Politietalent Marieke Schnoing: 'Interne informatie, beter injecteren dan sproeien'

Door Max Rozenboom, 01 april 2006 21:17 uur0 Waardering:

Politietalent Marieke Schnoing: 'Interne informatie, beter injecteren dan sproeien' Marieke Schnoing is een geboren en getogen Drentse; ze komt uit een klein dorp tegen de Duitse grens, een gezin met twee kinderen, meisjes. Marieke is de oudste. Ze is uit 1975. 'Een jaar waarin weinig vrouwen zijn geboren, hoorde ik onlangs.' Op dit moment is ze met haar team van de KLPD verantwoordelijk voor het verkeer op de noordelijke autosnelwegen.

Wanneer wist je dat je bij de politie wilde?

Eigenlijk wilde ik als klein meisje al bij de politie, ik weet eigenlijk niet precies waarom. Ik vond het stoer. Ik speelde ook voornamelijk met jongens, klom in bomen, ging voetballen… er waren niet veel meisjes van mijn leeftijd. We hadden een buurman die bij de politie was. Als hij op bezoek kwam, luisterde ik altijd naar zijn verhalen. Later heb ik wel eens tegen hem gezegd: 'Het is jouw schuld dat ik bij de politie ben gegaan!'

 

Ging je meteen na de middelbare school bij de politie?

Nee, ik kwam van het atheneum en wilde niet met een vwo-opleiding naar de politieacademie. Ik wilde het uiterste uit mezelf halen. Omdat ik uiteindelijk een baan bij de overheid wilde, besloot ik om daarvoor te studeren. Het werd Europese bestuurskunde, in Enschede, aan de Universiteit Twente. Ik had les van Gerben Bruinsma en Jaap de Wilde.

 

Hoe beviel de studie?

De eerste twee jaren waren doodsaai, daar hadden ze me ook voor gewaarschuwd toen ik eraan begon. Daarna werd het leuk. Als keuzevak koos ik criminologie. Kreeg les van Yvo Buruma, geweldig was dat! Die man kon zo boeiend over zijn vak vertellen.
Toen ik stage moest lopen, wilde ik dat beslist bij de politie doen. Bij regiopolitie Groningen kon ik terecht. Daar heb ik samen met de projectleider Integriteit, Joop Siepel, een meetinstrument ontwikkeld – op basis van het INK – om de integriteit in het korps te kunnen onderzoeken. Ik voelde me heel erg thuis, vond het geweldig die organisatie.

 

Wat vond je er zo geweldig aan?

Die passie voor het vak, de gedrevenheid waarmee het werk werd gedaan. En ook de hartelijkheid van dat korps; ik voelde me er echt welkom, zelfs als stagiair.

 

Het is natuurlijk wel nogal een mannenorganisatie!

Ja, dat vind ik prima, die ongecompliceerdheid, dat 'recht voor z’n raap' zeggen waar het op staat. En daar moet je mee kunnen omgaan. Toen ik mijn haar rood had geverfd, werd er geroepen: 'Mooi rood is niet lelijk!' Dan riep ik terug: "Nee, hè?!" Ik ben niet zo feministisch. Je doet je werk en dat doe je goed, of je nou een man of een vrouw bent. En als een man te ver gaat, zeg ik gewoon: 'Nu ga je te ver, dat moet je niet doen'.

 

Je studeerde af, en toen?

Ik studeerde af bij de CRI, de afdeling digitaal rechercheren. Deed daar een internationaal juridisch vergelijkend onderzoek naar de bevoegdheden die de politie had bij het onderscheppen van e-mailberichten. Na mijn afstuderen wilden ze me daar graag houden. Ik was daar heel blij mee, vond het een leuke groep, maar merkte toch na enige tijd dat ik 'digitaal tekortschoot'. Ik had niet genoeg belangstelling voor het digitaal rechercheren om het in die club goed vol te kunnen houden. Ook was ik een beetje eenzaam in het westen; ik woonde in Rotterdam, werkte in Zoetermeer en al m'n familie en vrienden zaten hier in het noorden.
Ik solliciteerde bij de IND (Immigratie- en naturalisatiedienst) in Groningen, Ter Apel en werd aangenomen. Mijn taak was onder meer de politie te verdedigen bij de rechtbank als die een vreemdeling in bewaring hadden gesteld, als er daarbij bijvoorbeeld sprake was van onrechtmatig handelen. Ik had dat werk nog nooit gedaan, moest het mezelf vooral in de praktijk eigen maken. Maar toen uiteindelijk de routine er toch in sloop, dacht ik: dit is niet goed. Ik kreeg een andere baan bij de IND, beleidsadviseur. Maar de politie trok me toen al erg, en ten slotte heb ik gesolliciteerd op de baan die ik nu heb.

 

Het is een leidinggevende baan, wat voor leider ben je?

Dat vind ik een moeilijke vraag, ik ben pas sinds kort leidinggevende. Ik ben erg enthousiast, loop vaak over van ideeën. Anderen moeten soms op de rem trappen omdat ik te hard ga. Ik probeer mijn voorstellen wel altijd goed beargumenteerd te brengen. En ik ben een voorstander van inspraak, de hele groep moet z'n zegje kunnen doen. Als er te lang wordt geaarzeld, hak ik de knoop door. Daar kan ik heel resoluut in zijn.

 

Je bent zo enthousiast over je werk, zie je nog wel mindere aspecten aan de organisatie? Wat zou je graag veranderd willen zien?

Ik vind onze interne communicatie niet zo sterk. Er zijn erg veel regeltjes en voorschriften, die door de lange lijnen soms niet goed overkomen. Het is belangrijk om die regels kort en bondig op schrift te stellen en ze dan pas de organisatie in te sturen. Hetzelfde geldt voor informatie in het kader van IGP. Die gaat nu als een soort giersproeier over de organisatie; soms komt het maar toevallig bij de juiste persoon terecht. Het zou allemaal wat directer moeten. Om in de beeldspraak te blijven; je kunt beter injecteren dan sproeien.

 

 

 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2006, nr. 4

0 reacties

Reageer op dit artikel