Peter van Koppen: 'De politie is niet zo gewend voluit kritiek te krijgen’

Door Mr. H.R. de Vries en M. Rozenboom, 22 september 2011 10:36 uur2 Waardering:

Peter van Koppen: 'De politie is niet zo gewend voluit kritiek te krijgen’ In een ruime kamer in het huis van Peter van Koppen, hoogleraar Rechtspsychologie aan de universiteiten van Maastricht en Amsterdam staan in een kast zijn eigen boeken gebroederlijk naast de kookboeken. Hij is een beetje ‘de luis in de pels’ van de strafrechtketen, wordt vaak opgeroepen als getuige-deskundige in lastige rechtszaken en wordt veel geïnterviewd. Van Koppen neemt geen blad voor de mond, getuige een aantal van zijn uitspraken in de media: ‘Voor jurylid moet je dom zijn’, ‘Een bekentenis zegt niets’, ‘Rechters doen maar wat’… We spreken hem voor het Tijdschrift voor de Politie over zijn soms harde oordeel over de politie en vragen hem hoe de politie zich kan verbeteren.

U staat erom bekend altijd, op zijn zachtst gezegd, behoorlijk kritisch te zijn naar de politie; waarom is dat?

Als wetenschapper is het mijn taak om kritisch te zijn, of beter: georganiseerd nieuwsgierig. De politie is niet zo gewend voluit kritiek te krijgen – ook niet te leveren trouwens – en dat bevordert de eigen kwaliteit niet. In 2004 schreef ik het boek Rechercheportret; waarin een wetenschappelijk verantwoorde analyse is gemaakt van de manier waarop rechercheurs hun zaken oplossen. We hebben anoniem onderzoek gedaan in zes regio’s. Wel hebben we voor elk van deze zes regio’s een presentatie. Eén regio sprong eruit. We hadden echt een berg kritiek en daar was de reactie: ‘Ja dat weten we, zijn we druk mee bezig om te verbeteren en eigenlijk is het meeste al aangepakt’. Een paar jaar later liep ik weer in die regio rond in verband met andere zaken en het was nog slechter dan voorheen. Terwijl een andere regio helemaal klem zat in hun stoel toen we ons verhaal kwamen vertellen, met het idee: nu krijgen we alle shit over ons heen. En eigenlijk was dat de beste van de zes. Ze waren daar gewend om elkaar kritiek te geven. Toen wij kwamen verwachtten ze al dat ‘die wetenschappers’ ook wel kritiek op hen zouden hebben. En dan weet je gewoon dat er uiteindelijk een veel betere kwaliteit werk komt.

 

Van Koppen vindt de politie een vreemde organisatie; een beetje militaristisch en hiërarchisch. Volgens hem is die hiërarchie belangrijk voor de organisatie, want de politie werkt onder hoge druk. Het ene moment moet je verkeer regelen, het andere moment moet je brandjes blussen in een probleemwijk of sta je op het strand van Hoek van Holland. En de vragen die aan de organisatie gesteld worden zijn vaak extreem divers. ‘De politie is eigenlijk een veelkoppig monster. Dat vraagt om een bepaald soort mensen’, stelt hij. ‘Voor de recherche, een klein stukje van die organisatie, geldt eigenlijk het omgekeerde; daar heb je heel andere mensen nodig. En dat bijt elkaar want wat wel gebeurt, is dat tussen die twee delen van de organisatie personele uitwisseling plaatsvindt en dat geeft wrijving. De volgende stap zou zijn dat je er twee organisaties van maakt, maar ik denk niet dat dat uiteindelijk werkt. De meeste zaken die bij de recherche terechtkomen zijn uiterst routinematig en daar hoef je niet zo moeilijk voor te doen.’

 

‘Het is natuurlijk eenvoudig om kritiek op de politie te hebben. Als een zaak niet goed afgerond is dan kan dat aan twee dingen liggen: je kunt het niet of de manier waarop je je werk georganiseerd hebt is niet goed. Ik denk dat het – bizar genoeg – vaak het laatste is.’

 

Van Koppen is verbaasd over de neiging van de politie om alles projectmatig aan te pakken, terwijl het om permanente problemen gaat. ‘Richt de politie zich eerst intensief op overvallen, het aantal overvallen daalt, het project wordt afgerond. Stapt de politie over op de aanpak van kinderporno. Gevolg: binnen de kortste keren stijgt het aantal overvallen dramatisch.’ De politie is dol op reorganiseren en dol op projectmatig werken. Er wordt in projecten gewerkt aan zaken die een permanent karakter hebben. Misschien moeten politiemensen gewoon een schop onder hun kont krijgen: ‘Beter gaan werken in plaats van reorganiseren’.

 

‘De politie’, zo stelt hij, ‘is eigenlijk het afvalputje van de maatschappij, met allerlei problemen.’ Om deze problemen te tackelen heb je volgens hem politiemensen nodig die die onderkant van de samenleving goed kennen en begrijpen. ‘Ik ben dan ook erg aarzelend over allerlei zij-instromers met een hbo-opleiding. Die kunnen echt niet met het gajes op straat communiceren.’

 

Zijn politiemensen niet geschikt om hun werk goed uit te voeren? Ze zijn er toch vooral op gebrand misdrijven te bewijzen ter beveiliging van de maatschappij?

‘Je moet je eerst afvragen hoe groot de concrete bijdrage van het politiewerk voor de veiligheid van de maatschappij is. De politie is er en er is een kans dat je gesnapt wordt, of wat de politie doet draagt feitelijk bij aan de veiligheid. Als je niet een sociaal systeem hebt dat zichzelf reguleert dan kan je politieman spelen wat je wilt maar dat heeft geen enkele zin. Er zijn genoeg voorbeelden; als je maar genoeg gajes bij elkaar hebt staat de politie machteloos. Kijk maar eens naar Hoek van Holland. Je moet de rol van de politie wat betreft de veiligheid dus niet overschatten. En verder, wat mijn vader mij altijd leerde, dat het belangrijkste kenmerk van de rechtstaat is dat je beschaafder blijft dan het gajes dat je bestrijdt. En dat betekent voor de politie concreet dat ze er niet voor moeten zorgen dat een verdachte erbij gelapt wordt, maar op een nette manier bewijs verzamelen zodat de verdachte uitsluitend erbij gelapt wordt als hij het ook écht gedaan heeft.

 

Vindt u dat de politie slecht omgaat met kritiek? U komt terug bij een korps dat u hebt onderzocht en treft het nog slechter aan dan tevoren. Hoe kan dat?

Ik denk dat een deel van het probleem is dat er bij de politie niet gedacht wordt in kwaliteit van resultaat maar in kwaliteit van procedures. Als er een probleem is gaat men een nieuwe procedure bedenken. Ik had onlangs met een stel politiemensen een discussie over hoe ik denk dat evaluatie ingericht zou moeten worden bij de nationale politie. Ik denk dat je een team moet maken van 10 tot 15 mensen die geheel zelfstandig kunnen beslissen wat ze gaan evalueren. De functie van de evaluatie zou dezelfde moeten zijn als bij de club van Pieter van Vollenhoven: niet om de mensen te straffen maar om van te leren. En dan was die reactie van de politiemensen: daar moeten we een goede procedure voor bedenken.

 

Waarom verlangen we naar procedures ?

Ik weet niet waar het vandaan komt. Misschien een combinatie van onzekerheid en het idee dat al het handelen rechtmatig moet zijn. Natuurlijk zijn er regels waaraan je moet voldoen. Je moet als politieman weten wat je wel en niet kan. Vóór Van Traa was het idee: we mogen alles doen wat niet verboden is en tegenwoordig mogen ze niets tenzij er een procedure voor is. Het mooiste voorbeeld is het verbeterplan na de Schiedammer Parkmoord, wat gewoon een hele schaal met procedures is. Een heleboel procedures – niet allemaal overigens – waarvan ik me afvraag of dat nou wel echt nodig is.


En hoe zit het dan met de zaak Milly Boele. Heeft deze aanpak ook last gehad van het volgen van procedures?

Een zaak waar volgens Van Koppen van alles is misgegaan is het onderzoek inzake Milly Boele. Van Koppen hekelt het commentaar van de Dordtse hoofdofficier van justitie Paul van de Beek die op de persconferentie zei dat alle procedures correct waren gevolgd. Maar ook op de werkwijze van het onderzoeksteam heeft Van Koppen van alles op te merken. ‘Een van de problemen in die zaak was dat haar moeder de politie pas om negen uur heeft gebeld. De familie en de hele buurt waren inmiddels ingeschakeld. De politie was vrij snel ter plaatse, maar die heeft de situatie daar niet tot rust gebracht. Er kwamen steeds meer politiemensen die steeds opnieuw aan die ouders vroegen om hun verhaal te vertellen. Dat heeft ertoe geleid dat pas een paar uur later het woord “buurman” eruit kwam. En dat is niet de fout van de moeder geweest maar dat komt door het onhandige optreden van de politie. Er is daar nog nooit over nagedacht hoe je zo een ontvoering moet doen. Dit was geen gewone recherchezaak; dit was een paniekzaak. Het PD in huis was door Jan en alleman overlopen. Het gaat in zo een zaak om de eerste uren. En dan moet je soms het lef hebben en zeggen: “We gaan op onze intuïtie af”. En wat mij dan irriteert – en dat is weer typisch politiegedrag – is dat Joost Hulsenbek en Wim Velings in hun rapport schrijven dat alles goed is gegaan en dat er wel wat verbeterpunten zijn. Dat is echt onzin. Als dit een normale ontvoering was geweest waarbij de kinderen nog een aantal uur leven dan was door het politieoptreden er een doodgegaan. Overigens zijn er ook zaken geweest waarbij ik meende dat de politie steeds achter de verkeerde aanrende, maar dat ze toch de juiste te pakken hadden. Een kwestie van intuïtie. Je kunt dus best wel eens op je gevoel afgaan, maar je moet het op een gecontroleerde, professionele manier doen.

 

De politie speelt vaak in op maatschappelijke trends; SMS-Alert, Twitter, Burgernet. Over dat laatste heeft u gezegd dat Burgernet de politie lui kan maken.

Ik heb gezegd dat je er rekening mee moet houden dat het de politie lui kan maken. Ik heb geen kritiek op Burgernet, ik heb kritiek op de manier waarop het ingevoerd wordt. Als je zo iets invoert dan moet je weten of het effect heeft of niet. Wat je dan moet doen is een controlegroep invoeren. We nemen een aantal regio’s waar we het invoeren en we nemen een aantal regio’s waar we het Burgernet niet invoeren en kijken wat de effecten zijn. We weten dat er een heleboel uiteenlopende effecten kunnen zijn; dat je veel meer zaken oplost of dat je de burger er veel te veel angst mee inboezemt. Een ander effect kan zijn dat burgers zoveel gaan melden dat je allerlei onzinzaken binnenkrijgt. Weer een ander effect kan zijn dat je politiemensen heel erg lui maakt.

 

Het effect van Burgernet is wel onderzocht – nota bene onder leiding van Kees van der Vijver, overigens een goed onderzoeker – maar er is onderzoek gedaan zonder controlegroep. Het is in een aantal regio’s ingevoerd en toen heeft men geconcludeerd dat in 9 procent van de gevallen Burgernet helpt: men heeft aan de teamleiders die het alert hebben ingeschakeld, gevraagd of het geholpen heeft. En in 9 procent van de gevallen zegt de teamleider dat het geholpen heeft. Dat zegt dus helemaal niets. En dan ga je dit in het hele land invoeren op basis van slechte argumenten.

 

Omdat u vaak vaak door de media wordt benaderd om commentaar te geven op de politie bestaat de kans dat u het imago van ‘die zeikerd’ krijgt.

Volgens Van Koppen is dat onvermijdelijk. Hij wordt heel veel gevraagd, maar zegt in de meeste gevallen nee of verwijst naar collega’s. ‘Ik krijg gemiddeld twee tot drie journalisten per dag, vragen ze naar hoeveel rechterlijke dwalingen er in Nederland zijn. Dat weet ik niet en dat interesseert me ook niet; ik ben geïnteresseerd in het mechanisme waardoor die rechterlijke dwalingen ontstaan. ‘Alleen als hij er ‘iets zinnigs’ over kan zeggen doet hij mee. ‘Dat zijn dan altijd zaken waarin er iets fout ging; mijn grote handicap is dus dat ik niet veel weet van de gemiddelde politiezaak. Misschien krijg ik daardoor wel een heel fout beeld van de politie. Maar, nogmaals, ik vind het bij mijn taak als wetenschapper horen om kritiek te hebben als zaken niet goed worden onderzocht. Als sommigen me dan een zeikerd vinden, so be it.’

 

Hoe kan de politie zichzelf verbeteren?

Door goede mensen in te zetten die niet alleen procedures volgen maar ook intuïtief kunnen en durven denken en daarnaar handelen. Met procedures red je het uiteindelijk niet. Nee, laat ik het zo zeggen en dat is misschien ook het probleem. Met procedures red je het prima als je met routinematige zaken te maken hebt. Maar juist bij ingewikkelde zaken dan moet je vaker van je procedures afstappen. Probleem is om die goede mensen te houden; er is te veel doorstroming. Hoewel het aan de andere kant ook weer niet verstandig is om iemand die bij voorbeeld goed is in kinderverhoren zijn leven lang kinderverhoren te laten doen. Maar vanuit het oogpunt van kwaliteit van de kinderverhoren is het zonde.

 

Gaat de reorganisatie van de politie helpen om beter te worden?

Dat is ook weer zoiets. Is er een analyse op grond waarvan deze beslissing is genomen? Welke problemen gaan we ermee oplossen en is dit dan de beste oplossing voor het probleem? Dat de politie problemen heeft, dat weet iedereen. De nationale poging om de politie automatisering op orde te krijgen is tot nu toe een grote mislukking gebleken. Het is een nationale ramp. Het is een absolute zooi. Vraag maar aan de eerste de beste rechercheur die je tegenkomt: verschillende passwords voor elk systeem en een kwartier wachten voor je toegang op een scherm dat in 1975 niet misstaan zou hebben. Ik zeg niet dat die nationale politie slecht is, alleen er wordt een oplossing gezocht voor een slecht gedefinieerd probleem en of dit de beste oplossing is, is maar de vraag. De eerste poging om nationaal wat op te lossen is faliekant mislukt. Je kunt bijvoorbeeld niet eens een statistische analyse draaien op het HKS-systeem. En dat zou nou echt heel verstandig zijn.

 

 

Hans de Vries is werkzaam bij VRIS, dienst Terugkeer & Vertrek
Max Rozenboom is eindredacteur van het Tijdschrift voor de Politie

 

Foto's: Roel Dijkstra

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, jrg. 73, nr. 7, september 2011

2 reacties

Volgens mij een goede feedback. Niet altijd makkelijk om kritiek te ontvangen, maar wel een must. Dit houdt ons scherp. Kans om nu ons politiekorps nog professioneler te maken. Vaste terriototiale, lokale aanpak icm cenrale fenomeen aanpak, gebaseerd op een realtime informatie verstrekking op maat. Je krijgt de informatie van belang voor je verantwoordelijkheidsgebied of fenomeen. Verder focus op het vak en geen meerkoppig monster zoals Van Koppen terecht opmerkt. Procedures geven de 'afvinkkers' gelijk, maar halen de lef en intuitie onderuit. Dus professionals met ruimte, zinvolheid, versterkte eigenwaarde en taakvolwassen verantwoording achteraf. En met gevoel voor de burger en de wijk. Vooral positief kritisch blijven, we hebben er baat bij! Gr. Rene Verzijl
Ik heb een klacht over deze reactieRene Verzijl op 29 september 2011 19:50 uur
Wat mijns inziens vooral in Zuid-Holland-Zuid in de zaak van Milly Boele is fout gegaan zijn inderdaad de procedures in combinatie dat men in dat korps zo is mijn ervaring 'angstig' is een meerdere te passeren en buiten de geijkte paden te lopen. Het instinct van de politiemens wordt daarmee te niet gedaan. Gevolg is dat iedere rechercheur elkaar zit aan te kijken ( en zich zit op te vreten) tot een leidinggevende de knoop durft door te hakken als hij ook niet eens eerst toestemming gaat vragen bij een nog hogere in rang. Hier door gaat vaak kostbare tijd verloren. Dit gedrag in die regio is dus uit het fenomenen ontstaan; Liever iets niet doen dan later 'op je donder krijgen van de leiding dat je uit eigen initiatief iets hebt ondernomen'. Het personeel voelt zich in die regio daar door vaak niet 'voor vol genomen' vooral het feit is dat veel leidinggevenden daar nauwelijks een echte recherche achtergrond hebben. In Zuid-Holland-Zuid wordt meer waarde gehecht aan hiërarchie, stramme procedures en weinig vertrouwen hebben in politiemensen die weliswaar wat lager in rang zijn maar over een berg meer kennis en ervaring beschikken
Ik heb een klacht over deze reactierechercheur op 10 oktober 2011 14:54 uur

Reageer op dit artikel