Politietalent Famke van Spaendonk: Zacht in contacten, hard op de inhoud
Famke van Spaendonk is plv. districtschef in Eemland Noord, regio Utrecht. Ze werkt vijf jaar bij de politieorganisatie. Pa was ook bij de politie, niet als executief maar als P&O-adviseur, en als klein meisje wist ze al dat ze bij de politie wilde. 'Die actie, hé!'
Hoe vonden je ouders het dat je (ook) bij de politie wilde?
'Daar is wel een mooie anecdote over te vertellen: in 1989, na de middelbare school solliciteerde ik voor een plaats op de politieacademie. Ik werd niet toegelaten. Pas kort geleden heeft m'n vader verteld wat daaraan vooraf was gegaan. Hij werd na een aantal testdagen gebeld door iemand uit de selectiecommissie van de academie die met een dilemma zat; ik was samen met een ander overgebleven en hij vroeg mijn vader: "Wat zal ik beslissen". Mijn vader heeft toen gezegd: "Wijs haar maar af". Hij vond het belangrijk dat ik eerst wat levenservaring opdeed en niet op mijn 23e met gouden kroontjes op mijn schouders door de gangen zou paraderen. En zo ben ik eerst rechten gaan studeren in Utrecht. Tijdens mijn studie liep ik wel stage bij de politie, in Gelderland Zuid. Daar wilden ze me wel houden. Ik wilde dat ook wel, maar dat was een administratief-technische functie als jurist en ik heb ze toen gelijk gezegd dat ik wel nog de politieacademie wilde doen. Momenteel vinden mijn ouders – allebei – het fantastisch dat ik dit doe, ze zijn heel trots.'
Wat voor soort leider ben je?
'Ik denk dat ik mensen aan me kan binden. Ik ben zacht in contacten en hard op de inhoud. Dat betekent dat ik oog heb voor de menselijke kant, voor het menselijke aspect binnen het werk, maar dat ik wel vind dat je moet doen wat is afgesproken. Iemand moet met heel goede argumenten komen als hij zijn afspraken niet nakomt. Creativiteit vind ik belangrijk; in Veenendaal, mijn vorige werkplek, waren er klachten van bewoners over te hard rijden in de wijk. Daar moest iets aan gedaan worden. Dan kun je daar regelmatig laten surveilleren, in de hoop dat het door de aanwezigheid van regelmatig blauw op straat minder wordt. Wij besloten om de buurtbewoners die klaagden, erbij te betrekken. Zij stonden naast de agent met het laserpistool en spraken overtreders aan. Dat werkte vaak goed, want vaak zijn de overtreders ook mensen uit de wijk zelf. Zo betrek je mensen bij het politiewerk en wijs je ze tegelijkertijd op hun eigen verantwoordelijkheid. Dat spreekt me erg aan.'
Wie is je grootste voorbeeld binnen de organisatie?
'Ik probeer op elke werkplek iemand te vinden die me inspireert. Eén specifiek voorbeeld heb ik niet. Het heeft ook te maken met de situatie waarin je op een zeker moment zit. In mijn eerste jaar ben ik gekoppeld geweest aan Kees van Stam. Hij heeft me leren relativeren. En dat ik plezier moest hebben in mijn werk. In Wijk bij Duurstede was Cees van der Neut belangrijk voor me. Die man maakte liefde met de mensen om zich heen; dat is hartstikke belangrijk. Dat leerde ik van hem.
Mijn voorbeeld nu is mijn vorige districtschef, Eddy Lassche. Toen ik in Veenendaal kwam lette ik goed op hoe Eddy zijn mensen toesprak; daar leerde ik toen heel veel van. Voorbeelden zijn dus gebonden aan de plek waar ik zit.'
Is de politie nog steeds een mannnenorganisatie?
'Tijdens een congres van de VMHP, "Het glazen plafond", hoorde ik dingen waardoor ik dacht: ik prijs me gelukkig dat ik in Utrecht zit. We hebben hier een behoorlijk vrouwvriendelijk korps. Er zitten vrij veel vrouwen op hoge (management)functies.
Dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat de politie geen mannenorganisatie meer is. Op de functie van groepschef vind je weinig vrouwen, ook in Utrecht. En dat is een cruciale functie als je het hebt over cultuur van de organisatie. Het is namelijk een "primus inter pares"-functie; bovendien tussen de werkvloer en het management. Een functie waarbij je gemakkelijk in loyaliteitsconflicten kunt komen. En daar vind je dus, zoals gezegd, nog bijna geen vrouwen…'
Wat is het belangrijkste aspect dat je zou willen veranderen aan de politieorganisatie?
'Versnippering. We hebben 25 korpsen en ieder korps vindt voor zichzelf het wiel uit. Dat is niet erg, als we maar wel leren van elkaar. Daar mag best centraal sturing aan gegeven worden. Er vloeit nogal wat capaciteit weg doordat we niet optimaal gebruikmaken van elkaars kennis.
Daarbij moet natuurlijk wel aandacht blijven voor lokale verschillen. In Groningen gaat het anders toe dan in Utrecht Stad.'
Wat is 't laatste politieboek dat je hebt gelezen?
(Denkt diep na) 'Ik ben eigenlijk meer van het zappen; ik zap door een boek heen. Het laatste echte politieboek dat ik helemaal gelezen heb, dat is al wat langer geleden. "De Veiligheidsutopie" van Boutelier heb ik nog niet zo lang geleden doorgebladerd. Ik lees wel, maar andere boeken. Het laatste boek dat ik heb gelezen, was "Maak me blij" van Karin Giphart, het "zusje van". Een heerlijk wegleesboek, over vrouwenliefde.'
Waar zou je over 5 jaar willen zijn in de organisatie?
'Dat weet ik nog niet. Eerst wil ik het werk dat ik nu doe goed doen.
Ik weet dat iedereen dat wil, maar dit is voor mij wel een nieuw type functie waarin ik nu zit. Ik heb een coach met wie ik eens in de drie à vier weken een gesprek heb. Daarin komen mijn ambities en toekomstverwachtingen ook ter sprake. Die ambities héb ik ook wel…'
Zou je districtschef willen worden?
Ja.
Korpschef…?
(Kijkt schattend) … 'Dat is nog een "ver van mijn bed"-show. Over vijf jaar... mmm…ik mag nog dertig jaar bij deze baas werken …'


Reageer op dit artikel