Interview Erik Akerboom Terrorismebestrijding: ‘Doorpakken. maar niet worden wie je bestrijdt’

Door Mr. M.A. Hanrath MPA en C.E.J. Verhagen, 01 oktober 2010 11:23 uur0 Waardering:

Interview Erik Akerboom Terrorismebestrijding: ‘Doorpakken. maar niet worden wie je bestrijdt’ We bevinden ons op verboden terrein. Zo vertelt ons een bordje bij de ingang, op basis van de Wet Bescherming Staatsgeheimen 1951. Maar we zijn netjes aangemeld en passeren zonder problemen sluisdeuren, iriscontrole en beveiligingsmedewerkers, op weg naar onze afspraak met Erik Akerboom. Aanleiding voor het gesprek is het vijfjarig bestaan van de organisatie NCTb en de persoonlijke ervaringen van Akerboom nu hij één jaar in functie is als Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Claudia Verhagen en Marjan Hanrath spreken Erik Akerboom kort na de viering van het eerste lustrum van de organisatie NCTb.

Het is alweer een jaar geleden dat u de politieorganisatie verliet. Waar zit de uitdaging als NCTb?


‘Ik had het erg naar mijn zin bij de politie. Maar ik heb ook altijd de behoefte gehad regelmatig van functie te wisselen. Zo’n verandering van werkplek maakt je bewust van wie je bent, wat je kunt en het houdt je fris. Je vervalt niet zo snel in vanzelfsprekendheden. Bewegen heeft waarde op zichzelf. Het is goed voor een organisatie én voor je eigen ontwikkeling om eens in de bijvoorbeeld vijf jaar van werkplek te veranderen. De afwisseling van binnen en buiten de politie is mij erg goed bevallen. Het werkterrein van de NCTb boeit mij. Ik heb me altijd erg betrokken gevoeld op het terrein van veiligheid en geweld. Het geweldsmonopolie van de overheid geeft een bijzondere opdracht: om mensen te beschermen tegen geweld moet de overheid soms geweld toepassen. Die opdracht moet in goede handen zijn en je moet willen doorpakken maar niet worden wie je bestrijdt. Daar heb ik uiteraard mee te maken gehad als politiechef, en datzelfde tref ik aan bij terrorismebestrijding.

Het mooie van mijn functie is dat ik werk op het snijvlak van politiek, bestuur en uitvoering. Die combinatie trok mij ook bij de politie. Ik werk nu meer op landelijk niveau en uiteraard ook vaak internationaal. Ik heb dan ook een heel nieuw netwerk. Het organisatieconcept van de NCTb boeit mij ook: het koppelt intelligence, analyse, beleid en uitvoering. In mijn rol binnen deze organisatie ervaar ik de uitvoering heel dichtbij. Ik heb veel contact met korpschefs, maar ook met analisten en bestuurders. Ik ben vooral op zoek naar de effectiviteit van optreden. Veel overheden ervaren dat problemen niet op de klassieke manier zijn op te lossen: er is niet sprake van één probleem dat door een aantal ambtenaren vanuit één gebouw valt op te lossen. De politie weet dat al langer en heeft ervaren dat de oplossing vaak geboden kan worden door middel van het werken in netwerken. Interessant vind ik te weten hoe je daar effectief in kunt zijn: wie neemt het initiatief, hoe bereiken we resultaat? We werken hier binnen een typische netwerkorganisatie, met bevoegdheden. We kunnen intelligence binnenhalen en er wat mee doen.’

 

De NCTb is opgericht vanwege terroristisch geweld. Inmiddels bestaat de organisatie vijf jaar en lijkt de dreiging te verminderen. Heeft de NCTb nog bestaansrecht?


‘Het stelsel dat in het leven is geroepen na de aanslagen in Londen en Madrid heeft zijn waarde in de praktijk bewezen. De slagkracht en samenwerking is echt toegenomen. Er is een betere informatieuitwisseling, één dreigingsbeeld en een gecombineerde CBRN-aanpak (redactie: aanpak van (potentiële) incidenten en aanslagen met chemisch, biologisch, radioactief en nucleair materiaal). Bovendien – en daar gaat het ook om – als het er echt op aankomt, kunnen we optreden: het OM heeft stevige bevoegdheden en er is de DSI (redactie: de Dienst Speciale Interventies, onderdeel van het KLPD). Daar is ook gebruik van gemaakt. Nu de klok vijf jaar terugzetten lijkt mij niet verstandig. Ik denk ook dat we juist door moeten gaan met die gecoördineerde aanpak van terrorisme want er is nog veel te doen. Bovendien is terrorismedreiging een grillig fenomeen. Uiteindelijk zal een nieuw kabinet de prioriteit voor terrorismebestrijding natuurlijk vaststellen.

De NCTb gaat ervan uit dat niemand als terrorist wordt geboren en de meest succesvolle interventie plaatsvindt in een zo vroeg mogelijk stadium. De doelgroepen kunnen daarbij verschillen. De taak van de NCTb is het samenbrengen van verschillende organisaties die actief zijn op het gebied van veiligheid. De politie is één van de ongeveer twintig actoren. De NCTb stimuleert de samenwerking tussen die actoren, wil de slagkracht vergroten en vernieuwing brengen. Het gaat erom het beste uit anderen te halen. Bij blijvende tegenstrijdige inzichten of belangen tussen actoren geeft de NCTb vaak het laatste advies aan de minister.

Ik geloof sterk in netwerkoplossingen. Zo is met de verschillende providers een code ontwikkeld om haatzaaien via het internet tegen te gaan. Het mooie is dat dit vanuit de branche zelf is ontwikkeld. De code is niet opgelegd via wetten en richtlijnen, maar tot stand gekomen via de providers zelf. Dat geeft natuurlijk een groot draagvlak voor het uiteindelijke resultaat. Het mooie is dat de providers al vanaf het begin enthousiast waren voor het ontwikkelen van een code. Mijn wens is een dergelijke code ook op Europees niveau te realiseren. Netwerken is natuurlijk niet nieuw, bij de politie wordt al langere tijd op deze manier gewerkt, maar ook andere overheden zouden zich meer op de netwerkaanpak kunnen richten. In de wereld van terrorismebestrijding is de netwerkbenadering extra belangrijk: een terroristische dreiging kan zich op verschillende terreinen van de overheid richten; in korte tijd heel acuut worden en dan kan het niet zo zijn dat een overheid in goede voornemens of beleidsnota’s blijft hangen maar ook kan handelen.’

 

Wat valt te leren uit de afgelopen periode?


‘De terroristische dreiging internationaliseert, internet speelt een grotere rol en eenlingen worden belangrijker. De taken van het NCTb zijn onveranderd. Wij zijn met negentig mensen actief op het gebied van terrorismebestrijding, bescherming burgerluchtvaart en coördineren het stelsel Bewaken & Beveiligen. Bij bewaken en beveiligen kijken we niet alleen naar de bedreigde personen. We willen de aandacht verschuiven richting de bedreigers. Eén bedreiger richt zich soms op meerdere politieke, bekende personen. Dan is het natuurlijk effectiever de dader aan te pakken. Hiermee richten we ons meer op de persoonsgebonden aanpak. In Engeland en Zweden is daar ervaring mee opgedaan.

Er komt een landelijk casusoverleg “bedreigers”. Ik zou dat graag inrichten bij de politie, en de GGZ (redactie: de brancheorganisatie voor de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg in Nederland) dient hier zeker deel van uit te maken. In een dergelijk casusoverleg komt informatie samen en kunnen betrouwbare risico-inschattingen worden gemaakt. Wanneer een persoon daadwerkelijk als risicovol wordt ingeschat, zou het toezicht en de begeleiding bij een bepaalde regio moeten worden ondergebracht. Op deze wijze kunnen we tot een betere beveiliging van bedreigde personen komen en tot een betere aanpak van de bedreiger. Interventie of de strafrechtelijke aanpak zijn daarbij de sluitpost, de winst zit ’m vooral in het voorstadium, bijvoorbeeld (betere) psychische behandeling of medicatie.

Verder is duidelijk geworden dat we niet alleen maatregelen moeten nemen, maar ook moeten oefenen en testen: werken ze en kan het beter? Beveiligen is een professie, het is heel moeilijk om altijd scherp te zijn. Het verschil wordt gemaakt door de mensen in de uitvoering: politiemensen, beveiligers. Het ‘challengen’ en testen op scherpte moet daarom ook een normaal onderdeel van het werk worden.’

 

Een nieuw fenomeen lijkt de veelvuldig voorkomende ondermijning van gezagsdragers. Hoe verklaart u het toenemend aantal incidenten en hoe speelt de NCTb hier op in?


‘We leven in een samenleving die zich assertiever uit. Met de nieuwe media zijn meningen snel geventileerd en de anonimiteit maakt dat mensen vrijer en scherper zijn in hun uitlatingen. In het afgelopen jaar is bijna tweehonderd keer aangifte gedaan van bedreiging van politici die op landelijk niveau actief zijn. De meeste bedreigingen worden geuit door jongeren in de leeftijd rond de zestien jaar. Ik zie het als straattaal. In de aanpak is een bezoekje van de wijkagent hierbij in de meeste gevallen voldoende. Een andere categorie bedreigers wordt gevormd door verwarde en gefrustreerde lieden. Zij vertonen vaak onvoorspelbaar gedrag terwijl hun acties groot effect kunnen hebben. Wij moeten ervoor zorgen dat politici optimaal hun democratische functie kunnen uitoefenen, zij moeten vrijelijk hun boodschap kunnen blijven brengen. Bij de NCTb en politie vraagt dit om subtiliteit. Beveiligen is een art en geen science.’

 

Heeft het huidige politieke landschap speciale betekenis voor de NCTb?


‘Op straat, op school, in huis en ook in de politiek is het debat aangescherpt. Heftige politieke discussies kunnen emoties in de maatschappij versterken. Je kunt niet voorspellen welke effecten dat heeft, je kunt het slechts inschatten.’

 

Hoe staat het met de terroristische dreiging in Nederland?


[platte tekst‘De terroristische dreiging in Nederland is de laatste jaren afgenomen. Internationaal is de slagkracht van Al Qaida afgenomen door de voortdurende aanvallen in Pakistan en Afghanistan. De binnenlandse netwerken zijn voor een belangrijk deel ontmanteld. In 2004 waren er in Nederland nog zo’n tien tot vijftien netwerken actief, die bereid en in staat waren terroristische activiteiten te ondernemen in Nederland of elders in de wereld. Deze netwerken bestonden vooral uit jongeren met gevoeld onrecht, Afghanistanveteranen of zogenoemde ‘spilfiguren’. De AIVD legde de nadruk op het inzichtelijk maken van die netwerken. Opruiend predikende en criminele personen zijn zo veel mogelijk aangesproken, aangehouden of het land uitgezet. In samenwerking met vele andere instanties zijn ook programma’s uitgevoerd om de weerstand tegen terrorisme te verhogen, zoals het stimuleren dat moslims openlijk afstand nemen van geweld.’

 

Mooi. Hoeven we ons nu dan geen zorgen te maken? Alles onder controle?


‘Nederland heeft de goede koers te pakken. Met het uitkomen van de film Fitna is er flink geïnvesteerd in verschillende netwerken op lokaal niveau. Dat is een goede manier van werken. Elke drie maanden brengt de NCTb een dreigingsbeeld uit. Deze geeft aan dat er momenteel een beperkt risico is. Maar er is nog genoeg te doen, er zijn nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee houden. De opruiende predikers van weleer zijn vervangen door predikers op internet. Deze weten in betrekkelijke anonimiteit en in zeer korte tijd veel mensen te bereiken. Er zijn steeds weer nieuwe internationale bewegingen, zoals jongeren die in Somalië of Jemen worden opgeleid. En dan opereren activisten steeds vaker individueel, los van enig netwerk.’

 

Heeft de eventuele komst van een Nationale politie of een ministerie van Veiligheid gevolgen voor de NCTb?


‘De NCTb kreeg bij haar oprichting expliciet de opdracht om terrorismebestrijding te coördineren, want in de samenwerking en afstemming lag de zorg van de overheid destijds. De politie is een van de twintig actoren. Het valt me op dat de politie vaak zoekende is naar haar rol bij de integrale aanpak van problemen. Bij het denken over de toekomst van de politie zou die rol in het kader van terrorismebestrijding wel helderder mogen zijn. Het werken met een ministerie van Veiligheid zou veel praktische voordelen kunnen hebben, als de coördinatie van Binnenlandse Zaken en Justitie samen zou vallen. Maar dan nog hou je zo’n twintig spelers op het veld met alle onvervreemdbare taken. De materie waar we mee werken blijft complex, ik geloof niet in een forse decimering van het spelersveld.’

Na een jaar in functie spreken wij kennelijk met een goed ingewerkte en gedreven coördinator terrorismebestrijding.

 

Wat zijn uw wensen voor de komende jaren?


’Mijn missie is en blijft het tegengaan van terrorisme, en als het zich voordoet de gevolgen zo beperkt mogelijk te houden. Mijn ambitie is de ingezette verbetering en slagkracht voort te zetten. Het stelsel Bewaken & Beveiligen wil ik doorontwikkelen in proactieve richting. Tevens moeten we beter zicht krijgen op internationale reisbewegingen van potentiële terroristen.

In tijden van bezuinigingen kijkt ieder als vanzelf naar de essentie van zijn taak. Het waken over de veiligheid van haar burgers is bij uitstek een taak van de overheid en dat zal zo blijven. Een gevaar is wel, dat bij het inzoomen op de kerntaken, men vergeet over de eigen grenzen te blijven kijken. Indien verschillende organisaties zich terugtrekken op hun eigen terrein, zou dat wel een verlies zijn. De NCTb blijft zich inzetten voor samenhang en samenwerking in de aanpak van terrorisme.’

 

Zien we u ooit nog terug bij de politie?


‘Ik hou van verandering maar ben als NCTb nog maar net begonnen. Ik voel me prima thuis in wat ik nu doe. Uiteraard blijf ik de politie volgen. Ik heb nu eenmaal een blauwe ziel…’

 

Marjan Hanrath is hoofd Strategie & Communicatie bij het Nederlands Politie Instituut
Claudia Verhagen was, voordat zij met sabbatical ging, waarnemend districtschef bij de Politie Regio Utrecht. Zij is redactielid van dit tijdschrift

 

Foto: Roel Dijkstra

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, jrg. 72, nr. 8, oktober 2010

0 reacties

Reageer op dit artikel