'De kennis van politiemensen reikt soms niet verder dan Voetbal International' Peter R. de Vries, meer journalist dan rechercheur

Een omstreden lastpak en een opruiende betweter… Zo kwalificeren veel politieambtenaren misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Zelf noemt hij zich objectief, onafhankelijk, vasthoudend en deskundig. Hij steekt zijn mening niet onder stoelen of banken; op zijn geheel vernieuwde website (www.peterrdevries.nl) verschijnt regelmatig een nieuwe column van hem en ook in dit interview geeft hij losjes pratend (soms ongezouten) zijn mening. Zo gaat de politie naar zijn mening te krampachtig om met vertrouwenspersonen in gijzelingen; ergert hij zich aan de briefschrijvers van justitie; noemt hij het ongemerkt verjaren van onopgeloste moorden een schande; en ziet hij geen heil in een 'Nederlandse FBI'. Ook voor de leidinggevenden bij de politie heeft hij gratis tips. Ten slotte roept hij rechercheurs op tot het doen van huiswerk.

De Peter R. de Vries die wij op een zonnige vrijdagochtend tegenover ons hebben zitten, is inderdaad een beetje een lastpak, een betweter zo u wilt. Maar zeker ook recht door zee, een man met een scherp luisterend oor, uitermate vriendelijk, vol positieve, opbouwende kritiek in de richting van politie en justitie. Een man die een groot vertrouwen geniet onder veel burgers. De goede verstaander zal iets van hem kunnen leren…!


Opvallend is dat je de laatste tijd veel in de belangstelling staat. Er is niet alleen belangstelling voor de zaken in jouw programma maar ook voor de persoon 'Peter R'. Eindelijk erkenning?
Erkenning gaat in golfbewegingen. Na 6 jaar onderzoek en 36 televisie-uitzendingen heb ik in de Puttense moordzaak uiteindelijk groot succes geboekt met de uitspraak van de Hoge Raad. Ik realiseer me dat het ook anders had kunnen lopen. Als de Hoge Raad anders had besloten, had ik er volgens veel mensen al die jaren naast gezeten. Nu heb ik het volgens de algemene opinie vanaf het begin bij het rechte eind gehad. Zo gaat dat nu eenmaal.

Je bent je carrière begonnen bij de Amsterdamse politie…?
Dat is een mythe die al jaren stand houdt…. hardnekkig maar niet waar! Ik heb nooit bij de politie gewerkt. Ik ben als 20-jarige bij de krant gaan werken. Ik ben volbloed-journalist.

Je voelt je meer journalist dan rechercheur.
Absoluut. Ik doe recherchewerk vanuit een journalistieke insteek. Hierdoor kan ik meerdere rollen vervullen. In de ene zaak ben ik de aanklager, in een andere zaak de verdediger. Die rolwisseling staat mij aan; maakt het juist zo interessant.

Waarom word je door zoveel mensen benaderd om iets met hun zaak te doen?
Mijn programma wordt bekeken door een groot publiek. Hierdoor is de kans groot dat ik iets kan bereiken. Verder trekt mijn objectiviteit mensen aan. De burgerij in Nederland heeft toch het gevoel dat politie, justitie en de rechterlijke macht elkaar de hand boven het hoofd houden. Ik ben het daar niet mee eens, maar het beeld bestaat. Ik sta bekend om mijn objectiviteit en onafhankelijkheid. De ene keer help ik de politie om een zaak op te lossen en de andere keer lever ik juist kritiek op de politie. Ook word ik gewaardeerd om mijn vasthoudendheid. De mensen weten dat ik zaken niet laat rusten, ook al zijn er op korte termijn geen nieuwe of concrete resultaten te melden. Ik kom er, in tegenstelling tot veel actualiteitenprogramma's, steeds weer op terug. Ik geef niet op!

Over verschillende rollen gesproken: in de gijzelingszaak Helden werd je door één van de twee gijzelnemers gevraagd op te treden als bemiddelaar. Waarom ga je daar op in? Daar ben je toch niet voor opgeleid?
Ik heb die rol niet actief gezocht. Ik ben gebeld door één van de daders met het verzoek om te komen, omdat het anders op een bloedbad zou uitlopen. Op dat moment heb je geen keus. Voor mij is dan maar één optie mogelijk: 'ik kom eraan'! Ik heb toen onmiddellijk met de plaatselijke politie contact gezocht. De politie gooide echter de deur dicht en wilde mij niet toelaten. Dat is mij enorm tegengevallen. De politie weigerde iedere vorm van samenwerking. De beide daders hebben overigens later gezegd dat mijn invloed op de goede afloop van de zaak substantieel is geweest.

Waarom ben je eigenlijk door één van de daders benaderd?
Ik kende een van de daders nog uit een vorig contact. In de gijzelingszaak Helden was ik voor hem een vertrouwenspersoon. Ik denk dat dat met mijn onafhankelijkheid te maken heeft. De daders weten dat ik te vertrouwen ben en dat ik ze de waarheid zal vertellen. In Amerika gaat de politie daar niet zo krampachtig mee om; begrijpen ze de rol en het belang van een vertrouwenspersoon veel beter. Als daar een gijzeling plaatsvindt, laten ze de gijzelnemers praten met wie ze willen. Vertrouwen en een goed contact is belangrijker dan opleiding tot onderhandelaar. In Nederland is toch een gebrek aan ervaring met dit soort situaties. Angst dat anderen met de eer gaan strijken speelt ook een rol.
Het COT (Crisis Onderzoek Team, MW/CV) heeft onderzoek gedaan naar het verloop van de gijzeling. Hier heb ik niet aan meegewerkt. In het evaluatierapport concludeert het COT echter wel dat er geen enkele aanwijzing is dat mijn rol van negatieve invloed is geweest op het verloop van de gijzeling.

Waarom heb je niet aan het onderzoek van het COT meegewerkt?
Ik werd door de politie gevraagd mee te werken aan het COT-onderzoek. Eerst word ik tijdens twee persconferenties, waarvoor ik zelf niet eens was uitgenodigd, door de politie volledig afgebrand; vervolgens word ik vriendelijk gevraagd mee te werken aan een evaluatieonderzoek! Ik heb het COT gevraagd of ze ook met de daders gingen praten. Dat bleek niet het geval te zijn.
Dat is toch merkwaardig. Als er iemand is die kan aangeven welke factoren van invloed zijn geweest op het verloop van de gijzeling, zijn dat de twee hoofdpersonen in het drama, oftewel de daders, en niemand anders. Uitgerekend zij werden niet door het COT aan het woord gelaten. Daarmee is het onderzoek in mijn ogen gediskwalificeerd. Ik vind het geen goed onderzoek en daar werk ik dus niet aan mee.

Veel burgers weten hun zaken bij jou onder de aandacht te brengen. Je krijgt zo veel zaken op je bureau, dat je ze niet allemaal kunt aanpakken. Dit geldt ook voor de politie; daar wordt een selectie van zaken (middels 'case-screening') gemaakt. Hoe 'screen' jij je zaken?
Aan 9 van de 10 zaken die op mijn bureau belanden doen we niets. Zaken moet ik in de eerste plaats boeiend vinden. De deur moet nog op een kier staan: de zaak moet óf niet helemaal uitgeprocedeerd óf niet helemaal opgelost zijn. Verder intrigeren zaken mij die te maken hebben met moord op kinderen en verdwijning van kinderen. Het maatschappelijk belang van een zaak speelt mee. Natuurlijk ben ik ook niet vies van een goede primeur. Al met al volg ik een eigen koers die vooral wordt ingegeven door gevoel en persoonlijke interesse.

Maak je ook een kosten/batenanalyse bij de afweging om een zaak wel of niet te doen?
Nee! Ik kijk wel naar haalbaarheid. Het is van belang dat er een dossier van de zaak is. Ook moeten er mensen zijn die het verhaal willen vertellen. Er moet wel een goede uitzending van te maken zijn. Je moet de zaak kunnen visualiseren, kunnen voldoen aan de wetten van het medium televisie. We werken aan zo'n 10 zaken tegelijk. Een enkele zaak daarvan komt nooit in een uitzending. Dat is geen 'mislukking', dat hoort er gewoon bij.

Hoeveel mensen werken mee aan je programma?
Ik geef leiding aan een afdeling van achttien medewerkers. Journalisten / redacteurs, een secretaresse, een documentalist, regisseurs en productiemedewerkers.

Ook ex-politiemensen?
Eén van mijn redacteuren heeft vroeger bij de politie gewerkt.
De andere redacteuren hebben ruime journalistieke ervaring en hun sporen in het vak verdiend. Ook vind ik het belangrijk dat ze beschikken over levenservaring en affiniteit hebben met het onderwerp.

Hoe verloopt de selectie van post die binnenkomt?
Dat doe ik zelf, ik doe de voorselectie. Ik zorg ervoor dat alle briefschrijvers binnen 48 uur persoonlijk antwoord krijgen. De meeste brieven beantwoord ik zelf. Ik vind dat niet meer dan normaal. Dit in tegenstelling tot justitie. Daar erger ik me blauw aan. Mensen benaderen justitie met een vraag over de zaak of gebeurtenis van hun leven. Niet zelden zijn zij er emotioneel nauw bij betrokken. Toch moeten zij vaak maanden wachten op een antwoord, en dan krijgen ze een ambtelijke standaardbrief zonder dat er echt antwoord op hun vraag wordt gegeven. Zo'n brief is zeer onpersoonlijk van toonzetting; begint zomaar zonder normale aanhef en eindigt zonder normale afsluiting. Mensen die op zo'n botte wijze aan slachtoffers een brief schrijven zouden ontslagen moeten worden.

Het is ook onverstandig om zo te handelen. Ook ik kan soms niets voor mensen betekenen. In zo'n geval laat ik betrokkenen dit zeer snel weten waarbij ik meestal goed kan uitleggen waarom ik niet verder kan helpen. Achteraf kun je hier soms je voordeel mee doen. Er is wel eens iemand met een mooie zaak bij mij gekomen, waarbij ik me afvroeg waarom die persoon zich juist bij mij meldde. Bleek dat zijn buurman ruim een jaar daarvoor een brief aan mij had geschreven. Hoewel ik toen niets met die brief kon doen had die buurman veel vertrouwen in mij omdat hij zo vriendelijk en serieus te woord was gestaan… Van die goede ervaring raakte 'mijn tipgever' op de hoogte en zo kwam ik aan die mooie zaak…

In verschillende interviews geef je aan dat je al 23 jaar in het vak zit. Je legt nogal de nadruk op 'ervaring'. Is dat werkelijk zo belangrijk? Hoe voorkom je dat je vastroest?
Ervaring en levenservaring acht ik van groot belang. Ik kan iemand van 21 jaar niet zo maar sturen naar de ouders van een slachtoffer van een zedenmisdrijf. Mijn medewerkers hebben hun journalistieke sporen wel verdiend. Sommigen werken al 7 seizoenen mee aan mijn programma, maar er is ook voldoende doorstroom. Door op gezette tijden de bakens te verzetten kun je vastroesten voorkomen. Ik heb bij de krant gewerkt; bij de Telegraaf en het Algemeen Dagblad. Ik heb gepubliceerd in een tijdschrift, ik heb boeken geschreven en ik presenteer een televisieprogramma. Ik voel me niet vastgeroest. Ik heb bij Endemol nog een contract voor drie jaar. Op termijn zou ik wel graag weer eens een boek schrijven over een spraakmakende zaak. Ik volg mijn interesse en doe niet aan loopbaanplanning.

Onlangs was er veel kritiek op de kwaliteit van de recherche in Nederland. Wat vind jij daarvan?
Ik kom heel veel goede politiemensen tegen. Daar heb ik veel respect voor. Sommige politiemensen zijn echt toppers. Natuurlijk kom ik ook domme fouten tegen. Ik vind dat het niveau van de recherche in het algemeen voor verbetering vatbaar is. Dat vinden politiemensen vaak zelf ook. Negen van de tien rechercheurs die ik spreek zijn ontevreden over hun werk. Ik hoor vaak een klaagzang; politiemensen klagen dan over hun baas die niet deskundig is of dat ze te vroeg van een zaak worden afgehaald.
Een groot probleem is dat het vaak ondoenlijk is om een bepaalde rechercheur te pakken te krijgen. Mensen zijn vaak afwezig: dan hebben ze cursus, ADV, vakantie, ze zijn ziek of ze hebben overgewerkt en moeten die uren in vrije tijd opnemen. Zo werkt het natuurlijk niet. Je moet je in een zaak kunnen vastbijten.
Ik ben nu bezig met een zaak die op punt staat te verjaren. Als ik contact opneem met het politiekorps waar de zaak toebehoort, kent niemand de zaak en is het dossier maar moeilijk te vinden. Het gaat hier wel om een moord op een vrouw en haar 2 kinderen! Een zeer ongebruikelijke moord, zeker in die tijd.
Dat verjaringen ongemerkt plaatsvinden, vind ik echt een schande! Er moet veel meer aandacht voor zaken zijn die op punt staan te verjaren. Ik heb hiervoor een zeer groot en goed archief waarin ik van alles bewaar: zakendossiers, krantenknipsels, artikelen uit tijdschriften, enz. Minimaal half jaar voordat een zaak verjaart begin ik met het onderzoek.

Denk je dat meer geld voor de politie een oplossing is?
Extra geld is natuurlijk altijd leuk. En als ik de gebouwen zie waar vanuit de politie moet werken of de geringe secretariële ondersteuning zie waarmee de rechercheurs het moeten doen, ook wel noodzakelijk. Maar de oplossing moet volgens mij meer gezocht worden in gespecialiseerde rechercheafdelingen op regionaal niveau. Nu wordt bij rechercheonderzoeken vaak gebruik gemaakt van mensen die in een district werken of in de surveillancedienst. Die mensen weten niet wat buiten hun eigen wijk of gebied speelt. Bovendien hebben ze geen know how. Dat werkt dus niet. Recherchewerk is een gespecialiseerd vak. Dat moet je centraliseren op regionaal niveau. Ik zie geen meerwaarde in een Nederlandse FBI.

Verder is het vooral een kwestie van mentaliteit. Je moet bij de recherche geen negen-tot-vijf-mentaliteit hebben. Je moet bereid zijn in jezelf te investeren en er wat van maken. Ik mis bij de politie steeds meer de passie en roeping voor het vak. Dat is de laatste twintig jaar steeds minder geworden.
Ik denk dat rechercheurs nu te vaak in een keurslijf worden gezet. Die mensen moeten meer vrijgelaten worden. Geef ze zaken die ze interesseren. Je moet niet alles vasttimmeren.

Is er bij jouw medewerkers voldoende sprake van passie en roeping voor het vak?
Absoluut. Maar bij mij worden de mensen rechtstreeks beloond voor geleverde prestaties. Wij kijken hier nooit op de klok. Mensen gaan hier niet om vijf uur naar huis. Daar staat wel een goed salaris tegenover. We hebben minder last van ambtenarij en een knellende CAO.
Mensen hebben hier te maken met een baas die weet waar hij het over heeft. Door mijn jarenlange ervaring heb ik veel kennis van zaken gekregen. Op die manier vervul ik een voorbeeldfunctie. Het is van groot belang om als leidinggevende het goede voorbeeld te geven. Als je van je medewerkers verwacht dat ze hard werken, moet je als baas vaak 's ochtends het licht aandoen en 's avonds weer uitdoen. Bij de politie zie je steeds meer personeelsmanagers… of leidinggevenden met verstand van beheer… niet van het vak! Waar het echt om gaat is dat je als chef een voorbeeld kan zijn en het juiste klimaat weet te scheppen.

Veel politiemensen hebben geen positief beeld van jou. Sommigen vinden dat je op een dubieuze manier omgaat met misdadigers. In je boek over de Heineken-ontvoering maak je een held van Cor van Hout.
Dat is onzin. In deze zaak bleek de ontvoerder niet te voldoen aan het stereotiepe beeld van een crimineel. Naast misdadige eigenschappen bleek hij ook positieve eigenschappen te hebben. Zo heeft hij bijvoorbeeld een scherp gevoel voor humor. Dat komt in het boek duidelijk naar voren. Het geijkte beeld van een crimineel houdt niet altijd stand, maar ik heb wel ervaren dat mensen dat bedreigend vinden.
Ik heb in dit boek de invalshoek van de crimineel gekozen omdat het een onthullende invalshoek bleek te zijn. Bovendien was het nooit eerder gedaan. Over mijn boek is wel eens gezegd dat het verplicht lesmateriaal op de politieschool zou moeten zijn, omdat het criminelen en hun motieven om misdaden te plegen, beter leert begrijpen. In het boek heb ik de misdaad niet geromantiseerd. Wel was het de zaak van mijn leven. Deze zaak is over de hele wereld bekend geworden. Het is een zaak als een jongensboek. Ook de rechercheurs die op deze zaak hebben gezeten zullen dat zo hebben ervaren, en zeker beamen.

Heb je tot slot nog een boodschap voor politiemensen die dit interview lezen?
Ik zou zeggen: lees eens wat meer. Ik sta er soms versteld van hoe weinig politiemensen hun literatuur bijhouden. Kranten, tijdschriften en boeken op misdaadgebied worden niet of nauwelijks gelezen. De kennis van politiemensen reikt soms niet verder dan Voetbal International!

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2002, jrg. 64, nr 1-2, p. 22-24

0 reacties

Reageer op dit artikel