Over ongemak in de relatie tussen politie en onderzoekers

0

Lezen is een aangenaam en nuttig tijdverdrijf. Je kunt bijzondere ervaringen opdoen, inzichten verwerven en jezelf beter leren kennen. Nog aangenamer is het om, uit de intimiteit van het boek in de kille werkelijkheid teruggekeerd, onverwacht iemand tegen te komen die dat private genoegen ook heeft ervaren, liefst iemand die getroffen is door eenzelfde inzicht, die de bijzondere passage mogelijk zelfs kan citeren. Dan slaat een vonk over. Janine Janssen, de politievrouw die meer boeken publiceert dan u en ik kunnen lezen, is een goede schrijfster. Maar wist u dat zij ook een goede lezer is? Ik ontdekte dat toen zij met een opmerking zo’n vonk deed overslaan. Laat mij dat uitleggen.

David en Bathseba
Een van mijn favoriete verhalen komt uit het Oude Testament, om precies te zijn uit het boek Samuel. Voor wie niet bijbelvast is, zal ik het beknopt navertellen. Zo’n duizend jaar voor Christus heerste over het Joodse volk koning David. Hij had als eerste vorst een ambtelijk apparaat opgebouwd, zodat hij er niet meer telkens met het leger op uit hoefde maar zich met bestuur en rechtspraak kon bezighouden. Op een mooie avond zat hij na gedane arbeid op het balkon van zijn paleis uit te rusten toen hij in een nabijgelegen tuin een beeldschone vrouw zich zag uitkleden en een bad zag nemen. Het bleek Bathseba te zijn, de echtgenote van Uria, een van zijn generaals. Deze vocht op dat moment voor de koning aan het front. Dat weerhield David er echter niet van om haar te ontbieden en met haar de nacht door te brengen.
Die nacht bleef niet zonder gevolgen. Enige tijd later liet Bathseba namelijk weten dat zij zwanger was. Dat bracht de vorst in een lastig parket. Maar hij was, zouden we nu zeggen, oplossingsgericht. Hij ontbood Uria van het front, zei hem dat hij rust had verdiend en stuurde hem naar huis, natuurlijk in de hoop dat hij daar met zijn vrouw zou vrijen en later zou denken dat hij zelf het kind had verwekt. Uria ging echter niet naar huis, maar naar de kazerne om als een echte militair te midden van de soldaten te overnachten. Dat doorkruiste koning Davids opzet. Hij besloot daarop Uria naar het front terug te sturen en gaf de opperbevelhebber zelfs de instructie hem in de voorste linies in te zetten. Het resultaat: bij de eerstvolgende gevechten sneuvelde Uria. De koning kon nu op Bathseba beslag leggen.

Nathan
Mij trof vooral het vervolg van het verhaal, waarin een jonge herder opduikt, Nathan geheten, die voorbestemd is profeet te worden. Deze had van de vorstelijke strapatsen kennis gekregen (ingefluisterd door goddelijke voorzienigheid, zei men toen; wij denken eerder aan de geruchtenmachine) en had bij David audiëntie gevraagd. Voorgeleid vertelde hij de koning dat hij een rijke herder kende, bezitter van een grote kudde schapen, die, toen hij een gast op bezoek kreeg, beslag had gelegd op het enige lammetje van een naburige arme herder en dat aan zijn gast had geserveerd. Zoals te verwachten viel, wond koning David zich over dit onrecht enorm op en hij eiste dat Nathan hem de naam van die rijke herder terstond onthulde zodat hij deze kon straffen. Daarop antwoordde de jonge profeet: “U bent die herder.”
Treffend is natuurlijk de perspectiefwisseling die de slimme Nathan bij de vorst teweeg wist te brengen. De onvoorziene consequenties van zijn immoreel gedrag hadden David ertoe aangezet zich steeds verder in bureaucratisch handelingen te verstrikken: naarstig op zoek naar een oplossing had hij Uria ontboden, hem allerlei instructies gegeven en ten slotte administratief de dood ingezonden. Met zijn slimme actie appelleert Nathan aan het morele besef van de koning en doorbreekt zo diens politieke machinaties. Zonder vernuft was dat niet gelukt. Als Nathan de koning direct op zijn daden had aangesproken, was deze ongetwijfeld, geschokt over zoveel brutaliteit, prompt in de verdediging geschoten en had hij de jonge profeet direct de deur gewezen, zo niet laten ombrengen. Nu kon de verontwaardigde koning echter niet om zijn eenmaal uitgesproken eigen oordeel heen.
Voor politieonderzoekers leek Nathans actie mij een leerzaam voorbeeld, zeker in een tijd waarin opgeklopte verontwaardiging het publieke domein domineert. Het verhaal maakt duidelijk hoe in situaties zonder bindende regels macht kan worden ingetoomd, politisering kan worden teruggedrongen en machthebbers tot zelfreflectie kunnen worden aangezet.

Uria
Maar nu mijn eigenlijke punt. Ik heb met diverse mensen over dit verhaal gesproken, ik heb er zelfs enkele geleerde boeken over gelezen, maar Janine was de eerste die opmerkte: heb je wel bedacht wat er in Uria moet zijn omgegaan? Nee, dat had ik niet. Stom. Waarom heeft niemand zich dat eerder afgevraagd?
Politieonderzoekers – ik zonder mij zelf niet uit – zijn gefascineerd door de zich misdragende koning David. Wij leggen graag de vinger op zere plekken in de politie. Dat mag in Nederland, dat is ook goed voor Nederland en is ook goed voor de politie. In de inleiding tot Janines nieuwe publicatie Uitgelezen doe ik dat ook, een beetje baldadig, zeker, maar de kwestie die ik aansnijd, verdient dat ook. Maar zo dreig je, zelfs als je zoals ik in navolging van Nathan je punt met een omweg probeert te maken, in je enthousiasme over dat te maken punt de positie van de politie uit het oog te verliezen, dat wil zeggen de positie van Uria. Janine had er wel oog voor. Lees het eerste hoofdstuk van haar nieuwe boek maar.
Die Uria was niet gek. Als je het verhaal goed leest, ontdek je dat hij hoogstwaarschijnlijk besefte dat David Bathseba zwanger had gemaakt. Hij ging niet voor niets niet naar zijn echtgenote toe. Hij wilde zijn bevoegd gezag niet aan een excuus voor wangedrag helpen. Anderzijds gehoorzaamde hij wel aan de opdracht om naar het front te gaan. Uria geeft naar mijn idee voor een militair voorbeeldig op eigen kracht passend gehoor aan moraal (niet medeplichtig worden) en politiek (onderkennen wat je plicht is). In tegenstelling tot koning David die gevangen raakte in politieke oplossingen voor een persoonlijk probleem en zonder Nathan daar niet uit los zou komen. Als u wilt weten hoe het met de vorst afliep, moet u het verhaal zelf maar lezen.

Doel en middelen
Nu hoeven Nederlandse politiechefs gelukkig niet bang te zijn dat het bevoegd gezag hun partner bezwangert. Maar Uria’s positie moet voor hen toch wel herkenbaar zijn. Soms moet je als politieman of -vrouw opdrachten accepteren en uitvoeren die je onverstandig vindt of waar je het mee oneens bent. Soms krijg je de indruk dat de politiek een spelletje met je speelt. Dat hoort bij het vak. De politie dient de rechtsstaat, maar is af en toe ook eenvoudig instrument van het bevoegd gezag. Politiemensen leven met het niet altijd direct te herkennen risico dat in het eigen optreden rechtstatelijke regels in plaats van te handhaven doel tot middel worden gemaakt voor blote machtshandhaving.
Bijvoorbeeld als je van hogerhand met een niet onderbouwde waarschuwing voor gevaar tot optreden wordt aangezet waarvan je zelf niet direct de noodzaak inziet. Of als een bovengeschikte jouw disciplinaire maatregelen ondermijnt in een poging zelf populair te worden. In hoeverre kan je dan je rug recht houden en dienstbaar, blijven aan de waarden van de rechtsstaat? In hoeverre herken je dan zoals Uria wat je plicht is en waaraan je moet voorkomen medeplichtig te geraken? Dat is een niet te benijden opgave die niet altijd zonder kleerscheuren tot een goed einde is te brengen.
Als politieonderzoekers hebben wij het op het eerste gezicht gemakkelijker. Wij moeten gewoon goed onderzoek doen, ons daarbij niet door instructies van hogerhand af laten leiden en van de bevindingen helder en oprecht verslag doen, ook als daar voor politici of bestuurders een ongemakkelijke boodschap uit voortvloeit. Publieke instituties hebben degelijk, onafhankelijk onderzoek nodig. Speaking truth to power. Lange tijd meende ik dat de onbekende auteur van het boek Samuel door van Nathan de held van zijn verhaal te maken ook dat standpunt vertolkte, alleen met de toevoeging dat de waarheid op een slimme manier moet worden gepresenteerd. Hetzelfde idee dat Michel Foucault dertig eeuwen later de figuur van de parrèsiastes zou doen omarmen: iemand die de bevestiging van zijn waarheidsclaim zoekt in het weerwerk van de macht. Maar de figuur van Uria roept niet alleen voor politiechefs, maar ook voor onderzoekers, die zo vatbaar zijn voor identificatie met een romantische held als Nathan, lastige vragen op. Zou hij, als de jonge profeet eerder was toegesneld en diens sneuvelen aan het front had voorkomen, wel onverkort blij geweest zijn met diens interventie? Dat valt te betwijfelen. Waarschijnlijk had hij onthulling van het vorstelijk overspel met zijn echtgenote pijnlijk gevonden. Zou Nathan met al zijn slimheid wel oog hebben gehad voor deze collateral damage? Ook voor onderzoekers geldt dat het doel niet de middelen heiligt.

Dilemma’s
Janines attendering op de figuur Uria ondermijnde nog een andere zekerheid. Nathans manoeuvre was in mijn ogen ook het antwoord op het onvermogen van veel onderzoekers om politiemensen in de praktijk met hun inzichten te bereiken. Wie leest er al die rapporten en rapportjes en al die peerreviewed artikelen? Vaak doen onderzoekers dat zelf al niet. Waarom zouden politiemensen dat dan wel moeten doen? Nathans succes berustte vooral op de vorm waarin hij de boodschap overbracht en die hem hielp effectief de aandacht van David voor zijn onwelkome boodschap te trekken. Zo bereikte hij doorwerking.
De vraag is echter of onderzoekers zich wel moeten mengen in de massa aandachtzoekers die politiek en publieke opinie momenteel volop domineren. Wordt niet elke boodschap gereduceerd tot een simpele kwestie van voor of tegen? Wordt momenteel niet in de Verenigde Staten Uria in de persoon van openbaar aanklager Robert Mueller door een aandachtszieke vorst met misplaatste vergelijkingen ontregeld? Is het niet veeleer de vraag hoe je als onderzoeker in een dergelijke maatschappelijk context met waarheidsvinding de rechtshandhavende instellingen kan stutten?
Als uitweg uit deze duivelse dilemma’s pleiten sommigen in de politie voor de opleiding van reflective practitioners: politiemensen die praktijkonderzoek kunnen doen. Ik vind dat een riskante illusie. Handelen is iets anders dan reflectie. Goed onderzoek vergt andere kwaliteiten dan goed politiewerk. Het vergt beslist betrokkenheid bij de praktijk, maar bovenal distantie. David heeft Nathan nodig om los te geraken van het oplossingsgerichte denken waarin hij verstrikt is. Ik betwijfel of praktijkonderzoek in staat is om de perspectiefwisseling teweeg te brengen die nodig is om de vorst oog te doen krijgen voor de miskende aspecten van zijn gedrag. Ik vrees dat het hem veeleer sterkt in zijn machtsuitoefening en in de daarmee verbonden blikvernauwing.
De politie heeft onafhankelijk onderzoek nodig, de komende tijd meer dan in het verleden, omdat haar aanwezigheid in de samenleving steeds minder vanzelfsprekend is en alleen reflectie op de eigen praktijk het aanpassingsproces de juiste richting kan geven. En onderzoekers hebben een zelfbewuste politie nodig omdat zij zelf niet altijd beseffen welke impact hun bevindingen hebben en gemakkelijk hun eigen dilemma’s uit het oog verliezen. De vraag is hoe zij elkaar bij zoveel ongemak kunnen vinden en respecteren.

Verder lezen:
J. Janssen, Uitgelezen. Den Haag: Boom Lemma, 2018.
M. Halbertal, S. Holmes, The beginning of politics. Power in the Biblical Book of Samuel. Princeton: Princeton University Press 2017.
M. Foucault, Parrèsia. Vrijmoedig spreken en waarheid. Amsterdam: Boom 2004.

Reageer