Verwardheid

0

Verwardheid is een actueel vraagstuk, maar het is van alledag. Rond de eeuwwisseling was ik bij een ontmoeting tussen politiemensen en psychiaters van de acute dienst rond de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ). Het ging over onbegrip over het al dan niet verplicht opnemen van bijvoorbeeld suïcidale mensen.
“Politiemensen zijn helemaal niet opgeleid voor het omgaan met dit soort patiënten”, stelden wij. “Politiemensen komen in de diagnosestelling niet verder dan wel of niet gestoord.”
“Politiemensen maken daarin wel vrijwel altijd de goede inschatting”, was het antwoord. Streetwise, dat zal het zijn. Juist vanwege de ervaren spanning was het goed elkaar te ontmoeten.

Actuele discussies
Nu, bijna twintig jaar later, is deze spanning er nog altijd. In dit Tijdschrift bespreken we de actuele discussies. Die zijn er volop. De problemen nemen volgens de E33-registraties van de politie toe. Frank Paauw stelt dat de incidenten met verwarde mensen ernstiger worden. Hij baseert zich op concrete casussen. Overigens, Bauke Koekkoek bestrijdt de toename van verwardheid en Jacobine Geel geeft aan de term ‘verwarde personen’ zelf verwarrend en daarom nietszeggend is. De E33-cijfers helpen niet in de samenwerking.
Ondanks deze discussies zijn vrijwel overal Spoedeisende Psychiatrische Onderzoeks Ruimten (SPOR) ingericht en vindt het vervoer plaats door ambulances. Heel opmerkelijk is hoe dit zo is gekomen. Het lijkt het rechtstreekse gevolg van de inzet van de landelijk portefeuillehouder, Pieter Jaap Aalbersberg. Hij stelde in de media dat het probleem toenam, dat een wettelijke basis voor de al tientallen jaren bestaande praktijk van vervoer met politieauto’s en opsluiting in politiebureaus ontbreekt, en dat die praktijk ook inhumaan is. Daarom ging de politie er met ingang van 1 januari 2017 mee stoppen. Deze stellingname leidde ertoe dat de GGZ inderdaad SPOR-voorzieningen heeft ingericht en dat met ambulancediensten afspraken zijn gemaakt. Op veel plaatsen functioneren de nieuwe werkwijzen. Het is uiterst interessant om nog eens na te gaan of deze belangrijke ontwikkelingen inderdaad het gevolg zijn van de publieke stellingname van Pieter Jaap Aalbersberg.

Het is goed dat deze afspraken zijn gemaakt, omdat meer deskundige professionals zich bekommeren om deze zieke of verwarde mensen. Maar daarmee zijn de problemen niet opgelost. In dit Tijdschrift schrijft Eline Gremmen over psychiatrische patiënten in het strafproces, vanuit de vraag of deze daar wel thuishoren. Hendrien Kaal ontwikkelde een handreiking voor het omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Bij beide groepen kan het onbedoeld misgaan tijdens en na het politieoptreden. In het interview met Joke van der Meulen lezen we ook wat het doet met familieleden.
De politie moet zich dit aantrekken. Al vaker heb ik betoogd dat de politie er is vanwege de kwetsbaarheid van de samenleving. Als één groep kwetsbaar is, dan zijn het deze mensen. De politie wordt daarmee geconfronteerd, dat zal zo blijven. Dat vraagt professioneel optreden. Is de politie dan probleemeigenaar, zoals Jacobine Geel zich afvraagt? Is de oplossing om politiemensen beter op te leiden, zoals onder andere Eline Gremmen suggereert?

Oplossing?
Wellicht ligt het antwoord elders. Allereerst vind ik de omslag in denken binnen de GGZ intrigerend. Machteld Huber introduceerde het concept positieve gezondheid, waarbij gezondheid niet meer wordt gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en eigen regie te voeren. Deze andere benadering leidde onder meer tot de verdergaande extramuralisering van de GGZ. Mensen terug in de eigen woonsituatie waar de kansen voor herstel het grootst zijn. De zorg aan mensen wordt daarop afgestemd.
We zien meer ontwikkelingen naar de woonomgeving. De decentralisaties in de jeugdzorg leidden tot de instelling van sociale wijkteams, de GGD werkt wijkgericht met jeugdteams en in de wijken zitten wijkagenten en woningcorporaties. Moet iedereen om kunnen gaan met iedere inwoner, ongeacht wat er aan de hand is? Dat lijkt ondoenlijk. Bovendien, de vergrijzing zorgt voor toename van de zorgvraag, terwijl de arbeidsmarkt krapper wordt: er zijn steeds minder werkende (zorg)mensen op het aantal mensen dat zorg behoeft. Dit zal vragen om hele nieuwe organisatorische concepten, ook in samenwerking.
De oplossing ligt wellicht in de vorming van virtuele wijkgerichte frontlijnteams van de professionals, die zich samen eigenaar weten van de problematiek in de wijk. Zij stemmen samen af wie op welke manier de meest passende zorg biedt aan mensen die dat nodig hebben. Grenzen vervagen tussen organisaties en zelfs tussen professies. Wie, gelet op de context of de relatie met een betrokkene, het best kan handelen, onderneemt actie. De professionals laten zich bijstaan door initiatieven als buurtcirkels, waarbij wijkbewoners een netwerk vormen om te helpen met praktische zaken als bezoekwerk, tuinieren of boodschappen doen. Samen zorgen zij voor steun, structuur en sociale controle voor personen met een psychische kwetsbaarheid.

Dit concept vraagt veranderingen in de achterliggende organisaties. De professionals moeten vertrouwen en ruimte krijgen om met elkaar de beste oplossing te vinden, terwijl zij tegelijkertijd ondersteuning ervaren als dat gewenst is. Daarbij moeten zo veel mogelijk beheers- en coördinatiemechanismen worden gesloopt en bekostigingssystemen moeten op de schop. Aan de politie zal het niet liggen. Voor de politie is de grootste uitdaging dat zij vanuit haar dienstbaarheid professionele verantwoordelijkheid heeft in de niet te vermijden
omgang met deze kwetsbare mensen. Dit Tijdschrift geeft genoeg aanleiding om daar nog eens op te reflecteren.

Reageer