Samenwerkingsafspraken politie: BHV (nog) niet gestandaardiseerd
In het rapport 'Onderzoek Samenwerkingsafspraken politie 2008; stand van zaken 2010' gaat de Inspectie OOV in op de implementatie en het daadwerkelijke gebruik van de politie ict-systemen BVH, BVO, BlueView en BVCM. De Inspectie concludeert dat de meeste korpsen hun eigen ‘BVH-pakket’ hebben waardoor BVH geen landelijk volledig gestandaardiseerd systeem is.
Bij de invoering van BVH zijn grote risico’s genomen en hebben gebruikers veel problemen in het dagelijks politiewerk ondervonden. Politiemensen zijn ontevreden over het nieuwe systeem.
Opsporing en capaciteit
BVO – het systeem voor de opsporing – is nog niet goed geïmplementeerd. Door een gebrek aan vertrouwen bij politiemensen om informatie te delen en door gebruiksonvriendelijkheid van het systeem wordt niet alle opsporingsinformatie in dit systeem ingevoerd. Daardoor is het niet landelijk raadpleegbaar via BlueView. Daarnaast blijkt dat zeven politiekorpsen de afgelopen twee jaar geen informatie uit BVO aan BlueView hebben aangeleverd.
BVCM – het systeem voor capaciteitmanagement – en het kenniscentrum personeelsvoorziening zijn conform de afspraak geïmplementeerd.
Uniform
De Inspectie OOV trekt op basis van haar onderzoek de algemene conclusie dat de beoogde betere samenwerking tussen de korpsen onvoldoende is gerealiseerd. De korpsen wisselen meer informatie uit dan voorheen maar nog onvoldoende en onvolledig. Van echt informatie delen is nog maar beperkt sprake. Drie basis ICT-systemen worden niet op uniforme wijze gebruikt en functioneren ook niet optimaal. Er zijn grote risico’s genomen bij de implementatie van de basisvoorzieningen waardoor de betrouwbaarheid en continuïteit van de informatievoorziening op het spel stonden. Het gemeenschappelijk functioneren van de Nederlandse politie is in dit opzicht niet verbeterd.
Gemeenschappelijke doelen
Duidelijk is dat de ict-infrastructuur en de 'governance' daarvan bij de politie nog niet goed op orde is en dat er een cultuur bestaat dat landelijk gemaakte afspraken door korpsen op essentiële punten niet of anders worden uitgevoerd. Dit blokkeert een slagvaardige aanpak voor het realiseren van landelijk gemeenschappelijke doelen omdat doorzettingskracht in het huidige sturingsmodel ontbreekt. Ook blijft daardoor te veel ruimte om af te wijken van landelijk afgesproken werkwijzen en standaards, hetgeen tot versnippering, diversiteit en onoverzichtelijkheid leidt wat ten koste gaat van de operationele prestaties van de politie.
Achtergrondinformatie
Het rapport vloeit voort uit de vraag van de ministers om begin 2010 nogmaals naar de stand van zaken van de samenwerkingsafspraken te kijken die eind 2008 nog niet volledig waren gerealiseerd. De samenwerkingsafspraken hebben kabinet en korpsbeheerders medio 2007 gemaakt om de samenwerking en het gemeenschappelijk functioneren van de politiekorpsen te verbeteren. Daarnaast hebben de ministers aan de Inspectie OOV gevraagd te onderzoeken in hoeverre de samenwerkingsafspraken effectief zijn.
De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (OOV) heeft medio mei 2010 haar rapport over het vervolgonderzoek naar de Samenwerkingsafspraken politie aan de ministers van BZK en van Justitie aangeboden (klik hier voor het rapport).


Reageer op dit artikel