit voorkomt verwarring en biedt perspectief om vanuit een gemeenschappelijk referentiekader uniform te antwoorden op de externe verwachtingen. Creëer eenheid in verscheidenheid.

Daarnaast verdient het aanbeveling helder te zijn over de taakuitvoering en duidelijk te zijn over zaken die niet door de politie worden verricht. De komende jaren vraagt dit door de toenemende krapte op de arbeidsmarkt niet alleen discussie maar ook keuzes. Intern zal de discussie over de inzet van de beschikbare capaciteit steeds meer de agenda gaan bepalen. In dialoog met het gezag zijn steeds opnieuw zorgvuldige en verantwoorde keuzes nodig om de beschikbare mensen met de gewenste vakkennis en vaardigheid op het juiste moment, tijd en plaats succesvol een interventie te laten plegen. Binnen de politie zullen wij ons voortdurend de vraag moeten stellen waarvoor de politie er is,wat wij van andere partijen mogen vragen en welke taken wij aan andere partijen kunnen overlaten. De politie moet inzicht krijgen in de taken die niet door anderen kunnen worden verricht en daarover duidelijk communiceren zodat het voor de samenleving helder is wat zij van de politie kan verwachten.

 

Effectief
Als het gaat om het vrijspelen van capaciteit voor de 'echte politietaken' ben ik een groot voorstander van de inzet van meer techniek. Hierbij denk ik aan camera's maar ook het gebruik van onder meer de catchken. Door slim gebruik van techniek, speelt de politie capaciteit vrij om zich waar te maken op de geformuleerde politie-inzet zodat de burger waar voor zijn geld krijgt. Het veiligheidsgevoel verandert alleen als je aantoont dat het optreden effect heeft. Mijn advies is dat wij dat gevoel op dergelijke momenten claimen. En ja, als op bepaalde misdrijven een te lage score wordt gehaald dan heeft de politie iets uit te leggen. Dat is ook niet erg, maar ga hierover in gesprek met politiek, bestuur en publiek en voer met hen de dialoog.
Ik pleit ervoor vaker private partijen in te zetten en gebruik te maken van audio- en visuele registraties in de openbare ruimten. De burger heeft allang aangereikt er geen problemen mee te hebben. De meeste burgers zijn bereidt een stukje van hun identiteit in te leveren voor een veilige samenleving. Speel hier dan ook op in.

Een mooi voorbeeld van een goede samenwerking tussen de politie en haar partners ontdekte ik tijdens mijn inwerkperiode waarbij ik een werkbezoek aan de regio Flevoland bracht. Ik bezocht vorig jaar zomer in deze regio Lowlands. Een festival met duizenden bezoekers.
Voor veel politiekorpsen is een dergelijke samenwerking waarschijnlijk gesneden koek maar voor mij was het toen als buitenstaander nieuw en bijzonder om te zien op welke wijze de betrokken partijen zich inzetten voor een feestelijk en veilig festival. Een samenwerking met een heldere verdeling van taken en bevoegdheden waarbij de politie de inzet kon beperken tot de specifieke taken die alleen door de politie kunnen worden uitgeoefend.
  
Wat betekent dit voor het leiderschap binnen de politie?
 Bij een organisatie als de politie past dienend leiderschap. Leiders die oog hebben voor hun medewerkers, gericht op teamvorming en het delen van gemeenschappelijk resultaat.

Politieleiders behoren een duidelijke koers uit te zetten en kaders te stellen waarbinnen gefunctioneerd dient te worden. Zij moeten tevens de gewenste faciliteiten beschikbaar stellen, maar ook focus op het vak houden en zich constant de vraag stellen of dat wat ze doen, ze ook goed doen én of ze nog steeds de juiste dingen doen. Oftewel het organiseren van een "frontline check".
Dienende leiders voorkomen eilandengedrag en bouwen aan gemeenschappelijke trots. De hoogste in functie stelt zich het meest dienstbaar op en dient binnen de gestelde discretionaire bevoegdheid condities te stellen. Deze condities dagen vakmensen uit om vanuit vertrouwen te groeien, te ontwikkelen en te leren van ervaringen; want fouten maken mag!
Bernard Welten geeft dat mooi aan met de beschrijving dat hij zijn medewerkers met zijn creditkaart de straat op laat gaan.Zij zijn degenen die het vertrouwen in de politie en het succes van de interventies bepalen En dan op het eind van de dag kijkt hij hoeveel succes en vertrouwen er bij- en afgeschreven is.

 

Diversiteit
Daarnaast blijf ik er op hameren dat wij wel een afspiegeling van de samenleving mogen zijn, maar dat dit alleen geldt voor de diversiteit in de samenleving. Politieleiders vervullen een cruciale rol om het diversiteitsbeleid vorm te geven. Ik ben een groot voorstander van een mix van mensen maar stop op een gegeven moment wel met het experimenteren om het experimenteren. Hierbij doel ik op het huidige diversiteitsbeleid en de ontwikkelingen rondom zij-instroom. Geef zij-instromers ruimte en geef hen de kans ervaringen binnen het politiebedrijf op te doen. Creëer ruimte om hen met die andere blik naar de organisatie en haar producten te laten kijken. Maak gebruik van deze vreemde ogen maar blijf scherp op de kern van het politiebedrijf en dat is de professionaliteit.
Als het om normen en waarden gaat dan moet de politie juist een spiegel voor de maatschappij zijn. Ik zeg dit mede in relatie tot het gezag dat vanuit de politie behoort te gaan. De performance van de politie bepaalt het gezag dat de organisatie heeft en dat bepaalt grotendeels het vertrouwen dat de samenleving in de politie heeft.

 

Gezag
Het is een gegeven dat de mensen die wij op dit moment opleiden buiten de politie zijn gevormd en andere omgangsvormen hebben dan wij bij de politie verwachten. Binnen de politie vragen wij terecht veel aandacht voor houding en gedrag en voor de thema's respect en integriteit. Het is de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de korpsen en de academie om studenten te trainen in de uitoefening van het gewenste bejegeningprofiel. Er wordt nog wel eens lacherig over gedaan en vormdiscussies worden vermeden.of men verschuilt zich achter inhoudelijke vraagstukken.
Onderschat niet welk effect het individueel optreden van onze mensen heeft op het gezag van de politie als geheel. Natuurlijk moet het functioneel zijn, maar ik blijf erop hameren dat je gezag moet verdienen. Je verdient gezag op het moment dat de uiterlijke presentatie goed is. Zet mensen in op hun talent en hun affiniteit omdat dit niet alleen hun werkplezier vergroot maar ook zijn uitstraling op de klanten heeft. Denk aan het opnemen van een aangifte; zet hierop je beste mensen die geselecteerd zijn op hun talent, competentiegericht zijn opgeleid en van daaruit het visitekaartje voor het bedrijf zijn. Ander mooi voorbeeld is de wijze waarop in Scandinavië inhoud wordt gegeven aan het ouderenbeleid. Uit recent onderzoek blijkt dat je medewerkers, die nog een jaar of zes voor hun pensioengerechtigde leeftijd zijn, actief en betrokken houdt door ze iedere twee jaar te verplaatsen. Niet om ze te plagen maar om voor afwisseling te zorgen en hun kennis en kunde optimaal in te zetten voor de organisatie!

Hierop voortbordurend; de politie heeft de komende jaren te maken met een enorme uitstroom. Een uitstroom die niet is op te vangen, dus we moeten zorgen voor andere maatregelen. Voor mij is dit taakreductie en het verminderen van de complexiteit. Dus hetgeen ik al eerder heb geschetst, het benoemen van je basistaken.

Tot slot, passend binnen de voorgenoemde ontwikkeling en context, hoe ziet u de toekomstige samenwerking tussen de NPA en de korpsen?
De politiekorpsen zijn, wat mij betreft geen klanten van de politieacademie. Wij zijn partners die samen structureel werken aan de politieprofessie en zich gemeenschappelijk inzetten voor 'een leven lang leren' . De academie levert haar bijdrage aan de professie door én goede mensen te selecteren en daarnaast mensen op te leiden en te trainen. Wij leiden mensen op tot professionals die het gezag van de burger verdienen. Wij trainen politiemensen in hun handelingsbekwaamheid waardoor het effect van hun handelen, leidt tot het vertrouwen van de burger in de politie.

Dit is echter niet alleen een verantwoordelijkheid van de NPA óf van de korpsen. De opleiding van studenten is een gedeelde verantwoordelijkheid van de korpsen en de NPA. Dit vereist een betere afstemming en bemoeienis met elkaar.

 

Twee sporen
De NPA heeft zich tot 2012 ten doel gesteld structureel bij te dragen aan het verhogen van de kwaliteit van de politieorganisatie. Dit krijgt vorm via twee sporen. Het eerste spoor is gericht op de doorontwikkeling van de opleidingen. Dit is een ketenverantwoordelijkheid van zowel de academie als de korpsen. Hiertoe is het noodzakelijk dat de relatie naar de korpsen versterkt wordt en de doorontwikkeling helder geformuleerd. Binnen de academie staat de student centraal, die wij in nauwe samenwerking en samenspraak met de korpsen willen opleiden tot uitstekende politiemensen.
Het tweede spoor richt zich op het vergroten van de kennis- en ontwikkelfunctie. Deze twee sporen moeten leiden tot een structurele kwaliteitsverhoging. Het doel is de doorontwikkeling van de politieprofessie, maar hiervoor is het noodzakelijk om eerst het politieonderwijs te professionaliseren. Eerst het onderwijs dan de professie!
Of de academie op de juiste koers ligt, wordt gemeten aan de hand van het gezag dat wij hebben en krijgen en het vertrouwen dat de burger in de politie heeft. De NPA is geslaagd als de korpsen, de bestuurders, de politiek, de burgers en onze medewerkers over vijf jaar zeggen dat wij topmensen afleveren die het gezag hebben om de spiegel voor de maatschappij te zijn!
 
[kader]
Curriculum vitea

A.P.P.M. van Baal werd geboren op 15 januari 1947 in Kruisland (Noord Brabant)

1966  Studie aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda
1970  Beedigd tot tweede luitenant bij het wapen der Artillerie
1978 Studie aan de Hogere Krijgsschool in Den haag
1980  Plaatsing bij de Directie Materieel van de Koninklijke Landmacht
1983 Majoor, docent Logistiek p de Hogere Krijgsschool
1988 Luitenant-kolonel, commandant 43e Afdeling veldartillerie
1990  Kolonel, hoofd afdeling organisatie van de Landmachtstaf
1991 Brigade-generaal, sous-chef beleid en bedrijfsvoering Directie Materieel
1992 Commandant van de 43e Gemechaniseerde Brigade te Havelte
1994 Chef-staf van de VN-troepen onder generaal Rose in Bosnië-Herzegovina
1994 Generaal-majoor, plaatsvervangend bevelhebber Landstrijdkrachten
1996 Luitenant-generaal, plaatsvervangend Chef defensiestaf
2001  Bevelhebber Koninklijke Landmacht
2003 Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht
2007  Functioneel leeftijdsontslag bij Defensie
2007  Aantreden in functie van Hoofdcommissaris tevens voorzitter College van bestuur Politieacademie

Ad van Baal is gehuwd en heeft twee kinderen

[einde kader]

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2008, jrg. 70, nr. 5, p. 29-32

0 reacties

Reageer op dit artikel