Het oordeel van Kuijken

0

Reikhalzend heb ik naar het oordeel van de commissie-Kuijken uitgekeken. De noodzaak van Nationale Politie werd alom onderschreven. De verwachtingen waren hooggespannen, maar eerst zien en dan geloven. Daarom werd al in oktober 2013 de commissie-Rinnooy Kan in het leven geroepen om de nieuwe Politiewet na vijf jaar te evalueren. Oud top-ambtenaar Wim Kuijken volgde Rinnooy Kan op toen deze lid werd van de Eerste Kamer. In een tussenrapportage van september 2015 konden nog geen definitieve conclusies worden getrokken. Dat zou de cie-Kuijken in haar eindrapport doen.

Het grote antwoord
Ik had behoefte aan een finaal, allesomvattend oordeel. Er is de laatste jaren veel over de politie gezegd. Ik was dit redactioneel begonnen met een opsomming van de vele tientallen rapporten en inspecties; ik ben ermee gestopt, want ik hield geen ruimte over om verder nog iets te schrijven. Meelevend, en misschien ook wel een beetje schuldbewust, merkt Ewald Riks van de Inspectie J&V in dit tijdschrift op dat “de politie niet zozeer lijdt onder toezichtslast, eerder onder onderzoekslast.” Met het laatste ben ik het sowieso eens. In alle onderzoeksrapporten zit een rode draad. Ze zeggen, min of meer, het volgende: er gaat veel goed; of – ook vriendelijk – de politie doet haar best, maar het moet beter. De conclusies werden natuurlijk overgenomen, want wie kan het daarmee oneens zijn? Elk onderzoek was voer voor de media, die steeds elke nuance in de rapporten hardhandig om zeep hielpen. Natuurlijk verschilde de toonzetting per medium, maar niet zelden vielen schaamteloos de meest verwilderde termen. ‘Rapport kraakt ICT’, ‘Chaos bij de Nationale Politie’, ‘Politie is corrupt’, enzovoort. En iedere keer lazen we dat de bonden het altijd al hadden gezegd.

U begrijpt, ik keek uit naar het allesomvattende rapport van de cie-Kuijken: is de NP nu een succes of is ze dat niet? Groot was mijn teleurstelling toen ik het rapport las. De media meldden: ‘Reorganisatie van politie is verre van klaar’. ‘Of de NP Nederland veiliger heeft gemaakt, valt niet te zeggen’, ‘Wijkagenten zijn de dupe’. Kuijken zei zelf op tv: “We hebben aanwijzingen dat het beter gaat, maar we hebben nog geen definitief oordeel”. “We kunnen nog niet de conclusie trekken dat de NP geleid heeft tot meer veiligheid of het effect in de samenleving, dat ooit beoogd was.” “De commissie kan alleen de ietwat zuinige conclusie trekken dat de prestaties van de politie er over het algemeen niet op achteruit zijn gegaan.” Bij Nieuwsuur meldde professor Bob Hoogenboom, ogenschijnlijk net zo teleurgesteld, dat hij het er volledig mee eens is.
Kuijken schreef: ‘Bij de politie kunnen de oesters zich gemakkelijk sluiten als van ‘boven’ of van ‘buiten’ vragen, klachten of kritiek komen.’ Met zo’n opmerking kun je ook nu niets anders dan de conclusies omarmen en de aanbevelingen overnemen. Volgens Kuijken is dat ook noodzakelijk als ‘een richtsnoer voor de volgende strategische evaluatie van het werk in uitvoering’. Die volgende evaluatie is over vijf jaar. Nog vijf jaar wachten dus op het grote antwoord!

Vragen
Er kwamen tal van vragen bij mij op: kan de cie-Kuijken aangeven wanneer het dan wel af is? Zijn er überhaupt organisaties die áf zijn? Kan men aangeven wat nodig is om waar te maken wat precies beoogd was met Nationale Politie? Wat moet er gebeuren zodat Kuijken zegt dat veiligheid wél is toegenomen en wat is dat eigenlijk, veiligheid? En, misschien rebels: zegt de uitkomst misschien ook iets over hoe kansrijk zo’n evaluatie überhaupt is? Misschien kan Bob Hoogenboom helpen.
Na vijf jaar studie komt de cie-Kuijken daarom tot de volgende belangrijke aanbeveling: ‘De politie moet, door monitoring en een evaluatie-eenheid op het hoogste niveau, betere kennis krijgt over de effecten van haar inzet. Je moet immers antwoord kunnen geven op de vraag: Hoeveel veiligheid krijgt de samenleving voor het geïnvesteerde geld?’
De Tilburgse bestuurskundige Stavros Zouridis kwam in zijn duimendikke rapport over ‘politieproductiviteit’ (2014) onderbouwd niet tot een zinvol meetinstrument. Het Interdepartementaal Beleids Onderzoek verzandde omdat het eveneens niet kon meten wat een effectieve politie is. Toch wordt opnieuw vruchteloos ingezet op het meetbaar maken van politie-inzet. Dat geeft weinig verwachting voor over vijf jaar.

Hoop
Toch ontleen ik aan het rapport ook erkenning. De cie-Kuijken stelt: ‘Doel van de Pw2012 volgens de beleidslogica is het vergroten van het vertrouwen van de burger in de politie.’ Dat komt wonderwel overeen met een passage uit de preambule van het Ontwerpplan Nationale Politie 2012, dus een van de eerste zinnen over Nationale Politie: ‘De belangrijkste maatstaf voor goed politiewerk is het vertrouwen dat de burger heeft in het werk van ‘haar’ politie.
De cie-Kuijken constateert dat het vertrouwen van de burger in de politie min of meer op een constant niveau is gebleven. Andere overheidsinstellingen zien een daling in het vertrouwen, geeft ook de cie-Kuijken toe. Daarnaast nemen onveiligheidsgevoelens zelfs nog een beetje af. Had dit geen aanleiding voor de cie-Kuiken kunnen zijn om toch iets minder zuinig te concluderen?

Het bracht me op de gedachte: voor wie is de politie er nu eigenlijk, voor Den Haag of voor de mensen? Zo overwegend kom ik terug op een oud idee, dat ik jaren terug lanceerde en waar Stavros Zouridis minstens belangstellend op reageerde: alle controllers, onderzoekers en andere rekenmeesters scholen zich om tot interviewers, die systematisch burgers, mensen in scholen, GGZ-instellingen, ondernemers, raadsleden, lokale media, moskeebesturen, slachtoffers en vele andere partners en contacten van de politie gaan bevragen over hun tevredenheid met de politie. Dan ontstaat een invoelbaar beeld, wat echt prikkelt om het beter te gaan doen. De politie is er immers voor de mensen en dat weet elke diender.

Reageer