Dirk Van Nuffel over de staat van de Belgische politie

Door Prof. dr.. S. De Kimpe en drs B. Wijbenga, 01 augustus 2009 10:18 uur0 Waardering:

Dirk Van Nuffel over de staat van de Belgische politie Naast korpschef van de Politiezone Damme/Knokke-Heist is Dirk van Nuffel in Belgiƫ vooral gekend als voorzitter van de Vaste Commissie van de lokale Politie (VCLP). Hiermee is hij in wezen de Belgische evenknie van Leon Kuijs, voorzitter van de raad van Hoofdcommissarissen in Nederland (zie TvdP nr. 3, 2009). Zoek de verschillen tussen de organisatie in ons land en die van onze zuiderburen.

 


Beknopt C.V.

NAAM: Van Nuffel Dirk Juul Lucie Armand
GEBOREN Elsene, 15 juni 1957
BURGELIJKE STAND: Getrouwd
WOONPLAATS: Brugge
DIPLOMA’S:Licentiaat in de Pers- en Communicatiewetenschappen en Licentiaat in de Criminologie
WERKERVARING: Ministerie van Financiën (dienst Begroting) en Ministerie van Binnenlandse zaken (Algemene Directie Politie en Veiligheid).
HUIDIGE FUNCTIE: Korpschef sinds 1992 (1992: gemeentepolitie Knokke-Heist – 2001 Politiezone Knokke-Heist/Damme)
 

Uit uw C.V. blijkt dat u geen typische politieloopbaan achter de rug hebt? Jij bent eigenlijk een voorbeeld van zijinstroom, zoals wij die nu ook aan het ervaren zijn in Nederland. Maar wat betekent dat eigenlijk in de praktijk?

Ja, dat betekent natuurlijk ook een bijzonder zware inspanning de eerste drie, vier jaar van mijn carrière als korpschef. Ik heb er veel tijd ingestoken om mij behoorlijk goed en vrij snel in te leven. Maar ik ben de zoon van een Rijkswachtofficier en mijn zus is politiecommissaris. Mijn grootoom was ook rijkswachter. We komen dus wel uit een politiefamilie en ik kende dus wel de cultuur. Maar het probleem was vooral in die politiecultuur om die legitimering als korpschef te verwerven. Ik was een buitenstaander, iemand die “niet van ons is en hier het bevel komt voeren”. Blijkbaar kon dat toch wel. Ik zit uiteindelijk na 17 jaar nog steeds in dezelfde stoel. Nu praat men daar niet meer over.

 

Zou het vandaag nog kunnen dat iemand die een hoge functie heeft bij een gemeente of een departement, dat die korpschef van een lokaal politiekorps wordt?

Als die bereidheid er is om bijzonder grote inspanningen te leveren om zich in te leven in die specificiteit van de politiefunctie, dan moet dat volgens mij wel kunnen. Als ik mijn huidige functie als korpschef bekijk, voer ik geen gerechtelijk onderzoek meer. Ik moet gewoon faciliteren in het korps. Ik ben meer bezig met HRM en met logistiek dan met operationele vraagstukken. En als het gaat over operationele vraagstukken, dan moet ik de informatie die door medewerkers wordt aangereikt, vertalen naar het beleid.

 

Zou je de functie van voorzitter van de Vaste Commissie voor de Lokale Politie (VCLP) kunnen beschrijven. Wat houdt die functie in?

We hebben, laten we eerlijk zijn, niet de zelfde invloed als de Raad van Hoofdcommissarissen in Nederland. Maar grosso modo zijn er wel een aantal gelijkenissen. In de VCLP worden de inzichten en de belangen van de 196 lokale politiekorpsen verdedigd en vertolkt op het federale beleidsniveau. Het is een verkozen commissie, dus de 196 korpschefs van ons land kiezen samen een 15-tal leden voor een termijn die maximaal vijf jaar duurt en vernieuwbaar is. In de vaste commissie zijn er 15 korpschefs verkozen en zij hebben daar een portefeuille. Dat hebben we aan jullie ontleend trouwens. Daarnaast hebben ze ook een stukje geografische verantwoordelijkheid. Ze hebben dus wel hun eigen achterban waardoor van hun wordt verwacht dat ze de standpunten doorvertalen naar hun collega’s in elke provincie en omgekeerd, zodat de vragen bottom-up vanuit het werkveld met196 korpschefs tot bij de VCLP komen. De thema’s die wij behandelen bereiken ons op twee manieren. (1) Ofwel wordt ons advies gevraagd. Dat gebeurt door de Minister van Binnenlandse Zaken, de Minister van Justitie, het College van Procureurs Generaal of door de Federale Politie, want er wordt verwacht dat de lokale en federale politie binnen de geïntegreerde structuur, zoveel als mogelijk met één mond spreken. Dat lukt meestal, maar niet altijd. De belangen zijn dikwijls anders, zeker als het gaat over middelen besteding kunnen de prioriteiten toch wel af en toe anders liggen. (2) Daarnaast kunnen we ook op eigen initiatief adviezen verstrekken en standpunten innemen. Dat laatste hebben we tot op de dag van vandaag eigenlijk nog niet zoveel gedaan. Waarom? Omdat we nog altijd in een nasleep zitten van een bijzonder ingrijpend hervormingsproces, waar meestal de vragen op ons afkwamen.
Onze situatie is dus toch wel wat anders dan in Nederland. De Hoofdcommissarissen in Nederland, zijn toch wel vrij beleidsbepalend. Het gaat verder dan een vrijblijvend beleidsadvies wanneer zij een uitspraak doen. De gezagsafhankelijkheid van de Nederlandse politie, is naar mijn mening minder sterk dan van de Belgische.
Wij hebben veel minder handelingsvrijheid en zijn soms veel meer afhankelijk van wat de bestuurlijke, maar vooral gerechtelijke overheden denken. Wij zijn dus ook veel meer een uitvoeringsorgaan. Niettemin geraken we toch ook wel aan een stuk maturiteit. Dat wil zeggen, wij zijn ook nu steeds meer bereid mee te denken over handhavingsbeleid in het algemeen. Zeker wanneer we vaststellen dat we niet meer het monopolie hebben van de handhaving en dat we dit met heel wat partners moeten delen, waarbij we als politie wel steeds de regie behouden.



Uitgangspunten hervorming


Wat wel mooi is, is dat je voorbeelden noemt die eigenlijk volgen op je stelling dat het hervormingsproces heel overheersend was, en met name de structuur. En dat je nu steeds meer probeert naar de inhoud te gaan, naar het vak te gaan.

Ja, maar ik weet dat jullie Nederlanders, als ik dat zo mag zeggen, de dingen ook zo graag rationeel en wetenschappelijk benaderen. Een normaal hervormingsproces betekent dat je vooraf bijzonder veel studiewerk gaat verrichten, strategieën gaat uitwerken en dan pas een uiteindelijke finaliteit bepaalt. Dus niet vertrekkende van de structuur, maar van het uiteindelijke politiewerk dat je wilt realiseren, de taken die je wilt neerzetten. Bij ons was dat dus anders verlopen. De hervorming is, onder druk avn de affaire Dutroux, op een bijzonder korte tijd doorgevoerd, op een half jaar tijd. Daarbij hebben we één ding onderschat, en dat is de zoektocht naar een nieuwe gemeenschappelijke politiecultuur. Het blijkt toch nog maar eens dat je een aantal generaties nodig hebt om een nieuwe politieorganisatie en een nieuw politiebeleid ook cultureel te laten beleven door elk van je medewerkers.

 

Wat zie je als die politiecultuur die je graag herkenbaar wil laten zijn over alle korpsen heen?

We zijn vandaag nog steeds vaak een brandweerpolitie. Een politie van bijzonder reactief politiewerk, van symptomatisch handelen en niet van problemen aan de grond aan pakken. we zouden dus nog meer werk moeten maken van de gemeenschapsgerichte politiezorg. We hebben daar toch wel een vrij consistente Belgische vertaling aan gegeven, m.n. de Excellente politiezorg. Dat is eigenlijk een politionele beleidsvisie dat we willen uitschrijven voor de volgende decennia. Het stut op drie pijlers: (1) de Gemeenschapsgerichte politiezorg, (2) de Intelligence Led Politicing, of de informatiegestuurde politiezorg en (3) organisatieontwikkeling of bedrijfsvoering. Waar de gemeenschapsgerichte politieozrg het culturele kader is, is de informatiegestuurde politiezorg het technisch hulpmiddel bij uitstek om het te operationaliseren. . Dat zijn de drie poten waarop het idee van excellente politiezorg staat en waar bij de conceptualisereing duidelijk wordt dat die drie onafscheidelijk met elkaar zijn verbonden.

 

Voorzitter


Waarom hebben ze jou gekozen als voorzitter van de Vaste Commissie?

Ik was natuurlijk al waarnemend voorzitter. Ik denk dat de collega’s gedacht hebben, die man heeft het hervormingsproces van binnenuit meegemaakt, kent door zijn verledende besluitvormingsmechanismen in de wetsstraat bijzonder goed en hij blijkt dan toch niet zo’n slechte korpschef te zijn. Bovendien, en niet onbelangrijk, heeft altijd duidelijk gemaakt dat hij geen grote ambities heeft in de politieorganisatie, waardoor hij geen bedreiging vormt voor de anderen.

 

Anderen zouden vrees kunnen hebben voor hun eigen carriere-kansen?

Ik heb altijd gezegd dat in ons Belgische politiemodel het eigenlijk maar om één ding gaat: als je wilt mee veranderen en mee aan de weg wilt timmeren, en dat is: ‘zorg dat je invloed hebt en geen macht’. Want als je invloed hebt ben je niet echt bedreigend voor de anderen, als je macht hebt wel.

 

Op het moment dat je gezien zou worden als de man die in Brussel de chef zou willen worden van de Federale Politie, ben je dan bedreigend?

Dan ben ik geen lang leven beschoren.

 

Ben je ook niet de man van de compromissen? Is dat ook niet één van je sterktes?

Dat heeft ongetwijfeld meegespeeld. Ik heb u gezegd wat mijn achtergronden waren. De voormalige rijkswacht herkent in mij nog altijd een kind van een Gendarme. Dat speelt mee bij de oudere generatie. Ik heb ook altijd de consensus gezocht, wat niet betekent dat ik af en toe geen uitgesproken standpunten heb. Maar het feit dat je dus over het algemeen streeft naar consensus, betekent dat je af en toe wat scherper kan uithalen. Men vergeeft je dat ook.

 

Kan de minister een veto uitspreken over een gekozen voorzitter van de commissie?

De voorzitter wordt voorgedragen na de verkiezing en wordt benoemd bij ministerieel besluit. Er zijn drie vice-voorzitters: één voor Vlaanderen, één voor Brussel en één voor Wallonie.

 

Uiteindelijk krijg je ook de zegen van de Minister om die rol op je te nemen?

Ja. Ik kan het me natuurlijk af en toe wel permitteren een scherp standpunt in te nemen maar er moet toch altijd een stuk vertrouwensband zijn tussen mezelf en de Ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie. Niet dat ik hen blindelings hoef te volgen, maar zij moeten er toch op kunnen vertrouwen dat wanneer zij zich willen richten tot de 196 lokale korpsen waarover zij eigenlijk weinig gezag hebben, ze toch iemand hebben die bereid is om hun wensen naar die korpsen toe te vertalen. Of iemand die ook naar hen toe durft te zeggen, en dan liefst achter gesloten deuren en niet voor de bühne, waar het op staat als er problemen zijn.

 

Belangrijkste thema


Wat vind jij nu het belangrijkste thema voor de politie in België voor de aankomende 5 à 10 jaar?

Dat is dat we er eindelijk in slagen vorm te geven aan een integrale veiligheidszorg. Dat vraagt van ons nog een inspanning. Met ons bedoel ik de politie. Maar het vraagt nog een veel grotere inspanning van al die andere actoren die in de integrale veiligheidszorg zouden moeten meespelen. En hen daarvan overtuigen, de partners. Niet met hoogdravende statements, maar aan de hand van bijzonder concrete initiatieven. Dat is voor mij de grootste uitdaging. En dat is bijzonder complex, zeker in ons land. Want dat betekent dat je daar de federale staat mee moet engageren, dat je de gewesten en de gemeenschappen in ons land mee moet engageren, en dat je de gemeentebesturen mee moet engageren. Dat is een helse uitdaging.

 

Voor die besturen is veiligheid maar één van de onderwerpen.

Ja, maar ik spreek liever in termen van integrale leefbaarheid dan in termen van integrale veiligheid, omdat het begrip wel wat ruimer wordt. Als het gaat om integraal denken, dan bekommert mij als politiechef ook het welzijn en de leefkwaliteit. Dat gaat dan wel verder dan crimefighting of handhaving van de openbare orde in de enge zin van het woord.

 

Wat is je idee over kerntaken?

Dat is eigenlijk een debat dat je nooit kan en mag afsluiten. Bij ons in het kerntakendebat is het er allemaal om te doen om te zeggen ‘kun je de opdrachten van de politie niet beperken, tot die opdrachten waar de hoedanigheden van de politieambtenaar een vereiste of een faciliterende voorwaarde is. Dan krijg je, en dan spreek ik vooral voor de lokale politie, het fenomeen dat de lokale politie de enige dienst is die 24 uur op 24 bij ons beschikbaar is, tTerwijl het welzijnswerk, misschien bij ons wat minder ontwikkeld dan in Nederland, dat niet is. Omdat het welzijnswerk onvoldoende is uitgebouwd, er wordt onvoldoende in geïnvesteerd.
Wij zeggen ‘crimefighting, ordehandhaving, dat zijn twee van de peilers. Maar er is een derde, dat is de algemene dienstverlening’. En die zal variëren. Die zal uitgebreider zijn in landelijke gebieden omdat vanuit die sociale dienstverlening geen aanbod is of bijzonder weinig aanbod is, daar waar in grotere steden, waar het aanbod wel bestaat, de politie zich kan beperken in de inbreng in noodhulp.

 

Zou ik zo mogen begrijpen dat je vindt dat noodhulp/hulpverlening, ook gewoon zo’n peiler onder politiewerk behoort te zijn?

Dat is vandaag de dag wel zo, maar niet in officieel beleid., We worden bestendig geïnspecteerd, gecontroleerd, ge-audit, nagekeken op onze performantie, door iedereen die ons aanstuurt of aan ons jasje trekt. Maar dat gebeurt dan niet voor die noodhulp en hulpverleningstaak. Die taak waarmee wij veel legitimiteit hebben.
Een fundamenteel verschil met Nederland is dat ons totale politieapparaat voor 2/3 wordt gefinancierd door de lokale overheden. En maar voor 1/3 door de federale overheid. Dus de gemeenten betalen 2/3 van de loonkosten, verwervingskosten, de investeringskosten bij de politie. En als je dat dan relateert aan het idee dat onze korpsbeheerders lokale politici zijn, die zeer graag korte termijn wineffecten wil realiseren, quick-wins, dan ben je wel verplicht in het kader van die algemene dienstverlening actiever te zijn dan wellicht de politie in Nederland zich kan permitteren.

 

Het alternatief is dat anderen het oppakken. Wie heeft er wel de middelen voor?

Als ik nu als politieverantwoordelijke zeg dat we die hulpverlening niet meer doen, dat anderen het maar opnemen, dan raakt me dat wel een beetje. Want ik vind dat ik wel een functie heb waarbij maatschappelijk engagement mij er toe verplicht om ook nog iets anders te doen dan crimefighting en ordehandhaving.

 

De kredietcrisis raakt zeker ook België. Merk je dat ook bij de politie en de financiering van de politie?

Ja, je begint het te merken bij de lokale besturen. Dat de inkomsten verminderen of stagneren bij de gemeenten; dat bedreigt de lokale politie nog niet echt. Wel stel je vast dat de investeringen die gepland waren, worden uitgesteld of opnieuw in kaften gestoken en veilig opgeborgen.
De federale begroting is veel problematischer. Problematischer dan bijvoorbeeld de Nederlandse begroting. Dat heeft te maken opnieuw met onze ingewikkelde staatsstructuur. De federale politie heeft een belangrijke taak van steun naar de lokale politie toe, waar het gaat over gespecialiseerde functies, opleiding, knowhow, gespecialiseerd recherchewerk, ondersteuning van luchtsteun en andere zaken. Om daar op te kunnen rekenen en ook om die kleine lokale politie soms te laten functioneren, heb je een federale politie nodig, die bijstand kan komen geven wanneer dat nodig is. We zullen dan een aantal dingen zelf moeten doen, omdat de federale politie niet de federale middelen krijgt om het ons te leveren. Bovendien speelt ook het probleem van de rekrutering. Ik hoor dat jullie veel meer moeten gaan krimpen dan wij.

 

Jullie personeel staat niet onder druk? De hoeveelheid?

Toch wel. De kaders niet, maar de effectieven wel. De goedgekeurde kaders blijven wat ze zijn, maar de instroom vertraagt. Er zijn ongeveer 34.000 politiemensen in ons land. Je moet er ongeveer 1500 op jaarbasis rekruteren. Nu lijkt het erop dat de federale regering er maar 1200 wil betalen. Je creëert een steeds groter deficit. Je moet weten dat politiemensen, als ze worden aangeworven, ze eerst bij de federale politie gaan, zij betalen ze dus ook. Voor de duur van hun opleiding blijven ze federale politiemensen. Het is pas na afloop van hun opleiding dat ze hetzij kiezen voor een federale politiedienst, hetzij voor een lokaal politiekorps. En pas wanneer ze gekozen hebben voor een lokaal politiekorps en overgaan naar een lokaal politiekorps, dan vallen ze ten laste van die lokale politiebegroting.

 

Dus dat is echt iets waar alle lokale eenheden last van kunnen hebben?

En dan stel je vast dat in sommige regio’s, in sommige grotere steden, dat er daar inderdaad stilletjes aan wat problemen ontstaan in de personeelseffectiviteit.

 

Dreigt dat dan niet uit te monden in schaalvergroting? Misschien bewuste schaalvergroting?

nee, ik heb niet de indruk van schaalvergroting. Bij schaalvergroting win je wel wat op overhead, maar voor het overige, nee. Ik denk dat het in eerste instantie dreigt uit te lopen op een verschraling van het dienstenaanbod van de federale politie voor de volgende jaren. En dus finaal een aantasting van de kwaliteit van de politiezorg natuurlijk. Maar we zijn bijvoorbeeld ervan overtuigd dat de opleiding van politiemensen in België veel sterker, veel steviger moet worden uitgebouwd.

 

Hoelang zou de basisopleiding voor politieman of vrouw moeten zijn?

Ik zal bijzonder tevreden zijn met twee jaar. Maar we moeten ons geen begoochelingen maken, het is met de huidige financiers onbetaalbaar. Waarbij we dus creatief op zoek moeten gaan naar andere oplossingen, dat we bijvoorbeeld zeggen: laat dan het tweede luik van de opleiding echt een opleiding on the job zijn, taakgericht leren en laat het dan maar doen in de echte executieve dienst, hetzij bij de federale hetzij bij de lokale politie. Maar dan moet je wel een systeem van mentorship inbouwen dat veel performanter is dan vandaag, maar uiteindelijk wel goedkoper.
 


Benoeming korpschef

 

In het doctoraat van Sofie de Kimpe werd gesteld, dat het succes van een korpschef heel nauw samenhangt met de relatie die hij heeft met zijn politiek bestuur. Dus de duo korpschef – burgemeester is heel belangrijk. Als die relatie niet goed is komt de herbenoeming van de korpschef in gevaar.

Ik weet niet of dat de verklaring is waarom sommige korpschefs niet werden herbenoemd of niet werden heraangesteld voor een tweede mandaatperiode. Ik heb eerder de indruk dat de verstoring van de relatie tussen bestuur en korpschef, in de gevallen die mij bekend zijn, zouden te maken hebben met het interne functioneren van die korpschef. Een tweede bedenking is dat die wijst op stringenter aansturen van de korpschef door de overheid. Dat is ook wat men gewild heeft in dit politiemodel. En dat verklaart ook veel over ons politiemodel. Men heeft zich absoluut gehouden aan het idee van een politiedienst die moet aangestuurd worden door zijn overheid. Maar dat aansturen gebeurt niet in termen van op een volwassen manier strategische keuzes maken en die keuzes aan de korpschef opleggen. Dat aansturen gebeurt in dagdagelijkse kleine dingen.
Bovendien, zelfs als we aan die politiehervorming hebben gewerkt, en ook als we het stelsel van mandaten hebben ingevoerd, is niet duidelijk op wát je wordt afgerekend. Er zou een opdrachtbrief moeten bestaan, maar die is er niet Ik had gehoopt, dat dit politiemodel en deze politiedienst zou worden aangestuurd door de overheden. Aan hen om het veiligheidsbeleid te bepalen en de strategische doelstellingen te bepalen.

 

Beleid en beheer


De taak van de korpschef is het beheren. Die doelstellingen uitvoeren en voor de rest de organisatie beheren. Maar zo gaat het dus niet bij ons. En op het lokale vlak én op het federale vlak zal de burgemeester of de Minister van Binnenlandse Zaken dikwijls duidelijk maken van ik wil die persoon op die plaats, en ik wil dat je daar zoveel capaciteit, in termen van eenheden aan besteed, en daar zoveel capaciteit aan besteed. En dan zeg je wat is mijn eindverantwoordelijkheid als overheidsmanager. En ook dat is weer een samenspel, en ik denk dat jullie in Nederland daar op een meer volwassen manier mee omgaan. En de korpschefs én jullie korpsbeheerders. De naam korpsbeheerder klinkt minder politiek.
Tussen beleid en beheer, dat onderscheid wordt bij ons niet gemaakt.

 

Dat is wellicht ook waarom die woorden in Nederland zo belangrijk zijn geworden, dat het gezag en het beleid is onderscheiden van de bedrijfsvoering.

ja, bedrijfsvoering, dat is misschien een betere term. Maar bij ons gaat de politiek zich heel actief in de bedrijfsvoering inmengen.

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, nr. 6 2009

0 reacties

Reageer op dit artikel