Politie hoeft gezag niet te verdienen

Door Dr A. Cachet en C.E.J. Verhagen, 01 april 2010 10:45 uur0 Waardering:

Politie hoeft gezag niet te verdienen De Hoek-van-Holland-rellen met als nasleep het vertrek van korpschef Aad Meijboom, het vertrek van korpsdirectielid Henk de Jong, de hertelling van stemmen voor de gemeenteraadsverkiezing, de uitkomsten van de verkenning van informateur/verkenner Winsemius en de voorbereidingen voor de bekerfinale Ajax–Feijenoord, die uiteindelijk tóch met publiek gespeeld zal gaan worden... Het is nogal een hectische periode voor bestuurlijk Rotterdam. Toch worden we ontvangen door een zichtbaar onvermoeide, vriendelijkheid en rust uitstralende burgemeester Ahmed Aboutaleb.

U bent nu ruim een jaar burgemeester van Rotterdam. Wat zijn uw ambities ten aanzien van het veiligheidsbeleid in de stad?

‘Het Vijfjarenactieprogramma Veiligheid voor de stad Rotterdam is kortgeleden door de gemeenteraad geaccordeerd. Om tot een goed beleid te kunnen komen, heb ik de directeuren van de verschillende disciplines uitgedaagd met verbeteringen te komen op het eerdere beleid. Om te inspireren gebruik ik graag een voorbeeld uit de geschiedenis van de gezondheidszorg. De grootste verbeteringen in de gezondheidszorg komen voort uit investeringen buiten die gezondheidszorg. De aanleg van riolering heeft meer levens gered dan welke technologische of medische ontwikkeling dan ook. En was bovendien veel goedkoper. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen. Ik daag graag uit om ook buiten de veiligheidsketen te zoeken naar oplossingen voor veiligheidsproblemen.’

 

Kunt u concrete voorbeelden geven?

‘Het kan heel simpel door in overleg met de brandweer in nieuwbouwprojecten aandacht te besteden aan het plaatsen van brandmelders. Een ander voorbeeld: algemeen bekend is dat vroegtijdige schoolverlaters relatief vaak met politie en justitie in aanraking komen. Daar kun je dus wat mee. Of dat de openbare verlichting effect heeft op de veiligheid en veiligheidsgevoelens. Als een hele straat zonder verlichting zit, is de norm om dit te herstellen drie tot vijf dagen. Die norm wil ik terugbrengen naar dezelfde avond. Als het niet zo snel te repareren valt, moet er noodverlichting worden geplaatst.’

 

Komen we inmiddels aan de grenzen van wat politie aan veiligheid kan verbeteren?

‘Die grens komt in zicht ja. Repressie doet recht aan de behoefte aan vergelding. Maar in preventie zit de winst en daarbij zijn de oren en ogen van burgers erg belangrijk. Samen met de driehoek en wethouders ga ik daarom met enige regelmaat openbaar in gesprek met bewoners van bepaalde wijken. De bewoners kunnen het best aangeven waar de problemen liggen; waar behoefte aan is. In zulke gesprekken kom je samen tot de beste aanpak én kun je bewoners ook wijzen op hun eigen mogelijkheden, grenzen en verantwoordelijkheden.’

 

Wat is uw grootste zorg op veiligheidsgebied?

‘De probleemjongeren tot 25 jaar. Veel instanties zijn met goede bedoelingen daarin actief maar er zit een perversiteit in het systeem. De keten bestaat uit autonome schakels met soms elk hun eigen wetgeving en financiering. Dit staat goede overdracht van de ene naar de andere schakel soms in de weg. Zou het niet veel beter zijn, de uitkomst van de keten in plaats van de afzonderlijke schakels te belonen? Ik streef naar een effectief jeugdbeleid dat naadloos aansluit op het algemene veiligheidsbeleid.’

 

Gelukkig is er op dit gebied wetgeving in de maak.

‘Een welkome aanvulling! De keten heeft nu geen regisseur. In Amsterdam is het gelukt 32 partijen, die actief waren in de lokale jeugdzorg, om tafel te krijgen. De wethouder jeugd kreeg de regie over de keten. Ik geloof in dit concept. In Rotterdam zijn de repressieve partijen nu ook onder meer in het veiligheidshuis bijeengebracht. Die ontwikkeling verliep relatief soepel en snel. Ik wil nu nog een stap verder.’

 

Verschillen de jeugd- en veiligheidsproblemen tussen Rotterdam en Amsterdam?

‘De problematiek is naar mijn mening overal hetzelfde, alleen de complexiteit verschilt. Dat heeft te maken met de sociaal-economische positie van wijken, de grootte van gezinnen, de sociale controle binnen de gezinnen, en dat soort vaak demografische zaken. Maar dat is niet het enige. Ik geef regelmatig leiding aan gesprekken met jongeren. Van probleemjongeren hoor ik vaak terug dat het ontsporen van hun eigen leven niet aan de gezinssituatie of opvoeding ligt. Het gaat vaak fout op straat. Het zijn de keuzes die zij zelf maken onder invloed van verkeerde sociale contacten, de groepsdruk.’

 

Wat is uw mening over de veelgehoorde klacht van vooral Marokkaanse jongens, dat zij gediscrimineerd worden en geen kansen krijgen in Nederland?

‘Ik ga daar niet in mee. Ik zie supermarkten die volledig worden gerund door allochtone werknemers. Dat gaat prima. Maar ik zie ook veel jongeren die kiezen voor een opleiding zonder goede vooruitzichten op een baan. Vaak kiest men voor een opleiding in de handel of algemeen administratieve sector. In deze tijd moet je niet verbaasd zijn dat je dan niet aan een stageplek komt. Ik leg dat ook uit aan jongeren. Klagende Marokkaanse jongeren kunnen mij niet uitleggen waarom Turkse jongeren veel minder uitglijden. Ik noem dat soort geklaag ‘camouflagepakken’. Discriminatie komt voor, dat zal ik niet ontkennen. Reële problemen moet je aanpakken. Maar armoede is nooit een alibi om dief te zijn. Armoede moet je aansporen om het beter te doen!‘

 

U kunt daarover meepraten... U heeft het niet cadeau gekregen! Wat is uw geheim?

‘Je moet bereid zijn te investeren. Het kan een beproeving zijn, zeker. Maar Nederland biedt veel mogelijkheden. Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat je de armoede van je jeugd kunt ontgroeien.’

 

Voor velen bent u een voorbeeld. Hoe is het om een rolmodel te zijn? Hoe ga je daarmee om in de richting van bijvoorbeeld die klagende Marokkaanse jongeren?

‘Het gaat er niet om wat ik ervan vind. Ik ben het en zo is het. Ik merk dat aan de bijeenkomsten waar ik kom en spreek. Daar is meer toestroom en belangstelling vanuit de allochtone bevolking dan anders. Ik vertel ontsporende jongeren vaak mijn levensverhaal. Ik krijg van hen regelmatig de vraag: “Hoe word je burgemeester?” Het gaat om toewijding en de keuzes die je maakt. Vaak zijn ze erg verbaasd als ik uitleg dat ik begonnen ben met de LTS en dat dit vergelijkbaar is met het huidige VMBO. Een burgemeester met VMBO! Ik leg uit dat ik door de schoolramen jongens buiten zag klussen aan hun brommer of racefiets. Ik had alleen een busabonnement en van mijn vader wist ik precies wat dat had gekost. Ik maakte in opdracht van de leerkracht met een vriend liever rekensommen. Als ik er vier kreeg, maakte ik er acht. En als ik geld had, kocht ik een boek. Ik wilde nuttig bezig zijn en koos mijn eigen weg. Ik wilde niet bij die andere groep horen. Zij moesten bij mij willen horen.’

 

Er is een levendige discussie gaande over de explosieve groei van bevoegdheden van de burgemeester. Hoe staat u daarin?

‘Ik zie aan de vele brieven en mails dat burgers verwachten dat een burgemeester in de positie is ‘het verschil te maken’. De samenleving roept om een snellere en effectievere reactie van de overheid en een sterke beïnvloeding door een burgemeester. Uitbreiding van de bestuurlijke bevoegdheden van burgemeesters vind ik in voorkomende gevallen prima, zeker in de grote steden, vooropgesteld dat eerst kritisch wordt bekeken of de nieuwe maatregel of bevoegdheid het beste in de bestuurlijke of in de justitiële keten past. Uiteraard moet je als burgemeester vervolgens de bevoegdheden proportioneel toepassen.’

 

Wat is uw ervaring hiermee in de praktijk?

‘De toepassing van de mogelijkheden in het kader van de Wet Tijdelijk Huisverbod verloopt in Rotterdam uitstekend. De burgemeester kan maatregelen nemen die voorheen niet mogelijk waren of –via andere wegen- veel langer zouden duren. Regelmatig pas ik bestuursdwang toe bij het sluiten van een café of woning bij drugsdelicten. Ook geven wij rode en gele kaarten aan notoire plegers van woonoverlast; daarin zijn we uniek. Bij langdurige en ernstige overlast voor de buurt kan uiteindelijk iemand zijn huis uit worden gezet; óók als er geen alternatieven voor woonruimte voorhanden zijn. Ik ken de risico’s en consequenties van zo’n besluit, ik heb het al twee keer genomen, maar ik deins daar niet voor terug. In een aantal gevallen bleek alleen waarschuwen daarna al uitermate effectief.’

 

Nog wensen qua uitbreiding van bevoegdheden?

‘Ik zou graag aanwijzigingen kunnen geven aan delen van de jeugdketen. Voor wat betreft discriminerende slogans tijdens demonstraties is het strafrecht individueel gericht en momenteel onvoldoende effectief ten opzichte van groepsgewijze uitingen. Hiertegen wil ik ook graag bestuurlijk kunnen optreden.’

U bent kritisch ten aanzien van de nieuwe Voetbalwet...

‘De nieuwe bevoegdheden zijn een mooie verankering in de gemeentewet van die maatregelen, die Rotterdam al toepast, zoals de gebiedsontzeggingen. Wat dat betreft is de nieuwe wet minder vooruitstrevend dan het lijkt. Aandachtspunt blijft de praktische uitvoerbaarheid van de bevoegdheden. De wet geeft aan, dat ook optreden bij overlast in groepsverband beter mogelijk wordt. Maar in de praktijk blijkt dat ook bij overlast in groepsverband, de overlast individueel herleidbaar moet zijn. Hier ligt dus een belangrijke taak bij de politieagent op straat in het waarnemen en registeren.
Een ander aandachtspunt is dat indien een dossier onder de officier van justitie ligt, ik als burgemeester mijn bevoegdheid onvoldoende kan toepassen omdat gegevensuitwisseling op dat moment niet mogelijk is. Dit beperkt mij in mijn mogelijkheden om lik op stuk mensen de toegang tot gebieden te ontzeggen. Om ongeregeldheden te voorkomen wil ik ook namen kunnen doorgeven van notoire relschoppers aan commerciële organisatoren van grote evenementen. De huidige privacywetgeving bemoeilijkt dit te veel. Ik respecteer de Grondwet maar hier botsen grondrechten met elkaar.’

 

Gaat verandering van het politiebestel de veiligheid vergroten?

‘Het huidige politiebestel bestaat relatief kort. Het is goed om bij te schaven waar nodig. Met de ideologische discussies over het bestel heb ik niets. Het gaat mij om effectiviteit en efficiency. Ik begrijp van ambtgenoten dat er al veel is verbeterd, maar we moeten een stap verder bijvoorbeeld op het gebied van Inkoop en ICT. Ook het aantal politiekorpsen kan omlaag. Ik vind het de verkeerde discussie als ‘Den Haag’ gaat bepalen hoeveel wijkagenten er in een politieregio moeten zijn en wat die zouden moeten doen. Laat dat een decentraal concept blijven.’

 

Voorstander van herinvoering van de gemeentepolitie?

‘Als je dat doet kun je niet om de discussie heen over schaalvergroting van gemeenten. Die discussie duurt eindeloos en is vruchteloos. Laten we die kant niet opgaan. We hebben het concept RP/GP niet voor niets verlaten.’

 

De politie tobt met tekorten in de bedrijfsvoering. Terugkomend op uw filosofie: de winstpakkers in veiligheid liggen buiten de keten... Geen problemen met de (dreigende) bezuinigingen?

‘Zeker wel! De bezuinigingen bij de politie moeten van tafel! De honger naar veiligheid is groot. Verdere bezuinigingen op de politie gaan onherroepelijk ten koste van het blauw op straat. Dat is niet wat ik wil. Dat is niet wat burgers willen. Daarnaast is de regio Rotterdam-Rijnmond heel specifiek. Er is de grootste diversiteit in bevolkingsgroepen, er zijn veel manifestaties en evenementen, drie voetbalclubs, een enorm havengebied vergelijkbaar met Schiphol met een petro-chemische industrie, met alle veiligheidsvraagstukken en risico’s die erbij horen... Verder bezuinigen gaat onherroepelijk ten koste van de basis(politie)zorg.’

 

Heeft u op politieel gebied nog wensen?

‘Ik maak mij grote zorgen over het tanende gezag van de politie op straat. Herstel van het gezag van de politieagenten, maar ook bijvoorbeeld van politiechefs en korpsbeheerders is noodzakelijk. De agent op straat zou geen genoegen moeten nemen met een middelvinger die naar hem of haar wordt opgestoken, een beledigend woord of erger. Ook ik word wel eens beledigd als burgemeester. Ik stap op zo iemand af en vraag waarom hij me zo aanspreekt. Zoiets verdien ik niet. Daar schrikken mensen van, hebben ze geen antwoord op.
De politie hoeft zijn gezag niet te verdienen. Dat hebben we als samenleving al gegeven door de politie bepaalde taken toe te vertrouwen en in uniform te laten lopen. Ik vertel bij mijn bezoeken aan de districtsbureaus dat ik van agenten verwacht dat ze tegen gezagondermijning optreden. Een gesprek, een bon, meenemen naar het bureau als het moet... Dat ik daarin achter ze sta. Ik merk dat agenten behoefte hebben aan deze vorm van steun. Ik vind dat politieleiders daar meer aandacht voor moeten hebben en hierin duidelijk achter hun mensen moeten staan.’

 

Moet dat de belangrijkste competentie zijn van de nieuwe korpschef?

(Hardop lachend:) ‘Ik zoek een schaap met 5 poten!’


Foto’s: Roel Dijkstra


 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, jrg. 72, april, 2010

0 reacties

Reageer op dit artikel