Laat vrouwen langer doorwerken!

Door Janine Janssen, korps Haaglanden, 03 november 2009 08:04 uur0 Waardering:

Laat vrouwen langer doorwerken! Het zal niemand ontgaan zijn dat op dit moment veel te doen is over de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd naar 67 jaar. De leeftijd moet omhoog, om het hele systeem betaalbaar te houden. Ook op het politiebureau waar ik werk, wordt daar veel over gesproken. Laatst deed een collega in dit verband een opvallende uitspraak:

‘zou het geen goed idee zijn om alleen vrouwen langer door te laten werken? Jullie worden immers toch ouder dan mannen, dus dan is de werklast ook eerlijk verdeeld!?’ De lezer van deze blog zal niet verbaasd zijn als ik vertel dat de bedenker van dit opmerkelijke plan een man is, die bovendien voor 1 januari 2010 ouder is dan 55 en dus zelf gebruik kan maken van de oude regelingen. De eerlijkheid gebiedt mij te bekennen dat ik wel gesteld ben op deze ‘oude’ baas en dat ik mij realiseer dat dit soort boute uitspraken in mijn bijzijn vooral wordt gedaan om mij uit de tent te lokken. In eerste instantie kon ik dan ook vooral glimlachen om deze idee-fixe. Ik werd echter serieus aan het denken gezet toen ons gesprek verder voortkabbelde en het thema ‘zwaar werk’ werd aangesneden. Er ontspint zich momenteel een maatschappelijke discussie over de stelling dat mensen die in hun arbeidzame bestaan ‘zwaar werk’ hebben verricht, op jongere leeftijd met pensioen mogen gaan. Maar wat is nou zwaar werk? Wie bepaalt dat? Mijn gesprekspartner overrompelde mij nu met een in zijn eenvoud simpele maar daardoor elegante redenering, waarin volgens mij een grote kern van waarheid schuilt: ‘de gedachte dat de pensioenleeftijd omhoog moet, is ingegeven door economische motieven, het gaat in feite om een bezuinigingsmaatregel. Dat is helder en op zich niet moreel verwerpelijk. Maar is het dan ook fair om bij het bepalen van ‘zwaar werk’ en daarmee het beantwoorden van de vraag wie eerder de arbeidsmarkt mag verlaten, economische leidraden te gebruiken? Zou hier de gezondheid van mensen niet het vertrekpunt van de analyse moeten zijn?’ Deze laatste retorische vraag kan alleen maar met ja worden beantwoord. Zodra er sprake is van economisch determinisme gaat de menselijke maat verloren. Door de gezondheid van werknemers centraal te stellen wordt ook het onderscheid tussen bijvoorbeeld executief en ander personeel irrelevant. Uiteraard hebben geüniformeerden te kampen met de invloed van onregelmatige diensten op hun fysieke welbevinden, maar dat geldt net zo goed voor de mensen van de arrestantenzorg. Mijn collega, die ik vanwege zijn uitspraak over langer levende vrouwen aanvankelijk nog verdacht had van ongure sociaaldarwinistische sympathieën, bleek dus een tegenovergestelde leer aan te hangen! Hij probeerde mij duidelijk te maken dat rangen en standen er in deze discussie niet toe horen te doen. De hamvraag is hoe een systeem gecreëerd kan worden dat in gelijke mate streeft naar economische rendabiliteit én serieus tracht menselijke waardigheid te integreren. Om dat echt goed te kunnen doen, betekent dat onvermijdelijk dat er op individueel niveau moet worden gewikt en gewogen. De een heeft in de loop van het leven fysiek zwaarder werk verricht dan een ander. Weer een ander is met slechtere kaarten gestart omdat hij of zij nu eenmaal op de wereld is gekomen met een zwakkere constitutie, waardoor ook lichtere werkzaamheden, alsnog een zware last kunnen zijn. Sommige banen vielen vroegere generaties loodzwaar, maar zijn inmiddels van andere aard doordat het fysieke beulswerk is overgenomen door apparaten. Ga zo maar door. Ons gesprek, dat startte als een verbale stoeipartij, waarin ik er vanaf het begin zeer op gebrand was het laatste woord te hebben, eindigde ermee dat ik ’s avonds in stilzwijgen en een nadenkende stemming het bureau verliet. Het moet gezegd zijn, om mij in die staat te krijgen, heeft mijn collega die dag zwaar werk verricht.
 

0 reacties

Reageer op dit artikel