Guusje ter Horst: 'De Politietop is een apenrots'

Door Drs. P. Holla en mr. drs. E. Rooijers, 01 mei 2009 15:59 uur0 Waardering:

Guusje ter Horst: 'De Politietop is een apenrots' Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Guusje ter Horst neemt geen blad voor de mond in haar kritiek op de Nederlandse politie. Volgens haar kan de politietop nog veel verbeteren op het vlak van samenwerking en efficiency. Tegelijkertijd is ze ook trots op 'haar' politie en moet bijvoorbeeld geweld tegen politiemensen volgens haar net zo hard aangepakt worden als geweld tegen andere publieke beroepsbeoefenaars

Er zijn erg veel ontwikkelingen binnen de politie. Het is belangrijk dat u goed contact heeft met de top van de Nederlandse Politie. Hoe zou u uw relatie met de politietop willen typeren?


Er speelt inderdaad een heleboel. Ik heb dan ook regelmatig contact met het dagelijks bestuur van het korpsbeheerdersberaad. Vooral over de toekomst van het politiebestel is veelvuldig overleg. Ik ben van de school dat je als minister formeel alleen maar praat met degenen die bestuurlijk verantwoordelijk zijn. In het geval van de politie zijn dat de korpsbeheerders. De opvatting van de korpschefs acht ik van groot belang, maar de lijn is dat zij die opvattingen uiten in de richting van hun bestuurlijke 'bazen' en niet richting de minister zelf. Maar als ze mij uitnodigen voor een strategiebijeenkomst of een andere gelegenheid, ga ik daar altijd graag op in.
Het contact met de korpsbeheerders is goed. In het nieuwe bestel komt er een vrijgesteld voorzitter. Iemand die de steun heeft van de korpsbeheerders en het vak verstaat, maar dit niet als korpsbeheerder ernaast moet doen. Ik denk bijvoorbeeld aan een oud-korpsbeheerder.



Vindt u dat een vrijgesteld voorzitter ook zou moeten gelden voor de Raad van Hoofdcommissarissen?


Dat moeten ze zelf onderling uitmaken. Indien de Raad van Hoofdcommissarissen een vrijgesteld voorzitter wil, met een mandaat, dan moeten ze dat zelf regelen. Daar zal het korpsbeheerdersberaad vast ook een opvatting over hebben.
Ik ben trots op de politie, maar mijn betrokkenheid met de politie ligt meer bij de politieman en -vrouw op straat dan bij het functioneren van de korpschefs. Zij moeten gewoon hun werk doen.


Bezuinigingen


De politie moet fors bezuinigen. Is het niet raar dat er op veiligheid bezuinigd moet worden?


Het is duidelijk dat er in Nederland bezuinigd moet worden. Daar moet de politie haar bijdrage aan leveren. Ik heb geprobeerd om het beslag op de politie zo klein mogelijk te laten zijn maar helemaal niet is geen optie. En bovendien is bezuinigen bij de politie ook mogelijk. Er is nog veel winst te boeken in samenwerking en efficiency. De politie zal moeten tonen dat ze kan samenwerken. Ik ben ook blij met de reactie van het Korpsbeheerdersberaad. Ze onderschrijven dat het met minder moet kunnen. Ze geven alternatieven aan die goed bespreekbaar zijn.



Gaan de bezuinigingen ten koste van 'blauw op straat'?


Praten over minder blauw op straat als vermeend gevolg van de bezuiniging is een discussietruc. Ik heb de Kamer aangegeven dat ik de operationele sterkte op peil wil houden. Hier versta ik zowel de mensen in uniform als de mensen in de opsporing onder. Het lijkt wel alsof er altijd een strijd is tussen handhaving en opsporing. Allebei zijn ze belangrijk en ze vormen samen de basis van een veilige samenleving. Mag ik u er overigens op wijzen dat de sterkte van de politie afgelopen jaren alleen maar gestegen is. Ik daag de korpsen uit om hun bezuinigingen te vinden in samenwerking en efficiency en niet in minder agenten. Er is in de ondersteunende functies nog veel winst te boeken. Maar dan moeten korpsen bereid zijn om meer samen te werken en moeten we ook kunnen controleren waar op bezuinigd wordt.
Ook de reserves van de korpsen bieden een prima bijdrage aan de bezuinigingen. De gemeenschapsgelden horen niet bij een korps te zitten maar ten algemene nutte gebruikt te worden. Ik wil de eigen vermogens dan ook afromen. Dit kost de korpsen immers niets. Waar reserves vast zitten in bijvoorbeeld gebouwen, zullen de korpsen kunnen lenen. De rente wordt dan vergoed.



U wilt ook minder agenten naar school sturen. Dit gaat toch wel ten kostte van de operationele sterkte?


De komende drie jaar zouden er ongeveer 2000 agenten per jaar naar school gaan. Ik stel voor dit terug te brengen naar pakweg 1000 per jaar. Dus zo’n 3000 de komende drie jaar. Dit past prima in de ontwikkeling van de vergrijzing. Mensen blijven langer werken en dus hebben we minder instroom nodig. Deze beweging zagen we al aankomen en door de bezuinigingen trekken we de beslissing iets naar voren. Ik ga hierbij vanuit dat de operationele sterkte van de korpsen niet onder druk zal komen. Overigens ben ik nog in gesprek met de korpsbeheerders over eventuele alternatieven.


Besteldiscussie


Hoe gaat het eindplaatje eruit zien?


Heel simpel. De minister van Justitie en ik hebben nooit de behoefte gehad het lokale gezag van de burgemeesters ter discussie te stellen. Ook de regionale politiekorpsen hoeven geen plaats te maken voor één landelijk korps. Wat er wel beter kan is dat er samengewerkt moet worden. Op beheersgebied komt er een onderzoek wat er regionaal, bovenregionaal en landelijk georganiseerd kan worden. Efficiencywinst is daarbij het sleutelwoord. Vooral op de PIOFAH onderdelen kan en moet er meer samengewerkt worden. Kijk naar de ontwikkelingen in het noorden, waar de drie korpsen Groningen, Friesland en Drenthe samen een Shared Service hebben opgezet. Dat vind ik een goed voorbeeld dat landelijk navolging zou moeten krijgen. Maar ook van andere organisaties kunnen we leren. Bij Defensie hebben ze voor alle onderdelen van de krijgsmacht ook een landelijke shared service opgericht voor de ondersteunende taken.
De komende tijd moet er vastgelegd worden wat er bovenregionaal georganiseerd gaat worden. Daarnaast gaan we samen met Politie Nederland algemene maatregelen van bestuur opstellen die op verschillende onderwerpen de kwaliteitscriteria aangeven. En nogmaals, de politie, lees de korpsbeheerders, kunnen dat zelf aansturen. Geen landelijke shared service onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken, maar bij de politie zelf.
Wat ik ook belangrijk vind is dat de korpsbeheerders effectiever gaan opereren. Dit kan door het invoeren van meerderheidsbesluiten, waardoor het eenvoudiger wordt om binnen het korpsbeheerdersberaad besluiten te nemen.


Diversiteit


Recent stond een afwijzing van een vrouw als korpschef op de voorpagina van de Telegraaf. Wat vindt u daarvan?


Beneden alle peil. Ik vind het ongehoord dat dit met naam en toenaam in de krant staat. Dit verdient de betrokkene niet. Het typeert wel het onderwerp. Het maakt me boos. Zeker dat er nog bijstaat dat een korpschef anoniem heeft gezegd 'er is inderdaad wel enig leedvermaak'. Dat vind ik echt onder de maat.
De politie heeft de moeizame gang van zaken nu wel aan zichzelf te wijten. Al lang voor mijn begin als minister had de Nederlandse politie zichzelf een doelstelling opgelegd. De Inspectie heeft aangetoond dat deze doelstellingen verreweg niet gerealiseerd zijn. Dan hebben ze het dus niet goed gedaan! Er zijn gelukkig ook uitzonderingen. Korpsen waar het beleid wel is uitgevoerd.



En daarom is er het project Politietop Divers?


We proberen maatregelen te treffen die voor voldoende geschikte kandidaten zorgen. Als u een betere oplossing weet mag u het zeggen. Ik vergelijk het met de apenrots. Zo’n berg loopt taps toe. Bovenop de rots is minder plek dan onder aan de rots. De mannetjes boven aan de rots zullen niet snel ruimte maken om vrouwtjes een plek te geven. De plekken aan de top zullen verdeeld moeten worden tussen mannen en vrouwen. Het is een machtsprobleem naast een cultuurprobleem. Toen ik vele jaren geleden als psycholoog begon bij het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam dacht bijna iedereen dat ik de nieuwe secretaresse of mondhygiëniste was. Dit soort vooroordelen zijn blijkbaar nog niet overal verdwenen.


Geweld tegen overheidsdienaren


Hoe verklaart u de toename?


Mijn hypothese is enerzijds een structurele afname van ontzag voor het gezag en anderzijds meer vrijheid om mensen met een publieke functie hetzelfde te behandelen als ieder ander. Het is een maatschappelijke ontwikkeling en dus een maatschappelijk vraagstuk. Het is een zorgelijke ontwikkeling waar we alles aan moeten doen om het in te dammen.

 

Is de politie te soft?


Ik maak me druk over het gezag van de politie en hoe we veilig de politietaak kunnen uitvoeren. De laatste jaren is het ontzag voor het gezag minder geworden. Dat kunnen we niet accepteren!
Te soft vind ik te generaliserend. Ik zie grote verschillen in optreden. Daar spelen leeftijd, vooropleiding, persoonlijkheid en de situatie een grote rol. De houding van de politiemedewerker moet zodanig professioneel zijn dat hij weet wanneer hij iets met de mond moet oplossen en wanneer er geweld noodzakelijk is. Bij het gebruik van geweld hoort ook het afleggen van verantwoording daarover. Dit mag geen invloed hebben op de beslissing om wel of geen geweld te gebruiken. Als het zo is dat de politieagent zich te weinig gesteund voelt, ook in de begeleiding achteraf, dan sta ik open voor suggesties en verbeteringen.



De rechter ging recent niet mee met de eis van de dubbele straf voor geweldplegers. Wat is uw mening daarover?


Laten we eerst onze zegeningen tellen. In 70 procent van de vonnissen ging de rechter wel mee. Ik ben het eens met het feit dat de OVJ een dubbel zware straf eist. Politiemensen hebben in de uitoefening van hun functie inderdaad meer te maken met geweld dan brandweerlieden of ambulancepersoneel. Echter, dat is geen vrijbrief om geweld tegen politiemensen te gebruiken, ook al komt het eerder voor. Er is voor mij geen onderscheid tussen de verschillende publieke taken. De dubbele strafeis zou dan ook voor de politie moeten gelden. Het OM is niet voor niets in hoger beroep gegaan.

 

Ten slotte, is er voor u nog een uitdaging na het ministerschap?


(Met een grote glimlach, red.) Korpschef, waarom niet! Het zou me wel wat lijken. Ik heb de politie altijd een mooie organisatie gevonden. De binding met dat vak is er altijd wel geweest. Of de tijd mij hier nog voor gegeven is betwijfel ik echter.

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2009, jrg. 71, nr. 5

0 reacties

Reageer op dit artikel