Politie kan nog extra winst boeken: Burgemeester Peter den Oudsten over signaleren en adviseren
De TIJN-korpsen hebben het afgelopen anderhalve jaar een intensieve verkenning uitgevoerd op het thema signaleren en adviseren, dat in de visie Politie in Ontwikkeling als taak van de politie nu expliciet is benoemd. De verkenning heeft een waardevolle DVD als eindproduct opgeleverd. In een interview op de DVD reikt de burgemeester van Enschede, Peter den Oudsten, een aantal kritische en behartenswaardige ‘signalen en adviezen’ aan.
Wat is uw beeld als bestuurder bij het signaleren en adviseren vanuit de politie?
‘Als burgemeester ben ik onder andere verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde. Het heel belangrijk dat ik weet wat er zich zoal op straat, bij gezinnen en in wijken afspeelt. De politie staat midden in de samenleving en ziet dus veel. De politie vormt samen met andere veiligheidspartners voor mij de ogen en oren in de samenleving. Het signaleren vanuit de politie is voor mij als burgemeester een belangrijke functie.
Op bijvoorbeeld de manier waarop wij geadviseerd worden vanuit de politie zijn er wat mij betreft twee zaken aan de orde. Ik zie regelmatig gebeuren dat signalen onvoldoende deskundig vertaald worden in goede adviezen. Het tweede is de manier waarop de politie ook langzamerhand echt deel uitmaakt van een netwerk van meerdere organisaties zich met veiligheid en veiligheidsaspecten in de samenleving bezighouden. De politie heeft zich gaandeweg een plek in deze keten verworven. Want hoewel de politie midden in de samenleving staat, stond zij nog niet echt als partner in de keten. Dat is zich nu steeds meer aan het verankeren. Dit betreft overigens ook andere organisaties in de veiligheidszorg. Naarmate de partners in veiligheidszorg onder regie van het gemeentebestuur daadwerkelijk in netwerken en ketens samenwerken zal er sprake zijn van integrale veiligheidszorg. Als bestuurder wordt het dan gemakkelijker te komen tot integraal veiligheidsoverleg waarbij er afspraken gemaakt kunnen worden in de lokale driehoek.’
Wat kan een gemeente nu doen met de signalen die de politie afgeeft?
‘Er zijn twee niveaus te onderscheiden. Als eerste de signalen die écht komen vanuit de straten en de wijken. Die komen vaak tot stand door oplettendheid en waakzaamheid van de wijkagent. Die signalen horen geborgd te worden in een operationele ketensamenwerking, denk bijvoorbeeld aan wijkinterventieteams zodat er op hetzelfde niveau iets mee gedaan kan worden. Dit komt vaak niet eens bij een gemeentebestuurder terecht en dat hoeft ook niet. Maar als er sprake is van urgente problemen of van lange termijnontwikkelingen, groeiende onderstromen en trends moet er een relatie gelegd worden met gemeentelijk en justitieel beleid.
Je mag van de politie verwachten dat ze ook in staat zijn hun signalen en adviezen te verbinden met regionale en landelijke ontwikkelingen. Dit vind ik nog wel een uitdaging bij de politie. Ik constateer dat daarbij of de beleidscapaciteit onvoldoende aanwezig is of dat het zich onvoldoende op het deskundig onderzoeken en beoordelen van deze signalen richt, zodat er een goede analyse uitgehaald kan worden. Want als dit wel gebeurt, kan men er op beleidsniveau iets mee. En vervolgens kun je er als burgemeester ook iets meedoen als het gaat om het integreren in of aanpassen van beleid, maatregelen of inzet van middelen waar een gemeente over gaat.’
Waaruit blijkt voor u de effectiviteit van signaleren en adviseren?
‘Een interessant voorbeeld vind ik de interpretatie van de signalen rondom het geweld op straat. Die toename is in harde cijfers relatief gering. Als je probeert er achter te kijken en ziet waar een en ander zich afspeelt en wat daar de redenen van zijn, blijken het een hele specifieke context te zijn die je moet aanpakken.
Je moet door de cijfers heen kijken. Als je in één wijk een groep jongeren hebt die echt een probleem veroorzaken, krikken die het cijfer van geweld op straat enorm op. Als je niet precies weet dat je die groep moet hebben, richt je je maatregelen op de verkeerde dingen. Omgekeerd kan een relatief geringe stijging in het geheel maskeren dat er op een bepaalde plaats wel degelijk wat aan de hand is. Het is van groot belang dat de politie hierin een goede analyse aanreikt.’
Naast een goede analyse zijn er ook handelingsperspectieven gewenst. De lokale driehoek heeft niet alleen belang bij een goede analyse, maar juist bij het stellen van goede doelen, gerichte aanpak en het realiseren daarvan. In een Veiligheidshuis, waarin partners waaronder de politie samenwerken, kan aan een dergelijk proces goed vorm en inhoud worden gegeven. De politie is veelal de organisatie die een onderwerp agendeert. Dat betekent voor mij dat dit meer moet zijn dan alleen het aanleveren van een signaal.
Hoe professioneel is de politie in het geven van adviezen?
‘Ik geef opnieuw aan dat als je de gegevensverzameling, de interpretatie hiervan en de analyse niet goed genoeg doet, de adviezen daar ook onder lijden.
Wat je vaak ziet, is dat er een relatieve individuele grote advieskracht is. Er zijn politiemensen die dat goed kunnen, die de verbindingen in de samenleving goed weten te leggen. Die dus ook een gemeentebestuur kunnen adviseren wel of niet dingen te doen. Maar dit is persoonsgebonden. Dit is niet ingebouwd in de organisatie van de politie op een manier zoals ik dat voor ogen heb.
De uitdaging voor de politie is om het vak of de taak ‘signaleren en adviseren’ verder te professionaliseren en beter te borgen in haar werkprocessen. Het is nu echt teveel persoonsafhankelijk, met alle waardering daarvoor overigens.
Bij de professionalisering hoort ook dat de boodschap die de politie wil brengen in een taal en toon gesteld is die gehoor kan vinden bij bijvoorbeeld een gemeenteraad en uitnodigt tot het integraal aanpakken van problemen waardoor de veiligheid voor inwoners en ondernemers in de gemeente verhoogd wordt.
In hoeverre legt de politie ook op strategisch niveau voldoende professionaliteit aan de dag om tot goede advieskracht te komen?
‘Hier spelen volgens mij twee dingen een rol. Ten eerste: de politie heeft de neiging zelfstandig, maar soms ook als een staat in een staat te opereren. Oorzaak hiervan is dat ze operationeel gericht is en eigen bevoegdheden heeft die ze zo zelfstandig mogelijk willen inzetten. In het samenspel met het bestuur wil dat nog wel eens tot discussie leiden. Dit is een gezonde discussie, zolang de burgemeester naast het gezag ook invloed heeft op het beheer van de politie. Ik ben dan ook voorstander van het model zoals wij dat nu hebben, want je gaat nu ook over de verdeling van capaciteit en middelen.
Voor wat betreft adviesprofessionaliteit op strategisch niveau, kan de politie nog extra winst boeken. Professionaliteit geeft aan dat je signaleren en adviseren op een goede manier moet doen. Je moet in je netwerken zitten, je moet zorgen dat je open staat voor meningen van anderen, je moet voor de ander duidelijk kunnen maken waar je het over hebt, je moet snappen hoe de processen bij de ander eruit zien. Samenwerking in een Veiligheidshuis biedt de gelegenheid om die kennis en ervaring op te doen. Allerlei dingen die te maken met je professionaliteit moet je in je gedrag ten toon spreiden om voldoende signalen op te kunnen en willen vangen en dat voldoende professioneel in adviezen te vertalen. Tegelijkertijd zie je dat daarvoor ook een verankering in het werk van de lokale overheid noodzakelijk is. Misschien nog wel meer dan op dit moment gebeurt. Ik merk dat naarmate de lokale overheid zich meer openstelt, ook voor deskundigheid voor de politie, meer een soepel lopend proces ontstaat. Hiermee komt de advieskracht van de politie ook beter tot z’n recht.
Misschien hebben we daarvoor wel andere politiemannen en –vrouwen nodig dan die mensen die op straat de kolen uit het vuur halen.’
Wat voor eigenschappen moet een politieambtenaar hebben en hoe moet hij/zij in het werk staan om goed te kunnen adviseren en signaleren?
‘Ik wil aansluiten bij de basics van het politiewerk: je hoort te weten waar je het over hebt, je moet toegewijd en betrokken zijn en met een menselijk gevoel naar de problematiek te kijken. Je moet in staat zijn om verbindingen te leggen. Met andere organisaties en partijen, en met andere invalshoeken die in een integraal beleid ook hun plek hebben. Je moet gevoel hebben in welke oplossingsrichting gedacht moet worden. Tegelijkertijd moet je open staan voor inzichten en oplossingen van anderen.
Eigenlijk moet je een aantal van dit soort eigenschappen hebben die er in uitmonden dat je met een open mind en professionaliteit naar de problemen kijkt om ze uiteindelijk op een niveau boven je eigen definitie en deelanalyse op te kunnen lossen. En vervolgens bereid zijn de oplossing met anderen vorm te geven vanuit eigen positie, verantwoordelijkheid en vermogen. Als je daartoe in staat bent, komt het wel goed met de advieskracht van de politie.’


Reageer op dit artikel