Interview Gerd Leers: ‘We hebben bestuurders met lef nodig’
Gerd Leers, Maastricht, softdrugsbeleid. Drie dingen die onlosmakelijk met elkaar verbonden lijken. Gerd Leers was burgemeester van Maastricht van 2002 tot 2010. De burgers van Maastricht droegen hem op handen, maar ook daarbuiten schatte men hem hoog in als burgemeester, getuige een enquête uit 2004 waarin hij werd verkozen tot beste burgemeester van Nederland. We spraken hem onder meer over zijn ervaringen met en visie op de politie, over gezag en over toezicht. Is Leers allergisch voor ‘Den Haag’?
Om te beginnen: Hoe kijkt u in zijn algemeenheid aan tegen de politie?
Uitermate positief. Ik heb groot respect voor de politie als organisatie en dan met name de mensen die erachter zitten. Vooral de bereidheid van politiemensen om letterlijk elke dag in een moeilijke situatie de samenleving te dienen, waardeer ik ongelofelijk. Ze doen dat met hun hele hebben en houden, soms met gevaar voor eigen veiligheid. Wij als bestuurders zeggen dat ook wel eens: “we dienen het maatschappelijk belang”, maar dat is toch van een heel andere orde.
U hebt het nu vooral over de uitvoering van de politie, hoe kijkt u naar de leiding?
Gemengde gevoelens. De leiding heeft de afstand naar de werkvloer te ver laten groeien. Anderzijds heb ik ook grote bewondering voor de leiding, zij het dat er bij de politietop nog slagen gemaakt moeten worden. We moeten oppassen dat er geen elite gaat ontstaan. Een tweespalt tussen de top en de politieman op de straat. De politietop verliest de aansluiting met de werkvloer. De uitvoering moet meer betrokken worden bij de managementveranderingen die staan te gebeuren, anders ontstaat er onvrede, onverschilligheid en onvoldoende betrokkenheid. Dan krijg je dienders die als persoon de samenleving nog wel willen dienen maar die het geloof in de structuur, de organisatie verloren hebben. Je kunt het vergelijken met de katholieke kerk: Er zijn nog wel voldoende mensen die geloven, maar van het instituut kerk hebben ze meer dan genoeg.
Welke verbeterpunten ziet u voor de Nederlandse politie?
Laat ik beginnen te zeggen dat het goed is dat er een politie komt die meer met anderen gaat samenwerken maar tegelijkertijd ook voor zichzelf opkomt. We hebben te lang een politie gehad die te veel in zichzelf gekeerd was en zich weinig van de buitenwereld aantrok. Maar van de andere kant moet de politieorganisatie durven te laten zien – en ook daadwerkelijk laten zien – dat ze betekenisvol is. Door de ontwikkeling van de veiligheidsregio zie ik samenwerking en synergie ontstaan maar ook een groei in de kracht van de betrokken organisaties zelf. In Limburg-Zuid is dat de grootste verdienste geweest van de afgelopen jaren. Veiligheid is niet alleen voor de politie maar maak je met elkaar. Veel meer een gedeelde verantwoordelijkheid van openbaar bestuur, OM, brandweer en Ghor. Het vereist wel meer transparantie, durven delen, ook van informatie, erkennen dat dingen fout gaan, kortom een totale mentaliteitsverandering. Door zo te werken is de politie op zichzelf ook krachtiger geworden.
Het laten zien wat de betekenis van de politie is, kent meteen ook weer een knelpunt. Hoe kijkt u hier tegenaan?
Er moet vertrouwen zijn tussen de spelers. Als die spelers baasje willen spelen of alleen datgene delen wat hun uitkomt, is het gauw gebeurd. De problemen moet je eerlijk met elkaar bespreken en vervolgens elkaars verantwoordelijkheid respecteren.
In die ruimte moet de politie kunnen zeggen wat zij vindt.
Ondergeschiktheid met gezag?
Ik heb dat altijd een verschrikkelijke term gevonden. Als de politie integer en doelgericht werkt heeft zij per definitie gezag. Gezag is soms juist niet ondergeschikt, moet misschien zelfs wel eens bovengeschikt zijn. Het moet kunnen zeggen: “Tot hier en niet verder”. Dat gezag is wat mij betreft én het bestuurlijke, het politionele en het OM-gezag. Die moeten elkaar niet de nek afsnijden. Laten we ophouden met die flauwekul van ondergeschiktheid met gezag. De politie is zelfbewust en weet wat ze wel en niet kan. Je moet elkaar overtuigen, ieder vanuit zijn expertise en ervaring om zo met een gemeenschappelijk gedeeld gezag te opereren. Aanvullend en elkaar versterkend.
Na Hoek van Holland heb je gezien dat een korpschef ook politiek aanspreekbaar is. Er is sprake van een herijking. Er zijn drie spelers in het veld, het OM, politie en openbaar bestuur, die met elkaar gezamenlijk verantwoordelijk zijn en met elkaar moeten bloeden als het fout gaat.
Kunt u zich voorstellen dat uw korpschef in De Limburger een interview geeft over zaken die u niet kent?
Nee, dat kan ik me niet voorstellen. En niet omdat ik baas wil zijn boven die korpschef. Als die korpschef een beetje goed nadenkt, wil hij zelf zijn mensen niet verrassen en wil hij gedeeld hebben wat hij daar gaat vertellen en zeker weten dat de burgemeester er ook dezelfde gevoelens bij heeft. Ik heb nog nooit van mijn leven tegen de korpschef gezegd: dit had je niet mogen zeggen of doen. Als hij dit niet bij voorbaat aanvoelt, is hij geen geschikte korpschef.
Hoe gaat het ideale politiebestel volgens u eruit zien?
Het is een moeilijke materie, die vooral ook politiek gekleurd is, maar ik heb er wel een uitgesproken opvatting over. Ik vind een nationale politie niet verstandig. Politie moet lokaal/regionaal ingebed zijn. Uiteindelijk slaat de meeste criminaliteit neer in een gemeente, in een bepaalde wijk of op straat. De landelijke politiek moet zich niet bemoeien met lokale problemen. Ik vind dat in het ideale bestel lokaal/regionaal gedaan moet kunnen worden wat kan en landelijk wat moet. Bij dat laatste denk ik aan terrorismebestrijding, georganiseerde criminaliteit, en het concentreren van bepaalde specialismen waarvan je niet kan verwachten dat die lokaal aanwezig zijn (vbl. grote fraudezaken)
Daarnaast moet je natuurlijk op landelijk niveau afspraken maken over de capaciteitsverdeling, de prioritering van hoofdaandachtspunten en het beheer. Kortom, je geeft de gemeente/regio veel eigen verantwoordelijkheid en faciliteert ze tegelijkertijd daar waar ze tekortschieten of meer schaal nodig is.
De korpsbeheerder krijgt daarmee ook een andere invulling. Zelf hield ik me al weinig bezig met het beheer. De keren dat ik als korpsbeheerder met mijn korpschef gesproken heb over het technische, bedrijfsmatige beheer is op de vingers van één hand te tellen. Er zit een ‘dure’ korpschef die competent genoeg is, lijkt mij. Ik moet daar niet nog eens bij willen gaan zitten.
We zijn elkaar dan ook met een pseudo-vraagstuk aan het lastigvallen. Het gaat niet om het beheer als zodanig maar om de politieke afweging over capaciteitsverdeling en prioriteitsstelling. Niet over het technocratische beheer. Laten we daarmee ophouden!
De korpsbeheerder krijgt in mijn ogen dan ook een andere invulling, hij vertegenwoordigt veel meer het bevinden van het bestuurlijke van de hele regio. Hoe denken alle burgemeesters (19 in Zuid-Limburg) over veiligheidsvraagstukken, welke accenten willen zij gelegd zien en hoe bepleiten we dat in ‘Den Haag’; de korpsbeheerder is de spreekbuis naar het landelijke. Ze vinden elkaar daarover in het regionaal college. De lokale driehoek is – en wordt steeds meer – belangrijker dan de beheersdriehoek.
Hoe kijkt u aan tegen de “sheriff-bevoegdheden” van de burgemeester?
De burgemeester wordt opgezadeld met allerlei bevoegdheden van gebiedsontzeggingen tot huisverboden en wordt daarmee ook een beetje de lokale “boeman”. Het houdt op een gegeven moment op. Sommige maatregelen moeten lokaal/regionaal ingebed worden. En dat ze aan een autoriteit zijn opgedragen snap ik ook. Maar ga de burgemeester niet als een superjoker inzetten. Houd het specifiek voor de belangrijkste bevoegdheden en geef andere bevoegdheden aan de OVJ of het veiligheidsbestuur. Daarnaast is het belangrijk dat alle bevoegdheden niet vanuit Den Haag geregeld hoeven te worden. Geef de lokale bestuurders zelf de mogelijkheden op serieuze problemen op te lossen met specifieke bevoegdheden die toegespitst zijn op lokale problemen.
Moeten overheid en politie strenger handhaven?
Niet strenger maar consequenter. Heel veel problemen waren voorkomen als we consequenter hadden gehandhaafd. We hebben het over de grenzen laten lopen en moesten daarna keihard ingrijpen om te corrigeren. Consequent en continue.
Het beste overheidsoptreden is wat ik noem 4 wheel drive van het openbaar bestuur: richting geven, ruimte laten, grenzen stellen en dan met elkaar handhaven.
De vierde stap ging vaak mis. Er werd niet gehandhaafd. Het was net als met de landaanwinning. Langzaam kwam er steeds een stukje land bij. En toen de zee kwam opzetten, waren we te laat.
Kan de politie voldoende uit de voeten met de bevoegdheden in de Euregio?
Steeds meer. Er is de afgelopen jaren flink aan de weg getimmerd. Toen de Tour de France in Luik werd gehouden en Nederlandse collega’s gingen assisteren moesten ze aan de grens hun pistool inleveren. Of bij het tekenen van het verdrag van Maastricht waar een landweggetje in België uitkwam en dus niet gebruikt mocht worden. Dan zijn er nu wel een hoop zaken sterk verbeterd. Van bestuurlijke handhaving hebben de Duitse en Belgische collega’s nog geen kaas gegeten. Terwijl ze nu in de gaten krijgen dat deze handhaving zoveel mogelijkheden heeft. Zeker als ze lokaal worden toegepast. Daar hoeft Den Haag zich niet mee te bemoeien.
U lijkt enige allergie voor Den Haag te hebben?
Nee, maar in tijden van bezuinigingen roept men in Den Haag maar al te gemakkelijk dat het overheidsapparaat kleiner moet, zonder daarbij te vermelden welke taken er niet meer moeten gebeuren. Dat geldt ook voor de politie. Ze moeten duidelijke keuzen maken wat ze nog doen. Ik zou bijvoorbeeld zeggen: politie, stop met evenementen. Daar wordt goed aan verdiend, dus laat men de beveiliging maar zelf regelen. Anders krijgt u geen vergunning. We krijgen lichtblauw: veiligheidsbedrijven, gemeente of vrijwilligers. Daar moeten wel snel goede regels voor komen. Als André Rieu in Maastricht speelt dan kan hij een eigen veiligheidsplan regelen. Dat geldt ook voor het Preuvenement of de Ridderronde. Als er dan toch politie achter de hand nodig is dan moet daarvoor ook de rekening betaald worden. Daarnaast moet de politie zelf ook kostenbewuster worden. Bij de minste geringste ordeverstoring staan er bataljons ME klaar. Dat kan vaak echt wel wat minder. Natuurlijk moet je geen onacceptabele risico’s nemen, maar nu lijkt het wel of we alle mogelijke risico’s defintief willen uitsluiten.
Publieke functionarissen zitten in een glazen huis. Zijn we niet te ver doorgeschoten daarin?
Je zou kunnen redeneren dat de publieke opinie en de pers op dat punt is doorgeschoten omdat nieuws alleen maar interessant is als er reuring is en als er extremen zijn. We zijn bezig een structuur te creëren waarin het bijna nog onmogelijk is om te kunnen functioneren. We willen alles openbaar en transparant. Daar ben ik voorstander van. Maar als in de beoordeling de pers blijft steken bij die ene vraag, “wat is er fout gegaan?”, zal iedereen zich risicomijdend gaan gedragen. Hierdoor is iedereen bezig met het afdekken van politieke risico’s. Het afbreukrisico moet zo klein mogelijk blijven. Veel geld en energie worden besteed aan het afdekken van dit soort risico’s. Met als consequentie dat we bezig zijn een laf bestuur te organiseren. . Men durft niet meer. Iedereen dekt zich in. We hebben bestuurders met lef nodig. Die zich niets aantrekken van de mogelijke persuitingen en zorgen voor een brede coalities van steun. Omdat te bereiken, moeten we elkaar meer gunnen. Niet klaar staan met een mes om elkaar de nek af te snijden. Gun elkaar de ruimte om risico’s te lopen. Maar in Nederland is draagvlak vaak van korte duur. Dit is typisch iets wat zich in Nederland op dit moment afspeelt. Er is ongenoegen. We hebben ons slaaf van de wereld gemaakt in onze keuzes. We zijn helemaal geënt op materialisme. We zijn helemaal doorgeschoten op de macht en status ontwikkeling en in onze driften van consumptie. Voor heel veel mensen hangt hun welbevinden daar van af. Maar tegelijkertijd zien ze dat dat niet hetgene is wat ze bevrediging oplevert. We hebben leiders nodig die durven richting te geven en die welvaart niet als het enige ijkpunt zien.
Moet de politie verder bezuinigen of extra geld krijgen?
We leven helaas in een samenleving waar de ordening helaas soms ook met harde hand moet worden vormgegeven. Je hebt handhavers nodig. Maar je moet ook de slag maken dat burgers weer hun eigen verantwoordelijkheid nemen. De politie heeft extra geld nodig om vooral voor opleiding en scholing. Dus niet zómaar een blik agenten erbij, maar een doelgerichte inzet gericht op het creëren van een betere balans tussen wat je van de politie mag verwachten en waar mensen zelf verantwoordelijk voor zijn. Niet langer meer mogen we accepteren zoals veel mensen nu denken: “De problemen naar de samenleving en de welvaart is voor mij”.
Dus ook scholing om de politie andere competenties aan te leren. Geen geld erbij om over structuren te praten. Daar hebben we in het korpsbeheerdersberaad maar al te vaak ruzie over gemaakt. We moeten terug naar de inhoud.
Als u mag kiezen voor een volgende functie welke zou u dan kiezen?
Ik zit midden in dat proces. De publieke zaak blijft me trekken. Het interbellum van nu geeft me alle mogelijkheden om daarover na te denken. Het zou ook het bedrijfsleven kunnen zijn met een relatie naar het maatschappelijke.
Minister?
Laten we eerst maar eens zien hoe de verkiezingen uitpakken. Bovendien weet ik niet of dat nu mijn hoogste doel zou moeten zijn.
Landelijke politiek?
Ik sluit dat niet uit. Ik dring me daar niet op. Ik ben in de kern geïnteresseerd in mensen en bereid tot dienstbaarheid.
En korpschef?
Dat zou ik nou eens een leuke uitdaging vinden!
Peter Holla is districtschef Haarlem, regiopolitie Kennemerland en redactielid van het Tijdschrift voor de Politie
Max Rozenboom is eindredacteur van het Tijdschrift voor de Politie
Foto: Joep van Pelt/bureau Roel Dijkstra


Als dit het huidige beslissingsklimaat is, dan moet er iets tegenover staan, namelijk druk richting de maatschappij. Bijv. meer kosten/betalingen door burgers in ruil voor meer indekken van risico's, of meer medewerking aan preventie dus meer inlichtingen moeten verschaffen en meer vooraf-controles accepteren.