Vechtafspraken

0

Uit op sociale media gepubliceerde beelden blijkt dat voetbalsupporters tegenwoordig (ook) met elkaar op de vuist gaan buiten wedstrijddagen. Voorafgaand daaraan maken zij afspraken over tijdstip, locatie, de grootte van groepen en ‘spelregels’. Deze zogenaamde vechtafspraken brengen het risico op getrainde en georganiseerde vechtgroepen met zich mee en kunnen tot onbedoeld slachtofferschap leiden, bijvoorbeeld als afspraken over wapengebruik of grootte van groepen niet worden nagekomen. In opdracht van Politie & Wetenschap heeft Bureau Beke onderzoek gedaan naar vechtafspraken, de reikwijdte daarvan en implicaties voor de politieaanpak.

Mede dankzij het gevoerde voetbalveiligheidsbeleid is het aantal zware en middelzware geweldsincidenten rondom het voetbal stabiel en ligt dit aanmerkelijk lager dan in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw. Tegelijkertijd is vaker sprake van voetbalgerelateerde incidenten voorafgaand aan of na afloop van wedstrijden of buiten de wedstrijddag. Sinds 2012 noemt het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV) specifiek de opkomst van het fenomeen vechtafspraken, waarbij een doorgaans kort maar hevig gevecht plaatsvindt tussen twee groepen van ongeveer gelijke grootte.

Nederland is op dit vlak overigens geen uitzondering. Ook in andere Europese landen – zoals België, Denemarken, Duitsland, Finland, Noorwegen, Polen en Zwitserland – worden de autoriteiten met vechtafspraken geconfronteerd. Met name in het oosten van Europa (i.c. Rusland) hebben vechtafspraken zich doorontwikkeld tot confrontaties in bij wijze van spreken georganiseerd competitieverband.

Ons onderzoek laat zien dat vechtafspraken zich niet beperken tot supportersgroepen van de ‘grote clubs’ uit de Eredivisie. Ook aanhangers van clubs die uitkomen in de Jupiler League nemen met enige regelmaat deel aan dit soort confrontaties. Deze vinden niet alleen plaats tussen supportersgroepen van Nederlandse voetbalclubs. Ook worden confrontaties georganiseerd tegen aanhangers van buitenlandse clubs, soms zonder dat deze ooit tegen elkaar hebben gespeeld. Daarnaast komt het voor dat supportersgroepen gesteund worden door ‘bevriende’ groeperingen uit binnen- of buitenland en sluiten personen van buiten deze groepen aan.

Hoe vaak vechtafspraken precies plaatsvinden, is niet vast te stellen. Deze worden namelijk zo heimelijk mogelijk georganiseerd en vinden overwegend plaats op afgelegen locaties zoals industrieterreinen, parkeerplaatsen of bossen. Gebaseerd op bij de politie bekende informatie en op sociale media gepubliceerde beelden, komen we tot een schatting van gemiddeld één tot twee vechtafspraken per maand over een periode van circa vier jaar. Dit is vermoedelijk echter het topje van de ijsberg.

Hoe worden vechtafspraken georganiseerd?
De organisatie van vechtafspraken kenmerkt zich door heimelijkheid en voorzichtigheid. Afspraken tussen groepen worden in persoon gemaakt (‘pre-vergaderingen’) of via contact met prepaid telefoons, sociale media of chats op online spelplatforms. Het monitoren hiervan door de politie is (vrijwel) niet mogelijk. Om het risico op uitlekken te voorkomen, worden de gemaakte afspraken over tijdstip en locatie pas op het allerlaatste moment met deelnemende personen gedeeld. Deelnemers moeten hun mobiele telefoons thuislaten of moeten deze inleveren wanneer zij vertrekken naar de locatie waar de confrontatie zal plaatsvinden. Dit maakt het (nog) moeilijker voor de politie om voorafgaand aan een confrontatie hiervan op de hoogte te raken. Een gevolg daarvan is dat informatie over vechtafspraken de politie pas bereikt nadat deze hebben plaatsgevonden, bijvoorbeeld omdat beelden van de confrontatie via online kanalen worden gedeeld.

Kortom: de zichtbaarheid van activiteiten die de bij vechtafspraken betrokken groepen ondernemen om tot een afspraak te komen, is zeer laag en onderstreept het belang van (heimelijk verkregen) informatie vanuit de groepen zelf (human intelligence).
Hoewel deelnemers op beeldmateriaal herkenbaar in beeld kunnen komen, zijn er ook voorbeelden van vechtafspraken bekend waarbij deelnemers zo onherkenbaar mogelijk trachten te blijven. Zij doen dit onder andere door gezichtsbedekkende kleding te dragen (bijvoorbeeld een capuchon over het hoofd of een sjaal voor het gezicht).

Waarom vinden vechtafspraken plaats?
In het verleden dreigden met enige regelmaat confrontaties plaats te vinden tussen rivaliserende supportersgroepen rondom voetbalwedstrijden of vonden deze daadwerkelijk plaats. Deze confrontaties waren een uitvloeisel van onderlinge rivaliteit en provocerend gedrag. Door te vechten, konden groepen naam en faam verwerven.

Onder andere door de verbeterde fysieke infrastructuur van de stadions en het opleggen van vervoersregelingen aan bezoekende supporters, zijn de mogelijkheden om rondom voetbalwedstrijden daadwerkelijk met elkaar op de vuist te gaan tegenwoordig beperkt. Naast de spanning van het kat-en-muisspel met de politie, die het plaatsvinden van vechtafspraken tracht te voorkomen wanneer zij hiervan op de hoogte raakt (ook wel: ‘stukmaken’), suggereren de bevindingen van ons onderzoek dat vechtafspraken een alternatief vormen om als een groep status te verwerven of behouden.

Status kan worden verworven door een groep van voldoende grootte voor een vechtafspraak te mobiliseren, door – nadat een afspraak gemaakt is – ook daadwerkelijk op te komen dagen en door confrontaties te winnen. Niet onderlinge rivaliteit maar onderling vertrouwen – dat afspra-ken over de grootte van de groep, het gebruik van wapens en andere spelregels worden nagekomen – is leidend bij het plaatsvinden van deze confrontaties.
Vechtafspraken gaan kortgezegd veelal om het (opnieuw) bepalen van de (informele) hiërarchie en het aanzien onder gelijkgestemde supportersgroepen. Tegelijkertijd kunnen ook onderlinge rivaliteit en het willen rechtzetten van eerdere gebeurtenissen een rol spelen. In dergelijke gevallen lijkt het risico op het niet nakomen van gemaakte afspraken – en daarmee op (zwaar)gewonden of zelfs dodelijke slachtoffers – groter.

Wie doen aan vechtafspraken mee?
Opsporingsonderzoeken ten gevolge van vechtafspraken zijn er vrijwel niet. In ons onderzoek hebben we ons daarom noodgedwongen moeten beperken tot het analyseren van drie onderzoeksdossiers. Deze hebben betrekking op een vechtafspraak uit 1997 (Ajax-Feyenoord), uit 2012 (PSV-Roda JC) en 2015 (FC Groningen-SC Heerenveen). Daarbij kan overigens worden opgemerkt dat de opsporingsonderzoeken zich in twee van deze drie casus nadrukkelijk richtten op het identificeren van personen die werden verdacht van (een poging tot) doodslag.

De bestudeerde opsporingsonderzoeken leidden tot het identificeren van 75 personen als deelnemer aan een vechtafspraak. Zij werden betrapt op heterdaad, werden als verdachte aangemerkt door getuigen of medeplegers, werden herkend op camerabeelden of hun betrokkenheid bleek uit getapte gesprekken of van smartphones uitgelezen data. Zij zijn ten tijde van de vechtafspraak waarbij zij betrokken waren gemiddeld 25 jaar oud.

Meer dan de helft (57%) is getuige registraties in BVH de afgelopen vijf jaar als verdachte van (groeps)geweld bij de politie in beeld gekomen. Geweld wordt daarbij met name gepleegd in de context van het uitgaansleven en in de vorm van huiselijk geweld tegen de huidige of voormalige partner. Een groot deel van hen heeft een psychosociaal profiel dat past binnen het patroon van geweldpleging. Meer dan vier op de tien deelnemers (41%) komt als minderjarige met de politie in aanraking vanwege het plegen van een delict. Verder is bij circa een vijfde (21%) sprake van probleemgedrag in de kindertijd. Dit kan zich manifesteren in de vorm van agressief gedrag tegen gezinsleden of op school, uithuisplaatsingen, herhaaldelijk weglopen van huis, veelvuldig spijbelen en/of het volgen van speciaal onderwijs. Daarnaast suggereren onze bevindingen dat binnen de groep deelnemers vaker dan in de algemene bevolking sprake is van problemen met de impulsbeheersing, de agressieregulatie en psychische stoornissen zoals ADHD.

Waarom doen zij aan vechtafspraken mee?
Het hiervoor besproken psychosociaal profiel van deelnemers suggereert dat in ieder geval een deel van hen zich aangetrokken voelt tot de masculiene waarden die veelal in hooligangroepen gelden. Hun deelname aan vechtafspraken kunnen als een uiting van een meer gewelddadige levensstijl in het algemeen worden gezien.
Andersom kunnen ook groepsprocessen een belangrijke invloed hebben op de beslissing van personen om aan vechtafspraken deel te nemen. Enerzijds kan onder deelnemers angst bestaan om uit de groep te worden gezet of aan status binnen de groep in te boeten wanneer zij niet meedoen of rondom de confrontatie onvoldoende meevechten. In de door ons bestudeerde casus geven meerdere personen aan het gevoel te hebben gehad niet meer terug te kunnen en/of te zijn aangesproken op hun afwezigheid bij eerdere confrontaties. Anderzijds zijn er personen die vechtafspraken benutten om de eigen status als hooligan binnen de groep te versterken of anderen via beloningen – in de vorm van aanzien en daarbij behorende attributen zoals tatoeages – te motiveren om aan vechtafspraken deel te nemen. Verder lijkt een aantal deelnemers te genieten van de spanning die gepaard gaat met zowel het kat-en-muisspel met de politie als het vechten tijdens de confrontatie zelf.

Belangrijk om tot slot op te merken is dat niet iedereen die deelneemt aan vechtafspraken tot een bij de politie bekende supportersgroep hoort. In met politiemedewerkers gehouden interviews komt meermaals aan bod dat ook personen die zich hebben bekwaamd in vechtsporten deelnemen aan vechtafspraken. Zij zien hierin vooral een gelegenheid om hun vaardigheden op het gebied van vechtsport in de praktijk te brengen. Andersom zijn de bij vechtafspraken betrokken supportersgroepen bij hun deelname gebaat: zij kunnen zo makkelijker een groep voor een confrontatie mobiliseren en vergroten in hun optiek de kans op het winnen van vechtafspraken.

Wat betekent het voorgaande voor de politieaanpak?
Vechtafspraken vinden in Nederland al over een langere periode plaats en hebben daarmee een structureel karakter gekregen. Noch in Nederland noch in het buitenland is op dit moment sprake van getrainde groepen die territorium claimen. Wel zijn er voorbeelden van evenementen met regionale aantrekkingskracht, rondom welke verschillende aanwezige supportersgroepen op afspraak de confrontatie met elkaar zijn aangegaan. In hoeverre de aanwezigheid van ‘vechtgroepen’ een verhoogd escalatierisico met zich meebrengen, heeft het onderzoek niet duidelijk gemaakt.

Binnen de politie wordt het aanpakken van het fenomeen vechtafspraken en de daarbij betrokken groepen zowel bepleit als onnodig geacht. Capaciteitsoverwegingen, het feit dat deelnemers er zelf voor kiezen om zich in een gewelddadige situatie te begeven en het (doorgaans) goed naleven van gemaakte afspraken zijn argumenten om niet tot een aanpak over te gaan. De impact op de openbare orde, het veiligheidsgevoel van burgers en het risico op zwaargewonden of doden – welke overigens mede door het stukmaken van vechtafspraken zijn voorkomen – zijn argumenten die worden gehanteerd om vóór een aanpak te pleiten.

Indien tot het aanpakken van vechtafspraken besloten wordt, is de notie dat vechtafspraken binnen een relatief kleine sociale kring plaatsvinden van belang. Dit betekent immers dat prioriteit zou moeten liggen bij het identificeren van bij vechtafspraken betrokken personen. Daartoe is allereerst van belang dat informatie over vechtafspraken en daarbij betrokken personen op dit moment gefragmenteerd is weggeschreven. Deze staat in verschillende systemen, is bekend bij professionals zoals voetbalcoördinatoren maar niet geregistreerd (‘straatinformatie’), of kan vanuit de heimelijke informatie-inwinning niet zonder meer worden gedeeld. Bovendien bieden online gepubliceerde beelden waarop personen herkenbaar in beeld zijn een tot op heden onbenutte kans voor de opsporing.

Het samenbrengen van de verschillende informatiestromen kan enerzijds input bieden voor een groepsgerichte aanpak die mikt op het verstoren van geplande confrontaties. Anderzijds kan zicht op bij vechtafspraken betrokken personen worden benut voor het opstellen van een persoonsgerichte aanpak (PGA).

Dit artikel is gebaseerd op het onderzoek Vechten op afspraak. De rapportage kan gratis worden gedownload op https://www.beke.nl/publicaties/vechten-op-afspraak. Vragen over het onderzoek kunnen worden gericht aan Tom van Ham (t.vanham@beke.nl).

Reageer