Opinie | Communicatie: de achilleshiel van burgerparticipatie?

0

Op de agenda van de ‘Strategische Reflectietafel Burgeropsporing’ moet óók aandacht zijn voor communicatie met burgers.  Een naar buiten gerichte open houding is immers van wezenlijk belang voor de effectiviteit en legitimiteit van de opsporing.

In november 2018 hoorde ik van het bestaan  van de ‘Strategische Reflectietafel Burgeropsporing’. Toen ik dit  opzocht op Google kreeg ik geen enkele hit. Aan de deelnemers kan het niet liggen: George Alders, Wim van Amerongen, Maurits Barendrecht, Chris van Dam, Oscar Dros,  Bart de Koning,  John Lucas, Henk Naves,  Sue Preenen, Rianne Siebenga, Leo Wallage en Charles Wiegant. Afgezien van het feit dat de samenstelling van de deelnemers niet echt een doorsnee van de samenleving is (de (blanke) mannen zijn behoorlijk oververtegenwoordigd) is mijn eerste indruk dat een afspiegeling van alle relevante partijen is.

Beveiligingswereld en moedige burger ontbreken
Iemand vanuit de particuliere recherche en beveiligingswereld zou niet in het rijtje misstaan. Op 11 januari 2018 reikte Erik Akerboom tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Nederlandse Veiligheidsbranche, gehouden in Kasteel De Wittenburg te Wassenaar, hen als boegbeeld van de sterke arm de hand, om zich samen met de politie te richten op de vraagstukken van morgen.

“Er is maar 1 weg die leidt tot meer veiligheid en dat is meer en betere samenwerking. Met de burger, met bedrijven en met u. Veiligheid maken we niet in onze eigen gebouwen, maar met elkaar. Wij met elkaar als professionals.” Eén van de ambities die Akerboom daar uitspraak was om daar met elkaar meer vorm aan te geven. Toevoeging van de branche aan de ‘Strategische Reflectietafel Burgeropsporing’ lijkt mij dan voor de hand te liggen.

Mocht de agenda het toelaten dan zou ook het uitnodigen van een burger zoals Sylvia Veld voor de hand liggen. Zij werd onlangs nog onderscheiden met de prof.mr. Pieter van Vollenhoven- penning voor haar getoonde moed en is bekend van haar boek  ‘De jacht op mijn verkrachter’. Hierin doet zij uitvoerig verslag over de burgeropsporing waar zij noodgedwongen zelf aan deelnam. Haar verhaal is op hoofdlijnen wel bekend: op 7 juni 2017 publiceerde De Telegraaf een artikel waarin zij als slachtoffer van een poging tot verkrachting in Hoorn (NH) aangaf dat de politie zich te weinig had ingespannen om de verdachte op te sporen. Hij gebruikte haar telefoon nadat hij haar had mishandeld en deze van haar had gestolen. Zij verhaalde hoe zij zelf acties had ondernomen om achter de identiteit van de verdachte te komen. Dit deed ze door haar mobiele telefoon te traceren en, via social media, contact met hem te leggen.

Communicatie met slachtoffer serieus aandachtspunt
Het relaas van het slachtoffer was aanleiding voor een maatschappelijke discussie over het optreden van de politie in deze zaak. Dat het slachtoffer op schijnbaar eenvoudige wijze in staat was de locatie en de identiteit van de verdachte te achterhalen suggereerde dat de politie niet voortvarend had opgetreden. De aanhouding van de verdachte volgde na inspanning van Veld ruim vier maanden nadat het incident had plaatsgevonden. De zorgen die het slachtoffer heeft geuit en het beeld dat is ontstaan over het optreden van de politie in deze zaak waren voor de Inspectie Veiligheid en Justitie aanleiding om nader onderzoek te verrichten.

De Inspectie kwam tot de conclusie dat de politie in deze zaak de verdachte binnen de daarvoor door het OM en de politie gestelde termijn heeft opgespoord door daartoe opgeleide en gecertificeerde medewerkers. De verdachte is veroordeeld en later ook uitgezet. De Inspectie signaleerde echter ook een aantal aandachtspunten in de wijze waarop de politie het onderzoek heeft uitgevoerd. Het slachtoffer had mogen verwachten dat het politieoptreden, behalve zorgvuldig en tijdig, ook voortvarend gebeurt. Dit was niet het geval. Daarnaast was de wijze waarop er was gecommuniceerd met het slachtoffer een serieus aandachtspunt.

Legitimiteit opsporing in het geding
Juist ten aanzien van de communicatie heeft Sylvia Veld in haar boek het nodige op te merken.  De communicatie was naar haar mening niet proactief noch helder. Zo is het voor haar niet steeds duidelijk geweest of en hoe er vervolg werd gegeven aan de aanknopingspunten die zij bij de politie onder de aandacht bracht, wat betreft haar mobiele telefoon en het social media account. Mede hierdoor is het begrijpelijk dat ze geen volledig vertrouwen in de politie heeft gehad. En hiermee raakt ze een teer punt: de legitimiteit van de opsporing.

De politie heeft zich ten doel gesteld dat het vertrouwen van het slachtoffer en dat van de maatschappij in de politie wordt versterkt, door de wijze waarop de politie haar onderzoek uitvoert. De burger mag verwachten dat de politie zich maximaal inspant. Door daarbij zorgvuldig, tijdig en voortvarend op te treden en duidelijk te communiceren over wat de politie doet, krijgt de burger het gevoel dat de zaak bij de politie in goede handen is.

Waardige reactie van politie
Iemand die dit met gezag ter sprake zou kunnen brengen is Leo Wallage, Hoofd Operatiën bij de  Eenheid Noord Holland. Hij komt in ‘De jacht op mijn verkrachter’ meerdere malen aan bod. In het boek is ook een aantal mails van hem aan het slachtoffer opgenomen, waarin hij onder andere schrijft: “De samenleving heeft recht op een open communicerend politieapparaat, een politie die reageert en antwoord geeft. Een politie ook die verantwoordelijkheid neemt als er fouten zijn gemaakt en laat zien dat zij kan leren. Het is ook de verantwoordelijkheid van de politie om, als dat nodig is, te werken aan herstel van het beschadigde vertrouwen in de samenleving”.

Ik vond en vind het, bij gebrek aan een beter woord, een waardige mail. Het illustreert treffend hoe belangrijk open communicatie is en dat je als politieprofessional recht kunt doen aan een moeilijke situatie, zeker naar de aangeefster. Op dit gebied gaat het nog te vaak mis. Ik hoop dat behalve zorgvuldigheid, tijdigheid en voortvarendheid, óók op de agenda van de Strategische Reflectietafel Burgeropsporing ruimte is voor de wijze van communiceren met de burger.  Het lijkt me, met een naar buiten gerichte open houding, van wezenlijk belang voor de effectiviteit en legitimiteit van de opsporing.

Mr. J.J. (Jeroen) Obdam is senior inspecteur bij de Inspectie Justitie en Veiligheid. Dit artikel werd op persoonlijke titel geschreven

Foto: Fotopersbureau Roel Dijkstra

Reageer