Politietalent Martin Sitalsing: 'Qua service kan de politie nog veel winnen'

Door Max Rozenboom, 01 augustus 2005 11:35 uur0 Waardering:

Politietalent Martin Sitalsing: 'Qua service kan de politie nog veel winnen' Martin Sitalsing werkt al twintig jaar bij de politie. Ooit begon hij in Amsterdam, maar sinds vijf jaar werkt hij in 't noorden. Eerst als districtschef onder Bernard Welten in Groningen, nu als tweede man naast Foeke Wagenaar in Friesland. 'Moeders noemen me soms als voorbeeld voor hun zonen'.

Martin Sitalsing werd drieënveertig jaar geleden in Paramaribo geboren. Hij heeft twee zussen. Zijn moeder overleed in 1984; zijn vader is hertrouwd.
Al op de middelbare school wilde hij bij de politie. 'De actie sprak me aan, maar ook had ik een sterk rechtvaardigheidsgevoel, opkomen voor de zwakkeren…'
 

Hoe vonden je ouders het dat je bij de politie wilde?
'Mijn ouders vonden het geen goed idee. "Zoals die Surinamers behandelen, dat is niks voor jou", zeiden ze. Bovendien vonden ze dat ik veel te goed kon leren. Ik moest maar medicijnen gaan studeren of rechten. Het werd economie. Maar de politie bleef trekken. Ik sportte met jongens die bij de politie zaten; die vielen erg mee…'

Wat voor soort leider ben je?
'Verbindend. Ik kan mensen van verschillende niveaus met elkaar laten samenwerken. Ik ben begonnen als agent, twintig jaar geleden. Ik weet dus hoe ’t is op de werkvloer. Lastige situaties kan ik vaak met humor oplossen. Daarnaast merk ik dat ik een maatschappelijke functie vervul. Ik word gevraagd voor maatschappelijke panels, waarin het over veiligheidskwesties gaat.'

Kun je zeggen dat je een brug slaat tussen de politieorganisatie en allochtone burgers?
'Ik had dat nooit zo gezien, wilde dat in het begin ook niet zien. Het idee dat je door "positieve discriminatie" een zekere positie in de organisatie inneemt, dat wilde ik niet. Later, toen ik een andere positie had, merkte ik dat het ook goed kon uitpakken, vooral naar buiten. Dat burgers je aanspreken, zeggen dat je het goed doet, dat je soms door ouders als voorbeeld wordt genomen voor hun kinderen. Dat is wel even wennen, maar ja…
In situaties met allochtonen probeer ik politiemensen de zaak net even anders te laten bekijken, de situatie op een andere manier te belichten.'

Wie is je grote voorbeeld binnen de politieorganisatie?
'Ik heb in de tijd dat ik in Groningen districtschef was veel geleerd van Bernard Welten. Dat was voor het eerst dat ik nauw samenwerkte met de korpschef. Vooral op het maatschappelijk vlak, in de omgang met de media, met het bestuur heb ik veel van hem geleerd. Over de organisatie, dilemma's binnen de organisatie, omgang met de collega's leer ik momenteel veel van mijn huidige korpschef, Foeke Wagenaar. '

Je noemt net de omgang met de media. Hoe vind je dat media omgaan met zaken die de politie aangaan?
'Eerst moeten we goed naar onszelf kijken. We zijn vaak bang een goede relatie aan te gaan met de media. Je kunt als organisatie veel meer sturen; niet een-op-een je berichten naar buiten brengen, maar eerst bedenken welke strategie je gaat voeren. Een voorbeeld: laatst kwam dat bericht van die 150 integriteitsschendingen naar buiten. Daar gaan de media mee aan de haal. Had dus een betere communicatiestrategie voor opgezet moeten worden.'

Maar hoe doe je dat dan? Je kunt niet vermijden dat de media zulke informatie gebruiken; ’t verkoopt natuurlijk geweldig.
'Inderdaad, je weet dat het bekend wordt, maar zorg dan ervoor dat je zelf bepaalt hóé het bekend wordt. Laat bij voorbeeld zien wat je eraan gedaan hebt, zet het af tegen het aantal politiemensen dat werkzaam is in Nederland, vergelijk het met andere grote bedrijven….kortom, daar had wat bewuster mee omgegaan kunnen worden.'

Integriteit komt regelmatig ter sprake in verband met de politieorganisatie. Terecht?
'Je werk ligt altijd onder een vergrootglas. Daar moet je je ook van bewust zijn. Bij wat je doet moet je je eigenlijk altijd afvragen: "Kan 't op de voorpagina?" Ik probeer dat ook zo de organisatie in te brengen.'

Geldt dat ook voor je vrije tijd?
'Ja, bij mij wel.'

Vind je dat het ook voor de werkvloer moet gelden?
'Ja, je kiest dit beroep niet voor niets; daar hoort een bepaalde levenshouding bij. Dat betekent dat je ook in je privé-leven van onbesproken gedrag moet zijn.
Als leidinggevende kun je daarin het voortouw nemen. Het is ook goed om het erover te hebben in de organisatie, niet alleen formeel, maar juist ook op informele momenten. Vooral direct-leidinggevenden – teamchefs, groepschefs –kunnen hierin een rol spelen. En wat je tegenwoordig steeds meer ziet – en als leidinggevende is dat ’t mooiste wat je kunt krijgen – is dat mensen elkaar aanspreken op bepaald gedrag. Dat zag je twintig jaar geleden nog niet, hoor.'

Een vóórdeel van al die media-aandacht op het gebied van integriteit?
'Jazeker, het feit dat er zoveel aandacht voor is, stimuleert het zelfreinigend vermogen van de organisatie.'

Wat zou je willen veranderen binnen de organisatie?
'De klantgerichtheid. Mensen behandelen zoals je zelf zou willen worden behandeld. Mensen verwachten heus niet dat we alle zaken oplossen. Maar ze verwachten wel een correcte behandeling als ze aangifte komen doen. Op het gebied van service is nog veel te winnen bij de politie. Dat zou het imago van de politie enorm goeddoen.'

Wat is het laatste politieboek dat je hebt gelezen?
'Politiegeweld van Jaap Timmer. Een aardig boek, vooral om te zien hoe meningen over de geweldstoepassing in de loop van de tijd kunnen veranderen.'

Waar zou je over vijf jaar willen zijn binnen de politieorganisatie?
'Nou, ik ben nu plaatsvervangend korpschef, over vijf jaar, als het politiebestel niet veranderd… dan hoop ik korpschef te zijn.'
 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2005, nr 7-8, p. 24-25

0 reacties

Reageer op dit artikel