Opinie Geheime diensten klem tussen politiek en beleid?

0

Op vrijdag 16 februari 2018 hield prof. dr. Paul Abels zijn oratie als hoogleraar Governance of Intelligence and Security Services aan de Universiteit Leiden. Het Auditorium aan het Rapenburg was bomvol. De actualiteit was dan ook groot gezien het raadgevend referendum over ‘de sleepwet’ dat later in meerderheid tegen de wet zou uitvallen. De titel van de oratie luidde Per undas adversas? Geheime diensten in de maalstroom van politiek en beleid. Dit was de boodschap:

De relatie tussen politiek en bestuur aan de ene kant en inlichtingen- en veiligheidsdiensten ter andere zijde is complex. Diensten hebben hun politieke opdrachtgevers en bestuurlijke afnemers van inlichtingen nodig voor hun mandaat en operationele effectiviteit, terwijl omgekeerd inlichtingen belangrijk zijn ter reducering van vele onzekerheden aan de politiek-bestuurlijke kant. Voor de praktische vormgeving van deze wederzijdse afhankelijkheid is in de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten een nieuw instrument opgenomen,
de zogeheten Geïntegreerde Aanwijzing (GA). De GA bergt grote risico’s in zich van politisering van inlichtingen en blikvernauwing ten aanzien van de dreiging. Het onderkennen van deze risico’s moet bij beide partijen leiden tot een behoedzame omgang met dit instrument.

Gevaar van de GA?
In het begin van zijn oratie memoreerde Paul Abels de verbaasde reactie van organisatieadviseur Tom Pauka op de houding van de BVD-medewerkers tijdens sessies in 2001 bedoeld om de ambtenaren van Binnenlandse Zaken gevoeliger te maken voor de politieke rol van hun minister: “Zij hielden pokhout vast aan de stelling dat niet de minister bepaalde wat zij moesten doen, maar de wet.” Abels vervolgt: In zijn eindverslag bestempelde Pauka de BVD op grond van deze ervaring als een ‘waardengestuurde organisatie’, waarbinnen de waarden en niet de loyaliteit aan de minister de keuzen en het handelen van de medewerkers bepaalden.
Over het werk van de diensten hangt een soms terechte – maar even vaak ook onnodige – zweem van geheimzinnigheid. Dit heeft ook te maken met een gebrek aan kennis en belangstelling bij politiek, samenleving èn wetenschap. Discussies over het functioneren van inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden vaak verengd tot deelaspecten en vertroebeld door stilzwijgen of gebrekkige communicatie van de diensten zelf. Al even vaak worden ze gekenmerkt door een gebrek aan kennis van zaken. De discussie over de nieuwe wet is hier een sprekend en actueel voorbeeld van.
Paul Abels vroeg zich af of de invoering van de Geïntegreerde Aanwijzing (GA) het gevaar met zich brengt dat de diensten ‘politiek gestuurd’ worden en vooral politiek gewenste inlichtingen dienen te leveren. Hij wijst op de pijnlijke ervaring dat inlichtingendiensten tijdens de Golfoorlog niet de politieke druk konden weerstaan om het dringend gewenste bewijs te leveren dat Sadam Hoessein daadwerkelijk beschikte over massavernietigingswapens.
Volgens hem moet niet de behoefte van de afnemer centraal staan bij de diensten, maar hun professionele inschatting van de dreigingen voor de nationale veiligheid. De hoofden van de diensten zullen dan ook stevig in hun schoenen moeten staan om de onafhankelijkheid, rechtsstatelijke zuiverheid en integriteit van hun organisaties te bewaken. Hoe dat vertaald moet worden in de politieke verantwoordelijkheid van de betrokken ministers vindt hij een interessante vraag voor de toekomst.

Ook hier maatschappelijke discussie
Dit brengt mij bij de vraag of het referendum over de ‘sleepwet’ hieraan een zinnige bijdrage leverde. Mijns inziens niet, hoewel de referendumcommissie haar best heeft gedaan om overzichtelijke informatie te geven over de Wet I. & V. 2017. Wél is het belangrijk om Paul Abels’ beschouwingen over de toezichthouders en de waarborgen zoals de klachtenregeling en de notificatieplicht ter harte te nemen en het vertrouwen van de burgers in de diensten te bevorderen. In dit verband troffen mij de opmerkingen van een van de hooggeleerde aanwezigen, die ik na afloop sprak en die mij wees op de noodzaak dat veel van wat in deze oratie naar voren werd gebracht nader onderzoek en onderbouwing nodig maakt.
Bovendien dienen ook de politieke zegslieden zich duidelijk uit te spreken over de rol van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) waar het hacken betreft, ofwel het gericht binnendringen van computers, smartphones, servers en andere apparaten en netwerken. Als het gaat om het gericht onderscheppen van telecommunicatie heeft de wet een duidelijk regime met algemene en bijzondere voorwaarden. Het is maar de vraag of en hoeverre bij de discussies over de ‘sleepwet’ de deelnemers beschikken over voldoende inzicht in deze materie.
Voor mij is in ieder geval duidelijk geworden dat de bevordering van de democratische rechtsorde, de staatsveiligheid en de andere belangen van de nationale veiligheid niet alleen een voortdurende politiek-bestuurlijke aandacht vereisen maar ook maatschappelijke discussies nodig maken. Die vinden immers ook plaats over de openbare orde en veiligheid, de rechtsorde en het functioneren van bestuur, justitie en politie in ons land. Bovendien heeft de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten gesteld dat bij de samenwerking van de AIVD met buitenlandse diensten de privacy beter moet worden gewaarborgd. De regering is aan zet!

Reageer