'Samen presteren voor beter blauw': Dubbelinterview Dick Schoof en Jan Kees Goede

Door Peter Holla en Claudia Verhagen, 01 november 2003 12:37 uur0 Waardering:

Sinds een half jaar is hij werkzaam als directeur-generaal voor Openbare orde en Veiligheid (DGOOV) bij het ministerie van Binnenlandse en Zaken en Koninkrijkrelaties: Dick Schoof. We zijn zeer benieuwd naar zijn visie en persoon en zijn dan ook blij dat hij ons op een zonnige nazomermiddag op zijn werkkamer wil ontvangen voor een interview. We kennen hem vooral van de prestatiecontracten en verwachten (heel eerlijk gezegd) een wat afstandelijke, zakelijke, formele man in een streng krijtstreeppak. Hoe streng is onze nieuwe 'een na hoogste baas van de politie?' Na zo'n tien minuten wachten ontvangt een vriendelijk lachende heer ons met koffie en een koek. Niets afstandelijkheid of norse formaliteiten, zelfs geen strenge krijtstreep! Wel gepaste zakelijkheid waarbij 'helderheid en duidelijkheid' belangrijke noemers zijn die meermalen in het gesprek terugkomen.

U bent nu een half jaar in functie en verantwoordelijk voor onder andere het functioneren van de politie en de brandweer. Hoe bevalt de functie?
Dick Schoof (DS): 'De rol van DGOOV bevalt me prima. De eerste kennismaking met de diensten rood, wit en blauw is achter de rug. Veel tijd voor inwerken is er niet. Het is spitsuur rondom allerlei veiligheidsvraagstukken. De meeste aandacht gaat uit naar blauw, de politie. Als mijn kinderen me vragen wat voor een werk ik doe, zeg ik maar dat ik de baas van de politie ben! Het is een zeer interessante materie, complex soms ook en ik wil dan ook niet beweren dat ik nu alles na een half jaar al weet. Ik heb daarom Jan Kees gevraagd aan te sluiten bij dit interview, voor eventuele aanvullingen mocht ik ergens nog onvoldoende van op de hoogte te zijn.'

We maken dus ook kennis met Jan Kees Goed, directeur Politie. De lacune in de kennis van het politiebedrijf van Schoof blijkt, gedurende het interview, erg mee te vallen en we maken er een dubbelinterview van.

Jan Kees Goed (JKG): 'De politie staat enorm in de belangstelling. Dat is prima, maar het is jammer dat daarbij de aandacht voor rampenbestrijding dreigt te verslappen. Je hoopt dat het niet gebeurt maar als het zover is heeft een ramp natuurlijk een enorme maatschappelijk impact en is erg bepalend voor het imago, ook van de politie'.

DS: 'Ik merk dat de samenleving veel van de minister van BZK verwacht als het gaat om veiligheid. Hij kan, mag en wil zich niet afzijdig houden in discussies op dit terrein. De functie van DGOOV is zeer boeiend omdat je tussen allerlei partijen in zit: het veld, je eigen directoraat, belangenorganisaties en de minister. Daarnaast heb je de kamerleden die,  als het gaat om het onderwerp van veiligheid en met name de politie, continu vragen op de minister afvuren. Het antwoord van de minister dient snel en adequaat door mijn DG te worden voorbereid.
Ik merk dat de brandweer veel minder in de aandacht staat. Er heerst daarover een gedachte: ze zijn altijd snel aanwezig, ze doen hun werk goed en er zijn weinig klachten. Het meest dominante item bij de brandweer is momenteel het debat over grotere bevoegdheden van de regio'.

Vindt u het terecht dat er zoveel kritiek is op het functioneren van de politie? Hoe tevreden bent u?
DS: 'De politie heeft een moeilijke klus te klaren. Daarbij is het imago niet goed. Dat is op zich niet vreemd. De politie heeft een andere positie in de maatschappij; een ander soort macht dan de brandweer. De werkzaamheden van de politie liggen per definitie gevoelig bij de burger. De burger zal dan ook bij voorbaat kritischer oordelen over het functioneren van de politie.
Toch zie ik veel hardwerkende en goed gemotiveerde politiemensen in Nederland. Het gaat best goed, maar het kan beter. Er moet geen imagocampagne komen maar er moet wel aan het imago worden gewerkt. Dit kan op de eerste plaats door meer duidelijkheid te verschaffen over de prestaties van de politie. Er is de laatste jaren veel in de politie geïnvesteerd en de burger mag weten wat ze daarvoor terugkrijgt. De prestatiecontracten gaan daarbij helpen. Overigens moeten we niet doen alsof dit helemaal nieuw is. Korpsen waren natuurlijk al bezig met het helder maken van hun resultaten. Voordat de eerste contracten getekend werden was de Nederlandse politie al druk bezig om in de geest van de contracten te werken'.

Wat moet vooral beter?
DS: 'Er moet meer aan doelmatigheid en doeltreffendheid worden gewerkt. Er is grote versnippering. Elke regio wil zijn eigenheid. Dit kan belemmeren als er moet worden samengewerkt. Op bepaalde onderwerpen is opschaling hoogst noodzakelijk en moet men meer gebruikmaken van shared services. Een tweede verbetering moet plaatsvinden op het gebied van de informatiehuishouding. Af van de eilandjes. Krachten en geld bundelen.
De prestaties kunnen tevens verbeterd worden door meer te doen aan capaciteitsmanagement, meer aandacht voor ziekteverzuim, efficiënter organiseren van de administratieve verwerking van schriftelijk werk en verdergaande kwaliteitstrajecten. In de bedrijfsprocessen valt de meeste winst te boeken. We merken steeds meer dat de korpsen behoefte hebben aan actie van BZK. Regio's geven zelf ook steeds meer aan dat we het meer samen moeten gaan doen. Het draagvlak voor intensievere samenwerking is er'.

JKG: 'Met behulp van de prestatiecontracten proberen we de focus meer te leggen op de link tussen investering en wat ervoor terug komt. Meer geld voor bijvoorbeeld meer blauw op straat moet uiteindelijk wel meer resultaat opleveren. Er zit echt nog ruimte bij de politie om doelmatiger, efficiënter en effectiever te werken. Ik heb respect voor wat er dag en nacht door de politie wordt gepresteerd. Het is soms lastig om aan te geven dat, ondanks alle inspanningen en successen, het toch beter kan en moet. Een mooi voorbeeld is de recente uitspraak van de hoofdcommissarissen om te beginnen met het vaststellen van een gezamenlijke missie en visie. Het is misschien een kleine stap, maar wel een heel belangrijke ontwikkeling'.
 

Slogan
Niet alleen de prestaties, maar dus ook het imago van de politie moet beter. De slogan: 'de politie is uw beste vriend' is behoorlijk gedateerd. Weet u al een nieuwe?
DS: 'Ik heb nog geen mooie volzin, maar binnen het DG hanteren we de kreet: 'samen presteren voor beter blauw'. Je moet respect uitstralen en verdienen. En dat alles dicht bij de burger. Voor de Nederlandse politie zijn dit belangrijke uitgangspunten. Daarnaast moet je duidelijk zijn in wat je wel en niet doet als politie'.

Gaat de minister van BZK zijn ambtsgenoot van Justitie steunen over de uitspraak dat tanken zonder betalen geen prioriteit heeft?
DS: 'Ik ben het eens met de uitspraak. Het is jammer dat de boodschap nogal eenzijdig via de media is vertaald. Het begin van het probleem is verkeerd gedefinieerd. Elke branche moet zelf maatregelen nemen om strafbaar gedrag te voorkomen. De minister van justitie noemde daarbij de slagbomen als voorbeeld. Ik had zelf meer ingezoomd op de mogelijkheid van creditcardbetaling. Maar het zijn beide praktische oplossingen die een branche kan nemen waardoor de politie niet ieder moment hoeft op te draven. Ook in dit soort problematieken moet de politie het sluitstuk zijn. Hetzelfde geldt voor de defibrillator. In het buitenland zie je veel meer van dit soort apparaten op openbare plekken hangen. Elke burger kan erbij, het is niet de politie die ermee uitgerust hoeft te worden. Overigens vind ik wel dat de Raad van Hoofdcommissarissen deze boodschap iets slimmer had kunnen brengen. Op deze manier gaat het ten koste van je imago'.

JKG: 'In de kerntakendiscussie is het belangrijk steeds weer aan te geven dat er niets overboord gaat. Belangrijk is hoe je dingen uitlegt. Lastig punt hierbij is dat met regelmaat uitleg en toelichting op de beslissingen wordt gegeven, maar dat de media dit niet oppakken. Toch staat het hoog op de agenda's om meer aandacht te besteden voor de uitleg van beslissingen en standpunt in de richting van de burger. De politie zal per onderwerp de verwachtingen van de burger beter moeten managen'.

Met enige regelmaat staat het politiebestel ter discussie. Liggen er met de komst van de nieuwe DG al nieuwe plannen klaar?
DS: 'Nee! Laat ik eerst zeggen dat de discussie vooral over de inhoud moet gaan en niet over de structuur. Maar dat er ook wat in de structuur moet gebeuren is helder. De bestuurlijke omgeving is op dit moment te complex georganiseerd. Er is geen duidelijke lijn tussen de korpsbeheerder en de minister. Ook de lijn tussen korpsbeheerder en korpschef laat te wensen over. Niet voor niets wordt er momenteel in de ministerraad gesproken over een voorstel waarbij de korpsbeheerder zowel op het gebied van beheer als van beleid verantwoording moet afleggen aan de minister. Alleen op die manier valt er iets te sturen en af te dwingen.
De evaluatie van de politiewet zal in 2005 plaatsvinden. Deze discussie is de opmaat voor de vraag hoeveel regio's er zullen blijven. Mijn voorkeur gaat uit naar 'één politie' en dat is wat anders dan 'één organisatie'. Ik denk wel dat op het gebied van beheer er veel meer landelijk moet worden gedacht. Ik ben een grote voorstander van standaardisering en uniformisering. Ik geloof in een politie met nationaal beheer en een sterke lokale gezagsinbedding. Gebiedsgebonden verankering (tot en met de gebiedsagent) moet blijven bestaan'.

JKG: 'In de bestuurlijke omgeving is nog meer te verbeteren. Zo ben ik ben van mening dat de burgemeester van de grootste gemeente niet per definitie de korpsbeheerder van die regio hoeft te zijn. Het mag ook iemand van buiten zijn. In het regionaal college moeten de goede discussies gevoerd worden, bijvoorbeeld hoe gezamenlijk beter inhoud en vorm gegeven kan worden aan Integrale Veiligheid. Nu zijn er teveel moties van burgemeesters die pleiten voor een extra wijkagent en dergelijke. Men wil er meer maar kan niet aangeven waarom. Meer agenten betekent niet automatisch meer veiligheid. De inbreng van de gemeenteraden mag van mij wel wat steviger. De notitie Bestel in balans geeft daartoe aanleiding.'

De politie krijgt 4000 politiemensen erbij. Fantastisch, maar…. Gaat dat wel lukken?
DS: 'Ja hoor, we zijn er al bijna! Afgesproken is dat medio 2007 er in totaal 52.500 politiemensen in Nederland werkzaam zijn. Door de extra investeringen van de afgelopen periode, waarbij de korpsen al volop mensen naar school hebben gestuurd, zitten we al bijna op het afgesproken aantal. In de komende kabinetsperiode is er 1,2 miljard euro uitgetrokken voor veiligheid en vele miljoenen voor de politie. Hierin zit wel een opgaande lijn richting 2007. Dat betekent dat een aantal korpsen het de komende jaren nog wel moeilijk zal hebben. Met die regio's gaan we in gesprek. Als het nodig en mogelijk is zullen we tevens gebruikmaken van militairen, die we naar de politieopleiding sturen indien ze geschikt zijn.
 

ICT
Extra politiemensen die door de regering worden toegezegd, lijken steeds als sneeuw voor de zon te verdwijnen. Doordat de materiële norm al langere tijd niet meegroeit met de kostenstijging, wordt geld voor extra mensen in bijvoorbeeld ICT gestoken om op niveau te blijven.
DS: 'Die kant gaat het nu niet uit. De mensen zitten veelal al op de opleiding. De kostendiscussie binnen de politie gaat inderdaad veelal over de automatisering. Hiervoor is de afgelopen jaren echter veel geld naar de korpsen gegaan, terwijl niet voldoende duidelijk waaraan het geld precies is uitgegeven. De verschillen tussen de korpsen zijn groot. Dat gaan we onderzoeken. Als je kijkt naar de ICT-ontwikkelingen van de afgelopen jaren, zie je dat er veel is gebeurd. De Regieraad ICT heeft veel goed werk gedaan. Ook de vorming van de Coöperatie (CIP) is voor deze periode een goede oplossing. We staan nu voor het vraagstuk om na te denken hoe de sturing op ICT-gebied in de nabije toekomst eruit moet zien. Met name kostenbeheersing zal een belangrijk aspect vormen'.

Even een ander onderwerp. De DGOOV is namens de minister korpsbeheerder van de KLPD maar tevens belast met het toezicht erop. Kan dat wel?
De glimlach van Schoof bevestigt het feit dat het niet alledaags is maar hij doet zijn uiterste best om het uit te leggen: om te beginnen met de functie van het korpsbeheerderschap.'Het is uitermate logisch dat dit voor de KLPD bij BZK ligt. Er is nou eenmaal geen landelijke burgemeester maar wel een minister. Het voelt goed dat de minister de beheersverantwoordelijkheid heeft neergelegd bij de DGOOV. Een bijkomend voordeel is dat ik in de rol van korpsbeheerder aan den lijve ervaar hoe beslissingen van het eigen ministerie in de praktijk uitwerken. Ook door mijn werkbezoeken bij de KLPD heb ik veel beter zicht gekregen op de Nederlandse politie. Wat betreft de rol van controleur klopt het dat er een twee-pettendilemma kan ontstaan. Daarom is een apart bureau opgericht (Cobra) dat speciaal belast is met de ondersteunende rol bij de taak van korpsbeheerder. Ik hoef dus nooit ondersteuning te vragen bij de medewerkers die bijvoorbeeld later de begroting moeten goedkeuren.
Als korpsbeheerder heb ik een prestatiecontract gesloten met de korpschef van het KLPD. Over de inhoud van dat contract is stevig onderhandeld. Mijn dubbelrol biedt geen extra voordelen voor het KLPD, eerder nadelen. Zo verwacht men natuurlijk dat je het beste jongetje van de klas zal zijn. Een andere vergelijking gaat ook op: het is moeilijk presteren als je de zoon van de onderwijzer bent'.
 

C2000
C2000 is een belangrijke ontwikkeling die onder uw verantwoordelijkheid valt. Waarom is dit recent van een project tot een aparte projectdirectie geworden?
DS: 'Toen ik na mijn aantreden de eerste presentaties over C2000 kreeg, viel me direct een paar zaken op. Als je het schema van het sturingsconcept zag, kon je niet anders dan concluderen dat dit veel te diffuus was, met lange beslislijnen, stuurgroepen op afstand enzovoorts. Ik kan begrijpen waarom het zo tot stand is gekomen maar zag niet in hoe dit efficiënt kon werken. Zo was de relatie met het operationele veld helemaal weg. Daarnaast was de interne sturing niet helder. Ook de verhouding opdrachtgever-opdrachtnemer was niet duidelijk. Genoeg redenen om, zeker bij een project met zo'n politieke en financiële impact, een aparte projectdirectie in te stellen met een eenhoofdige leiding en een duidelijke verantwoordingsstructuur. Als ik naar de huidige stand van zaken kijk, ben ik zeker tevreden over hoe het loopt. De eerste pilots lopen bemoedigend. Er zullen nog hobbels moeten worden genomen maar we zijn op weg naar een mooi product voor de Nederlandse hulpverleningsdiensten.

Er is toch nog wel kritiek op de financiële kant van het project.
DS: 'De exploitatie van het systeem vormt inderdaad een forse kostenpost. Maar vergeet niet wat het instandhouden van alle verschillende huidige systemen kost. Daarnaast is het ook maar hoe je ernaar kijkt. Zo vindt ieder het heel normaal dat in de loop der jaren steeds meer geld is uitgegeven aan het privé-gebruik van computers of het mobiele bellen. In de privé-sfeer kiezen we daarvoor en maken we er geen probleem van. In de professionele werkomgeving daarentegen wel…'

JKG: 'De exploitatie van C2000 is dan wel hoger, maar je krijgt er ook heel wat voor terug. De dienders in de veiligheidsregio Zuid-Limburg reageerden heel positief op het systeem.

C2000 gaat ons helpen bij rampen en andere grootschalige incidenten. Zijn we eigenlijk wel klaar voor aanslagen en rampen?
DS: 'Ik geloof dat je daar nooit helemaal klaar voor bent. Er zijn mensen die denken dat je met een goede proactie slachtoffers van terroristische aanslagen kunt voorkomen. Onzin! We hebben de afgelopen jaren veel gedaan en geleerd. Het project Vitaal, dat met name op dit gebied ons verder moet brengen, is goed op weg maar nog niet klaar. Een aantal belangrijke stappen is inmiddels gezet: vitale objecten zijn in beeld gebracht en er zijn maatregelen getroffen om uitval ervan te voorkomen; er is landelijke coördinatie op informatiegebied tot stand gebracht, de Landelijke Staf Grootschalig- en Bijzonder Optreden is opgericht, en er zijn diverse maatregelen getroffen op het gebied van beveiliging en bewaking'.

JKG: 'Een overheid die beweert de veiligheid voor zijn burgers te garanderen, predikt schijnveiligheid. Met een goede voorbereiding en adequaat optreden indien een ramp zich voordoet kun je evenwel de risico's en de schade beperken.'

Hoe wil de DGOOV als 'baas van de politie' sturing geven?
DS: 'De minister van BZK, noch de DG, noch de directeur Politie moeten alleen maar kijken op afstand of de partijen het goed doen en de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk elders leggen. Ik hoop dat de DGOOV gezien wordt als een actieve partner in veiligheid, die weet waar de knoppen zitten waarmee je succesvol kunt interveniëren. Die ondersteunt waar nodig is en ingrijpt als het moet. Het moet duidelijk worden wat de Nederlandse politie wil, met een heldere vraagstelling en doelstelling. Ik zal helpen bij het formuleren daarvan en de politie vervolgens aanspreken op de resultaten. Zelf wil ik ook daarop aanspreekbaar zijn. Nogmaals, daar waar nodig zal de DGOOV of de minister ingrijpen. Indien aan de eerder genoemde voorwaarden wordt voldaan, is het ook voor iedereen helder en duidelijk op welke punten en wanneer dat ingrijpen zal gebeuren. Volledig herkenbaar!'

 

Dilemma's
We willen onze nieuwe DG toch nog wat beter leren kennen. Hiertoe leggen we graag een aantal dilemma's voor. De waarheid ligt vaak in het midden; toch vragen wij u te kiezen. We hopen op een duidelijke mening van onze nieuwe DG over een aantal zaken.
Bij een aantal dilemma's is Schoof er snel uit. Als hij moet kiezen tussen de volgende items is Schoof heel duidelijk: prestatiesturing of relatiesturing; legitimiteit of efficiency; management van grootschalige incidenten of buurtbemiddeling; individuele privacy of maatschappelijke veiligheid. Zonder aarzeling klinkt: 'prestatiesturing, legitimiteit; management van grootschalige incidenten en maatschappelijke veiligheid.' Andere dilemma's vragen iets meer denktijd en een toelichting van Schoof.

Kerntaken of een brede maatschappelijke politiefunctie?
DS: 'Het is in deze tijd nodig om de discussie over kerntaken te voeren en scherp aan te zetten. De discussie over de politietaak, die al een tijd aan de gang is, helpt om de balans in kerntaken en bijtaken terug te krijgen. Als de politie zorgt dat zij haar kerntaken goed en zichtbaar voor het publiek ten uitvoer weet te brengen, is het de vraag of de tegenstelling in dit dilemma nog wel aanwezig is.'

Ketendenken of profilering van de eigen organisatie?
DS: 'Ook hiertussen hoeft niet perse een tegenstelling te bestaan. Het is prima mogelijk een herkenbare eenheid ín de keten te zijn. Belangrijk voor het imago van de politie is goede prestaties te leveren, deze prestaties in de keten te plaatsen en te tonen.'

Zero tolerance of gedogen?
DS: 'Allebei niet! Het is een misvatting om te denken dat de aanpak van criminaliteit effectief is als je prioriteit stelt in zwaarte van zaken. Met aanpakken van de zwaardere vormen van criminaliteit wordt het niet direct veiliger op straat. Ook kleine vergrijpen moeten worden aangepakt. Op kleine overtredingen hoef je niet te jagen, maar als je het ziet: aanpakken!'

Krachtige nationale structuren of gebiedsgebonden verankering?
DS: 'Voor bovenregionale, grote maatschappelijke vraagstukken heb je krachtige nationale structuren nodig. Maar voor politiewerk dat het meest vaak voorkomt is gebiedsgebonden verankering beter. Het is geen keuze voor nationale of decentrale politie. Ik ga voor één politie. Het ideaalplaatje is een politie met nationaal beheer gekoppeld aan een lokaal gezag.'

Familieman of workaholic?
DS: 'Ik vind dat ik een mooie baan heb. Met name de maatschappelijke relevantie en inbedding van de politie spreken mij erg aan en zijn belangrijke drijfveren. Ik merk op dat de motivatie en gedrevenheid ook binnen de politie heel groot zijn. Maar ook mijn privé-leven is heel belangrijk voor me. Ik ben getrouwd en heb twee kinderen van 7 en 9 jaar oud. Natuurlijk vraagt deze baan veel tijd, maar ik probeer een natuurlijke balans tussen werk en privé-leven te houden. Wat me van de huidige korpschefs opvalt, is dat ze erg veel tijd in hun werk steken. Er spreekt grote betrokkenheid uit en is een sterk informeel circuit. Als mensen zich hier goed bij voelen is dat uiteraard prima. Maar een cultuur van heel hard werken en vervolgens klagen dat je het zo druk hebt, daar werk ik niet aan mee. Als er geen grote spoed of crisis is, accepteer ik niet zonder meer dat er 's avonds afspraken worden gemaakt. Voor rampen zijn we 24 uur per dag bereikbaar en oproepbaar, maar indien er geen noodzaak is moet je niet overdrijven. Het moet ook leuk blijven! Zo breng ik mijn kinderen eenmaal per week naar school en bij belangrijke gebeurtenissen ben ik er. Ze zien me vaker dan alleen zondagavond om het vlees te snijden…'

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2003, jrg. 65, nr. 11, p. 17-21

0 reacties

Reageer op dit artikel