Interview minister Ivo Opstelten: Nationale politie: ‘We maken tempo en liggen op schema’

Door Drs. P. Holla en J. Overeem EMPM, 16 februari 2011 09:45 uur1 Waardering:

Interview minister Ivo Opstelten: Nationale politie: ‘We maken tempo en liggen op schema’ Ivo Opstelten leek het voorbeeld van de lokale magistraat. Burgemeester in Dalen, Doorn Delfzijl, Utrecht en Rotterdam. Even waarnemend in Tilburg. En toen was daar dat voorstel voor die ministerspost. Voor Veiligheid en Justitie nota bene. Past die stoel hem eigenlijk wel?

Wat maakt het dat u een succesvol bestuurder bent?

Ik doe niet mee aan kwalificaties over mijzelf. Ik wil wel iets zeggen over mijn stijl. Ik ben resultaatgericht.
Ik ben iemand die dicht bij de operatie wil blijven. In verbinding met het praktisch werk van de dienders op straat. Ook nu als minister. Ik wil het gevoel van de straat direct betrekken bij de uitoefening van mijn functie. Dat bedoel ik letterlijk en figuurlijk. Want het is heel gemakkelijk om vanuit deze ministerskamer te gaan zweven en in een papieren werkelijkheid verzeild te geraken. In deze tijd is het gevoel van de straat en de realiteit belangrijk. Ik ben voor een no nonsense aanpak, dat is mijn stijl. Een praktische insteek. Als iets nodig is, gaan we niet nog eens vragen om een nota maar dan gaan we `het gewoon doen`en dan brengen we dat ook naar buiten.
Je mag mij aanspreken op wat ik heb afgesproken. De andere kant is dat ik de andere partij ook zal aanspreken op gemaakte afspraken. Gelijk oversteken, zal ik maar zeggen.


Van burgemeester naar ministerschap, is dat een bewuste keuze?

Naar aanleiding van het regeerakkoord heb ik goed nagedacht of deze stoel mij past. Ik ben tot de conclusie gekomen dat dat zo is. Het is een post met een zekere mate van onafhankelijkheid. Ik heb er een goed gevoel bij. Voor mij is er maar één doel en dat is Nederland veiliger maken. Ik zit niet op deze plek vanuit carrièreperspectief. Ik heb bewust gekozen voor deze functie vanuit passie. Ik vind het gewoon erg leuk om te doen. Het is mijn persoonlijke drive om in verbinding met de praktijk betekenis te geven aan een veiliger Nederland. En ik denk dat ik beweging kan organiseren. Daarbij komen mijn burgemeesterservaringen in diverse gemeenten en mijn ervaringen als korpsbeheerder in de regio’s Utrecht en Rotterdam-Rijnmond uitstekend van pas. Bovendien had ik het voorrecht tijdens de vorige wijziging van het politiebestel (1993/1994) onder de bevlogen leiding van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, mevrouw Ien Dales, de functie van directeur generaal openbare orde en veiligheid te vervullen. U begrijpt dat deze werkervaring bij de voorgenomen wijziging van het politiebestel uitstekend van pas komt!


Wanneer is het geslaagd?

Het gemakkelijkste antwoord is natuurlijk`als het regeerakkoord in zijn geheel is uitgevoerd´. De werkelijkheid is echter weerbarstiger. Ik wil gedurende mijn ministerschap het veiligheidsgevoel van de mensen aanzienlijk verbeteren. En dat men het gevoel heeft “dat deze minister het nog niet zo gek heeft gedaan”.
Wat betreft het denken over nationale politie lijkt het wel of er in een korte periode een verschuiving heeft plaatsgevonden van 90% tegen naar 90% voor. Wat is het markante kantelpunt?
Net als bij de vorige bestelwijziging, begin jaren negentig, is er een breed gedragen gevoel dat dit bestel zijn tijd heeft gehad. We moeten tot iets anders komen. Dit werkt niet meer.
In politieke, bestuurlijke, ambtelijke en vakbondskringen heeft men het er over. Ik voel dat zelf ook zo. Daar is wel enige tijd over heengegaan, maar ook ik ben langzamerhand gegroeid naar de voorkeur voor nationale politie. Los van het partijpolitieke standpunt, ben ik er ten diepste van overtuigd dat de ingeslagen weg van nationalisering van de politie de juiste keuze is. Anders zou ik het ook niet met verve kunnen verdedigen. Het huidige regionale bestel is over. Het heeft zijn houdbaarheidsdatum overschreden.
En voor de goede orde, niets ten nadele van de korpsbeheerders en korpschefs. Het verlangen komt voort uit de tijd waarin we leven en de eisen die de hedendaagse samenleving aan de overheid stelt. Het zit in de structuur van het bestel. De tijd is over dat we aanvaarden dat er 25 verschillende organisaties zijn die wel samenwerken maar geen eensluidende opvatting hebben over het beheer van de politie. Er is moed nodig om dit te willen veranderen! Zaken als ict, gebouwenbeheer en de inkoop moeten gewoon slimmer en effectiever worden opgepakt. En gelijktijdig zie ik een groot verlangen bij alle partijen om de bureaucratie rondom de politie sterk te verminderen.
Wat mij betreft gaat de discussie niet over macht, of een strijd tussen de minster, lokale bestuurders en de politiechefs. Het gaat erom gefocust te zijn op het vak en om de politieman en -vrouw. Het gaat er mij om dat wij de medewerkers van de politie in staat stellen hun werk beter te kunnen doen. Wij, kabinet, betrokken gezagsdragers en politiechefs moeten hen beter bedienen. Dat is een omslag in denken. Wij moeten vóór onze mensen gaan staan. Juist ik als minister. Dat is mijn missie. Niet achter hen staan maar voor hen! In Nederland staat iedereen altijd achter iets. Zelden staat iemand voor iets. Het is tijd om kleur te bekennen en als minister, burgemeester, officier van justitie en als politiechef vóór de politieman en politievrouw te gaan staan!


Wat wordt het tijdspad van de reorganisatie van de politie?

Ik ben afhankelijk van velen. Op de eerste plaats van de Tweede Kamer en de Senaat. Er ligt op dit moment een voorontwerp van de wet ter consultatie bij verschillende partijen. Aansluitend zal het definitief wetsontwerp voor advies naar de Raad voor State worden gestuurd waarna het wetsontwerp aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Mijn streven is op 1 januari 2012 de wet in het Staatsblad te publiceren. Tot op heden zitten we op schema. Op 1 januari a.s. is de uitvoering van de wet natuurlijk nog niet gerealiseerd. Ik wil in goed overleg met de Tweede Kamer en de korpsbeheerders deze maand (februari) een transitieakkoord maken zodat we op een aantal punten al concrete stappen gaan zetten. In dat kader heb ik ook de Algemene Rekenkamer (ARK) gevraagd een reconstructie te maken van het ict-dossier en aanbevelingen te doen voor de toekomst. In het verlengde zal er een due diligence plaatsvinden zodat ik het ict-dossier schoon van het Korpsbeheerdersberaad kan overnemen.
Verder wil ik in overleg met de Tweede Kamer kwartiermakers benoemen. Dat betekent een korpsleiding van het nieuwe nationale politiekorps en chefs van de regionale eenheden. Daarnaast wil ik de regioburgemeesters alvast laten acteren binnen de gewijzigde regionale indeling. Zonder onomkeerbare stappen te nemen, bereiden wij de politieorganisatie zodoende goed voor op zaken die komen gaan en kunnen wij bij het verschijnen van de wet in het staatsblad een vliegende start maken.
Ik beoog met wijsheid en verstand in overleg met alle partijen en in het bijzonder met inachtneming van de rol van het parlement deze turn around vorm te geven. Stap voor stap met elkaar werken aan een eigentijds nationaal politiebestel.

 

Wanneer denkt u dat de hele reorganisatie klaar is?

Ik kan nu geen datum noemen. Wel zal ik er voor zorgen dat er voldoende prikkels zijn om vaart te maken en te voorkomen dat partijen de kans krijgen een afwachtende houding aan te nemen.
Overigens wil ik benadrukken dat de nationalisering van de politie over het beheer van de politie gaat en niet over het gezag. Alleen het beheer wordt bij de lokale gezagsdragers weggehaald. Artikel 2 van de Politiewet blijft onveranderd. Het gezag blijft bij de burgemeesters en de officieren van Justitie liggen. Degenen die er nu over gaan, moeten dit schouder aan schouder ook de komende periode blijven doen. Tijdens de verbouwing moet de winkel wel openblijven. Het ingezette traject van wetswijziging en het voornemen tot een transitieakkoord met de korpsbeheerders helpen tempo te maken. Er zijn mensen die mij vertellen dat er vooral aan de cultuur gewerkt moet worden. Ik ben er echter van overtuigd dat cultuur en structuur hand in hand gaan. Ik begrijp heel goed dat in grote lijnen de structuur helder moet zijn om vervolgens met de omgangsvormen en cultuur in het nieuwe korps aan de slag te gaan. De eerste helft van dit jaar zal ik een uitvoeringsprogramma maken waarin de uiteindelijke situatie beschreven staat en de verwachte kosten. We hebben 130 miljoen euro ter beschikking om deze reorganisatie te bekostigen. Meer zal er niet komen. En ik ga daar ook niet om vragen!


Gaan de 10 onderdelen er hetzelfde uitzien?

Zeker! De tien regionale eenheden gaan er hetzelfde uit zien. Hoe die er exact uit gaan zien kan ik nu nog niet zeggen. Ik snap dat mensen graag duidelijkheid willen en in spanning zitten te wachten maar ik richt mij eerst op de hoofdlijnen. Bovendien is een stukje gezonde positieve spanning niet slecht. Er zit wel een bepaalde dynamiek in, dat brengt ook met zich mee dat je niet eindeloos moet wachten.
Wat ik nu kan zeggen is dat de nationale politie wordt aangestuurd door een nationale korpsleiding. Er komt een landelijk kader waarin staat hoe de regionale eenheden eruit moeten zien. De tien politiechefs zijn ondergeschikt aan de nationale korpschef. Zoals gezegd verandert het gezag over de politie niet. Er zal een vorm van regionaal overleg onder voorzitterschap van een regioburgemeester komen. En zullen de burgemeester en de officier van justitie nadrukkelijk bij de benoeming van territoriale chefs worden betrokken.
Verder krijgt de politie te maken met landelijke en lokale prioriteiten, zoals nu ook het geval is. Ik hoor nog wel eens dat deze prioriteiten tegenstrijdig zouden zijn. Daar ben ik het absoluut mee oneens. Het thema overvallen is op dit moment een landelijke prioriteit omdat de stijgende trend ons zorgen baart. Het probleem doet zich lokaal voor . Ik ben er van overtuigd dat wij met gebundelde krachten een dergelijk probleem beter kunnen tackelen.

 

Hoe gaat u ervoor zorgen dat ook de kleine gemeenten politie houden en dat die niet opgeslokt gaan worden door de grote steden?

Het is natuurlijk niet zo dat kleinere gemeenten de politie kwijt raken. Elke gemeente houdt politie. De burgemeester speelt daarbij een cruciale rol. Hij is de opdrachtgever van de politie. Dit vraagt wel bepaalde competenties van een bestuurder! Ik spreek de hoop uit dat wij als bestuurders in staat zijn om duidelijkheid te creëren over WAT wij van de politie verwachten en wij in staat zijn om ruimte te geven aan de politie om het HOE op een professionele manier invulling te geven. Daarnaast vind ik ook dat politiemanagers moeten weten wat een bestuurder wil. Afhankelijk van de problematiek, krijgt iedereen wat noodzakelijk is. En natuurlijk is het zo, dat als we er 100.000 politiemensen bij zouden krijgen het nog niet genoeg is. Dat is maar goed ook. Er moeten keuzes worden gemaakt.
De wijze waarop de georganiseerde hennepteelt in Brabant en de kinderpornozaak in Amsterdam door de politie worden opgepakt, laten zien dat je op de politie kunt rekenen en hoe belangrijk het is dat je een beroep kunt doen op expertise die ergens anders binnen de politie beschikbaar is en voor jouw zaak beschikbaar wordt gesteld. Iedereen moet elkaar helpen als het nodig is. De dynamiek moet erin zitten. De prioriteiten moeten we met elkaar uitvoeren.
Stimuleert de ontwikkeling van nationale politie de invoering van meer lokale toezichthouders (bijzondere opsporingsambtenaren) in de gemeenten en versterkt het de publiek-private samenwerking?
Ik heb en zie geen bezwaar tegen het aanstellen van gemeentelijke toezichthouders en versterking van de publiek/private samenwerking. Eén ding gaan we niet doen en dat is de financiering van de politie door de gemeenten. Dat is aan het rijk, die financiert de nationale politie. De gemeenten mogen investeren in bijzondere opsporingsambtenaren zoals nu ook al gebeurt op het gebied van leerplichtverzuim, handhaven van parkeerverboden, uitkeringsfraude, milieudelicten e.d . Ik heb dat tijdens mijn burgemeesterschap in Utrecht en Rotterdam ook gedaan. De regie daarvan ligt echter bij de politie en dat blijft zo. En voor alle duidelijkheid dan heb ik het over de operationele regie. Dat wordt ook zo in de wet vastgelegd.


Er zijn regionaal colleges die de korpsbeheerder opgedragen hebben om de overeenkomst van transitie, het zogenaamde bestuursconvenant, niet te tekenen. Is dit geluid bekend?

Nee, dat is bij mij niet bekend. Ik ken daar geen enkel voorbeeld van. Wat belangrijk is, is dat door deze operatie de kernpositie van de burgemeester versterkt wordt. De burgemeesters worden verlost van het beheer. Zij zijn niet van het beheer, daarvoor zijn ze niet opgeleid. Het is naar mijn mening een verademing dat de burgemeester zich kan concentreren op het gezag, als opdrachtgever naar de politie. Geen oordelen meer over beheer en de financiën maar juist scherpte en helderheid bieden over wat de politie moet doen. Ik neem het niemand kwalijk dat men nog moet wennen aan deze gedachte. Ik heb er tenslotte ook een heel leven over gedaan!


Er is veel te doen rondom het ict-dossier. Ik noem bijvoorbeeld de Basisvoorziening Handhaving (BVH). Gaat u dit probleem oplossen?

Dat is absoluut de bedoeling en ook noodzakelijk. Hoe precies weet ik nog niet. In opdracht van mij verricht de Algemene Rekenkamer (ARK) een onderzoek op dit dossier. Ik wil weten hoe het zo ver is gekomen. Ik wil eerst een reconstructie van de feiten, hoe dit zo heeft kunnen lopen, welke rapporten zijn er verschenen, wie heeft waarop gereageerd en zo niet, waarom niet. Ter lering is het belangrijk om dit boven water te krijgen. De volgende stap die moet plaatsvinden is een antwoord op de vraag welk nieuw systeem we dan gaan invoeren, hoeveel dat kost en dat we zeker weten dat dit goed is. Ik ga niet over één nacht ijs. Ook over de invoering van een nieuw systeem gaat de ARK een oordeel geven. Het is een heel urgent probleem en heeft wat mij betreft topprioriteit. Dat neemt niet weg dat de ARK wel de kans moet krijgen de opdracht goed uit te voeren. Ik laat me niet verleiden tot meer snelheid dan gepast. Ik wil schoon schip maken wat betreft de ict. Het wordt nog moeilijk genoeg om dit recht te breien. Ik heb geen politieman gehoord die zegt dat het een kwestie van repareren is. Ze zeggen allemaal dat met het systeem(BVH) gewoon niet te werken is. Dus moeten we er wellicht afscheid van nemen en dan niet aarzelen. Maar ik moet wel precies weten hoe het zit om een goede keuze te maken.
Politiemensen hebben het gevoel dat ze hiermee gehoord worden. Hetzelfde geldt voor uw verbod op het gebruik van een bonnenquota per medewerker. Welke instrument kan de politiemanager nog wel hanteren om resultaten te boeken?
Ik ben van mening dat beschikbare sturingsinstrumenten soms hun tijd hebben gehad. Dit geldt ook de bonnenquota. Het werkt niet meer. In de loop van de afgelopen jaren is de schijn ontstaan dat politiemensen alleen bekeuren om hun quotum te halen en om de staatskas te spekken. Zo kijkt het publiek ernaar. Dit tast direct het gezag van de betrokken politieambtenaar aan. Dan ben ik degene die direct die belemmering voor het functioneren van de politieman of -vrouw dient weg te nemen. Daar moet je niet op studeren maar meteen actie ondernemen. Dat is ook wel een beetje de stijl zoals ik wil opereren. Ik zeg dat dan, stuur een brief naar de korpsen in de verwachting dat deze nieuwe regel wordt uitgevoerd. Af en toe komt er nog een oprisping van een politiechef die het niet heeft begrepen, dat pruttelt nog even na, en dan volgt er een telefoontje van mijn zijde en dan is het ook afgelopen. Dit laat onverlet dat ik van de politie verwacht dat zij actief en intelligent de wet handhaaft. Ik heb vertrouwen in de politieman en -vrouw dat die zelf kan beoordelen waar en wanneer er bekeurd wordt, passend binnen de prioriteiten die door het gezag zijn vastgesteld.


Even een paar korte stellingen:

De opsporing gaat groeien ten koste van blauw op straat?

Dat vind ik onzin. Dat is een ouderwets statement. Opsporing is ontzettend belangrijk, openbare orde is belangrijk, sociale veiligheid is belangrijk. Wat nodig is dat we met elkaar prioriteiten stellen. En aan de hand van de prioriteiten gaan we bepalen welke capaciteit waar naar toe gaat. Blauw op straat en opsporing kunnen prima gelijk oplopen. Samen vormen zij de operationele sterkte van de politie.


De 500 medewerkers dierenpolitie gaan er komen?

De dierenpolitie gaat er komen. Ik vind dat belangrijk. De animalcops zijn er voor de bestrijding van de dierenmishandeling. Het zijn gewone politiemensen die worden opgeleid voor dit specialisme. De wijze waarop we dit organiseren moeten we nog bestuderen. Specialisme leidt tot een bepaalde professionaliteit en een betere aanpak.


Welke boodschap heeft u voor de Nederlandse politie?

Ik heb een enorm respect voor de Nederlandse politieman en -vrouw, omdat zij ongelofelijk belangrijk werk in onze samenleving doen. Zij staan met beide benen in de samenleving en verrichten fantastisch werk. Het is een ongelofelijk mooi en dankbaar vak. Wat mij betreft gaan wij er de komende 4 jaar iets prachtigs van maken en we gaan de burger het gevoel geven dat Nederland een veilig land is!


Peter Holla is districtschef Haarlem, regio Kennemerland
Joke Overeem is Hoofd Programmabureau, regio Flevoland

 

Foto's: Roel Dijkstra

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, jrg 74, nr. 1, februari 2011

1 reacties

Ten gevolge van de aanname van het geraffineerde Pikmeerarrest in 1996 dat overheidspersoneel juridisch onaantastbaar maakt en waarmee het justitieapparaat natuurlijk haar eigen wortels heeft doorgezaagd bestaat inmiddels meer dan de helft van alle misdaad in ons land uit overheidscriminaliteit. Onderzoek naar deze in de criminologie en in de afhankelijke media zorgvuldig verzwegen criminaliteitsvorm is in 2006 gedaan en afgerond door hoogleraar strafrecht Prof. Dr. G. van den Heuvel, Universiteit van Maastricht (zie internet). Daarmee is deze criminaliteitsvorm een grotere bedreiging voor onze samenleving geworden dan alle "gewone" misdaad in ons land bij elkaar. De deelnemers zijn de gevangenen van hun inkomen. Overheidscriminaliteit is een vorm van organisatiecriminaliteit: de heer Opstelten kan dan wel veinzen iedereen het "gevoel te geven dat ons land veilig is" maar staat ondertussen zelf aan het hoofd van een criminele organisatie die haar burgers op stiekeme misdaden trakteerd waarbij het gemeenschapsgeld overigens met bakken de lucht in gaat. Hoort u rasbestuurder Ivo Opstelten dààr wel eens over spreken?

Een boos geworden nederlandse piloot.
Ik heb een klacht over deze reactieJohan Bosman op 03 juni 2011 08:54 uur

Reageer op dit artikel