De bestrijding van Roma-criminaliteit vergt een lange adem
Walter Hilhorst (35) is initiatiefnemer tot het oprichten van een landelijke expertgroep Roma binnen de Nederlandse politie. Zijn passie is het doelmatig en legitiem bestrijden van criminaliteit gepleegd door Roma, zonder deze kwetsbare groep te stigmatiseren. De bevlogen agent heeft het tot zijn missie gemaakt landelijk beleid ten aanzien van Roma-criminaliteit op de kaart te krijgen.
De passie van Hilhorst ontstond vijftien jaar geleden. Toen begon hij zijn loopbaan in Nieuwegein. Hier werd eind jaren 70 een aantal Roma gezinnen gehuisvest die met een generaal pardon in de Nederlandse samenleving zijn opgenomen. Als jonge, enthousiaste diender viel het criminele gedrag van de plaatselijke Roma hem gelijk op. ‘Ze hadden gewoon lak aan alles. Dit was niet bepaald het romantische beeld van de vioolspelende zigeuners zoals je je dat voorstelt’, zo vertelt Hilhorst. ‘Vanuit mijn hoge rechtvaardigheidsgevoel voelde ik mij uitgedaagd me in de Roma te verdiepen om zo deze misdaad beter te kunnen bestrijden.’
Na jarenlange literatuurstudie, surfen op Internet en het volgen van de ontwikkelingen in de media weet Hilhorst alles over hun cultuur, maatschappelijke positie en de bestuurlijke ontwikkelingen op landelijk en Europees niveau. ‘En ik weet wat er speelt binnen de Nederlandse politie en hoe we dit nu kunnen samenvoegen om tot een mooi product kunnen komen.’
Dat product is een Nederlandse expertgroep met als doel te komen tot landelijk beleid gericht op criminaliteit gepleegd door Roma. Twee jaar geleden nam Hilhorst zich voor dit beleid landelijk op de kaart te krijgen en hij is dan ook initiatiefnemer tot oprichting van deze groep. Binnen de Nederlandse politie is er namelijk geen georganiseerde expertise op het gebied van Roma. Ongeveer twintig agenten houden zich bezig met het onderwerp, maar de kennis wordt nergens geborgd. ‘Als ze een andere baan krijgen of met pensioen gaan, dan zijn deze kennis en ervaring weg’, aldus Hilhorst. ‘De expertgroep moet dat voorkomen.’
Naast zijn fulltimebaan als wijkteamlid in de regio Utrecht is Hilhorst ongeveer tien uur per week bezig met zijn ‘Roma-werkzaamheden’. Zijn passie gaat niet zover dat zijn persoonlijk leven er onder lijdt. ‘Ik doe het werk binnen de kaders die het politiebedrijf mij biedt. Daarbuiten verdiep ik me verder in het onderwerp en wordt ik dagelijks gemaild en gebeld. Maar het is wel iets dat binnen de politie moet worden besproken’, zo zegt hij. ‘Ik zie het in die zin ook niet als een persoonlijk probleem, maar meer als een uitdaging in mijn werk.’
Om deze passie te kunnen uitoefenen, moet je bovenal een lange adem hebben, aldus Hilhorst. ‘Het is een moeilijk en gevoelig onderwerp. Ik ben er zelf nu vijftien jaar mee bezig en vóór mij zijn meerdere collega’s al op het onderwerp stukgelopen omdat het gevoel van de werkvloer niet doorkwam bij de leiding en er geen beleid was.’
Door de jaren is Hilhorst de Roma-criminaliteit steeds meer gaan zien in breed maatschappelijke zin op landelijk niveau en niet meer alleen vanuit het bestrijden van criminaliteit op lokaal niveau. ‘Ik blijf het grote belang zien. Juist om de vertaalslag te maken vanaf de werkvloer naar het beleidskader probeer ik de gegevens die ik heb te vertalen naar beleid.’
Het definitieve besluit tot het oprichten van de expertgroep moet van hogerhand komen. ‘Krijg ik een ‘go’, dan kunnen we verder’, vertelt Hilhorst. ‘Maar gaat het niet door, dan moet ik uit zelfbehoud de stekkers eruit trekken en me weer richten op mijn normale politiewerkzaamheden. Dat zal niet gemakkelijk zijn, maar dat is wel een manier om te overleven. Anders wordt mijn passie een frustratie.’
