Stelselherziening geweldsaanwending: strafrechtelijke vervolging van agenten

0

Wordt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van agenten vergroot door de komst van het nieuwe kwaliteitsdelict? Een onderwerp dat meermaals naar voren kwam in de adviezen over het wetsvoorstel stelselherziening geweldsaanwending. De minister is er helder over: dat is geenszins de bedoeling. Uit onderzoek naar artikel 12 Sv-jurisprudentie blijkt echter dat er wel degelijk een risico voor uitbreiding van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van agenten bestaat.

mr. Milo van Troost, Scriptieonderzoek Vrije Universiteit

Een van de onderdelen van de stelselherziening geweldsaanwending die na de zomer in de Tweede Kamer wordt behandeld, is de introductie van een strafbepaling in het Wetboek van Strafrecht die alleen van toepassing is op de opsporingsambtenaar en als doel heeft zijn positie in het strafrecht te verbeteren. De gedachte is dat niet de vraag óf een agent een algemeen delict uit het strafrecht heeft begaan centraal zou moeten staan in de vervolging, maar de vraag of de agent zijn geweldsinstructie heeft geschonden.

Daarom wordt voorgesteld het verwijtbaar schenden van de geweldsinstructie als strafbare gedraging op te nemen in het strafrecht, in artikel 372 Sr. Waar agenten in de huidige situatie vervolgd (kunnen) worden voor algemene delicten als (zware) mishandeling en doodslag, geeft dit zogenaamde kwaliteitsdelict het OM een extra keuzemogelijkheid in de vervolging van politieagenten. Volgens de minister kan er enkel in de situatie waarin onder het huidige regime vervolgd zou worden voor een algemeen delict gebruik gemaakt worden van het kwaliteitsdelict, zie MvT, pdf pag. 18.

In dit artikel in TvdP 3/17 wordt het risico besproken dat met de komst van het nieuwe kwaliteitsdelict meer zaken zullen worden voorgelegd aan de strafrechter. Het is voorstelbaar, zo stellen de auteurs, dat waar een officier van justitie in de huidige situatie twijfelt een politieagent te vervolgen voor een algemeen delict (vanwege de mentale belasting voor de agent), er met de komst van het nieuwe delict, dat toegespitst is op het vervolgen van agenten en minder criminaliserend is, eerder gebruik zal worden gemaakt van die strafbepaling.

De invloed van de artikel 12 Sv-procedure
In mijn masterscriptie onderzocht ik of er artikel 12 Sv-jurisprudentie bestaat die dat vermoeden kan bevestigen of ontkrachten. Dat er artikel 12 Sv-procedures worden aangespannen in dit soort zaken, is heel aannemelijk. Een vraag die ik stelde was, of de gerechtshoven het OM veel ruimte laten bij de afweging politieambtenaren wel of niet te vervolgen in geval van schietincidenten met (zwaar)gewonden of dodelijke afloop en bij aangiften tegen een agent van mishandeling.

Als in de uitspraken van de gerechtshoven een lijn kan worden geconstateerd waaruit blijkt dat de gerechtshoven in dit soort gevallen toch graag zien dat een onafhankelijke rechter oordeelt over de vraag of vervolging voor een algemeen delict op zijn plaats is, zou dat een implicatie voor het nieuwe kwaliteitsdelict kunnen betekenen. Het OM kan dan wel inzetten op vervolging voor het nieuwe kwaliteitsdelict, maar zal daar in geval van artikel 12 Sv-klachten vermoedelijk weinig ruimte voor krijgen, omdat er wordt verzocht om te vervolgen voor een zwaarder algemeen delict en de gerechtshoven die afweging aan de rechter willen laten. Of is er een lijn te zien die juist wijst op veel vrijheid bij de vervolgingsbeslissing van het OM; vinden de gerechtshoven het OM onafhankelijk genoeg om de vervolgingsbeslissing zelf te nemen? Dat zou betekenen dat het OM die vrijheid na invoering van het kwaliteitsdelict behoudt.

In mijn onderzoek heb ik een splitsing gemaakt tussen zaken waarin de opsporingsambtenaar werd verdacht van doodslag en zaken waarin de opsporingsambtenaar werd verdacht van mishandeling. Over de onderzochte zaken waarin doodslag/vuurwapengeweld een rol speelde kan vooral geconcludeerd worden dat het OM in de meeste gevallen wordt gesteund door de gerechtshoven in de keuze om niet te vervolgen. Zie onder onder 1. de desbetreffende zaken.

In de zaken die werden gevonden met als verdenking mishandeling is de lijn van de gerechtshoven niet veel anders, het OM wordt in de meerderheid van de gevallen gesteund in de vervolgingsbeslissing. Maar de artikel 12 Sv-jurisprudentie met betrekking tot mishandelingszaken is in het licht van het nieuwe kwaliteitsdelict belangrijker, omdat in deze jurisprudentie een bevestiging lijkt te kunnen worden gevonden voor het vermoeden dat er met de komst van het kwaliteitsdelict meer zaken voor de strafrechter zullen worden gebracht. Zie onder onder 2. de desbetreffende zaken.
In het merendeel van de mishandelingsklachten die ik vond (7 van de 8 klachten), overwoog het Hof dat het niet aannemelijk is dat de strafrechter tot een veroordeling zal komen voor mishandeling en werd het OM dus gesteund.

Echter, in 5 van de 8 gevallen (ook het merendeel dus) doet zich een scenario voor waarbij het Hof tot het oordeel komt dat er wel sprake is van disproportioneel handelen, maar worden de klachten afgewezen op basis van opportuniteit (omdat er bijvoorbeeld slechts licht letsel is, of omdat er reeds interne maatregelen zijn genomen). In dit oordeel onderzoekt het Hof de mogelijkheid om de zaak aan de strafrechter voor te leggen met kans op een veroordeling voor mishandeling of een ander algemeen delict. Vervolging en eventuele veroordeling voor mishandeling wordt in deze gevallen niet opportuun geacht, maar in deze afweging is uiteraard niet het nieuwe kwaliteitsdelict meegenomen.

Nieuwe situatie: artikel 372 Sr
Wat nu als er een delict in het Wetboek van Strafrecht is opgenomen dat speciaal is geschreven voor het overschrijden van de geweldsinstructie (of anders gezegd, voor het verwijtbaar disproportioneel handelen)? De vraag naar subsidiariteit en proportionaliteit speelt dan een belangrijke rol. Kan het Hof, of eigenlijk in beginsel de officier van justitie, in gevallen als de bovenstaande (wel disproportioneel gehandeld, maar bijvoorbeeld slechts gering letsel of interne maatregelen genomen) dan nog wel kiezen voor niet-vervolging?
Het lijkt er niet op, want op basis van bovenstaande klachten lijkt het zinvol om te gaan klagen over overschrijding van de geweldsinstructie. Dat kan resulteren in de situatie dat er meer opsporingsambtenaren zullen worden veroordeeld op basis van het nieuwe kwaliteitsdelict, en op die manier wordt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van opsporingsambtenaren juist uitgebreid.

Er worden strikt technisch gezien misschien niet meer situaties strafbaar met de komst van het kwaliteitsdelict, maar in de praktijk blijkt dat de opportuniteitsoverweging grote invloed kan hebben. Loopt de agent niet het risico om juist eerder en vaker tegen een veroordeling (terzake artikel 372 Sr) aan te lopen? Dat leek in ieder geval niet de bedoeling van de minister. De praktijk zal uit moeten wijzen of de agent er in de toekomst beter voorstaat met deze wetswijziging onder de arm, redenen om daaraan te twijfelen zijn er mijns inziens zeker wel.

1. Onderzochte zaken doodslag/vuurwapengeweld
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2016:1696
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2014:783
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2015:67
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2006:BA1208
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARN:2012:BW5870
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2014:2708
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2007:BD6450
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:922
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2015:2177
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2017:5591
https://www.recht.nl/rechtspraak/uitspraak?ecli=ECLI:NL:GHSHE:2008:BF4176
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2004:AU7729

2. Onderzochte zaken mishandeling
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2012:BX4873
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2008:BD9088
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHSHE:2007:BB7471
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:799
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:4437
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2016:5003
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:1652
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:2014

Reageer