Interview Magda Berndsen: ’Het is tijd om positie te kiezen’
Magda Berndsen is Tweede Kamerlid voor D66 en lid van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie. Geen verrassende keuze, Magda Berndsen was voordat zij haar werk als volksvertegenwoordiger begon achtereenvolgens raadslid, burgemeester en district- en korpschef politie. De auteurs spreken Magda Berndsen over haar keuze voor het Kamerlidmaatschap, de ontwikkelingen bij de politie en de relatie tussen politie, bestuur en politiek.
Na een gebruikelijke veiligheidscontrole bij de entree van het Tweede Kamergebouw worden we begeleid door het oude gedeelte van het Tweede Kamergebouw en ontmoeten wij onze gesprekspartner in een prachtig gedecoreerde historische werkkamer. De oude glorie en geschiedenis van het voormalig ministerie van Justitie vibreren in de werkkamer van Magda Berndsen. De interviewers kennen Magda vanuit haar ambtelijke rol van korpschef in Gooi-en Vechtstreek en later Fryslân. Het is een warm weerzien, alleen nu ontmoeten wij haar in haar rol van politica en parlementariër.
Hoe kijkt u terug op uw eerste periode van parlementariër aan en wat zijn de grote verschillen met uw vorige functies?
‘Het is voor mij eervol om in de Tweede Kamer zitting te nemen en de rol van volksvertegenwoordiger in te vullen. In deze functie komt het aan op het ‘ouderwetse’ politieke handwerk. Ik heb een nuchtere focus op dit werk. Mijn insteek is dat mijn bijdrage aan het politieke spel een actieve bijdrage moet leveren om te zorgen dat de samenleving er beter van wordt. Daarbij gaat het vooral om de prestaties op de lange termijn. Het zogenaamde ‘praten om het praten’ in de Kamer is niet aan mij besteed.
Bij de uitvoering van deze functie komt mijn bestuurlijke ervaring erg goed van pas. Als lid van het presidium en daarmee een van de ondervoorzitters van de Tweede Kamer ben ik bevoorrecht dat ik bij afwezigheid van onze Kamervoorzitter (Gerdi Verbeet, red) af en toe haar rol mag vervullen. Dergelijke momenten zijn voor mij wel de krenten in de pap! In vergelijking met mijn vorige functies heb ik wel moeten leren meer geduld te hebben en mis ik de ondersteuning die ik gewend was. Een eigen secretariaat, chauffeur en dergelijke. Je bent als parlementariër meer op jezelf aangewezen en meer tijd kwijt aan het organiseren, regelen en reizen dan voorheen waardoor je minder tijd hebt voor het zgn. handwerk van een politica. Dit was in het begin even zoeken maar ondertussen heb ik een passende vorm van timemanagement gevonden.’
Nationalisering van de politie?
‘Het wetsvoorstel ligt bij de Raad van State. Als volksvertegenwoordiger kan ik mijn kennis over de politieorganisatie bij de behandeling van deze wet goed gebruiken. De politieportefeuille is belangrijk in dit kabinet, en ik zet hier mijn eigen opvattingen tegenover. Deze zijn sterk gekleurd door D66 waar veel nadruk wordt gelegd op de sociaal-liberale beginselen.
De ontwikkeling naar een nationalisering van de politie komt niet geheel onverwachts. Het korpsbeheerdersberaad is door de jaren heen veranderd van een beheerscollege van de politie en daarmee de belangen van de politie in bestuurlijke en politieke kringen verdedigden, naar in een politiek orgaan. Met als bijzondere factor dat de meerderheid van het korpsbeheerdersberaad lid was van de Partij van de Arbeid. Op zich is daar niets mis mee maar het kleurde het politieke debat binnen en buiten Haagse kringen. In de periode van het vorige kabinet ben ik teleurgesteld in de houding van bestuurders en minister ten opzichte van de ontwikkeling van de politie. Het ging toen niet over wat goed was voor de politie, maar om politieke belangen. De Raad van Korpschefs werd beschouwd als een uitvoerend orgaan welke zijn mening niet naar buiten mocht brengen. Dat is bijzonder. Terwijl dit overlegorgaan juist verstand heeft van het politievak en in het politieke debat gezichtsbepalend moet zijn wat betreft de ontwikkeling van de politieprofessie. Bovendien heb je het over een beraad bestaande uit zeer ervaren en goed opgeleide mensen, die moet je niet inhuren om hun mond te houden.’
We gaan ervan uit dat de nationalisering van de politie doorgaat. Wat zijn, wat u betreft, fundamentele zaken die verankering in de nieuwe politiewet vereisen.
‘Voor mij zijn een aantal zaken belangrijk die ik in het Kamerdebat ook al aan de minister van Veiligheid en Justitie heb meegegeven. Allereerst betreft dit de lokale verankering van de politie. De lokale inbedding van de politie is een verdienste van de afgelopen jaren en dit blijkt in de praktijk voor alle partijen goed te werken. Het kan niet zo zijn dat we met de komst van nieuwe wetgeving het kind met het badwater weggooien. We moeten er scherp op zijn dat de nationale prioriteiten nog wel ruimte laten voor lokaal werk. Daar moet binnen de memorie van toelichting een list op worden verzonnen.
Ik zie niets in een regionaal aangewezen burgemeester want daarmee wordt de rol van de korpsbeheerder via de achterdeur opnieuw binnengehaald en dat kan niet de bedoeling zijn. Bovendien zou hiermee de bestuurlijke drukte weer toenemen. Daar wordt de politie niet beter van. Wat wel nodig is, is districtelijk overleg van gezagdragers. Ik vind het overleg van de drie voorzitters in de Noordelijke provincies hier een goed voorbeeld van.
Daarbij wil ik wel opmerken dat ook gemeentelijke schaalvergroting niet meer uit de weg kan worden gegaan. Als ik kijk naar de toenemende taken en verantwoordelijkheden van de burgemeester en de verschuiving van rijkstaken naar gemeenten dan ligt een gemeentelijke schaalvergroting voor de hand. Al is het maar om de ambtelijke ondersteuning van de burgemeester en noodzakelijke expertise op diverse terreinen binnen het gemeentelijke apparaat te kunnen realiseren. Er zijn, gezien de democratische controle op de macht, grenzen voor bestuurlijke samenwerking.
Verder constateer ik dat de rol van de hoofdofficier op dit moment nog onbekend is. Ik pleit ervoor dat er een goede balans bestaat tussen de gezagsdragers van de politie en daarmee niet alleen de rol van de burgemeester maar ook van de hoofdofficier een goede verankering in de wet kent. Ik ben bang dat de politie er anders niet beter maar slechter van wordt.’
In het kader van de nationale politie wordt ook driftig gespeculeerd over het nieuwe leiderschap binnen de politie. Aan welke profielschets moet de landelijke politiechef voldoen?
‘In mijn huidige rol ontmoet ik veel vertegenwoordigers van diverse belangenorganisaties en branches om aandacht te vragen voor hun belangrijke zaken die al dan niet al op de politieke agenda staan. Wat ik zie is dat het geluid van de beroepsgroep Politie in Haagse kringen compleet ontbreekt. Ik vind dit slecht omdat het de beroepsgroep geen goed doet en de professie in onze kringen niet wordt gehoord. Wat mij betreft is het geen keuze maar moet de politie in Den Haag zichtbaarder worden, positie kiezen en zich hard maken voor de belangen van de eigen organisatie. Daarom pleit ik voor een ‘blauwe’ baas met voldoende persoonlijke en professionele stevigheid om met passende sensitiviteit te acteren in een steeds complexe wordende omgeving. En geen zorgen, want ik ben er van overtuigd dat er binnen de politie mensen zijn die aan dit profiel voldoen!’
Concurrentie op de veiligheidsmarkt
In antwoord op de groeiende vraag van de burgers naar veiligheid zien meer partijen wel brood in de veiligheidsbranche. Kijk naar de enorme groei van beveiligingsbedrijven, de oproep van de voorzitter van College van PG om winkelsurveillanten al dan niet bijzonder opsporingsambtenaar te maken etc. Wat vindt u daarvan?
‘Ik ben als medewetgever momenteel erg scherp op de gezagspositie van de politie. Het geweldsmonopolie hoort bij de politie, als dit wordt weggegeven aan anderen creëert dit onduidelijkheid bij de burger en dat tast het gezag van de politie aan. De discussie over politietoezichthouders appelleert te veel aan de angst van de burger. We zijn hiermee te veel bezig met de waan van de dag en denken dat toezicht houden geen politietaak is. De toename van het aantal soorten toezichthouders en uniformen tast het gezag van de politie aan en dat is ongewenst.
Als parlementariër zal ik mijn bijdrage leveren om ervoor te zorgen dat de Tweede Kamer zich verzet tegen het toedelen van geweldsbevoegdheden aan anderen dan de politie. Het kan niet zo zijn dat de nationalisering van de politie leidt tot een wederopstanding van gemeentelijke politie. Laat staan dat particuliere beveiligers bijzondere opsporingsambtenaar worden. We moeten voldoende geld beschikbaar hebben voor een fatsoenlijke politie.’
Politiechefs, laat je zien!
‘Om voor het bestuur een goede partner te kunnen zijn, hebben we naast de nationale politiechef ook binnen de tien eenheden die binnen de nationale politie vorm krijgen chefs nodig met veel operationele ervaring, voldoende politieke bestuurlijke sensitiviteit en persoonlijke stevigheid. Ik nodig de politie uit ook in Haagse kringen zichtbaar (in uniform) te zijn en tijdens de debatten in de Tweede Kamer en in de vaste Kamercommissies aanwezig te zijn. Het is nu de tijd om positie te kiezen voor de eigen organisatie. We hebben veel geïnvesteerd in de politieleiders, en de politieorganisatie heeft voldoende goede mensen in huis om dit op te pakken. De korpschef moet vanuit de visie op het politievak deelnemen aan het maatschappelijk debat. Waar de focus de laatste jaren lag op de ontwikkeling van het vak, moet het nu naar buiten. De politiechefs moeten niet meegaan in de strijd van politici en zich laten verleiden tot strijd met bestuurders. Nogmaals, ik daag politiechefs uit hun verantwoordelijkheid te pakken en de verbinding te zoeken met de bestuurlijke en politieke groepen. Vertrouw op het vakmanschap en ga van daaruit de dialoog aan over vak en veiligheid voeren. Het is de hoogste tijd dat de politiechefs zich laten horen en kleur toevoegen, Daarom roep ik hen graag op nu hun stem te laten horen.’
In de afgelopen periode hebben wij opnieuw gezien hoe kwetsbaar bestuurders en korpschefs zijn. Crises kunnen bestuurders en korpschefs de kop kosten maar ook een duidelijk profiel opleveren. Kijk naar de gevolgen van de brand in Moerdijk, de kinderpornozaak in Amsterdam of het effect van een buitenlandse reis voor de federale korpschef in België. Wat is uw eigen ervaring?
‘Ik was nog geen week korpschef in Gooi- en vechtstreek toen ik werd geconfronteerd met de eerste politieke moord in Nederland sinds de 17e eeuw: de moord op Pim Fortuyn. Dankzij mijn bestuurlijke ervaring kon ik de politieke implicaties van deze gebeurtenis snel inschatten. Door deze gebeurtenis werd ik ook snel blauwgeverfd. We mochten geen fouten maken, we hadden de hete Haagse adem in de nek. Ook de rechercheleiders waren zich zeker bewust van de maatschappelijke druk die op de politieorganisatie lag. Ik heb in deze tijd veel geleerd over het recherchewerk en de afrekencultuur die we zien in de samenleving. Ik ga voor goede wetgeving: wetgeving die uitvoerbaar en goed toepasbaar is. Ik wil ook werken aan het terugdringen van de administratieve lasten voor de politie, maar we moeten bezien of het ook altijd mogelijk is. De politieorganisatie moet hier echter ook zijn haar eigen verantwoordelijkheid in nemen en scherp kijken naar de positieve en negatieve aspecten van het procesgericht werken en bijvoorbeeld het werken met protocollen. De gemiddelde politicus heeft onvoldoende kennis van deze materie, zorg dan ook dat deze kennis in Den Haag aanwezig is. Laat zien dat ook binnen de politie innovatief en creatief kan worden nagedacht over de aanpak van bijvoorbeeld het oplossingspercentage. We hebben de politiemensen nodig om te denken over goede oplossingen.’
Tot slot wanneer is het Kamerlidmaatschap voor Magda Berndsen geslaagd?
‘Ik wil in ieder geval één initiatiefwet indienen en zorgen voor een goede lokale borging van politiewerk. Nee, de initiatiefwet betreft niet de politie. Ik wil de regeling rond het trouwen in gemeenschap van goederen aanpakken en aanpassen aan de huidige tijd. Ik wil duidelijke grenzen tussen privé- en gemeenschappelijk vermogen bij het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. We hebben het recht om te kiezen zonder dat we hiervoor moeten betalen.’
Joke Overeem is plv. districtschef Noord en Zuid, regio Gooi en Vechtstreek
Marjan Hanrath is Hoofd afdeling Strategie & Communicatie, vts Politie Nederland, divisie Bestuursondersteuning / NPI
3 reacties
En met de vorige spreker ben ik het van harte eens. Integriteit lijkt wel te eindigen waar graaicultuur de overhand krijgt. Het maakt dan niet meer uit bij wie of voor wie je werkt (Overheid, Bank, Instellingen, Bedrijfsleven). Hoe meer mensen (vaak hoge[re] posities) zich hieraan schuldig maken hoe makkelijker het gaat. Zo kan het geweten gesust worden met de kinderlijke opmerking "Ja maar hij doet het ook", weet je nog wel? In mooie termen noemt men dat " Cognitieve Resonantie Reductie".
Overheidscriminaliteit is een vorm van organisatiecriminaliteit waarbij het gemeenschapsgeld met bakken de lucht in gaat. Mevr. Berndsen maakt als kamerlid dus deel uit van een criminele organisatie. Ik heb zeer veel politici, waaronder ook Mevr. Berndsen, hier een tijdje geleden zorgvuldig van op de hoogte gebracht maar alle politici zwijgen: ze doen net of ze niet bestaan. En waar zwijgen begint, begint vanzelfsprekend ook de corruptie. Als ze echter uw portemonnee willen plunderen bestaan ze ineens weer wel! Want wie zijn gemeenschapsgeld (belasting) niet betaald krijgt, net als bij de maffia, iemand met een pistool in zijn propere woning. Het is de politie, die "waakt over uw veiligheid".
Een op de regering boos geworden piloot.


Was dat niet een vraagje waard of mocht dat niet van de persvoorlichter van D66? Of wil Reed Elsevier maar vriendjes blijven met de top van de politie. Het blad Elsevier is gelukkig wat kritischer.
De feiten zijn dat ze tegen de regels in een persoonlijke toelage kreeg van 1000 Euro per maand. Verder kreeg ze nog eens een compensatie voor de belasting. In totaal kreeg ze per jaar 35000 EURO. Voor een klein korps verdiende ze meer dan minister Opstelten.
Na veel gedoe is ze nu bereid iets terug te betalen. Voor een sterveling binnen de politie lager dan schaal 10 zou dit overigens leiden tot ontslag op staande voet maar dit terzijde.
Integritieit moet op de agenda komen en daarbij moet de leiding het goede voorbeeld geven. Ook het blad Tijdschrift voor de Politie kan hier het voortouw nemen en de discussie aanwakkeren.
Rindert van Dijk
Brigadier van Politie ZHZ