Jean-Marie Van Branteghem: ‘Minder regels en meer flexibiliteit’
In België bestaat er niet zoiets als een nationale politie. Het land werkt volgens het model van een geïntegreerde politie met een federaal en een lokaal niveau, met name de federale politie en de 195 lokale politiekorpsen. Tussen beide niveaus, die elk autonoom functioneren, bestaat geen enkele hiërarchische band. Er is wel een functioneel verband. D.w.z. dat de opdrachten van beide politiediensten vastliggen en in formele regelgeving (wie doet wat) zijn omgezet. Daarbij wordt steeds uitgegaan van het subsidiariteitprincipe: Wat lokaal kan, moet eerst lokaal worden aangepakt, en indien dit onmogelijk is, moet het federale niveau optreden. Concreet betekent dit dat de basispolitiezorg wordt verzorgd door de lokale politie en de gespecialiseerde politiezorg door de federale politie. Het is precies die complementariteit mét autonomie die de Belgische politie zo bijzonder maakt.
De federale politie is enerzijds bevoegd voor opdrachten over het hele Belgische grondgebied en anderzijds voor speciale opdrachten die ze moet ontwikkelen ten voordele van alle politiediensten.
De federale politie staat onder het gezag van de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie. Ze bestaat uit het commissariaat-generaal, waaronder drie algemene directies ressorteren: de Algemene directie van de bestuurlijke politie, de Algemene directie van de gerechtelijke politie en de Algemene directie van de ondersteuning en het beheer. Directeur-generaal van de laatst genoemde directie, Jean-Marie Van Branteghem, werd onder meer gevraagd welke lessen er kunnen worden getrokken in het licht van de oprichting van het toekomstige Nederlandse Politie Diensten Centrum.
België heeft een bijzondere geschiedenis van meerdere politiediensten die langs elkaar heen werkten. Hoe wordt dat nu voorkomen?
Er zijn meerdere maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de politie als één geïntegreerde politie optreedt.
Er is een nationaal veiligheidsplan (NVP) dat de krijtlijnen van de politieopdrachten uiteenzet en waarin de prioriteiten zijn vastgelegd. Daarnaast zijn er zonale veiligheidsplannen die aandacht hebben voor de lokale prioriteiten en die op basis van eigen analyses en een argumentatiemodel aangeven welke landelijke prioriteiten gevolgd worden.
Er zijn gemeenschappelijke selectie- en rekruteringsprocedures en de opleiding is éénvormig. Alle politieambtenaren hebben hetzelfde statuut. Dit eenheidsstatuut – ook wel de ‘Mammoet’ genoemd omwille van zijn 2800 artikelen - betekent dat voor zowel de leden van de federale politie als van de lokale politie dezelfde regels gelden inzake bevordering, evaluatie, mobiliteit, tucht, bezoldiging, pensioen etc.
In het kader van de mobiliteit zijn alle betrekkingen op beide niveaus (federaal en lokaal) toegankelijk voor elk personeelslid van de Belgische geïntegreerde politie. Er bestaat één deontologische code voor alle personeelsleden van alle politiediensten.
Er is één algemene nationale gegevensbank voor operationele politionele informatie. Verder fungeren de arrondissementele informatiekruispunten (AIK’s) als schakels tussen het federale en lokale niveau op het vlak van de operationele informatie-uitwisseling van bestuurlijke en gerechtelijke politie. Ten slotte zijn er bijvoorbeeld ook nog de 11 provinciale communicatie- en informatiecentra operationeel voor beide politieniveaus. Deze verzekeren zowel de call-taking als de dispatching van de ploegen op het terrein.
Wat doet de Algemene directie van de ondersteuning en het beheer (DGS)?
De directie voert het beleid en het beheer van de niet-operationele middelen van de federale politie-eenheden, met name de materiële en financiële middelen en het personeel. Zij voert steunopdrachten uit ten voordele van de lokale politiezones, de lokale overheden alsook de federale politie-eenheden evenals opdrachten die bijdragen tot de geïntegreerde werking.
De algemene directie bestaat op haar beurt uit 11 directies en een medische dienst. Deze staan in voor het beleid en het beheer van het personeel, de materiële middelen en de infrastructuur, de ICT, de financiën, de preventie en de bescherming op het werk en het welzijn. Verder vinden we specifieke diensten terug op het gebied van de beleidsondersteuning, de informatiehuishouding, het budget, de kwaliteit en het intern toezicht.
Het beleid en het beheer van de politie is in België niet volledig centraal?
Nee, zoiets is in België ook niet haalbaar. Het politiebestel moet aanleunen bij een bestuursorgaan. We hebben nu eenmaal 589 burgemeesters in België en die hebben grote bevoegdheden inzake politie. Ze zijn verkozen en hebben de politie nodig om hun bevoegdheid uit te oefenen. Het lokale politiebeleid is immers verankerd in het gemeentelijke veiligheidsbeleid. Op gerechtelijk vlak moet de lokale politie rekening houden met het opsporings- en vervolgingsbeleid van de Procureur des Konings (de tegenhanger van de Nederlandse officier van Justitie). Kortom, het beleid en het beheer loskoppelen van het lokale niveau is in België ondenkbaar.
Wat wel gebeurt op beheersvlak, is dat de federale politie in verschillende domeinen aanbestedingen doet waarop de lokale korpsen kunnen inschrijven. En dat gebeurt dikwijls. Wij stellen de facto alle overheidsopdrachten open voor het lokale en federale niveau.
Het uniform is voor elke Belgische politieman hetzelfde maar lokaal kan gekozen worden voor een eigen leverancier. Ook bij het wagenpark zie je dat de meeste korpsen intekenen op landelijke aanbestedingen. Toch opteren sommige korpsen ervoor om de eigen voertuigen bij plaatselijke autodealer(s) aan te kopen.
U heeft een operationele achtergrond. Is dat belangrijk in uw functie?
We hebben net een hele operatie achter de rug waarbij heel wat executieve politiemensen die in administratieve functies werkzaam waren, opnieuw ingezet zijn in operationele functies en vervangen zijn door burgers.
Mijn functie is wettelijk vastgelegd als een zogenaamd bi-ambt. Dit betekent dat zowel een politie-ambtenaar als een burger-ambtenaar kan postuleren voor de functie. Inhoudelijk kan een burger een dergelijke functie even goed vervullen. Je moet een visie hebben, een manager zijn, luisteren naar de mensen, een coachend vermogen hebben en vanuit het gezond verstand redeneren. Dat kan een burger-ambtenaar ook. Maar cultureel gezien ligt het anders. Het draagvlak is groter voor iemand met een politieachtergrond. Vanuit het operationele kader wordt er nogal meewarig gekeken naar burgerpersoneelsleden die zich voor dergelijke mandaten kandidaat stellen. Daarnaast is het een voordeel dat ik mijn loopbaan ben begonnen bij de voormalige lokale politie. Ik heb ook die kant van het politiewerk meegemaakt. Ik zie veel beslissingen die louter ingegeven zijn door administratieve overwegingen. Hierin staat dan veeleer het dossier dan wel de politieman/-vrouw op het terrein centraal. Door mijn achtergrond heb ik bijzondere aandacht voor de concrete politievrouw/-man op het terrein en stel ik de politiemens meer op de voorgrond.
Jullie hebben een HRM-programma om van de politie een “lerende organisatie” te maken. Wat wordt daaronder precies verstaan?
Een totale vernieuwing van het onderwijs. Een afstemming op en inbedding in het academisch onderwijs met bachelors en masters. We willen dit doen in samenwerking met het regulier onderwijs. Wij kunnen immers terugkijken op een lange traditie van samenwerking met universiteiten en hogescholen. De interactie met het reguliere onderwijs werpt een ander licht op de zaak. Alles intern organiseren zonder partnerschappen met het regulier onderwijs zou al gauw ontaarden in inteelt. De ene commissaris leidt de andere commissaris op. Je zit met gelijkgezinden die allemaal op dezelfde manier denken. Door bijvoorbeeld de commissarissen op de schoolbanken van de universiteiten te laten plaatsnemen, zetten ze als het ware een andere bril op en krijgen ze een andere – meer multidisciplinaire - kijk op de dingen. Bovendien begeven ze zich op dat moment onder studenten, waardoor ze ook in een andere leefwereld dan de kazernes terechtkomen.
De samenwerking met het regulier onderwijs moet ook meer kwaliteit in het onderwijs brengen. Als we een opleiding willen aanbieden aan onze mensen die resulteert in een diploma, dan moeten we ook dezelfde kwaliteit leveren als de hogescholen en de universiteiten.
Ook voor de leidinggevenden lanceren we initiatieven. Nu stopt het onderwijs bij een bepaald niveau van leidinggeven. Er is geen postacademisch onderwijs. We zijn daar wel mee bezig in het kader van levenslang leren.
Wat is jullie visie op HRM?
We hebben alles haarfijn in ons huidige statuut, ook wel de Mammoet genoemd, geregeld. Dit is niet langer werkzaam. Bij de hervorming was een fundamentele wijziging niet haalbaar. Alle bestaande statuten werden samengevoegd en … opgewaardeerd.
Vandaag willen we af van de regels. De arbeidstijdenregeling bijvoorbeeld geeft ons amper ruimte om flexibel te werken. Minder regels en meer flexibiliteit…. en hopelijk evolueren we naar een minder omvangrijk statuut en naar een HR-beleid dat gebaseerd is op competenties, functies en rollen en … functionele verloningen.
Hoe lang blijft een directeur-generaal of een commissaris-generaal op post?
Dit soort functies zijn mandaatfuncties. Mandatarissen zijn bijgevolg benoemd voor een periode van vijf jaar. Bij de sollicitatie moet je aangeven welke koers je wil varen en hoe je denkt dat te verwezenlijken. Eenmaal benoemd worden die voornemens neergeschreven in een mandaatbrief. Na vijf jaar moet de mandaathouder een dossier inleveren en krijgt hij een beoordeling. Bij een onvoldoende beoordeling wordt de functie vacant verklaard. Alleen bij een goede beoordeling krijgt de betrokkene een nieuw mandaat voor vijf jaar. In de selectiecommissie, altijd onparig samengesteld, zit de commissaris-generaal, een directeur-generaal, de algemeen inspecteur-generaal en twee experts. Dit zijn mensen van buiten de organisatie met kennis van zaken in het betreffende domein, zoals bijvoorbeeld een universiteitsprofessor of een gouverneur. In principe kan een mandaat – mits een positieve beoordeling om de vijf jaar - onbeperkt verlengd worden.
Hoe worden in België de prioriteiten vastgesteld?
We hebben een nationaal veiligheidsplan dat de federale politie voorbereidt en waarin de federale politie de beeldvorming voor haar rekening neemt. Op basis van dit nationaal politioneel veiligheidsbeeld - dit is de analyse van de politiestatistieken en andere bronnen - worden de veiligheidsfenomenen voorgesteld die het best prioritair dienen aangepakt te worden. Het plan wordt dan gevalideerd door de departementen Justitie en Binnenlandse Zaken. Het nationaal veiligheidsplan wordt dus formeel vastgesteld door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie en de krachtlijnen ervan worden meegedeeld aan het parlement.
Het is best mogelijk dat er politieke prioriteiten en beleidsopties voor de politie in het algemeen voorgesteld worden. Deze vinden dan hun neerslag in het nationaal veiligheidsplan (deel 1.).
Op lokaal niveau stellen de lokale politiekorpsen zonale veiligheidsplannen op.
De lokale politiekorpsen hanteren een soort van argumentatiemodel ten aanzien van het nationale veiligheidsplan. Op basis van eigen analyses en het argumentatiemodel bepalen ze zelf welke federale prioriteiten al dan niet op lokaal niveau als prioriteit in aanmerking genomen worden. Een afstemming van het zonale veiligheidsplan met het nationaal veiligheidsplan is dus wettelijk voorzien. Maar lokaal is men dus niet “verplicht” om rekening te houden met de federale prioriteiten.. Men heeft op lokaal niveau uiteraard ook de eigen lokale prioriteiten.
De term ‘veiligheidsplan’ is eigenlijk slecht gekozen. Het gaat over politieplannen en deze zijn niet integraal, d.w.z. de uitvoering van deze plannen gebeurt enkel door de politie, natuurlijk al dan niet in partnerschap met de andere veiligheidspartners. Dit kan dan de ruimere sector zijn.
Normaal moet op federaal niveau ook een federale kadernota integrale veiligheid uitgewerkt worden. Door de politieke instabiliteit zal die er deze keer niet komen.
Wat zijn inhoudelijk de prioriteiten/krachtlijnen?
Zwaar banditisme opgedeeld in delicten tegen personen en eigendommen, rondtrekkende daderorganisaties, georganiseerde criminaliteit, bepaalde specifieke dadergroeperingen en maffiamilieus. Drugs ontsnapt de dans nooit. Net als verkeer. Ook thema’s in het domein van de organisatieontwikkeling van de politie kunnen erin opgenomen worden.
Wel trachten we niet te veel prioriteiten voorop te stellen, want is alles voor iedereen wel een prioriteit.
Momenteel staan we aan de vooravond van een nieuw nationaal veiligheidplan 2012-2015. Alle voorbereidingen zijn lopende om dit plan zo optimaal mogelijk te laten aansluiten op wat de burgers en de samenleving van de politie verwachten.
Recent zijn er in België acties geweest rond de salariëring van politiemensen. Wat verdient een Belgische politieman zoal?
Dat hangt ervan af of de politieagent federaal of lokaal werkt en zelfs dan is de bezoldiging afhankelijk van de precieze lokale situering. Als je Brussel neemt, dan verdient een inspecteur (wat jullie ‘agent’ noemen) ongeveer 1500 à 1600 euro netto. Daar komt nog eens zo’n 700 à 800 euro bovenop, als je er zijn onregelmatige prestaties bijtelt. Daarnaast heb je nog de premie Brussel (voor wie bereid is om in Brussel te werken), een tweetaligheidpremie en een vergoeding voor bijvoorbeeld de politie-uitrusting. Zo is er ook nog een nabijheidstoelage, wanneer een politieagent een functie vervult waarbij hij contact heeft met de bevolking. Het gaat hier voornamelijk over de eerstelijnsdiensten. Alles samen loopt dit bedrag toch wel aardig op. Mensen in een mandaatfunctie ontvangen al deze vergoedingen niet. Zij krijgen hun wedde en een mandaatvergoeding, maar geen overuren, premies etc..
Welke tip geeft u uw Nederlandse collega die binnenkort begint / begonnen is?
Wees open, transparant en eerlijk. Wees ook geen stijfkop. Vraag advies over dossiers want twee weten altijd meer dan één.
Op het vlak van de ondersteuning, is het grootste afbreukrisicodossier in deze tijd de ICT. Die is meer dan alleen een middel geworden. De impact van een verouderde ICT in ons vak, die ons bij tijden gegijzeld houdt, moet beslist ingeperkt worden. Wij hebben een masterplan ICT opgesteld om te evolueren naar een performante ICT in een snel evoluerende informatiemaatschappij. De ICT ten dienste stellen van de burgers en de samenleving en de politiemensen op het terrein is één van onze grootste uitdagingen. Niet ‘meer blauw’ op straat maar ‘beter blauw’ op straat. Een meer aangepaste en performante ICT moet dit mogelijk maken.
Ik pleit voor samenwerking en coherentie. Kokerdenken wil ik verbannen. Weg met verzuiling. Wij hebben twaalf directies die ieder voor zichzelf denken. Na de reorganisatie gaan we naar een ondersteuning in vier directies: Personeel en Organisatie, Logistiek, ICT en Financiën. Een transversale werking ten dienste van de politiekorpsen en –eenheden op het terrein moet hierbij centraal staan. Dit concept zou voor Nederland ook kunnen werken.
De Nederlandse lezer zal zich wel eens afvragen wat er allemaal in België aan de hand is: geen regering, een taalstrijd e.d. Heeft dit alles consequenties voor de politie?
Dat is best mogelijk. Wij zullen onze werkzaamheden blijven afstemmen op de bestuursorganen op de verschillende niveaus. Zowel de burgemeesters als de gewesten hebben bevoegdheden die rechtstreeks consequenties hebben voor de politie. Zoals het nu loopt, zal er vermoedelijk een bestuursniveau bij komen, wat betekent dat er misschien ook wel weer een derde soort politie zal komen. Justitie maakt die keuze nu al.
Loopt België dan niet opnieuw het risico van een bende-van-Nijvel-drama?
Niet meer, zou ik niet zeggen, wel veel minder, omdat er allerlei mechanismen zijn ingebouwd die dit moeten voorkomen. De parketten vervullen hierbij een belangrijke rol en alle informatie (zacht en hard) bevindt zich in de nationale informatiebank waardoor overlapping snel aan het licht komt.
Wanneer heeft België een nieuwe regering?
Volgend jaar zijn het gemeenteraadsverkiezingen. Misschien vallen de verkiezingen voor een nationale regering hier wel mee samen. De politiek zit dan wel in een patstelling, maar de politie blijft gewoon verder werken aan een excellente politiezorg ten dienste van een meer veilige, leefbare en democratische samenleving en … ze blijft hiervoor verantwoording afleggen.
Peter Holla is districtschef Haarlem, politieregio Kennemerland
Sofie de Kimpe is deeltijd docent aan de Vrije Universiteit
Brussel en projectmanager van ‘Politie, een levende organisatie’.
Foto’s: Roel Dijkstra


Reageer op dit artikel