Anders anders: Interview met Minze A. Beuving, bevelhebber der Koninklijke Marechaussee

Ontspannen vanuit zijn mooie kamer, uitkijkend op Clingendael, treffen we een generaal. Eenzelfde persoon als vroeger maar in een hele andere rol, of toch niet? Natuurlijk is de eerste vraag; zijn er grote verschillen? Het antwoord vormt de rode draad van het interview: 'Het is anders anders dan ik me tevoren had kunnen indenken'.

 

Leiderschap
Het is hier hiërarchischer dan ik me had kunnen voorstellen. Wat de marechausseeraad, (zeg maar de KL van de KMar) zegt, was een dictaat voor de ondercommandanten.
De KMar is bij uitstek ingericht op het uitvoeren van de planning, die door boven wordt gemaakt. Men is hier loyaal aan de baas en dús aan zijn ideeën. Bij de politie staan beide facetten los van elkaar. Overigens vind ik dat de politie is doorgeschoten wat betreft meedenken en meepraten door iedereen.
Hiërarchie is een belangrijk 'anders'-thema. Eerst aansluiting zoeken met de cultuur en dan pas gaan veranderen. Ik ben redelijk informeel, maar je moet eerst wel inleven wat wel en niet kan als het gaat om hoe je je als baas positioneert. Voor mijn directe omgeving is mijn voornaam niet alleen 'generaal' maar ook Minze, maar het is niet verstandig dit uitgangspunt ook elders in de organisatie toe te passen. Als militair binnen het politieapparaat moet je je hierbij aanpassen. Gelijk een andere cultuur vestigen, zonder eerst aansluiting te zoeken, is dodelijk. Een andere belangrijke factor is dat hier de top geacht wordt zich niet met het operationele werk te bemoeien. De top is bijna uitsluitend met beheer bezig. Dit is een van de eerste zaken die ik wil aanpassen. Ik heb tijdelijk twee politiemensen binnengehaald, van wie één een reserveofficier van de KMar is, die de opbouw van het vak van politieman ter hand gaan nemen. Moderne managementinzichten, vakmanschap op recherchegebied, ontwikkeling van Abrio. Hoe kan je het best grenscontroles houden, hoe bewaking? Dat zijn allemaal vragen waarmee de leiding zich eigenlijk niet bezighield. Daar wil ik verandering in aanbrengen.
Ook de stijl van leidinggeven moet meer gaan over gezag dan macht. Coachend leiderschap is derhalve een belangrijk item voor mij de komende jaren.
 

Individu tegenover groep
De marechaussee is anders dan het leger. Er is onder andere krijgsmachtonderdelen geen onderdeel dat het zonder baas kan stellen. Overal in de uitvoering zit er een baas bij. Het individu is ondergeschikt aan de groep. Bij de marechaussee is dat anders. Een marechaussee gaat ook alleen op pad en neemt zelfstandig besluiten. De andere legeronderdelen gaan nooit zonder een baas op stap, daarin onderscheidt zich de KMar van de andere legeronderdelen. Het groepsgerichte is enerzijds de kracht van het leger, anderzijds in het ook een institutionele zwakte. Deze cultuur is voor het klaren van de klus erg versterkend, als er een misstand is, wordt het tegelijk de zwakte. Kijk naar wat er op de Antillen gebeurt bij de militaire bijstand door de mariniers. Misstanden lopen daar het risico langer door te sudderen voor ze aan het daglicht komen.
 

Symboliek en traditie
Op 7 januari 2004 heb ik het commando overgenomen van mijn voorganger, pas dan ben je echt de baas. De manier waarop dat gaat, is echt anders dan bij de politie. Ik heb veel meegemaakt, maar op dat moment kreeg ik kippenvel. Bijzondere gebeurtenissen hebben een geweldige impact op de leden van de KMar. Daar moet je bij stil staan. Als er dus een groep mensen uit Irak terugkomt en zij de herdenkingsmedaille uitgereikt krijgen, is dat een hele happening waar familie en leger samen zijn. Symboliek en traditie zijn enorm belangrijk voor de KMar. En het heeft ook nadrukkelijk zijn betekenis. Wij (Minze gebruikt nog dikwijls de term wij, als hij het heeft over de politie, hij corrigeert zichzelf ook wel), althans de Nederlandse politie, heeft dit wel verloren.
De aandacht voor traditie en het conserveren daarvan brengt met zich mee dat de KMar een zeer goed geheugen heeft. Men kan nog terughalen wat in de 19e eeuw op een bepaalde dag, datum en tijdstip is gebeurd, maar als je vraagt hoe de KMar erover vijf jaar moet uitzien, zijn daar weinig tot geen ideeën over. Bij de politie is dit net andersom.
 

Positionering
Ik moet wennen aan de positionering als onderdeel van de krijgsmacht. Waar ik als korpschef een plaats achter het bevoegd gezag innam, sta ik in het leger bij bepaalde gebeurtenissen vooraan. Het gaat mij niet om het vooraan staan, maar wel om de andere positie die ik als bevelhebber inneem. Bij de bijzetting van Juliana zit ik niet achter het openbaar bestuur, maar ervoor. Je bent betrokken bij staatsbezoeken, of als gouverneur van de residentie heb je een eigen aparte positie. Als KLPD-chef zat ik al veel in Den Haag, maar nu zit ik er nog dichter op. Een aanzienlijk verschil met de politie is dat de scheiding tussen politiek ambtelijk en operationeel ambtelijk minder scherp wordt doorgetrokken. Als bevelhebber zit je dikwijls samen met de ambtelijke top van het ministerie bij elkaar om de consequenties van bepaalde beleidszaken door te nemen, en een keer in de week met de minister erbij. Bij de politie is dat ondenkbaar. Ik ben ook beter en eerder geïnformeerd over alles wat er speelt. Als politiebaas ben je absoluut geen adviseur van de minister als generaal ben je dat wel degelijk.
 

Cultuur
Drie dagen voor de commando-overdracht vond het schietincident in Irak plaats. Ik ontdekte toen pas goed hoe gesloten de cultuur hier is. Het dilemma waarin de KMar verkeerde, is vergelijkbaar met dat van wijkagenten in een willekeurige stad. Het ligt totaal anders dan bij de militaire collega's. In Nederland is de KMar als onafhankelijke politiedienst apart gehuisvest, buiten het kazerneterrein. In Irak zijn de marechaussees voor hun veiligheid ondergeschikt aan de militaire commandant ter plaatse, zij slapen, douchen, eten, brengen de vrije momenten door met de soldaten die zij op een ander moment moeten verbaliseren. Ik heb veel bewondering voor de wijze waarop mijn mensen dat doen. In de cultuur van de krijgsmacht betekent dit dat wanneer deze KMar-mensen iets ondernemen tegen een militair, zij soms tot de 'vijand' wordt gerekend. De KMar wordt tegenwoordig als opsporingsapparaat aangestuurd door het OM. Hoewel de militaire commandant dus allang geen positie meer heeft in het militaire strafrecht, speelt hij nog wel een rol in het militaire tuchtrecht.
Op het gebied van vrouwen en allochtonen, kortom diversiteit, loopt de KMar voorop als het gaat om de vergelijking met andere krijgsmachtdelen, maar achter als het gaat om de vergelijking met de politie. Het thema homoseksualiteit is bijvoorbeeld geen issue binnen de KMar. Dat kan niet meer in deze tijd.
 

Aansturing van het OM
Het schietincident heeft mij niet direct tot een andere positionering van het OM gebracht. De situatie in Irak is vergelijkbaar met de aansturing zoals de leden van het RechercheSamenwerkingsTeam op de Antillen meemaken. Als politiebaas zit je duizenden kilometers van elkaar vandaan. Ik heb me wel zorgen gemaakt over de betrokkenheid van het OM bij de situatie in Irak. Hoewel ik weet dat zij er graag naar toe wilden, was dat vanuit Defensie keer op keer niet mogelijk met het oog op de garanties voor veiligheid. Het OM stuurt de KMar afstandelijker aan dan de reguliere politie, waar het OM soms op de stoel van de teamchef zat. Bij de KMar heb ik dat nog niet hoeven waarnemen. Een dergelijk schietincident heeft een geweldige impact op de militair. Ineens is hij verdachte. Hier hebben we echter kunnen leren van vergelijkbare situaties als bij de politie. Politiemannen of -vrouwen die hebben geschoten, worden niet direct gehoord als verdachten, maar als getuigen. Als blijkt dat zij in de loop van de verklaring toch als verdachten moeten worden gezien, wordt die overstap gemaakt. Deze werkwijze hebben we nu in overleg met het OM ingevoerd. Dat maakt een onderzoek van de KMar ook minder beladen.
 

Beheer centraal
Er is hier ongelofelijk veel centraal getrokken. Op stafniveau wordt bepaald dat een bepaald type auto ergens aan een brigade moet worden toegevoegd. Daar gaat de brigadecommandant of de districtscommandant niet over. Als je nu de DC de spil wil maken van je organisatie, zal je dito bevoegdheden bij hem of haar moeten neerleggen, anders werkt het niet. Je rekent hem immers ook de operationele resultaten aan, dan moet hij integraal manager zijn en dus ook bevoegdheden kunnen hanteren die hem in staat stellen op het behalen van de resultaten te sturen.
 

Management development
Daargelaten dat ik binnen de politie een uitgebreid netwerk had, waardoor ik de juiste man/vrouw op de juiste plek kon krijgen en ik dat netwerk binnen de KMar nog moet opbouwen, is het netwerk ook kleiner. Ik kan hier wel het een en ander van de grond krijgen. Ik heb zelf in de hand wie kan doorstromen, ik hoop voor mijn afscheid de eerste vrouwelijk generaal te kunnen benoemen. Loopbaanbegeleiding is binnen de KMar sowieso gemakkelijker; ik ga er zelf over en niet zoals bij de regio's 25 bestuurders en de ministers. Het LMD bij de politie is volgens mij inmiddels failliet. Wij kunnen ook geen afspraken met de politie maken als het gaat om het plaatsen van de leidinggevenden op verantwoordelijke posities bij de regio's. Regionale bestuurders kunnen elke toepassing van LMD-beleid blokkeren. Als minister zou je dat een keer moeten doorbreken, anders is het definitief gedaan met LMD bij de politie.
 

Nationale politie
Wat ik, terugkijkend, bij de politie mis is een president-directeur die op nationaal niveau de knoop doorhakt. En dan gaat het me uitsluitend om de beheersachtige zaken. De aansturing van politiezorg moet decentraal/lokaal gebeuren. Het is lastig om met de politie op nationaal niveau afspraken te maken. In mijn vorige functie als voorzitter van de Raad van Hoofdcommissarissen was ik continu met 25 collega's aan het afstemmen. Knopen doorhakken was moeilijk. Er was altijd wel minimaal één korpschef die er anders over dacht. Als minister Verdonk tegen mij zegt: 'Met de KMar kan ik in elk geval afspraken maken als het gaat om vreemdelingenzorg', zegt dat ook wat over de reguliere politie. Het is echt niet mijn bedoeling om landjepik te doen, maar je merkt dat de politie zich nooit echt om landelijke prioriteiten heeft bekommerd. Grensbewaking, vreemdelingen, Schiphol: daar zijn wij goed in. We moeten ons ook positioneren in de bovenkant van de geweldsaanwending, en aanvullend op het gebied van crisisbeheersing. Maar uiteindelijk zit onze bescherming bij Defensie en niet bij de politie. Ook wij zullen moeten gaan herprioriteren. Het is goed voelbaar dat de emmer met geld niet meer klaarstaat als er een taak bij komt.

Het leger zal zich steeds meer in asymmetrische conflicten bewegen. Het is er allang niet meer voor de verdediging van het eigen grondgebied, behalve tijdens  crises, als leverancier van menskracht. De hele wereld wordt haar operatiegebied en de vijand is niet meer eenduidig vast te stellen. Wij zullen daar als KMar op aansluiten. Met name als het gaat om de peace keeping-fase, de fase na de peace enforcing-fase. De KMar is dan bij uitstek geschikt om daar op de core business (de eigen KMar-taak) lokale politieonderdelen op te leiden en te ondersteunen, bijvoorbeeld bij grensbewaking. In de derde fase (peace building) voor de opbouw van civiele politiekorpsen in zo'n land kan de reguliere politie haar taak uitvoeren. Maar dan moet de politie wel die taak gaan oppakken. Op dit moment zie ik hen dat nog niet doen in verband met andere prioriteiten.
 

Schiphol
Dit is de kurk waarop de KMar drijft. Als dat fout gaat, heeft dat vergaande consequenties voor de KMar. De economische positie, de druk vanuit Amerika, is gigantisch. Ik kan van Schiphol de veiligste luchthaven ter wereld maken, maar dat heeft verstrekkende economische consequenties. Schiphol kan economisch nog beter draaien, maar dan is de veiligheid in het geding. Kortom, Schiphol staat structureel meermalen per jaar in mijn agenda. Regelmatig moet ik mij verstaan met alle belanghebbenden in en rondom Schiphol.
Het is goed dat alle politietaken op Schiphol  in één hand zijn. Wederzijds kan er worden bijgesprongen. Flexibiliteit is echt de kracht van de Kmar: qua tijd, geografie en qua ervaring in de hogere geweldsspiraal. Daarnaast staat de KMar er als calamiteitenorganisatie. Er wordt alleen nog onvoldoende gebruik van gemaakt.
 

Verwachtingen
Op een enkele keer na dat de generaal het over 'ons' heeft als hij over de politie praat, merk je dat hij de overstap echt gezet heeft. Hier zit geen oud-korpschef die een geheime opdracht mee heeft gekregen om de KMar het reguliere politiebestel in te loodsen, afgezien van het feit dat de organisatie al op goede gronden al als gewone politieorganisatie beschouwd kan worden. Hier zit een trotse generaal die zijn politie-ervaring en staat van dienst heeft meegenomen naar de KMar. Het heeft aan zijn verwachtingen voldaan. 'Altijd! Als ik ergens begin, gaat de knop om en ga ik ervoor. Ook deze baan zal me alle voldoening geven.'
Maar het is wel anders.
 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2004, jrg. 66, nr. 10, p. 11-13

0 reacties

Reageer op dit artikel