Sandor Gaastra: ‘Onorthodoxe ideeën zijn wat mij betreft van harte welkom!’

Door J. Overeem EMPM en dr. P. Klerks, 01 april 2009 14:53 uur0 Waardering:

Sandor Gaastra: ‘Onorthodoxe ideeën zijn wat mij betreft van harte welkom!’ Sandor Gaastra is sinds 1 mei 2008 directeur Politie en Veiligheidsregio’s bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zijn loopbaan startte op de universiteit van Utrecht, waarna zijn carrière grotendeels binnen BZK plaatsvond. Zo heeft hij door de jaren heen bemoeienis gehad met rijksbrede ontwikkelingen op het gebied van ICT. De politie kende hij tot het moment van aantreden op deze functie nauwelijks.

‘In de afgelopen periode heb ik veel korpsen mogen bezoeken, en waar mogelijk heb ik een dienst met wijkagenten, bikers, noodhulp en dergelijke gedraaid. Wat me getroffen heeft, is de ongelofelijke passie voor het vak en de gedrevenheid die ik overal binnen de politie tegenkom. Politiemensen vertellen gepassioneerd over hun vak. Uit hun houding blijkt dat zij hart voor de zaak hebben en hoe trots zij zijn op de betekenis van hun werk in de samenleving.
Zoveel enthousiasme en grote betrokkenheid zijn prachtig, maar kennen ook hun keerzijde. Die keerzijde is – zoals Pieter Tops ook observeert in deze frontlinieorganisatie – dat de politie moeite heeft met het omgaan met kritiek, met macht en met het integreren van andere vormen van kennis en informatie dan waarmee ze bekend is!
Het is wel begrijpelijk dat een organisatie als de politie zo reageert. Iedere dag actiegericht inspelen op de vraag van buiten en met zo’n grote betrokkenheid met het politievak bezig zijn, tot de knieën in de modder staan en dan open moeten staan voor feedback. Ja, dat is lastig, maar tegelijkertijd is het een uitdaging om daadwerkelijk invulling te geven aan de lerende organisatie en blijvend te werken aan de kwaliteit en kwantiteit van het vak.’

 

Bestuurlijke drukte


‘In Nederland is gekozen voor één politie en niet – zoals in veel andere landen – voor verschillende soorten politie. Dat is een bewuste keuze, waarbij zowel het lokale als het landelijke bestuur inhoudelijk worden bediend en waarbij via het regionale bestuur op beide niveaus verantwoording wordt afgelegd.
Ik onderken dat dit de nodige bestuurlijke drukte met zich meebrengt en vind de ondervonden verantwoordingslast een terecht punt van aandacht. Dat neemt niet weg dat de meerwaarde van het Nederlandse politiebestel vooral zit in de directe verbinding met zowel het lokale (gebiedsgebonden politie) als het landelijke bestuur (nationale speerpunten en internationale verplichtingen).’

 

Focus aanbrengen


‘In de beginperiode van mijn huidige functie is mij wel opgevallen dat de politie minder een eenheid is dan ze zou moeten en kunnen zijn. Ondanks de noodzakelijke niveaus waarop de politie haar interventies pleegt, zou de politie meer als eenheid naar buiten mogen treden.
Wat mij betreft kan het allemaal eenvoudiger door als vanzelfsprekend informatie met elkaar te delen, zonder meer bewezen oplossingen van elkaar over te nemen en selectiever te zijn in het starten van landelijke programma’s. Bij dat laatste wil BZK ook behulpzaam zijn. En door met concrete voorstellen te komen om de administratieve lasten te verminderen. Minister Ter Horst is hier een groot voorstander van. Ze is graag bereid om voorstellen te honoreren om processen te vereenvoudigen en het blauw te behouden door “slimmer” blauw te creëren.’

 

Bereidheid om informatie te delen?


‘Wat ik zie is een trend tot meer samenwerking, voornamelijk op het gebied van infrastructuur en bedrijfsvoering. Denk hierbij aan de landelijke uitrol van de ICT-standaarden, zoals de basisvoorzieningen Handhaving, Opsporing en Capaciteitsmanagement. Nu is het de vraag of het de politie lukt om deze systemen met de juiste informatie te vullen en of de onderlinge bereidheid bestaat om die informatie met elkaar te delen. Zijn de betrokken korpsen bereid om in de operatie vorm te geven aan verdergaande samenwerking en de macht, die nu nog vaak aan de informatiepositie werd ontleend, los te laten?’

 

Ontwikkelingen binnen politiebestel


‘Het voorstel van het kabinet aan de Tweede Kamer 1is een logisch vervolg op de ontwikkelingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. Vanuit de politieberaden (Korpsbeheerdersberaad en Raad van Hoofdcommissarissen2) is afgelopen jaren invulling gegeven aan het Samenwerkingsconvenant en zijn met de ministers van BZK en Justitie prestatieafspraken overeengekomen. De voorgenomen formalisering van de politieberaden leidt ertoe dat de beraden letterlijk tot elkaar veroordeeld zijn.
Voortaan neemt het Korpsbeheerdersberaad bij meerderheid besluiten die voor alle korpsen bindend zijn. Niet meer dan logisch zou je misschien zeggen, maar weet dat dit een hele cultuuromslag binnen de politie vereist! De uniciteit van de afzonderlijke korpsen wordt hiermee ondergeschikt aan het collectieve belang, en dat zal voor een aantal korpsen even wennen zijn.’

 

Collectieve verantwoordelijkheid


‘Het is aan de korpsbeheerders én korpschefs om de komende twee jaar te laten zien of zij over het leiderschap beschikken om vanuit verbinding zaken met elkaar te delen en zonder discussie de innovatiekracht in de afzonderlijke korpsen in te zetten voor het collectieve doel. De echte kracht zit hem in het feit dat zij zonder aanwijzing van de minister(s) de gestelde doelen weten te behalen. De manier waarop de politie vanuit een collectieve verantwoordelijkheid de krachten op het gebied van informatiesturing en opsporing weet te bundelen, zal volgens mij bepalend zijn een eventueel besluit van de politiek om de politie te nationaliseren of niet.'

 

Opsporing versus gebiedsgebonden politie


‘Zoals al eerder is aangegeven is bewust gekozen voor een duaal politiebestel, waardoor er sprake is van een gezonde balans tussen de beleidswensen van zowel de officier van justitie als de burgemeester. Hoewel het voortdurend zoeken is naar een goede balans en een gezonde spanning niet ontbreekt, constateer ik dat het OM zich terdege bewust is van het feit dat de opsporing start bij gebiedsgebonden politie en een uistekende geïnformeerde wijkagent.
Wat mij betreft blijkt ook hier weer uit wat een zegen het is dat wij binnen Nederland bewust voor één politie hebben gekozen, en niet voor een aparte lokale en justitiële politie. Dat neemt niet weg dat er nog wel een wereld te winnen is in de wijze waarop de afzonderlijke gezagsdragers de politie aansturen.’ De kunst is niet de concurrentie aan te gaan, maar de complementariteit tussen de verschillende diensten zichtbaar te maken en door een aansprekend samenspel tussen alle onderdelen van de politie de flexibiliteit te behouden die nodig is om blijvend in te spelen op de snel veranderende samenleving.

 

Sturen op resultaten of op formatie?


‘Toen ik nog maar net was aangetreden als directeur werd mij een conceptbrief van de minister aan de Tweede Kamer voorgelegd, waarin tot twee cijfers achter de komma stond vermeld over hoeveel politiemensen wij in Nederland in 2014 zullen beschikken. Ik heb de betrokken medewerker gecomplimenteerd voor het geleverde werk, maar vroeg mij tegelijkertijd af of deze informatie helpt de veiligheid in ons land te verbeteren.

BZK wil af van deze gedetailleerde sturing op sterkte. Waarschijnlijk is deze vorm van sturing uit onmacht ontstaan en is er op dit moment geen alternatief voorhanden om een andere vorm van sturing te genereren. Vanuit het ministerie wil ik in overleg met het veld een serieuze poging willen doen om een alternatief sturingsinstrument te ontwikkelen.. Het is de vraag is of met meer agenten de gewenste resultaten worden behaald of dat er alternatieve wegen zijn om bestaande middelen slimmer in te zetten en daarmee het rendement te vergroten.
Onorthodoxe ideeën zijn wat mij betreft van harte welkom!’

 

Leiderschap met lef


‘De concernbrede resultaatsafspraken en de verdergaande harmonisatie van bedrijfsonderdelen vragen om leiderschap met lef van de korpschefs. Een mooi voorbeeld van het vergroten van de operationele slagkracht vind ik het gebruik van PDA’s in het korps Groningen, een slim hulpmiddel dat de medewerkers op straat gerichte aanwijzingen geeft om daadkrachtig te handelen en resultaten te boeken. Wat mij betreft is dat een gouden standaard die zo spoedig mogelijk binnen de hele Nederlandse politie ingevoerd mag worden.
Het is tot nu toe niet vanzelfsprekend om zo’n middel zonder discussie en eindeloos gepolder tot landelijke standaard te verheffen. Ik ben mij ervan bewust dat dit dan ook niet zonder slag of stoot en met groot enthousiasme in de grote korpsen zal worden ontvangen.

De voorgestelde formalisering van de overlegstructuur helpt de cultuur te veranderen, maar de echte kracht zit bij de korpschefs. Zij moeten vanuit een collectieve verantwoordelijkheid een dergelijk middel zonder meer tot landelijke standaard verheffen, het zonder discussies in de afzonderlijke korpsen invoeren én vervolgens vanuit co-creatie in plaats van concurrentie de verdere ontwikkeling ter hand nemen

 

Offers ten faveure van het collectief


‘Betekent dit nu een verregaande beknotting van de vrijheid van de afzonderlijke korpsen? Enerzijds wel, omdat je je conformeert aan de geldende standaard. Anderzijds hebben de korpsen nog steeds invloed op de wijze en het moment waarop zij de standaard in hun korps invoeren.
Het vraagtvan politiechefs - in het bijzonder de grotere korpsen - lef om bepaalde privileges in te leveren en offers te brengen ten faveure van het collectief. Aan de andere kant vereist het ook durf van het collectief om deze koplopers te verleiden hun eigenzinnigheid en innovatieve kracht tot nut van het algemeen belang in te zetten, en zodoende het verlies van eigenheid niet als verlies te ervaren.’

 

Crisis of uitdaging?


De financiële crisis zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de veiligheidssector en de politie. Onderzoek leert dat zo’n crisis kan leiden tot onzekerheid in de samenleving en mogelijk een toenemend gevoel van onveiligheid.. Het belang van een professionele politieorganisatie is nu maar ook onder veranderende omstandigheden evident. Tegelijkertijd zullen alle sectoren de broekriem aan moeten halen. Een extra reden dus om de politie doelmatig en doeltreffend in te richten en de uitdaging om binnen de sector van deze dreiging een kans te maken.

Het is onze uitdaging om de komende jaren geen nieuwe concepten te ontwerpen, maar vanuit de beschikbare kennis en kunde op innovatieve wijze vanuit een collectieve verantwoordelijkheid blijvend te werken aan de kwaliteit van de opsporing, de wijkveiligheid en het verminderen van de overlast en de verloedering.
Dat lukt alleen als we zo slim mogelijk werken. Daar heb ik al het nodige voor gezegd.

 


 

Bron: Het Tijdschrift voor de Politie, 2009, jrg. 71, nr. 3

Noten
1 Brief ministerie van BZK aan Tweede Kamer over Kabinetsstandpunt samenwerkingsafspraken en politiewet. d.d. 19122008, kenmerk 2008-0000615869
2 Voorstel van het kabinet in de brief aan de Tweede Kamer is om voortaan over de Raad van Korpschefs te spreken, en niet meer over de raad van hoofdcommissarissen.

Voetnoten

0 reacties

Reageer op dit artikel