Politie: zorgen over zelfmoord politiemensen
'Het aantal zelfmoorden onder politiemensen is een punt van zorg. We kennen de getallen niet precies, maar zorgelijk is het wel.' Aldus Berthold Gersons van de landelijke werkgroep Mentale Weerbaarheid in 'Blauw'. Ook de Raad van Korpschefs maakt zich zorgen.
Jan Struijs, voorzitter van de werkgroep, beaamt dat. 'We gaan de zelfmoorden onder politiemensen dan ook nauwkeurig onderzoeken op getal en oorzaak. We willen proberen uit te vinden of er een relatie is tussen enerzijds weerbaarheid en professionalisering binnen de politie en anderzijds de aard en omvang van de zelfmoorden onder politiemensen.'
Pijnlijk
'We weten er te weinig van', constateert Struijs. 'Maar we moeten het wel weten, hoe pijnlijk het onderwerp ook is.'
Druk
Onlangs bleek uit onderzoeken onder politiemensen dat ze onder steeds grotere druk moeten werken. Meer dan de helft van de ondervraagde dienders gaf daarbij aan dat de werkdruk te groot is. Ook de agressie waarmee ze te maken krijgen, zorgt bij velen voor spanning.
Mentale weerbaarheid
Door de resultaten van deze enquêtes besloot de Raad van Korpschefs tot een grootschalig onderzoek. Dat wordt uitgevoerd door de werkgroep van Struijs. Het onderzoek mentale weerbaarheid richt zich onder meer op het eerder en beter signaleren van problemen, bijvoorbeeld aan de hand van symptomen als: angst, slapeloosheid en verlies van de eigen persoonlijkheid. Struijs: 'We zien in de korpsen een toename van sociale en psychische klachten.'
Plan van aanpak
De Raad van Korpschefs probeert met het onderzoek nieuwe handvatten te vinden om de weerbaarheid binnen de politie te verbeteren. 'We willen als dat kan nog een aantal slagen maken. In sommige gevallen weten we nog te weinig', zegt een woordvoerder. Volgens hem ligt er in januari al een concreet plan van aanpak klaar.
11 reacties
De Raad van Korpschefs lijkt het onderwerp serieus te nemen, nu u nog.
Tot slot wil ik opmerken dat een goed werkklimaat in meerdere opzichten van grote betekenis is.
Misschien dat daaruit dan blijkt dat vertrouwenspersonen hierin een rol zouden kunnen spelen. Ik zou op dit moment terughoudend zijn om vertrouwenspersonen hierbij te betrekken, omdat ze daarvoor niet zijn opgeleid.
Ik denk dat in het artikel gekeken wordt naar factoren die beïnvloed kunnen worden. Op je omgeving (de prikkels) heb je veel minder invloed dan op je eigen gedrag en reactie. Je kunt het ook als bevrijding zien dat je invloed kunt hebben op de manier waarop je met ervaringen omgaat want dat maakt het een trainbare vaardigheid. Daar kun je wat mee in de praktijk en ook op zeer korte termijn.


R. Teijken
Oud Hoofd Voorlichting RP District Den Haag